Zegt het voort!

blog archief

Volop Lente

De vroegste lentebloeiers zijn uitgebloeid zoals speenkruid, groot en klein hoefblad, winterakoniet, bosanemoon, e.a. Nieuwe bloeiers nemen hun plaats in.

 

Raapzaad en Fluitenkruid staan nu massaal in bloei in de “ruige gazons”, een genot om te zien. Wat een verschil met nog niet zolang geleden, toen alle gazons 20 keer gladgeschoren werden tot een kaal biljartlaken! Insecten en daarmee ook vogels varen er wel bij.

 

 

 

 

Ook Look-zonder-Look (archieffoto) staat nu massaal in bloei vooral langs de bosranden. Belangrijke waardplant voor het Oranjetipje (zie vorige blogs). Blad ruikt naar ui, maar het is geen uiensoort.

 

 

 

 

 

 

De eveneens massaal aanwezige Daslook begint aan het einde van zijn bloeitijd te komen, maar op plaatsen met meer schaduw staan ze nog volop in bloei (bloei daardoor wat later begonnen). In de zomer is er niets meer van te zien: alleen de ondergrondse uitjes blijven om volgend voorjaar weer nieuwe bloemen te vormen.

 

 

 

 

 

 

Eenstijlige Meidoorn (Crataegus monogyna). Volop in bloei, heerlijk zoet geurend. Op veel plaatsen in Schollebos aangeplant. Trekt veel insecten en in het najaar veel vogels die smullen van de bessen. 

 

 

 

 

 

 

Ik heb de indruk dat het met sommige vlindersoorten beter gaat dan voorgaande jaren (vooral Witjessoorten), maar met andere – tot nu toe – weer minder. Een niet zo algemene vlinder werd door Frank Oling betrapt op bloeiende Daslook:

Landkaartje (Araschnia levana). Een dagvlinder behorend tot de “Vossenfamilie” (Nymphalidae). Op deze foto een ’eerste generatievlinder’ , geboren uit de overwinterende pop. De nakomelingen van deze generatie noemt men ’tweede generatie’. Deze 2e generatie ziet er heel anders uit:

Tweede generatie Landkaartje.

De waardplant (waar eitjes op worden afgezet en rupsen van leven): Brandnetel!

De nakomelingen van deze 2e generatie overwinteren dus als pop en komen in mei weer als 1e generatievlinder tevoorschijn.

 

Alle vogelzomergasten zijn inmiddels teruggekeerd en ook in Capelle gesignaleerd om hier te broeden om daarna in najaar weer te vertrekken naar het verre zuiden: Boeren-, Huis- en Gierzwaluw, Kleine Karekiet. De Kleine Karekiet heeft het niet breed in Schollebos, omdat er te weinig oud riet is (vorig jaar te veel riet gemaaid). De IJsvogel wordt nog steeds regelmatig waargenomen, maar zijn broedplaats nog niet. De Cetti’s Zanger is echt een blijvertje (wordt nu al weken lang op zelfde plek gehoord; zien doe je hem zelden vanwege verborgen leefwijze). In Hitland-Noord zijn de Dodaars (een kleine fuutsoort en mogelijk broedvogel) en Purperreiger (doortrekker) waargenomen.

Op 30 april met vrijwilligers het uitlopende riet op de vlindertuin verwijderd. Lastig karwei want reeds bloeiende planten moesten zoveel mogelijk worden gespaard. Naast de bosmaaier dus ook veel handwerk.

 

Met dank aan de vrijwilligers Brenda, Bella, Wim en Martijn.

Het inrichten van een heuse vlindertuin is echt een meerjarenproject omdat het riet een echte boosdoener is. Door dit riet steeds te maaien hopen we dat het daardoor uitgeput raakt. Ook hebben we Grote Ratelaar uitgezaaid die als parasiet het riet moet bestrijden (bovendien goede honingplant). De grote droogte (droogste lentemaand ooit) zou misschien ook het riet tegenhouden. We overwegen om nogmaals zaadmengsels te zaaien en in najaar toch maar Vlinderstruiken (Buddleia) te planten. De onlangs geplante knotwilgen lopen goed uit.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.