Zegt het voort!

blog archief

Anton zag een “Alien” en ander nieuws

Medebestuurslid van SNC, Anton Roeloffzen, kwam een monsterachtig beestje tegen. Verbaasd maakte hij een foto en na lang zoeken kon hij dat beest op naam brengen. Ik daagde hem uit: stuur die foto op en ben benieuwd of ik dat wel direct kon (zonder naar de fototekst te kijken). Was ff puzzelen. Bij goed kijken zie je aan de kop 2 roofkaken, wat wijst op een larve van een waterkever. Gezien de grootte waarschijnlijk de larve van grootste inheemse kever: Pekzwarte Waterkever (5 cm groot). Was bingo. Bij een nachtvlinderexcursie in Schollebos jaren geleden, hadden we de volwassen kever een keer gespot (kever kan heel goed vliegen!).

 

Grote Spinnende Watertor, larve (Hydrophilus piceus). “Hydrophilus” = waterminnend, “Piceus” = pekzwart). De volwassen kever (5 cm groot!) maakt onder water een waterdicht spinsel voor haar eieren (vandaar de Nederlandse naam “Spinnende”). De larve die uiteindelijk zo’n 7 cm (!) groot wordt is een echte rover en eet vooral waterslakken, maar ook salamanders en kikkers. Hun prooi moeten ze wel boven water verorberen, zodat ze dus ook wel eens uit het water worden gespot. De volwassen kever is een pure planteneter.

 

 

Nog een spectaculaire waarneming. Catharina Engel-Verheijen betrapte in Schollebos dit knaagdiertje. Zij dacht een ‘Witte Eekhoorn’, maar gezien de grootte (vergelijk de bladeren van de planten) eerder een muissoort. Maar mij echt onbekend. Een ontsnapte leukistische kweekvariant van een of andere muizensoort?? Lange staart met wollige beharing. Geen idee. Sturen we op naar Zoogdiervereniging. In ieder geval geen inheemse soort lijkt mij. Eekhoorn is geen Capelse soort. Er zijn eiken met eikels als voedingsbron, maar de bereikbaarheid naar Schollebos is te verwaarlozen: rivieren en boomloze weides verhinderen de verspreiding.

 

 

Gemeente heeft na ons verzoek afgelopen woensdag met een hoogwerker het ooievaarsnest laten schonen. Het kadaver en onuitgebroede ei zijn verwijderd. Links onder zie je op de foto nog de snavel van het dode jong. Onze hoop is volgend jaar weer een succesvol broedresultaat. Dank aan gemeente voor de support.

 

 

Afgelopen zondag en woensdag met vrijwilligers aan de slag in Vlindertuin. Zondag het grootste deel van resterende rietvegetatie gemaaid en gedeeltelijk afgevoerd. Woensdag rest van riet gemaaid en maaisel afgevoerd. We zijn er nog lang niet om hier een weelderige bloementuin voor vlinders te krijgen. Zal echt nog paar jaar duren. Riet, Brandnetel en Braam moeten continu worden bestreden. Tot nu toe op ongeveer 20% van de 1000 m2 al goede resultaten. Waargenomen vlinders tijdens werkzaamheden: Groot Koolwitje, Atalanta, Bont Zandoogje. Ook een Sabelsprinkhaan. Met dank aan het harde werken van de vrijwilligers van SNC!

Grote Groene Sabelsprinkhaan (Tettigonia viridissima).

Een grote sprinkhaan (vrouwtje tot 8 cm!) die niet schadelijk is voor gewassen, want zij jagen op insecten. De legbuis (waarmee eitjes worden afgezet) heeft een sabelvorm (is geen angel!). De mannetjes produceren lokgeluiden door met hun voorvleugels over elkaar te wrijven; het geluid is zeer luid en voor ons als mens tot op 100 meter afstand te horen (namiddag en ’s nachts).

 

Goudgele Honingklaver (Melilotus altissimus). 

In Vlindertuin en aansluitend Bosmuizenpad is deze belangrijke honingplant te zien. Een “broertje”, de Witte Honingklaver idem.

 

 

 

 

 

 

 

Grote Kattenstaart (Lythrum salicaria). Een echte oeverplant en paarse pracht. Nu overal te zien langs Capelse vijvers en sloten. Hier in Schollebos.

 

 

 

 

 

 

 

 

Samen met Anton een Schollebosrondje leverde een nieuwe gallensoort op. In een wilg de gal van de Wilgenbezemmijt (Stenacis tetradiatus). Deze mijt legt haar eitjes in wilgentakjes. De wilg reageert daarop met afweerreactie: het inkapselen van de eitjes door woekerweefsel. En dat was net de bedoeling van die mijt: voedsel!

 

 

 

 

 

 

Ooievaars e.a.

Laatste nieuws over de ooievaars. Het staat nu vrijwel zeker vast dat het ooievaarspaartje nog bij elkaar is. Diverse keren samen op het nest gezien en ook samen foeragerend in de buurt. De verzorgster/eigenares van de pony’s op het terrein had enkele weken ervoor ook al met een drone opnames gemaakt en wist met zekerheid dat er slechts 1 jong was. Die ligt dus nu nog steeds dood in het nest. De brandweer had graag willen meewerken om het nest te schonen, maar hun hoogwerker staat op een wagen van 20 ton en zou vastlopen in de grond (veengebied!). Nu de gemeente gevraagd voor hulp, maar nog geen antwoord. Heeft ook geen echte haast meer.

Dan weer dit: op een plek in Schollebos stonden meerdere Brede Wespenorchissen. Een of andere vandaal heeft de meeste bloemtrossen (nog nauwelijks in bloei!) ervan afgeknipt. Moet echt iemand zijn die deze orchideeën kent. Zinloos en kwalijk. Gebeurde vorig jaar ook al. Wat moet u doen als u zo’n iemand op heterdaad betrapt?: direct Handhaving bellen (010-2848111), sla dit telefoonnummer op in uw iphone en maak foto’s. Ga niet in gesprek, want al te vaak leidt dit tot agressie.

Dan nu eindelijk wat leuke zaken.

Gewone Engelwortel (Angelica sylvestris). Een nieuwe plantensoort voor het Schollebos/Capelle). Een grote soort uit de soortenrijke familie der Schermbloemigen (Apiaceae, vroeger Umbelliferae). Algemeen. Verwarring kan ontstaan met andere vertegenwoordigers van deze familie, zoals o.a. Reuzenberenklauw. Langs Nieuwerkerkse Tocht. Nu gemeente probeert de Reuzenberenklauw aan te pakken door ze af te steken, moet men wel deze laten staan…..

 

 

 

 

Nog een nieuwe soort langs Spartaterrein: Bonte Wikke (Vicia villosa). Langs Spartaterrein. Er zijn meerdere Wikkesoorten en determinatie is niet eenvoudig. In Schollebos tot nu toe Vogelwikke en Voederwikke. Familie Fabaceae (Vlinderbloemigen).

 

 

 

 

 

 

 

Soldaatjes. Veel soorten tellende familie (Weekschildkevers, Cantharidae). Waarschijnlijk hier de meest algemene soort Kleine rode weekschildkever (Rhagonycha fulva). Nu hoogtij en op bloemschermen van gewone berenklauw en andere schermbloemigen te vinden, vaak parend.

 

 

 

 

 

 

Grote Kaardebol (Dipsacus fullonum). Een hier niet algemene soort, behorend tot de Kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae). Nu in bloei. Bloei begint in midden van de bol in een krans van kleine bloemetjes. Nadat deze krans is uitgebloeid volgt de bloei van naastgelegen krans boven en onder, enz. Goede nectarplant voor insecten en Puttertjes zijn gek op de zaden in het najaar en winter. Langs Nieuwerkerkse Tocht en Spartaterrein. Naamgeving: “kaarden” is het ontwarren van de schapenwol met een “Kaarde”, een soort metalen kam. De wol kan pas daarna tot een woldraad worden gespannen. Het is me niet helemaal bekend of men vroeger deze plant daarvoor ook gebruikte, of dat het niet meer dan een gelijkenis betreft. Blijft een prachtige plant. De bladeren vormen 2 aan 2 een soort badkuipje, waarin regenwater blijft staan. In biologenkringen zijn daarvoor enkele verklaringen voor gegeven (of ze waar zijn?), het zou mieren en andere schadelijke soorten verhinderen om tot de bloemen te komen.

Nog meer mooie planten in volgende blog. Geef uw ogen ook zelf de kost!

 

 

 

 

 

0oievaars , een schrale troost?

Kreeg vandaag foto van Annemiek van Dillen: donderdagochtend 2 volwassen ooievaars staande op hun nest. Dan kan de dode, aangereden ooievaar langs Rijckevorselweg niet een van het broedpaar zijn! Hoera?

Toch blijft het een drama. ’s Avonds om 19.00 uur met drone (met dank aan Hendrik) nest ge-inspecteerd. Ouderpaar afwezig en in nest een dood jong en onuitgekomen ei. Eigenlijk dubbeldrama: mislukt broedsel en 3e ooievaar dood na aanrijding. Nou maar hopen dat het broedpaar volgend jaar meer succes heeft. Blijft het probleem: hoe het dode jong (en ei) te verwijderen om volgend jaar een nieuw broed niet te belemmeren. Ik ga morgen de brandweer vragen om hulp (ingegeven door een van onze volgers op facebook).

 

 

Dronefoto ooievaarsnest. Dood ooievaarskuiken en onuitgebroed ei. Ik snap nou een beetje de vreemde gedragingen op het nest van een van de ouders die ik zag: een soort van rouwverwerking of “ik weet niet wat ik doen moet”. Het toekennen van menselijke emoties aan dieren was heel lang een taboe in de biologie, maar dieren kennen wel degelijk primaire emoties die ook wij hebben. 

 

 

 

 

 

 

Verdriet

Gisteravond een treurig bericht: een dode ooievaar langs de Rijckevorselweg, waarschijnlijk een van het ouderpaar dat druk bezig was om 2 jongen groot te brengen. Beide ouders zorgen voor de jongen. Een blijft op het nest, de ander verzamelt voedsel en ze wisselen elkaar af. Vandaag hebben we met 3 leden van de waarnemers-appgroep op verschillende tijdstippen gepost. Niemand heeft beide ouders gezien. Vanmiddag ruim half uur gepost. Nest was leeg, geen ouders, geen jongen te zien. Na 20 minuten kwam een van de ouders aanvliegen en landde op het nest. Zat eerst maar wat eenzaam te “staren”waarna hij/zij wat met takjes begon te rommelen, maar geen gedrag dat wijst op voeren van de jongen. Zouden de jongen al dood of ernstig verzwakt zijn? Ze waren nog niet vliegvlug. Vanavond de 3e waarnemer: slechts 1 oudervogel, geen jong te zien.  Lastig om te beoordelen. 

Daarom een oproep: wie heeft een drone of kent iemand met een drone? We willen het nest van bovenaf inspecteren om te kijken hoe de situatie is en wat er nog aan te doen is. Liefst morgen nog! Ooievaars zijn monogaam. Als een van het paar het niet overleeft kan het weer jaren duren voordat we in Capelle weer een succesvol broedpaar terug hebben…..

 

 

 

 

Iets minder dramatisch, maar ook niet leuk. Na afspraken over maaiplan in Schollebos zijn op 1 plek toch weer enkele orchideeën weggemaaid (Brede Wespenorchis, Epicactis helleborine). Ik heb er nog een paar mee naar huis genomen, maar mijn orchideeën-EHBO faalde. Ik had gehoopt dat de knoppen nog uit zouden komen, zodat de bloemen buiten nog bevrucht zouden kunnen worden en ik later zaad zou kunnen verzamelen. Helaas….

Ik hoop volgende keer wat vrolijkers te kunnen vertellen.

Hard werken

Maandag 22 juni, weer vroeg op… Met Anton (SNC) en 4 vrijwilligers de vlindertuin weer ontdoen van het riet. Zwaar werk. Hadden het liever weken eerder gedaan, maar coronaverordeningen verhinderden dat. Groot deel gedaan maar rietmaaisel nog niet helemaal verwijderd. Deel van riet wordt later door gemeente gemaaid en afgevoerd. Op plaatsen waar wij riet hebben verwijderd is een grote maaimachine niet wenselijk (teveel schade aan inmiddels toch nuttige vlinderflora). Na 4 uur in de brandende zon toch maar gestopt. Anton en ik hadden het als pensionado’s met lichamelijke beperkingen helemaal gehad en de “jongens” , kerels van 30-ers ook wel een beetje. Nieuwe datum voor vervolg dus.

Grote Ratelaar (Rhinanthus angustifolius). 

Op een deel van Vlindertuin is het door SNC uitgezaaide Grote Ratelaar goed aangeslagen. Zie eerder blog “Bijbenen” voor verdere info over deze plant die gras- en rietgroei tegengaat.

Andere soorten die het goed doen zijn o.a. Margriet, Zilverschoon, Duizendblad, Witte en Goudgele Honingklaver, Kleine Klaver, Rode Klaver, Kaasjeskruid, Steenanjer, Dagkoekoeksbloem. Allemaal insectenbloemen.

 

Zilverschoon (Potentilla anserina). Behoort tot de rozenfamilie. Algemeen. De naam ’Zilverschoon’ dankt dit plantje uiteraard aan het mooie bloempje, maar ook aan de zilverachtige kleur van de onderkant van de bladeren. Kan verward worden met andere Potentillasoorten, maar die zilverglans is doorslaggevend. Is samen andere Potentillasoorten de waardplant van de zeldzame Aardbeivlinder die helaas nog niet in Capelle is waargenomen.

 

 

Inmiddels is deze week door gemeente na overleg een groot deel van het resterende riet machinaal gemaaid. Herstel van de vlindertuin gaat wel enkele jaren duren, maar wij zijn vastbesloten om er iets moois van te maken. In najaar gaan we ook 100 vaste planten uitzetten, alle inheemse soorten en bekostigd door gemeente. 

 

 

 

 

 

Ook is deze week ook de 1e maaibeurt van de “Ruige Gazons” in het Schollebos begonnen. Met gemeente en uitvoerder heeft SNC afspraken gemaakt over waar wel of niet maaien. Gaat goed tot nu toe. Veel mensen klagen over maairesten op paden, maar wij nemen aan dat dit ook afgevoerd wordt samen met maaisel in de “ruige gazons” zelf. De ooievaar (broedend langs ’s Gravenweg) had al snel in de gaten dat er door het maaien een mooie jachtgrond tevoorschijn kwam en liep achter de maaimachine aan om kikkers, muizen, mollen en grote insecten te grazen te nemen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een nuttige dag en goed nieuws.

Was even afzien: afgelopen woensdag vroeg op voor afspraak om 09.00 uur. Ik ben geen vroege opstaander. Samen met gemeenteambtenaar en beleidsmedewerker Roland van firma Reijm en onze SNC-secretaris John 3 uur door Schollebos gestruind om het nieuwe maairegime proberen vorm te geven. Gemeente heeft voor 4 jaar provinciale subsidie verkregen om ecologisch maaibeheer toe te passen: maaien EN afvoer van maaisel. SNC is blij verrast dat gemeente onze expertise heeft ingeroepen. Afvoer van maaisel is belangrijk. Als men het maaisel laat liggen (wat tot nu toe altijd gebeurde) is dat een zekerheid voor meer verruiging met brandnetel, kleefkruid en andere woekeraars en geen plaats voor grotere en nuttige plantendiversiteit. Overigens geldt dit niet voor intensief recreatief gebruikte grasgazons: daar gewoon 20-25 keer maaien tijdens groeiseizoen.

Bij afvoer van maaisel bestaan er 2 methodes: de “Natte Methode” , waarbij maaisel direct wordt afgevoerd en de “Hooimethode“, waarbij het maaisel paar dagen mag drogen voordat het afgevoerd wordt. De natte methode heeft als nadeel dat zaden en rupsen ook worden afgevoerd. De hooimethode is daarom het meest natuurvriendelijk: zaden en rupsen worden daardoor voor een groot deel gespaard. Beide methodes brengen extra kosten met zich mee, de hooimethode het meest.Gemeente gaat nu de hooimethode toepassen!

Maar dan zijn we er nog niet. Het maaien mag nou ook weer niet ten koste gaan van op dat moment mooie en nuttige bloeiende planten! Kortom: het tijdstip van maaien is ook belangrijk en afhankelijk van aanwezige flora. Het maairegime vergt dus meer precisie en differentiatie. Zo moeten we nu niet maaien waar Orchideeen bijna in bloei staan en zeldzame, beschermde planten staan zoals Kamgras of volop bloeiende bosplanten als Groot Heksenkruid, Klein Springzaad, Bosandoorn, e.d.

Ook een wijd verbreid misverstand: niet ALLE brandnetels wegmaaien. Brandnetel is de onmisbare waardplant van zeker 7 dagvlindersoorten. Toevallig ontdekten we tijdens onze Schollebostocht een groep brandnetels met tientallen rupsen van de Atalanta. Nu niet maaien daar dus! Maatwerk dus! 

Brede Wespenorchis (Epicactis helleborine; foto SNC). Algemene soort in Capelle (Schollebos, Schollevaar, Slotpark, e.a.). Nu in knop (late bloeier) en bedreigd door overgroei van woekeraars door verkeerd maairegime. Belangrijke bijenplant met bijzondere voortplantingsstrategie (mimicrie en feromonen om mannetjes van bepaalde wespensoort te lokken voor bevruchting). Deze groeiplaatsen worden nu niet gemaaid, maar pas in najaar.

 

 

Kamgras (Cynosurus cristatus; foto internet). Een in onze regio zeldzame grassoort op enkele plekken in Schollebos in “ruige” grasgazons. Ook deze groeiplekken worden nu niet gemaaid, maar pas in najaar na de bloei.

 

 

 

 

 

 

 

 

Groot Heksenkruid (Circea lutetiana; foto SNC). Nu bijna volop in bloei langs bospaden. Belangrijke nectarplant voor vooral kleine insecten (de bloemetjes zijn ook erg klein). Circe was een duivelse heks uit de Odyssee en Lutetia is de latijnse naam voor Parijs, vroeger bekend als een “heksenstad”. Is mij niet bekend waarom dit frele bloemetje deze onheilsnaam heeft gekregen.

 

 

Bosandoorn (Stachys sylvatica; foto SNC). Een vertegenwoordiger van de Lipbloemigenfamilie (Lamiaceae). Een echte bosplant van voedselrijke bodem en halfschaduw die in Schollebos thuishoort. Door SNC jaarlijks uitgezaaid uit eigen tuin. Nu bloeiend, maar bijna uitgebloeid. Vooral hommels zijn er dol op.

 

 

Deze morgen ook iemand die voor gemeente in Schollebos bezig was geweest om Reuzenberenklauw af te steken. Een invasieve exotische soort en schadelijk voor gezondheid (huidcontact met zonlicht geeft grote blaren die gaan ontsteken). In Schollebos sterk uitbreidend. Ook dit is voor het eerst dat gemeente dit probeert systematisch aan te pakken. Bravo. Aanpak van invasieve soorten is geen simpele opgave en kost geld. Beste aanpak voor Reuzenberenklauw is echter wel om ze om de paar weken opnieuw af te steken (uitputten). Ze verspreiden zich met zaden, maar ook door ondergrondse uitlopers.

Over invasieve soorten gesproken: het Veelkleurig Aziatisch Lieverheersbeestje is een echte bedreiging voor alle inheemse Lieveheersbeestjes. Dit lieveheersbeestje is ge-introduceerd in de kassenteelt ter bestrijding van bladluizen. Inheemse Heersbeestjes inzetten was verboden (hoe stom kan wetgeving soms zijn).Daarna natuurlijk ontsnapt uit de kassen en nu dominerend met naar schatting 70 procent. Bestrijding ervan is geen optie. Dus maar accepteren van nieuwe natuur. Kreeg van Yvonne een mooie foto.

 

Veelkleurig Aziatisch Heersbeestje (Harmonia axyridis; foto Yvonne Commijs). Ook in Schollebos en Capelle worden inheemse Heersbeestjes verdrongen door deze invasieve exoot. Zoals de officiele Nederlandse naam: het kleurenuiterlijk van deze soort kent heel veel varianten.

 

 

 

Tijdens ons Schollebosrondje toch weer Eikenprocessierups geconstateerd. Het is mij niet bekend of gemeente ook in Schollebos de eiken behandeld heeft met het aanbrengen van Aaltjes (miniwormpjes die op deze rupsen parasiteren). Zoja, dan kennelijk niet op juiste tijdstip, of paar eiken vergeten te behandelen? Vergt nader onderzoek. Betreft volksgezondheidsaspect.

 

Oud nest van Eikenprocessierups (foto SNC-archief). Ook zulke verlaten nesten leveren problemen: de rupsen vervellen regelmatig en de restanten van de huiden bevatten nog steeds die vermaledijde stekelharen. 

 

 

 

 

Gemeente heeft ook besloten meer middelen ter beschikking te stellen voor beheer en onderhoud van het Schollebos, de grootste groene parel van Capelle (bijna 100 hectare!). Welkom!

Met de ooievaars langs ’s Gravenweg gaat het goed. Tenminste 2 jongen gezien, maar kan nog meer zijn.

Via bemiddeling heeft SNC een probleem opgelost voor het Pannenkoekenhuis in Schollebos. Grenst aan een breed water met een waterinlaat vanuit Ringvaart, dat echter al jarenlang was afgesloten. Resultaat was stagnatie doorstroming, ophoping drijfvuil en stankoverlast. Na bemiddeling met gemeente en hoogheemraadschap probleem opgelost. Gasten kunnen nu op terras lekker pannenkoeken eten of een drankje nemen zonder stank of zicht op zwerfvuil en “Corona-proof”.

Nou dat was het ff weer. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijbenen

Ik probeer zo veel mogelijk de actualiteit bij te houden over de natuur in en om Capelle. Ik moet daarbij vaak keuzes maken waarover te schrijven, want naast mijn eigen waarnemingen krijg ik ook veel meldingen van andere waarnemers. Soms probeer ik dat thematisch te doen (zie  bijv. vorige blog over Rozen), soms is het een ratjetoe en bijbenen. Dit keer bijbenen dus.

 

Zwarte Roodstaart (Phoenicurus ochruros; foto internet). Eric Stockx meldde een Zwarte Roodstaart langs de IJsseldijk ter hoogte van Capelle West. Die zit er al een paar jaar. Lid van de grote familie Lijsterachtigen (Turdidae). Een insecteneter. Elders in Europa in rotsachtige bergen en heuvelgebieden. In Nederland vooral op rommelige industriegebieden, erven, e.d. Bij deze een nieuwe broedvogel voor Capelle! Overwintert in Zuid-Europa en Noord-Afrika, soms ook in Nederland.

 

Plunderaars. Rob van Dorland fotografeerde een familie Grote Bonte Spechten die het bijenhotel op de vlindertuin aan het plunderen waren: een gedekt tafeltje met heerlijke larven van metselbijen. Om de bijen te beschermen moeten we op een of andere manier kippengaas ervoor spannen. Technici onder onder onze lezers zijn welkom voor suggesties.

 

 

Kroonroest (Puccinia coronata). Toepasselijke naam in deze Coronacrisis. Kroonroest is een ‘Roest’, een soort schimmel met een heel ingewikkelde voortplanting. Ook hier weer Eric die deze aantrof in Hitland op het blad van Sporkehout.

 

 

 

 

Gekroonde Ganzenbloem (Glebionis coronaria; foto internet). Nog een toepasselijke Coronanaam. Een tuinplant uit Zuid-Europa afkomstig. Weliswaar een exoot, maar niet invasief en niet schadelijk. Wel erg mooi! Samen met de vele Phanerea (zie vorige blog) bloeiend in zelfde plantsoen langs Capelseweg (ik heb ze echt niet zelf uitgezaaid!).

 

 

 

 

 

Slaapbol (Papaver somniferum; foto SNC). Ook langs de Capelseweg een miniatuur opiumveldje met meerdere exemplaren van deze Slaapbol. Onbekend of deze is uitgezaaid. Prachtige eenjarige plant. Ook Klaprozen horen tot het geslacht Papaver en die staan er ook. De zaden in de zaadbollen (Maanzaad) worden o.a. gebruikt bij broodgarnering en uit het plantensap kan opium worden gemaakt. “Somniferum” = slaapbrengend.

 

 

 

Luzernesierblindwants (Adelphocoris lineolatus; foto Yvonne Commijs). Een wants uit de familie Blindwantsen (Miridae). Wantsen hebben een Onvolledige Gedaantewisseling: uit de eitjes komen miniatuurwantsjes die een aantal vervellingen doormaken totdat ze volwassen zijn. Deze wants leeft van vlinderbloemige planten (Fabaceae) waaronder Luzerne, maar ook andere. Is algemeen. Yvonne maakte deze foto in de vlindertuin Schollebos en dit exemplaar zat niet op vlinderbloemensoort, maar op margriet. In vlindertuin wel Voederwikke  en Klaversoorten ruim aanwezig als vlinderbloemigen.

 

Op Spartaterrein Schollebos een zingende Braamsluiper (Sylvia curruca; foto internet). 2e Waarneming Capelle (eerder in ’s Gravenpark). Algemeen maar je ziet hem bijna nooit omdat die vertoeft in dicht struikgewas (o.a. bramen). Wel duidelijk herkenbare zang. Insecteneter (spitse snavel!). Overwintert in Afrika.

 

 

SNC heeft gemeente geadviseerd om nu de ruige gazons in het Schollebos te maaien en het maaisel af te voeren. De massale bloei van Fluitenkruid en Raapzaad is voorbij en woekeraars als Brandnetel en Kleefkruid nemen het over. Nu maaien en afvoeren geeft zomerbloeiers weer de ruimte, waaronder bijv. ook de Brede Wespenorchis. Niet of te laat maaien geeft deze soorten geen enkele kans. Gemeente krijgt nu voor 4 jaar provinciale subsidie voor een meer ecologisch maaibeheer, dus……

Langzaam aan heeft gemeente ingezet op bestrijding van invasieve plantensoorten. In ieder geval in Schollebos. Japanse Duizendknoop werd verwijderd (met afvoer) en Reuzenberenklauw werd her en der afgestoken. Over de bestrijding van Japanse Duizendknoop in de woonwijken heb ik tot nu toe niets meer vernomen, terwijl dit voor huiseigenaren erg belangrijk is. Er waren geruchten dat gemeente een proef wilde doen met electrocutering, maar zoals gezegd heb ik nog geen vervolg gezien. SNC is voornemens om met vrijwilligers de Reuzenbalsemien in het Schollebos voor haar rekening te nemen (verwijderen vóór de zaadvorming).

Het revitaliseren van de Vlindertuin in het Schollebos heeft vertraging opgelopen vanwege de Coronacrisis: wij konden niet met meer dan 2 vrijwilligers tegelijk aan het werk. Nu kan dit weer met in achtneming van die 1,5 meter, dus we plannen weer een datum. Wel leuk dat in een deel de mede ingezaaide Grote Ratelaar goed is aangeslagen: parasiteert op grassen (en dus ook op Riet!) en is een goede honingplant. Op dat deel dus ook geen gras en riet meer.

Grote Ratelaar (Rhinanthus angustifolius; foto Wikipedia). Een vertegenwoordiger van de Bremraapfamilie (Orobanchaceae), allemaal parasitaire soorten. Een aantal jaren geleden had gemeente die uitgezaaid langs een deel van de Rijckevorselweg om rietgroei tegen te gaan. Echter geen succes: alles bij maaien verdwenen. Beheer en uitvoering moeten beter op elkaar worden afgestemd, zonde van dit goede experiment dat ook geen vervolg heeft gekregen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rozengeur en….

De natuur is nooit saai, ook in Capelle niet. Eigenlijk is op elke vierkante meter bijna altijd wat te zien.

Het is nu bloeitijd voor diverse rozensoorten. In Schollebos veel aangeplant (vooral langs Spartaterrein). Bloeiende rozen trekken veel insecten aan die weer als voedsel voor veel vogels dienen. De vruchten (rozenbottels) zijn ook een welkome voedselbron voor diverse vogels (vooral Groenlingen zijn er gek op).

Egelantier (Rosa rubiginosa; foto SNC). Langs Spartaterrein veel aangeplant. Bloem en vrucht (rozenbottel) hebben een appelgeur. Speelde in de amoureuze middeleeuwse literatuur vaak een rol. Doet zijn naam eer aan: een elegante bloem!

 

 

 

 

 

 

 

 

Hondsroos (Rosa canina; foto SNC). Een inheemse soort, maar hier aangeplant. Ook deze langs Spartaterrein te bewonderen. De naam ontleent deze mooie roos aan de overlevering van de oude Grieken dat deze roos hondenbeten zou genezen.

 

 

 

 

 

 

 

Veelbloemige Roos (Rosa multiflora; foto SNC). Afkomstig uit Oost-Azie. Aangeplant en verwilderd in Schollebos.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bosroos (Rosa arvensis; foto SNC). In het wild alleen in Zuid Limburg en zeldzaam. Hier aangeplant.

 

 

 

 

 

 

 

 

Op de echte rozensoorten (geslacht Rosa) zien we soms Bedeguaargallen. Dat zijn woekeringen van de rozenplant als verdediging tegen de eitjes die de Rozenmosgalwesp (Diplolepis rosae) in de rozenplant heeft afgezet. De larven van die wespjes (het wespje zelf is slechts een paar mm groot) profiteren juist van dat afweerweefsel, want dat is hun voedsel! Ook deze gallen zijn elk jaar te vinden langs Spartaterrein.

 

 

Bedeguaargal (foto SNC).

 

 

 

 

 

 

 

 

Groenling (Carduelis chloris; foto Arianne Burgers). Een liefhebber van rozenbottelzaden in najaar. Een spaarzame broedvogel in Capelle (omgeving Volkstuinen Tot Nut en Genoegen, in Schollebos). Vroeger vingen kanariekwekers ze om te kruisen met kleurkanaries. Twee karakteristieke geluiden: een kanarie-achtige roller en een “chagrijnig” klinkend dzjieeee. Hele jaar aanwezig (Standvogel).

Verder is rozenbotteljam en rozenbottelthee een zeer goede vitamine-C leverancier. Maar laat de bottels liever staan voor de vogels….

 

 

 

 

Beschuit met muisjes en een bedankje.

De ooievaars langs de ’s Gravenweg hebben weer jongen, tenminste één. Die had nog moeite om met zijn koppie boven de nestrand uit te komen om te bedelen om voedsel. Pa en ma lossen elkaar steeds af: de een blijft op het nest, de ander gaat op voedseljacht.  Als die dan met prooi weer terugkomt volgt een welkomstbegroeting van snavelgeklepper, aandoenlijk om te zien.

Ben Pleij maakte deze foto vandaag net op het moment dat een kuiken zijn koppie oprichtte. De ooievaar (Ciconia ciconia) was oorspronkelijk een echte trekvogel die overwintert in Afrika. Onze Nederlandse ooievaars blijven echter steeds vaker ook hier overwinteren, ook onze Capelse ooievaars. Is derde jaar met jongen.

 

Al zeker 1 week was er in de struiken langs het Spartaterrein een drukte van belang van Staartmeesjes. Vast een nest met jonkies, maar ik kon geen nest vinden. Tot ik gisteren een paar jonge staartmeesjes 1 meter voor mijn neus zag. En Ben Pleij zag ze ook en maakte er fraaie foto’s van.

Staartmees (Aegithalos caudatus; foto Ben Pleij). De staartmees is geen echte mezensoort, maar vormt een aparte familie (Staartmezen, Aegithalidae). De tekening aan de kop, een brede oogstreep, is bij volwassen vogels zwart, bij jonge vogels zoals hier nog grijzig. Het zijn semi-sociale vogeltjes die vaak met meerdere paartjes bij elkaar in de buurt broeden. Als een broedsel mislukt gaan de weesouders soms andere mezenpaartjes helpen met het grootbrengen van hun kroost. Het is een standvogel (blijft hele jaar hier). Vooral ’s winters verliezen ze hun schuwheid bijna helemaal en kan je ze vaak van 1-2 meter afstand aan de vetbollen zien hangen, meestal in familiale groepjes. 

Uiteraard waren al weken jonge eendjes en ganzen te zien. Vorige week zag ik voor mij de eerste jonge meerkoetjes.

Meerkoet (Fulica atra; foto SNC-archief). Een zeer territoriale rallensoort: mogelijke concurrerende soortgenoten worden in felle gevechten verjaagd, maar ook andere watervogels worden aangevallen. Alleen ’s winters verdragen ze elkaar en zie je ze vaak in groepen, zeker als er ijs ligt.

We zien nu ook steeds meer insectensoorten, waaronder libellen- en keversoorten. Rob van Dorland maakte de volgende fraaie libellenfoto’s:

Vroege Glazenmaker (Aeshna isosceles, man; foto Rob van Dorland). Glazenmakers (familie Aeshnidae) zijn de grootste libellensoorten en ware vliegkunstenaars. In een fractie van een seconde wenden ze voor- of (!) achteruit, opzij, naar boven of beneden op jacht naar andere insecten, want het zijn echte roofinsecten (“wolven in de lucht”). De Vroege Glazenmaker is in Nederland vrij zeldzaam, maar wordt in Schollebos elk jaar wel gezien.

Blauwe Glazenmaker (Aeshna cyanea, man, foto SNC-archief). Rob had ook een foto hiervan, maar deze is wat gedetailleerder. Is algemeen, maar heeft een groot territorium waardoor je ze toch weer niet zo vaak ziet (mannetjes verdrijven andere mannetjes uit hun territorium) en vaak ook “ver”van water.

 

 

 

Gewone Oeverlibel (Orthetrum cancellatum, vrouw; foto Rob van Dorland). Behoort tot de familie der Korenbouten (libellulidae), kleiner dan Glazenmakers. Gewone Oeverlibel is heel algemeen. Mannetje heeft een donker borststuk en blauwberijpt achterlijf.

 

 

 

Donker Soldaatje (Cantharis fusca; foto Rob van Dorland). Andere namen voor dit kevertje zijn Zwartpootsoldaatje en Gewone Weekschildkever. Is heel algemeen. Soldaatjes (superfamilie Cantharidae = Weekschildkevers) zijn een grote groep. Determinatie is niet altijd makkelijk. Vaak te zien op schermbloemigen zoals Fluitenkruid. Larve leeft op de grond en eet slakken en insecten, volwassene (Imago) insecten en plantendelen, nectar en stuifmeel. In Schollebos langs bosranden

Phacelea tanacetifolia (foto SNC-archief). Een exoot uit Noord Amerika, hier gebruikt voor groenbemesting (stikstofopslag in bodem) en hier en daar verwilderd. Vorig jaar ontdekt in Schollebos, nu naast de vuilniscontainers Capelseweg diverse exemplaren. Ook bekend als Bijenbrood: het is een echte bijen- en hommelplant, behorend tot de familie der Ruwbladigen (Boraginaceae). 

 

Tot slot een bedankje voor al die Capelse waarnemers, sterk betrokken bij onze Capelse natuur, die mij voorzien van hun waarnemingen en foto’s.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Leuke waarnemingen

 Er zijn veel leuke waarnemingen in Capelle en omgeving. Teveel voor 1 blog. Een selectie:

Braamsluiper (Sylvia curruca; foto Vogeldagboek.nl). Door Eric Stockx ontdekt in ’s Gravenpark. Ook weer zo’n stiekem vogeltje dat je bijna nooit ziet vanwege zijn verborgen leefwijze in dicht struikgewas. Zijn zang is echter heel herkenbaar (zie Vogeldagboek.nl/geluidenboek). Zelf nog nooit eerder gezien of gehoord en – ook al niet zeldzaam – voor zover ik weet de eerste officiele waarneming in Capelle. Zomerbroedvogel, overwintert in Afrika en Midden-Oosten.

 

Rob van Dorland ontdekte een uitgezwermde honingbijenzwerm langs rand Schollebos.

Europese Honingbij (Apis mellifera; foto’s Rob van Dorland). Honingbijen zwermen vanuit bestaande kolonie uit met koningin en volgers. In voorjaar meestal omdat de bestaande kolonie te groot wordt, maar er zijn nog meer redenen voor deze intelligente beestjes om te gaan zwermen. De levenscyclus van honingbijen is ingewikkeld. Belangrijke bestuivers van groenten en fruit.Bedreigd door gebruik van insecticiden en parasieten. Een door ons ingeschakelde Capelse Imker (Jan Toet) heeft de zwerm afgevangen.

De afgevangen zwerm krijgt een gratis nieuw tehuis bij de imker in een van zijn kasten en kunnen daarna onze bloemen en gewassen blijven bestuiven. In Capelle bijenkasten in Volkstuinen Tot Nut en Genoegen (langs Bermweg/Schollebos en in Heemtuin ’s Gravenweg (tegenover Kinderboerderij Klaverweide). Leerzaam!

 

Voor meer info over dit bezige bijtje: imkersnederland.nl

 

De eerste libellen zijn inmiddels ook weer te zien. Voornamelijk juffertjessoorten.

Vuurjuffer (Pyrrhosoma nymphula; foto Rob van Dorland). Een van de vroegst vliegende libellen. Heel algemeen ook in tuinvijvers.  

 

 

 

 

 

Variabele Waterjuffer (Coenagrion pulchellum; foto Rob van Dorland). Ook algemeen.

 

 

 

 

 

 

Groene Kikker” (Pelophylax-soort; foto Ben Pley). Afgelopen dagen een kabaal aan kwakende Groene Kikkers in Schollebos-westrand. Men onderscheidt De Meerkikker (P. ridibundus), de Poelkikker (P. lessonae) en de Bastaardkikker een kruising tussen deze twee. Zijn heel moeilijk uit elkaar te houden. Belangrijkste verschil is de kleur van de kwaakblazen: die van de Meerkikker zijn donkergrijs tot zwartig, die van de Poelkikker wit, alleen die bastaard: kan alle kanten op. Groene kikkers zijn sterk watergebonden. De Bruine Kikker vaker op de oever te vinden (als je daar langs loopt springen ze de sloot in) en kwaken niet.

De Aronskelken in Schollebos staan mooi in bloei.

Italiaanse Aronskelk (Arum italicum; foto Rob van Dorland). Een ’Stinsenplant’ De bloeikolf is geel. Ook de Gevlekte Aronskelk (Arum maculatum) komt als Stinsenplant in Schollebos voor, de bloeikolf is donkergrijs. Beide soorten door SNC uitgeplant.

 

 

 

In Hitland ook weer mooie waarnemingen, zoals Rietgors, Spotvogel, Roodborsttapuit en Purperreiger.

Purperreiger (Ardea purpurea; foto Peter Troost). Al een paar dagen aanwezig in Hitland. In Nederland schaarse broedvogel in rietvelden. Overwintert in Zuid-Europa en Afrika.