Zegt het voort!

blog archief

sfeerbeelden en waarnemingen

Schollebos is nu op zijn lentemooist.  Op de ’Ruige Gazons’ een zee van Fluitenkruid en Raapzaad, langs de bosranden velden vol met Daslook en Look-zonder-Look. De Meidoorns staan in volle bloei en verspreiden een heerlijk zoete geur.

Fluitenkruid (Anthriscus sylvestris), door J.P. Thijsse (oprichter Natuurmonumenten, Verkade-albums!) ook wel ’Hollands Kant’ genoemd vanwege het fijnmazige witte beeld als van Brussels Kant. Bloeiwijze een scherm van witte bloemetjes (familie Schermbloemigen = Apiaceae). Een echte plant van de Hollandse polders langs bermen. Kinderen maakten vroeger een fluitje van de holle stengel. Tussen het Fluitenkruid ook veel Raapzaad , wat een mooi contrast geeft. Hier langs Nieuwerkerkse Tocht

 

 

 

Eenstijlige Meidoorn (Crataegus monogyna). Behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae). Aangeplant en inheems. De zoetweeïge geur komt je tegemoet en bedwelmt je.

 

 

 

 

 

 

Mooie weerspiegeling in water. Langs overstaande oever Raapzaad in bloei. Rechts de Volkstuinvereniging Tot Nut en Genoegen. Verbaas me vaak over hoeveel mensen hieraan voorbijlopen zonder zulks moois te zien. 

 

 

 

 

 

 

 

 

Daslook (Allium ursinum). Een echte bosplant in loofbossen, maar hier aangeplant als Stinsenplant. Massaal aanwezig in Schollebos (maar ook elders in Capelle zoals Slotpark). Verspreidt een heerlijke, frisse uienlucht. Rukt steeds verde de bosplantsoenen in. Snel nog genieten, want begint uitgebloeid te raken. Eenmaal uitgebloeid verdwijnt de gehele plant, behalve de ondergrondse uitjes en wortels die na de zomerrust komend voorjaar weer zorgen voor uitbundig “uienbos”.

 

 

 

Gewone Vogelmelk (Ornithogalum umbellatum). Op enkele plaatsen in Schollebos nu in bloei. Aspergefamilie (Asparagaceae). Aangeplant, maar wel inheems. “Gewoon”, want er bestaat ook de Knikkende Vogelmelk (zeldzaam en niet hier in Capelle). Heb hem in mijn tuin, een schitterende bloem.

 

 

 

 

Dood hout leeft! In deze dode restant van een populier een prachtige verzameling van Zwavelzwammen (Laetiporus sulphureus) en daarboven een bewoond nest van Grote Bonte Specht. SNC heeft in het verleden de gemeente weten te overtuigen om bij ’Dunningen’ van bosbestanden populieren (zijn “wijkers” die plaats moeten maken voor “Blijvers”=duurzame bomen) niet op teenhoogte te kappen, maar te “toppen”: kappen op paar meter hoogte, dit voor o.a. Spechten die in dit dode, zachte hout graag hun nesten uithouwen.

 

 

 

 

Ooievaars langs de ’s Gravenweg hebben weer jongen: ik zag afgelopen week een wankel koppie boven de nestrand uitsteken. Nog niet te vroeg juichen, want vorig jaar was broedsel mislukt.

Dan nog een aantal incidentele, maar voor Capelle en directe omgeving wel bijzondere waarnemingen:

Bonte Vliegenvanger. Sandrine Reid spotte dit vogeltje in haar achtertuin. Een doortrekker (broedt hier niet, wel in oostelijk Nederland).

Nachtegaal en Spotvogel in Hitland-Zuid. Spotvogel daar al eens eerder gespot (what’tain’tin a name), Nachtegaal voor zover ik weet nog niet eerder.


Veenmol (Gryllotalpa gryllotalpa), een krekelsoort die ondergronds leeft van vooral plantenwortels in voornamelijk veenweidegebieden. Het Schollebos was vroeger zo’n veenweide. Ook eten ze larven van andere schadelijke insecten als Ritnaald (larve van Kniptor) en Emelt ( larve van Langpootmug). Een schadelijk en nuttig insect tegelijk dus. Tot een paar jaar geleden wel een beschermde soort omdat die vrij zeldzaam was. Is 4-5 cm groot en daarmee een van de grootste europese insecten. Hun voorpoten lijken op die van een mol waardoor ze goed kunnen graven. Ondanks hun voornamelijk ondergronds bestaan kunnen ze echt wel vliegen; dat doen ze in de voortplantingstijd. Men ziet ze zelden, maar hun geluid wordt vaker gehoord: meestal ’s avonds een lang aangehouden scherp snorrend geluid dat ze maken om een vrouwtje te lokken vanuit hun gegraven holletje dat als klankbekken werkt.

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *