Zegt het voort!

blog archief

Een rustig nazomerweekje

Nazomer/Begin herfst. Na veel nattigheid gelukkig weer wat zonnige dagen waar niet alleen u en ik, maar ook veel dieren van genieten. Geen spectaculaire waarnemingen, maar de echte natuurliefhebber let ook op het alledaagse.

Kokmeeuwen hebben hun zomerse bruine kap verruild voor het wintervlekje achter de ogen. Visdief, Koekoek, Huis- en Gierzwaluw zijn al verdwenen naar Afrika. Gaaien zijn druk bezig om wintervoorraden van eikels aan te leggen. Roodborstjes (mannetjes en vrouwtjes!) beginnen weer te zingen om hun wintervoedselterritoria vast te stellen: het zijn vooral skandinavische roodborstjes die hier overwinteren, onze eigen roodborstjes trekken grotendeels zuidwaarts.  Vlaamse Gaaien zijn druk in de weer om eikels te verstoppen als wintervoorraad. Spreeuwen verzamelen zich in groepen en zijn vaak massaal te zien op electriciteitsdraden langs snelwegen voordat ze besluiten te vertrekken (onze spreeuwen overwinteren grotendeels in zuidwest Engeland: bijna subtropisch klimaat!). Boombladeren beginnen te verkleuren doordat het bladgroen afsterft en andere kleurpigmenten zichtbaar worden. Na het natte weer komen de paddenstoelen nu “als paddenstoelen de grond uit”.

Gewone Glimmerinktzwam (Coprinus micaceus; foto SNC). Nu veel in grote groepen te zien op dode stammen en stronken. Er zijn vele soorten inktzwammen, ook kleine soorten als deze. Kenmerkend is dat de hoedjes van jonge(re) exemplaren bedekt zijn met nauwelijks met blote oog waarneembare “glittertjes” (restanten van het Velum, een soort bedekkend vlies).

 

 

 

 

 

Op de zonnige nazomerdagen zien we op beschutte en zonnige plekken nog veel vlinders en libellen. Op het voetpaadje langs Sparta waren nog tientallen Bonte Zandoogjes  en Grote Koolwitjes te zien. Ook de volgende libellensoorten:

Paardenbijter, man (Aeshna mixta; foto SNC). Algemeen en behoort tot de familie Glazenmakers (Aeshnidae), onderorde Echte Libellen (Anisoptera), de grootste libellen, maar binnen deze familie een kleinere soort (ruim 6 cm). Een ‘late’ libellensoort (top vliegtijd augustus-september, maar ook nog ruim in oktober). Net als andere libellen echte rovers die jagen op andere vliegende insecten. Zetten hun eitjes af in allerlei wateren en sterven in late najaar. De larven zijn ook echte rovers en vertoeven wel 2 jaar onder water. Let op de grote ogen: die raken elkaar!

 

 

 

 

Houtpantserjuffer (Lestes viridis; foto SNC). Een algemene en gemakkelijk benaderbare juffersoort behorend tot de familie Pantserjuffers (Lestidae), onderorde Juffers (Zygoptera). Je kunt ze heel vaak in het zonnetje zien ‘hangen’ aan een blad langs bospaden. Mooie kopergroene glanskleur en in rust de vleugeltjes schuin afstaand van het lichaam. Kleine rovertjes en de enige libellensoort die zijn eitjes niet in water afzet, maar in boomschors van bomen langs oevers. Vliegtijd juli-oktober.

 

 

 

 

 

Bloedrode Heidelibel, man (Sympetrum sanguineum; foto SNC). Algemeen, maar het mannetje is werkelijk ‘bloedmooi’! Behoort tot de familie Korenbouten (Libellulidae), onderorde Echte Libellen (Anisoptera). In Capelle niet zo vaak gezien. Dit is een wat oudere foto (in Schollebos).

 

 

 

 

 

 

Op de “IJsvogelvijver” in Schollebos hebben zich zo’n 50-60 Krakeenden verzameld. Na de rui beginnen de mannetjes hun prachtkleed te krijgen en verwoed achter de vrouwtjes te jagen om een partner voor het volgend voorjaar veilig te stellen. De mannetjes maken een soort “krak-geluid” (waarnaar de soort vernoemd is; een stijlfiguur: Onomatope), de vrouwtjes maken een piepgeluid.

Krakeend, man (Anas strepera). Gitzwart kontje, donkergrijs snaveltje en prachtig fijn gemarmerde tekening. Beide sexes hebben een opvallende witte vleugelspiegel (een groepje witte veren in de vleugel; bij de gewone Wilde Eeend een blauwe vleugelspiegel). Broedt sinds enkele jaren in Schollebos, maar maakt ook in stedelijk gebied steeds meer furore als broedvogel. Een juweel in eenvoud!

 

 

 

 

Wijngaardslak (Helix pomatia; foto SNC). Er resteert gelukkig nog een heel kleine populatie Wijngaardslakken in het Schollebos (het grootste deel is destijds verdwenen door rooien van bomen met hun wortelgestel in de winter; wijngaaardslakken overwinteren ondergronds tussen wortels!). Afgelopen week vond ik er nog 2 in een struik vlak bij elkaar.. en zoals ik eerder schreef: 2 bij elkaar altijd goed (hermafrodiet). Wettelijk beschermd, gekweekt in Frankrijk als delicatesse (Escargots). Heb het 30 jaar geleden ooit 1x geproefd|: een taaie gombal waarbij de smaak vooral werd bepaald door de knoflooksaus… Slakkenhuis is 4-5 cm (!) , de slak zelf wordt buiten zijn huis tot 12 cm lang en is daarmee de grootste huisjeslandslak in Europa.

Ettelijke maanden geleden een item op televisie over de kweek van Wijngaardslakken. Leuk weetje: per uur kunnen ze zo’n 7 meter afleggen!

 

 

 

 

 

 

 

 

Morgen (inmiddels vandaag) belangrijk overleg met wethouder Jean-Paul Meuldijk (maaibeleid, invasieve exotenbeleid, e.a.). U hoort van ons.

Nudisten

Met het natte weer van de laatste tijd verschijnen er veel naaktslakken. Een zeer algemene soort is de Gewone Wegslak (ook wel Rode of Grote Wegslak genoemd).

Gewone Wegslak (Arion rufus; foto SNC). Na regen is deze soms massaal te zien op de asfaltpaden in het Schollebos. 

Zoals de naam “Naaktslak” aangeeft, hebben naaktslakken geen slakkenhuis. Ze zijn daarom erg kwetsbaar bij droogte en vorst. Onder het Mantelschild (de verdikking achter de kop) zit echter nog een rudimentair overblijfsel van een slakkenhuisje in de vorm van een klein kalkschijfje.

Op deze foto zijn de 2 grote oogsprieten en de 2 kleine tastsprieten goed te zien. De organen zitten in de voorste helft, de achterste helft is de ‘Voet’ waarmee hij zich voortbeweegt. Leeft van planten en laat slijmsporen achter. Grootste vijand van naaktslakken is de egel, dus verwelkom de egel in uw tuin door uw tuin toegankelijk te maken (geen schuttingen maar heggen!).

 

 

Van Franklin Lemmob ontving ik een foto van een wel heel fraaie naaktslak: 

Grote Aardslak = Tijgerslak (Limus maximus; foto Franklin Lemmob). Zoals de naam (“Grote” en “maximus”) aangeeft, is dit de grootste naaktslaksoort in Europa. Hij kan tot 15-20 cm lang worden. Prachtig getekend en voornamelijk nachtdier. Is een echte alleseter (“Omnivoor”): vooral paddenstoelen en planten, maar ook aas en zelfs soortgenoten (Kannibalisme) en volgens de literatuur kattenbrokjes. De anatomie komt overeen met die van de Gewone Wegslak en andere naaktslakken.

 

 

Alle slakkensoorten (ook de huisjesslakken dus) zijn tweeslachtig (=hermafrodiet): elke slak heeft zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtorganen. Wel zo makkelijk: elke soortgenoot is geschikt om te paren, alleen wel even uitmaken wie als eerste de mannelijke of vrouwelijke rol neemt; zo blijft er toch nog iets over om te veroveren…

Langs de ’s Gravenweg

In weekeind langs de ’s Gravenweg gefietst. Het paartje ooievaars zat weer op het nest waarop het deze zomer 3 jongen met succes heeft groot gebracht. Pa en moe waren druk bezig zichzelf en elkaar te poetsen. Het mag niet natuurlijk (menselijke emoties toekennen aan dieren), maar toch voelde het bij mij aan alsof ze tevreden waren met hun resultaat. Het steeds terugkeren op hun nest duidt erop dat we waarschijnlijk volgend jaar weer van ze kunnen genieten. Het is de vraag of dit paartje hier zal overwinteren of dat ze wegtrekken naar Afrika om volgend jaar weer terug te keren. Hoewel oorspronkelijk een echte trekvogel, overwinteren steeds meer ooievaars in Nederland.

Als ze besluiten om in Afrika te gaan overwinteren vertrekken ze niet samen tegelijk maar apart. De Nederlandse ooievaars vliegen dan net als meeste  andere Europese soortgenoten in het najaar naar de Cota Donana, het wereldberoemde vogelreservaat vlak bij Gibraltar. Daar verzamelen zij zich met vele duizenden om dan opeens massaal de Middellandse Zee over te steken. Ook op de terugweg naar Europa vliegen pa en moe onafhankelijk van elkaar. Uiteindelijk komen ze samen weer terug op hun oude nest, de een wat eerder dan de ander. Het weerzien van de partners gaat gepaard met veel geklepper. Zij lijken elk jaar nog steeds verliefd….. Niet voor niets staat de ooievaar bekend als geluksbrenger!

Vorige week waren mijn vrouw en ik 3 dagen in de Ooijpolder. In een boekje van IVN (Wandelroute Bisonplas) las ik de herkomst van de naam ‘Ooievaar’: “Ooy” = Uiterwaard en “Vaar” = Gaan, dus hij die door de uiterwaarden gaat. Of dit de juiste verklaring is, weet ik niet maar zou goed kunnen.

Daarna naar de Heemtuin (pal tegenover Kinderboerderij Klaverweide), want ik had gehoord dat de Inktviszwammen er weer in volle glorie stonden, zeer zeldzaam (zelfs vanuit buitenland komen er mensen om ze te fotograferen!). 

Inktviszwam (Clathrus archeri). Een Australische soort die hier terecht is gekomen (via sporen in schoenzolen of straalstroom?). Spectaculaire paddenstoel met alien-achtige vorm en kleur. Net als alle andere paddenstoelen is het de “Vrucht” van een schimmeldradennetwerk; begint met de vorming van een bol (“Duivels-ei”). Ze zijn nu nog steeds te bewonderen.

Gestreept Nestzwammetje (Cyathus striatus). Ook dit prachtig en tot de verbeelding sprekend zwammetje is in de Heemtuin te bewonderen (wel goed zoeken!). Is algemeen, maar voor mij tot nu toe de enige plaats waar ik deze gezien heb. Het “nestje” (het zwammetje) heeft een doorsnee van 6-8 mm. De “eitjes” in het “nestje” zijn sporenpakketjes van 1-2 mm doorsnee. Door regendruppels geraakt, schieten deze sporenpakketjes hun sporen weg.

 

 

 

 

Tijdens mijn bezoek aan de Heemtuin viel me wel op dat de benaming “Heemtuin” nou niet echt recht doet aan een echte heemtuin. Er staan veel cultivars (commerciele tuinplanten) maar ook hier de Reuzenbalsemien als invasieve exoot. Verder relatief grote oppervlaktes met zeer eenzijdige vegetatie van Klimop en Gele Gevlekte Dovenetel. Echt veel streekeigen flora zag ik helaas niet. Voor verbetering vatbaar als je het een Heemtuin wilt blijven noemen??

Reuzenbalsemien (Impatiens glandulifera). Oorspronkelijk uit Himalaya. Prachtige bloemen, goede nectarbron voor insecten (hommels!!), maar helaas zo dominant, dat als je ze niet goed bestrijdt, ze alles overwoekeren! Sinds kort een EU-richtlijn om deze soort te bestrijden! Nog (!) niet dominant aanwezig in heemtuin, maar in hemelsnaam: weghalen!

 

 

 

 

 

 

Grote oppervlaktes bedekt met klimop (Hedera helix) en Bonte Gele Dovenetel (Lamiastrum galeobdolon argentatum). Geen ruimte voor andere interessante inheemse streekflora….

 

 

 

 

 

 

 

Op de terugweg deze Zwavelzwammen (Laetiporus sulphureus) op een Knotwilg. Algemeen op stammen en stronken van levende loofbomen (eik, wilg, Robinia, kers).

 

 

 

 

 

 

 

Yvonne Commijs maakte recent in de heemtuin nog deze prachtige foto van 2 Icarusblauwtjes (Polyommatus Icarus)

 

 

 

 

 

 

 

Oude bekende en Bessen

Ben even weggeweest. Gewandeld in het Goois Natuurreservaat. Een prachtig gebied, maar voor een deel veel last van geluid van dichtbij gelegen snelweg. Heel veel paddenstoelen en dit dier wil ik toch even  noemen ook al is het geen soort die we ooit in Capelle zullen aantreffen: de Hazelworm, voor mij een oude bekende.

Hazelworm (Anguis fragilis). Lag roerloos midden op het zandige pad. Ik kon foto’s maken tot op 15 cm afstand. Dacht eerst “leeft die wel?

Het is geen slang, maar een pootloze hagedis! Kan tot een halve meter lang worden zoals dit exemplaar. De staart is langer dan zijn totale lichaam en wordt snel afgestoten bij verstoring (groeit daarna wel weer aan, maar korter. “De latijnse naam Anguis = Slang, fragilis= breekbaar). Komt voor op diluviale zandgronden. Eet vooral naaktslakken, maar ook wormen en insecten. Toen ik hem wilde aanraken ging ie moeizaam kronkelend ervandoor (het is geen snelle beweger) en liet ik hem maar met rust: zijn staart wilde ik hem niet afnemen. Echt een “Wow-moment”!

 

 

Landkaartje (Araschnia levana; foto Martin den Boer). Afgelopen middag ontdekte Martin een heel fraai vlindertje in het Schollebos, terwijl we met elkaar aan het praten waren over zijn hond Boris die plotseling lichte verlammingsverschijnselen had gekregen. Hij maakte voor mij deze foto. Het is het Landkaartje, een vrij kleine dagvlinder die ik niet direct herkende. Moest mijn vlinderboek aan te pas komen dus. Achteraf had ik al een melding in juli dit jaar, maar nu zag ik hem dus met eigen ogen, een beauty! Komt in heel Nederland voor. Waardplanten (waar ze hun eitjes op afzetten) zijn Grote en Kleine Brandnetel.

 

 

 

 

 

 

 

Overal nu heel veel bessen te bewonderen. Volgende foto’s alle in Schollebos (o.a. vooral langs Spartasportvelden): enkele voorbeelden:

Canadese Kornoelje (Cornus sericea). Tuinstruik uit N.Amerika en Siberie. ’s Zomers groene takken, ’s Winters rode takken. Aangeplant, maar ook verwilderd en inmiddels een “ingeburgerde” struik. Vooral ’s winters met sneeuw heel fotogeniek.

 

 

 

 

 

 


Gelderse Roos (Viburnum opulus). Inheemse struik maar aangeplant. Veel langs wandelpad Spartaterrein.

 

 

 

 

 

 

 

 


Wilde Liguster (Ligustrum vulgare)

Aangeplante struik, maar ook inheems. Waardplant van Ligusterpijlstaartvlinder.

 

 

 

 

 

 

 


Lijsterbes (Sorbus aucuparia). Welbekende boom met oranjerode bessen die – zoals de naam al zegt – een geliefd kostje zijn voor lijstersoorten (hier Zanglijster, Merel). Aangeplant, maar ook wild-inheems. Behoort tot de Rozenfamilie.

 

 

 

 

 

 


Eenstijlige Meidoorn (Crataegus monogyna). In Schollebos aangeplant, maar is inheemse soort. Uitgegroeid tot boomachtige struiken. Bessen zeer geliefd bij bes-etende vogels. In de bloei heerlijk geurende bloesem. Ook lid van de Rozenfamilie.

 

 

 

 

 

 

Sleedoorn (Prunus spinosa). Een aangeplante struik langs Sparta-sportvelden, maar ook inheems en behorend tot de Rozenfamilie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewone Vlier (Sambuccus nigra). Een struik in Schollebos die zich op enkele plaatsen sterk heeft uitgebreid door kappen van Abelen en verkeerde snoei van Hazelaars. . Vlierbloesemthee, vlierbessenwijn, vlierbessenjam. Maar vogels zijn ook dol op de bessen, vooral als ze overrijp zijn: door gisting ontstaat alcohol! Heb in Dordtse Biesbosch ooit honderden dronken spreeuwen gezien die echt van hun stokkie vielen!

 

 

 

 

 

Het wandelpad langs Sparta-terrein. Hier ook vaak de Groene Specht te zien en soms een Haas.

 

 

 

 

 

 

 

Nieuwe soort Slijmzwam

In Schollebos zijn door SNC zo’n 350 schimmelsoorten aangetroffen (Paddenstoelen, Zwammen, Schimmels). Slijmzwammen (Myxomyceten) worden in de Mycologie (schimmel-leer) niet als een schimmelsoort beschouwd, maar wel in het vakgebied “meegenomen”. Weliswaar produceren ze net als schimmels Sporen om zich voort te planten, maar hun fysiologie is zo afwijkend dat ze een eigen groep vormen. In een recente blog hebben we kennis gemaakt met 2 soorten in het Schollebos (Heksenboter en Blote Billetjeszwam). Nu is er voor Capelle weer een nieuwe soort ontdekt.

 

Groot Kalkschuim ( Mucilago crustacea).

Ik ontdekte deze langs het wandelpad van het Sparta-sportterrein, maar wist niet wat het was. Een witte massa die opkroop tegen de stengels van nieuw opkomende Kruldistel (na het maaien). Heb Anneke (onze penningmeester en zeer ervaren mycologe) gevraagd om te kijken.

Het Groot Kalkschuim is een opvallende slijmzwam die zich hecht aan levende plantendelen. In het Schollebos is hij gevonden op Kruldistel. Het tot 7 cm grote vruchtlichaam ziet er eerst uit als een klodder slijmige rijstkorrels, wit tot iets okerkleurig. Na rijping bestaat de buitenwand uit kalkkristallen en binnenin zitten donkerbruine sporen. Deze soort heeft een wereldwijde verspreiding. In ons land is hij matig algemeen. De slijmzwam is geen parasiet (tast de plant waarop die groeit niet aan). Met dank aan Anneke voor de determinatie. Niet aaibaar (slijmig, schimmelig), dus waarschijnlijk weinig “Likes” voor deze blog, maar voor mij weer een boost om steeds te blijven opletten op wat je tegenkomt in je naaste omgeving. Het is en blijft boeiend!

Nog meer Pijlstaarten, maar ook ‘Vleren’

Na mijn laatste 2 blogs over pijlstaartvlinders (Kolibrievlinder en Groot Avondrood) weer nieuwe meldingen van pijlstaarten. Duurde even voordat ik er over kon schrijven, maar er is een probleem met het programma om te bloggen. Is niet helemaal opgelost, maar via een omweg lukt het nu gelukkig toch gedeeltelijk. Vooruit dus maar op risico van commentaar van slechte lay-out….


Aad van Weel stuurde mij deze foto van de rups van de Ligusterpijlstaartvlinder (Sphinx ligustri), aangetroffen in liguster zuidrand Schollebos (omgeving Bermweg). Een schitterende dikke, vette en mooi getekende rups. Altijd zoete herinneringen als kind: ik verzamelde enkele exemplaren en deed die in een grote weckpot met dagelijks verse takjes liguster. Overwintert als pop ondergronds. Een feest om na maanden te zien hoe zij als vlinder uit de pop kruipen. Heb tientallen jaren gezocht in heel veel ligusterhagen, maar nooit meer gezien en nu komt Aad met deze foto! Geweldig! Het is een echte nachtvlinder van groot formaat (met gespreide vleugels zeker 8 cm breed).Waardplant voor de rups is dus vooral Liguster, maar ook Sering.

 

 

 

 

 

 

Afgelopen dinsdagavond was onze jaarlijkse vleermuizenexcursie. Georganiseerd door SNC en geleid door vleermuisdeskundige Peter van Dalen. Na de wolkbreuk ’s middags werd het gelukkig droog zodat de excursie door kon gaan (vleermuizen, of ook wel “Vleren” genoemd, jagen en navigeren met sonar; regen verstoort hun waarneming, alsof ze alleen maar een muur van water “zien”). In tegenstelling tot alle andere excursies van SNC is bij de jaarlijkse Vleermuisexcursie een ‘stop’ ingesteld bij 25 deelnemers. Ook nu weer een veelvoud van aanmeldingen, zodat we helaas veel mensen moesten teleurstellen. Ik hoop maar dat deze daar begrip voor kunnen brengen: de allereerste keer dat wij zo’n 10 jaar geleden een vleermuizenexcursie organiseerden, liepen we met bijna 80 deelnemers rond en dat werkt dus echt niet: meer dan de helft krijgt tekst en uitleg niet mee… Meerdere vleermuisexcursies per seizoen in Schollebos zijn voorlopig niet haalbaar omdat we afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van onze deskundige.

Na een welkomstwoord en een introductie over vleermuizen door Peter gingen we op pad. Het aantal gespotte vleren viel wat tegen, maar 4 soorten zijn toch waargenomen: Gewone Dwergvleermuis, Laatvlieger, Watervleermuis en heel even de Ross Vleermuis.
Voor mensen die dit jaar nog willen deelnemen aan ’n vleermuizenexcursie in de omgeving: zie Vleermuis.net

 

 

 

 

 

En nog meer nieuwe soorten!

Allereerst: “Nieuwe soorten” betekent soorten die – voorzover ik weet -nog niet eerder zijn vastgesteld in Capelle. Als U bijzondere soorten hebt waargenomen: laat het mij weten!

Afgelopen woensdag: onze tuinman (tja, fysiek kan ik mijn grote tuin niet meer aan helaas) ontdekte in onze vijver op het Waterdrieblad rupsen van de vlinder Groot Avondrood. Dat was ff kicken! Al meer dan 20 jaar geen pijlstaartrupsen meer gezien en nu zomaar in mijn achtertuin! Pijlstaartvlinders (familie Sphingidae) zijn een aparte groep Nachtvlinders waarvan er in Nederland zo’n 18 soorten zijn waargenomen (wereldwijd wel 1000 soorten, meeste in de tropen). De grote rupsen (de meeste zo’n pinkgroot en -dik) hebben alle een – meestal gekromde – stekel op het achterlijf (“Pijl”). Net als de volwassen vlinder is ook de rups van Groot Avondrood alleen ’s nachts actief. Overdags trekt hij de voorste smalle kopsegmenten in, waardoor de kop een slangachtig uiterlijk krijgt, wat versterkt wordt door de oogtekeningen vlak achter de kop. Als hij die voorste smalle segmenten (zijn kop dus) uitstulpt, dan ziet dat eruit als een slurfje, vandaar zijn 2e naam “Olifantsvlinder”. (Overigens: de in vorige blog genoemde Kolibrievlinder is ook een Pijlstaartvlindersoort).

De vlinder Groot Avondrood doet zijn naam eer aan, niet alleen qua grootte, maar vooral door zijn werkelijk fenomenale kleuren. Met zijn lange rol-zuigtong snoept hij van nectarbloemen zoals Kamperfoelie (dat ik dus ook in mijn tuin heb staan). De vlinder heeft meerdere waardplanten waar rupsen van leven, zoals Wederik- (Epilobium) en Walstrosoorten (Galium), maar dus ook Waterdrieblad.

Groot Avondrood (foto internet; klik op foto voor totaal beeld).

De vlinder kent maar 1 generatie (1x voortplanting per jaar) en overwintert als pop op de grond tussen bladafval e.d. (laat afgevallen blad in winter in uw tuin liggen; niet alleen voor deze soort, maar voor nog veel meer diertjes, waar vogels weer van kunnen eten!!).

 

 

 

Waterdrieblad (Menyanthes trifoliata). Een inheemse moeras-/waterplant met prachtige bloemen. Samen met de Watergentiaan in Nederland  de enige 2 vertegenwoordigers van de Watergentiaanfamilie (Menyanthaceae). Bloeit in mei-juni en soms nog een 2e keer in najaar. Een beschermde soort, ook al wordt ie ook gekweekt en verhandeld. Vorig jaar door SNC uitgeplant in vijvertjes en singels westrand Schollebos.

 

 

 

Engelse Alant (Inula Britannica). Een inheemse plant, vrij algemeen in rivierengebied, maar verder zeldzaam tot zeer zeldzaam. Door SNC uitgeplant in westelijk deel Schollebos en goed aangeslagen. Behoort tot de grote familie der Samengesteldbloemigen (Compositae, tegenwoordig Asteraceae genoemd).

 

 

 

 

Kleverige Ogentroost (Parentucellia viscosa). Zeldzaam en waarschijnlijk ingezaaid met zaadmengsel door gemeente. Op voorhand ge-excuseerd, want Anton – onze wandelende encyclopedie qua flora – had deze gecategoriseerd als Stijve Ogentroost = Euphrasia stricta; moet dit nog even uitvechten met hem, maar hoe dan ook is het een nieuwe soort en behorend tot de Bremraapfamilie (Orobanchaceae). Deze soorten zijn alle (half-)parasieten en onttrekken hun voedsel deels aan andere planten. Een verwante soort is de Grote Ratelaar ( Rhinanthus angustifolius) die door gemeente o.a. is uitgezaaid langs zuidkant van Rijckevorselweg om gras en riet daarmee kort te houden.

 

Tot slot nog enkele waarnemingen van afgelopen dagen:

  • Boomvalk jagend boven west-rand Schollebos
  • Buizerd: in mijn achtertuin in Lindeboom
  • Groene Specht: 2 Groene Spechten op Spartaterrein Schollebos samen foeragerend (stelletje? 2 Jongen?).
  • Grote Zilverreiger in Hitland
  • Veel Kieviten langs IJssel bij eb ter hoogte van Hitland.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zeldzame Vlinder? Let op de kleintjes.

Jan van Wensveen spotte in zijn tuin (grenzend aan Schollebos) zeer waarschijnlijk de zeldzame Keizersmantel (Argynnis paphia). In Nederland tegenwoordig alleen als zeldzame zwerver aangetroffen (De Nieuwe Vlindergids, Tom Tolman, Richard Lewington. Tirion Uitgevers BV 2010). Wel – vliegend- moeilijk te onderscheiden van enkele Parelmoervlindersoorten. Waardplanten (waar rupsen van leven) diverse viooltjessoorten (in Schollebos op sommige plaatsen Maarts Viooltje en Bosviooltje ruim aanwezig). De vlinder kent maar 1 generatie (plant zich maar 1x in het jaar voort). Als rups overwinterend in boomschors. Er zouden nu meerdere waarnemingen zijn in Nederland.

 

 

Ook – met 100% zekerheid – een Kolibrievlinder in zijn tuin. Die is heel eenvoudig te herkennen: als een kolibrie vliegend voedt die zich met nectar met zijn lange roltong. Het is een zogenaamde Dag-actieve Nachtvlinder behorend tot de Pijlstaartfamilie (Sphingidae). Het is een ‘Trekvlinder’ die ’s zomers vanuit Zuid-Europa ook naar het noorden trekt. Waardplanten zijn Walstrosoorten (Galium). In Schollebos is Kleefkruid (Galium aparine) een woekeraar; daarnaast is ook Glad Walstro ( Galium mollugo) aanwezig.

Kolibrievlinder (Macroglossum stellatarum). De rups heeft net als alle andere Pijlstaartsoorten een doornachtige stekel (“Pijl”) achter op het uiteinde. Niet echt zeldzaam en vaak ook in (bloemrijke!!)  tuinen waargenomen (ook ik een enkele keer). Met klimaatopwarming wellicht een permanente soort?

 

 

 

 

Blote Billen in Schollebos

Bij onze recente zomeravondexcursie troffen we op een dode boomstronk een zogenaamde Slijmzwam aan. Slijmzwammen (Myxomyceten, Dictyostelida)) zijn boeiende organismes. Ze horen eigenlijk nergens bij: het zijn geen dieren, geen planten en ook geen schimmels/paddenstoelen/zwammen. ScienceFiction-achtige organismes. Wereldwijd zijn er maar zo’n 500 soorten. Na een ingewikkeld beginproces ontstaan uit de sporen van rijpe vruchtlichamen een kruipende en slijmige massa: het Plasmodium. Centimeters groot, dat zich al kruipend voedt met algen, bacterien en ander microscopisch klein voedsel. Het Plasmodium is eigenlijk 1 mega-cel: het is niet opgebouwd uit individuele cellen. Na verloop van tijd gaat het Plasmodium zich delen in vruchtlichamen die wel duidelijke vormen hebben en sporen vormen.

Een  wereldwijdverbreide soort is de Bloedweizwam (Lycogala epidendrum), ook wel Blote Billetjeszwam genoemd. Tijdens de excursie was alleen maar het plasmodium als een witte smurrie te zien, zich uitspreidend over een andere zwam op een boomstronk. Paar dagen later kreeg het een roze kleur en wat steviger structuur. Ik enthousiast de dag erop mijn fototoestel meegenomen en… verdwenen, ja gesloopt (de zwam waarop het plasmodium gekropen had lag er los naast! Wie doet dat in vredesnaam?).  Daarom maar foto’s van internet geplukt.

Bloedweizwam (Lycogala epidendrum), Plasmodiumstadium. Het plasmodium is zeer variabel van kleur (oranje, rood, roze).

 

 

 

 

 

Bloedweizwam (Lycogala epidendrum), Vruchtlichamen (de “Blote Billen” dus, maar ook wel “Gewone Boomwrat” genoemd).

 

 

 

 

 

Een andere algemene Slijmzwamsoort (ook nu in Schollebos) is de Heksenboter:

 

Heksenboter (Fuliga septica), Plasmodiumstadium.

 

 

 

 

 

 

Heksenboter (Fuliga septica), Vruchtlichamen.

 

 

 

 

 

 

Mijn naam is…..

Afgelopen middag zat een Haas op zijn gemak te knabbelen aan een pol plantjes op het ‘schapenweitje’ langs de Bermweg (Schollebos). Steeds vaker zie ik de Haas in Schollebos. Konijnen echter steeds minder. Mogelijk heeft dat te maken met predatie door vos, bunzing, hermelijn en wezel (komen allemaal voor in Schollebos!). Konijn is een vrij gemakkelijke prooi, maar de haas niet, want die kan echt heel hard rennen ( tot zo’n 60 km per uur) en dan ook nog met plotselinge zigzagwendingen. Dit heeft hij te danken aan zijn lange achterpoten.

De Haas (Lepus capensis) behoort o.a. met Konijn tot de familie Leporidae, onderdeel van de orde Duplicidentata (“Dubbeltandigen”) en niet – wat algemeen beweerd wordt – tot de orde Knaagdieren (Rodentia). Zij hebben echter wel degelijk knaagtanden (plantaardig voedsel: herbivoor), maar het verschil wordt gemaakt doordat Haas en Konijn achter hun 2 bovensnijtanden nog 2 kleine “Stifttandjes” hebben en hun snijtanden geheel met email bedekt zijn (bij echte knaagdieren is alleen de voorkant met email bedekt).  Ach ‘What’s in a Name’ zei Shakespeare al…. Gewoon genieten!

Het schapenweitje is over land alleen bereikbaar via de Bermweg en dat lijkt mij niet de weg die deze haas gekozen zal hebben om daar te komen. Maar hazen kunnen zeer goed zwemmen, ook vrijwillig. Het zijn voornamelijk avond-/nachtdieren maar ook overdags laten zij zich regelmatig zien. Zij maken een “Leger” (een ondiepe kuil) als schutplaats en voor hun jongen in bosjes, maar ook in akkers. In het voorjaar (voortplantingstijd) zien we vaak meerdere man-hazen strijden (boksen, rammelen) om een vrouwtje. Golfbanen Capelle en Hitland en nu ook Sparta-sportterrein (Schollebos) zijn plaatsen waar men kans maakt om dit te zien.

Uiterlijke verschillen tussen haas en konijn: haas heeft lange oren (bijnaam is dan ook “Langoor”) met zwarte top. Haas is groter met langere achterpoten. Ooguitdrukking !

Qua gedrag: haas maakt ondiep kuiltje, konijn graaft holen.

 

 

 

 

Nederlandse taal:

-Mijn naam is Haas: zich van den domme houden.

– Het hazenpad kiezen: als een speer wegvluchten

-Het haasje zijn: je bent de sigaar

-Haasje over: kinderspel waarbij men over gebogen kinderen hupt (vergelijk Rammelgedrag)

-Met onwilligen honden is het kwaad hazen vangen: als mensen niet willen komt men niet verder

– Je weet nooit hoe een koe een haas vangt: niet weten wat een onverwacht gelukje kan doen

-Hazenlip: aangeboren gespleten bovenlip bij pasgeborenen (vaak ook gepaard gaand met gespleten gehemelte).

-Hazenslaapje: kort slaapje

Anekdotes:

-Gemeente heeft ooit een bestrijdingsplan gemaakt voor bestrijding van “Hazen” omdat die het talud van Algeraweg ondergroeven met holen. Tja, het verschil tussen hazen en konijnen…

-Ooit eens een knallende ruzie met een heerschap gehad met mogelijk juridische gevolgen. Ik vroeg hem om zijn naam en hij antwoordde “mijn naam is Haas”; ik geloofde dat niet totdat hij zijn visitekaartje gaf en zijn naam was inderdaad…. Oops.

Overall: de Haas heeft onze natuur en cultuur verrijkt. Helaas waarderen wij als mens dit steeds minder: de jacht is nog steeds vrij en zo goed gaat het nou ook weer niet met de Haas. In Hitland wordt er nog steeds op gejaagd: stoppen daarmee dus!