Zegt het voort!

blog archief

What is in a Name en tuinnieuws van John

’What’s in a Name”: Een gevleugelde uitspraak van Shakespeare (uit Romeo and Juliet), gevolgd door “A Rose by any other Name would smell as sweet”. Zoiets als “kan me niet schelen hoe die bloem heet, maar lekker ruiken doet ie”. Dit heb ik met ook met paddenstoelen, en dan niet qua geur, maar qua uiterlijk. In Nederland zijn zo’n 6000 paddenstoelen en zwammen bekend en een grote meerderheid ervan is slechts te determineren door experts (o.a. microscopisch onderzoek van de sporen). Toch word ik er – gelijk Shakespeare – door geboeid: zij blijven mooi en leveren schitterende plaatjes op, ook al is de taxonomische naam vaak duister (Taxonomie is de wetenschap die soorten hun naam geven en daarmee plaatsen in soorten, geslachten, families, ordes, enz.). Het is nu herfst met veel nattigheid zoals het hoort en dus paddenstoelentijd! Ondanks de mogelijke tekortkomingen van de juiste soortnamen, toch maar een beeld van paddenstoelen nu in Schollebos.

Gewone Glimmerinktzwam (Coprinellus micaceus; foto Martin den Boer). In Nederland bijna 100 soorten inktzwammen. Deze (als het de juiste is) is heel algemeen en nu met duizenden in Schollebos wat prachtige taferelen oplevert (als je er oog voor hebt!!).

 

 

 

 

Gewone Zwavelkop (Psilocybe fascicularis; foto SNC-archief). Zeer algemeen op dood hout.

 

 

 

 

 

 

Knolparasolzwam (Chlorophyllum rachodes; foto Martin den Boer). Algemeen. 

 

 

 

 

 

 

Wie het kleine niet eert….Een Schorsmycena-soort (foto Louis Weterings). Deze miniatuurzwammetjes (enkele millimeters groot!) groeien op de schors van bomen, in dit geval op die van een enorme Kraakwilg in het Schollebos. Er zijn zo’n 5 soorten in Nederland die moeilijk op het oog te onderscheiden zijn (microscopisch onderzoek van de sporen is doorslaggevend). Zou mooi zijn als dit de Mycena alba was: zeer, zeer zeldzaam…. Zoniet dan toch geweldig: helemaal compleet met hoed en steeltje!

 

 

Echt Judasoor (Auricularia auricula-judae); foto SNC-archief). Een vertegenwoordiger van de familie Trilzwammen. Trilzwammen hebben een gelatine-achtige substantie: voelen aan als een drilpudding. Alleen bij echt vochtige omstandigheden komen ze “tot bloei” en bij droogte verschrompelen ze tot onherkenbare propjes. Op takken van oude(re) vlierstruiken en nu hier en daar weer in Schollebos te vinden.

 

 

 

Tuinnieuws van John:

Windevedermot (Emmelina monodactyla; foto John Renirie, SNC). Een nachtvlindertje (“Mot”), heel algemeen. Op de foto met opgevouwen vleugels die hun schoonheid daardoor verbergen (veel franje!). Waardplanten (waar eitjes op worden afgezet en de rupsen van leven) zijn zoals de naam aangeeft Windesoorten, in onze omgeving dus Haagwinde (ook wel “pispotjes”genoemd; Convolvulus sepium).

 

 

 

Grote Steatoda (Steatoda grossa; foto John Renirie, SNC). Een vertegenwoordiger van de Kogelspinnen (Theridiidae). Algemeen, vooral in huizen e.d.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

One Response to What is in a Name en tuinnieuws van John

  • Anne says:

    Wij zijn gisteren geweest en hebben ook heel veel gezien..prachtig.. en het geur in het bos is heerlijk! Mooi artikel, bedankt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *