blog archief

Drukte in vogelland

De extreme nattigheid heeft eindelijk plaats gemaakt voor heuse vrieskou, alhoewel dat waarschijnlijk niet zo lang zal duren. Opvallend is dat bij die vrieskou altijd veel meer vogelactiviteit is te zien. De afgelopen dagen waren voor vogelaars een feest.

Momenteel steeds vaker groepen met Barmsijzen in Capelle te zien. Er is landelijk sprake van een heuse invasie van deze wintergast uit Noord- en Oost Europa. De grootste groep (meer dan 100!) tot nu toe was even te zien in mijn achtertuin en even later in Schollebos. Frank Oling stapte meteen op de fiets om deze drukke baasjes op foto vast te leggen.

(Grote) Barmsijs (Carduelis flammea; foto’s Frank Oling).

Vooral te zien in elzen, waar ze de zaadjes uit de elzenproppen peuteren, net als de puttertjes (zie onder). Vinkenfamilie. Zaadeter: kegelvormige snavel.

 

 

 

Putter (Carduelis carduelis; foto Vogeldagboek.nl).

Paar keer per week zie ik een groepje puttertjes in mijn achtertuin zaadjes zoekend in de elzenproppen zoals hier op de foto van Adri de Groot. Vanwege hun voedselwaarde in de winter heeft SNC bij gemeente gevraagd om na de kap van zieke essen bij herplant in Schollebos meer elzen aan te planten. Elzen kunnen ook veel beter tegen natte grond. Broedvogel Capelle. Vinkenfamilie. Zaadeter: kegelvormige snavel.

 

 

 

Grote Gele Kwikstaart (Motacilla cinerea; foto Gerrit Lammers). Gerrit betrapte dit fraaie vogeltje in Schollebos. Hoewel een zeldzame broedvogel in Nederland, de winterwaarnemingen betreffen vrijwel uitsluitend wintergasten uit Noord- en Oost Europa. Bijna elke winter wel incidenteel gespot in Capelle. Sterk watergebonden als broedvogel (snelle beken, rivieren, maar ook ’s winters meestal langs water zoals hier op foto. Insecteneter (spits snaveltje).

 

Houtsnip (Scolopax rusticola; foto Vogeldagboek.nl). Meerdere waarnemingen in Schollebos, maar niet zeker dat het dan ook gaat om meerdere exemplaren. Broedvogel van voornamelijk oost-Nederland, maar hier alleen als wintergast uit vooral Noord- en Oost Europa. Erg schuw en meestal gezien als ie opgeschrikt wordt (net als fazant) waarna ie zigzaggend tussen de bomen door wegvliegt. Hoofdvoedsel: regenwormen.

 

Dodaars (Tachybaptus ruficollis). Ook voor Capelle een wintergast, hoewel in Nederland toch een broedvogel. Afgelopen paar weken af en toe gespot in Schollebos. Kleinste fuutsoort. Erg schuw: zwemt meestal kort onder met riet begroeide oevers van vijvers en Nieuwerkerkse Tocht en duikt snel onder als ie zich bespied voelt. Voedsel bestaat voornamelijk uit waterinsecten en daarom is een goede waterkwaliteit een eerste vereiste. Tot slot: het is “Dod-aars” en niet “Do-daars”: “Dod” verwijst naar de witte verenpluim aan hun achterste “Aars”.

Verder waren te zien/horen: Grote Zilverreiger, Koperwiek, IJsvogel, Buizerd, Sperwer, Bosuil, Heggenmus, Grote Bonte Specht, Groene Specht, enz. In de namiddag regelmatig overtrekkende, luid gakkende Grauwe Ganzen in V-formatie op weg naar hun nachtelijke rustplaatsen.

Naast dit vogelgeweld ook nog leuke paddenstoelen in Schollebos (zie ook vorige blog: Rode Kelkzwam):

Gewone Wimperzwam (Scutellinia scutellata; foto Jurriaan Koot). Een klein zwammetje (2-12 mm in doorsnee) vaak over het hoofd gezien, maar algemeen op rottend hout in vochtig bos. Vorm als een klein kussentje (geen steel). Aan de buitenrand getooid met zwarte “haren” = “Wimpers”.

 

 

 

 

 

 

Gewoon Fluweelpootje (Flammulina velutipes). Echt een wintersoort. Op dode stammen en stronken van loofbomen, algemeen. De steel is fluweelachtig, zwart in top uitlopend in geel.

 

 

 

 

De dagen lengen weer

Het is inmiddels kerst als ik dit schrijf. De kortste dag – het begin van de astronomische winter , 21 december – is al weer achter de rug en de dagen beginnen weer te lengen. 2023 wordt waarschijnlijk het natste jaar ooit gemeten. Een echte witte kerst is heel lang geleden.

SNC heeft niet stilgezeten. Er waren diverse vergaderingen met gemeente. Ook met gemeente een rondgang door het deel van Schollebos waar in januari weer bomen gekapt moeten worden (ziek of dood). Met vrijwilligers vogelnestkasten geïnspecteerd en schoongemaakt.

Het was koud en nat. Van de 28 mezenkasten die afgelopen jaar door gemeente in Schollebos zijn geplaatst waren er 25 nesten met duidelijke nestbouw. 3 Nestkasten bevatten geen nestmateriaal, maar in 2 ervan wel tientallen overwinterende Lieveheersbeestjes in een soort winterslaap (“Torpor”). In een paar bebroede nestkasten troffen we ook een dode nachtvlinder aan met meerdere lege poppen (soort niet meer te achterhalen). In 2 nesten troffen we nog een niet uitgekomen eitje aan. De nestkastjes zijn alle mezenkastjes en vooral opgehangen aan eiken i.v.m. biologische bestrijding van de eikenprocessierups. Een succesvolle actie! 

 

 

Veelkleurig Aziatisch Lieveheersbeestje (Harmonia axyridis). Deze verzameling in het nestkastje maakt zijn naam “veelkleurig” duidelijk. Helaas een invasieve exoot en een agressieve rover die o.a. de larven van andere lieveheersbeestjes opvreet. Daarnaast is hij ook drager van een voor andere lieveheersbeestjes dodelijke schimmel waarvoor hij zelf immuun is. Inmiddels helemaal ingeburgerd en bestrijding ervan niet te doen. We hebben dan ook deze gespaard en niet gedood en niet verwijderd.

 

 

Een 2e groepje vrijwilligers heeft diezelfde dag bramen gesnoeid en knotwilgjes geknot in de vlindertuin. Het onderhoud in de vlindertuin willen we komend jaar intensiveren, want nog steeds is de rietgroei nog niet onder de knie. Bovendien een nieuwe woekeraar erbij: haagwinde (“piespotjes”). Aanhouder wint….. Na afloop met beide groepjes lekker opwarmen en opdrogen in Pannenkoekenhuis onder het genot van een drankje.

Dan typische winterwaarnemingen afgelopen weken:

 

Slobeend (Anas clypeata). Weliswaar een Nederlandse broedvogel van polders, maar in Capelle alleen in winter te zien. Dichtstbijzijnde broedplek is Hitland, maar heel spaarzaam. Afgelopen paar weken in kleine of grotere groepen te zien op de grotere vijvers in Schollebos. De mannetjes zijn werkelijk schitterend van kleur zoals op deze foto. Man en vrouw hebben een bijzondere lepelvormige snavel waarmee ze voedsel slobberen net onder het wateroppervlak. Groepjes herken je al van verre: bij het voedsel zoeken draaien ze rondjes om elkaar heen (waardoor voedsel omhoog komt?).

(Grote) Barmsijs (Carduelis flammea). Een familielid van de Vinken (Fringillidae) en uitsluitend ’s winters in Nederland te zien. Deze winter een invasie van deze prachige wintergastjes uit Noord-Skandinavie en verder oostelijk Europa al een paar weken in Capelle gespot. Groepjes en groepen in Schenkel en Schollevaar. Vaak foeragerend op de zaadjes in de elzenproppen van afgelopen jaar. 

 

Rode kelkzwam (Sarcoscypha coccinea;foto  Marienke Favier).Deze vrij zeldzame zwam is de laatste jaren steeds op enkele plaatsen in Schollebos te bewonderen, meestal vanaf half januari, maar nu dus een paar weken eerder. Groeit op dode takken van loofbomen die half begraven in vochtige, voedselrijke grond liggen.

 

 

 

Grote Zilverreiger (Casmerodius albus; archieffoto). Deze statige reiger is nu regelmatig te zien tussen Rijckevorsselweg en ’s Gravenweg en in Schollebos. Broedvogel in Oostvaarderplassen en enkele andere natuurgebieden in Nederland. Na de broedtijd uitzwermend naar vooral polders. Ook veel wintergasten uit Oost-Europa.

 

Overige waarnemingen:

Hermelijn (Mustéla erminea; foto Gerrit Lammers). Gerrit betrapte hem aan de rand van de Capelse Golfbaan langs de Ringvaart (langs de Ringvaart loopt een leuk wandelpad). Zelf ooit zo’n 43 jaar geleden 1x een hermelijn gezien bij de ingang van toen-nog-niet-aangelegd Schollebos. Ontzettend leuk dat hij toch nog (of weer?) in Capelle voorkomt! Verwarring is mogelijk met Wezel, maar Hermelijn is groter, heeft zwarte staartpunt en is goede zwemmer (wezel zwemt zelden). Normaliter verwisselt de hermelijn zijn bruine bovenvacht ’s winters voor een witte vacht, waardoor hij – op staartpunt na – geheel wit is. Maar naarmate de winters zachter worden (Klimaat!) zien we ook ’s winters steeds vaker een blijvende bruine bovenvacht. Met deze waarneming is het huidige bestand van marterachtigen gestegen tot 3: Wezel, Bunzing, Hermelijn! Allemaal furieuze killers van allerlei knaagdieren (tot hazen en konijnen toe!) en vogels.

 

De Bosuil (Strix aluco) wordt nu ’s avonds regelmatig gehoord (Schenkel, oost-Schollebos).Al jaren een vaste broedvogel in Capelle. Broedt heel vroeg, soms al in januari, en begint dus ook nu al avances te maken.  

 

 

 

Tot slot: de eekhoorns in Oostgaarde. Ik heb de foto opgestuurd naar de Zoogdierenvereniging Nederland. Er was namelijk binnen onze waarnemingsappgroep twijfel ontstaan of het werkelijk om onze inheemse Rode Eekhoorn ging. Deze is qua uiterlijk namelijk vrijwel identiek aan de Japanse Eekhoorn (commercieel verhandeld als huisdier). Antwoord: niet op uiterlijk definitief te onderscheiden, alleen DNA-onderzoek geeft uitsluitsel. Mijn conclusie: vrijwel zeker ontsnapte of gedumpte Japanse Eekhoorns, want een spontane vestiging van 2 (!) exemplaren van onze inheemse eekhoorn is vrijwel uitgesloten (zie vorige blogs).

 

 

 

 

 

 

Op naar 2024

Taaie leesstof, maar oproep aan SNC-volgers en de politiek!

Dit keer geen mooie foto’s en natuurnieuwtjes, maar een serieus onderwerp over de toekomst van Capelle.

Gemeente Capelle maakt steeds meer werk van samenwerkingsverbanden met natuurorganisaties op lokaal niveau (bravo!). SNC is daarbij steeds een hoofdrolspeler. SNC heeft nu regulier overleg met gemeente op 3 niveau’s , alle onder de regie van afdeling StadsBeheer (SB):

1) “1-op-1” overleg SNC-Gemeente

2) Als deelnemer aan “Vrienden van het Schollebos” (meerdere stakeholders, niet altijd natuurgerelateerd).

3) Als deelnemer aan “Capels Natuurnetwerk” (natuurorganisaties in Capelle)

Voor SNC levert dit vaak dubbel of zelfs driedubbel werk op, want in al dit overleg ventileren we natuurlijk steeds onze zelfde visies en wensen. Toch moeten we erbij blijven, want zonder tegengeluid of (!) juist ook instemming zetten we ons zelf buitenspel. SNC probeert altijd om constructief mee te denken met ontwikkelingen die van gemeentezijde worden geïnitieerd die gevolgen kunnen hebben voor de natuur in Capelle. De samenwerking met SB  gaat steeds beter met positieve natuurresultaten.

Maar recent heeft afdeling Stadsontwikkeling (SO) van de gemeente een nieuw project gelanceerd: SoortenManagementPlan (SMP). Aan deelnemers van het Capels Natuurwerk is door SO gevraagd om hierover mee te brainstormen en data te leveren over het voorkomen van beschermde soorten in de Capelse wijken. Beetje vreemd, want het beschermen van beschermde soorten en bevorderen van biodiversiteit ligt eerder bij de afdeling Stadsbeheer (SB).

SO initieert natuurlijk niet voor niets dit plan. Ondanks dat Capelle tot haar gemeentegrenzen is volgebouwd moeten er nog steeds minstens (!) 7000 of meer dan het dubbele daarvan aan woningen bijkomen, deels door nieuwbouw, deels door inbreiding, deels door oude woningen/gebouwen te slopen en te vervangen door nieuwbouw (veel hoogbouw). (Vraag: is dit een wens van SO of het college?). Bij deze bizarre extra woningbouw loopt de gemeente (SO? College?) vaak op tegen natuurwetgeving. Ook bij duurzaamheidsprojecten zoals spouwmuur- en dakisolatie is dat het geval: eerst moet een gedegen onderzoek gedaan worden naar het voorkomen van vleermuizen of andere beschermde diersoorten. Om te voorkomen dat voor iedere keer per woning of straat zo’n onderzoek moet worden aanbesteed (wat een kostbare zaak wordt), wil de gemeente (of SO alleen?) nu een gebiedsgericht onderzoek in heel Capelle doen naar het voorkomen van beschermde soorten die in woningen/gebouwen hun nest-/verblijfplaatsen hebben. De daardoor ontstane database zal  die beschermde status van soorten vastleggen (die status hadden ze sowieso al, dus is GEEN WINST!), maar anderzijds voor de “bouwers”/”betonboeren” handvatten leveren op grond waarvan zij al dan niet ontheffing kunnen verkrijgen om tòch te kunnen bouwen of isoleren. Naast de vraag aan ons om bij te dragen aan die database, heeft gemeente  ook een ecologisch adviesbureau ingeschakeld. SNC heeft zich bereid verklaard om haar gegevens te delen, maar wij roepen ook al onze natuurvolgers op om data aan ons door te geven: immers hoe minder gegevens over beschermde soorten er worden vastgelegd, des te meer kunnen de “betonboeren” rustig hun gang gaan. Argumenten van SO en adviesbureau (wiens brood men eet, diens woord men spreekt?) als zouden zij juist de biodiversiteit hiermee willen bevorderen verwijzen we naar de Fabeltjeskrant.  Dus: weet u in uw straat/buurt/wijk plaatsen waar in/aan/op/in de buurt van woningen/gebouwen/schuren/garages, e.d. de volgende soorten voorkomen of regelmatig gezien worden:

  • Vleermuizen 
  • Huismussen 
  • Huiszwaluwen
  • Gierzwaluwen 
  • Boerenzwaluwen 
  • Scholeksters (broeden op platte daken!) 
  • Kauwtjes (broeden in o.a. (oude schoorstenen, dakgoten)

Stuur dan uw waarnemingen/kennis op naar voorzitter@natuurvriendencapelle.nl met vermelding van straat/buurt/wijk.

Alleen wat isoleringsprogramma’s van woonhuizen betreft kan SNC dit project ondersteunen (Status Quo qua nieuwbouw). Blijft onze vraag wat dit bouwen betreft: Wanneer is genoeg genoeg? Dit is een vraag aan de politiek. Al zo’n 15 jaar geleden constateerde gemeente zelf al dat de grenzen waren bereikt en men moest overgaan van een bouwgemeente naar een beheergemeente. Niets lijkt erop tot nu toe! De bouwintenties voor 7000 tot 17.000 extra woningen is echt te gek voor woorden! Dit Soortenmanagementplan is o.i. puur gebaseerd om zoveel mogelijke hindernissen weg te nemen om maar door te kunnen bouwen! Vraag ook aan uw politieke partij wat zij ervan vinden! Capelle: “Leefbaar?”, “Groen?”, “Duurzaam?”, “Beton?”, “Kan het wat minder?”. 

 

Winter nadert, novemberberichten.

 

Eind november. 1 December begint de meteorologische winter (de astronomische winter pas op 21 december als het de langste nacht is). Het is nog steeds een kletsnatte herfst. Volgens KNMI dreigt 2023 het natste jaar ooit te worden als straks ook december erg nat wordt. Wat de gevolgen voor de natuur zullen zijn is niet goed te voorspellen. 

Eerst nog wat ouder nieuws:

Eric Stockx (SNC en KNNV) inventariseert jaarlijks het aantal broedgevallen van kolonievogels. In 2023:

Huiszwaluw (foto): 21 nesten (in 2022 19), Bermweg-oost. Dus redelijk stabiel.

Boerenzwaluw: broedden 2x en 2x 8 nesten (Capelse Manege). Ook redelijk stabiel.

Blauwe Reiger: 14 nesten (in 2022 21!) in Schenkel/Middelwatering. Behoorlijke achteruitgang. 

Een paar late herfstpaddenstoelen:

(Gewone) Knolparasolzwam (Macrolepiota rhacodes). Een prachtige paddenstoel. In Schollebos niet algemeen, maar wel op enkele plekken jaarlijks te vinden. Nu zo’n 20 stuks bij elkaar. Helaas binnen enkele dagen meeste weer vertrapt. Is in Nederland algemeen op voedselrijke grond.

 

 

 

Witte Kluifzwam (Helvella crispa). Voor Nederland vrij algemeen. In Schollebos jaren op 1 perceel gezien totdat die verdween. Nu weer enkele exemplaren elders in Schollebos. Net als de vorige soort een “grondgebonden” paddenstoel (groeit dus niet op hout, maar leeft van de humus).Een bizarre vorm: de hoed is als het ware binnenste buiten gekeerd, waardoor de bovenkant onder komt te liggen. De steel is ook bijzonder: een samenstel van meerdere kolommen. Vooral in de buurt van eiken te vinden.

 

En voor Capelle een nieuwe Slijmzwamsoort (Myxomyceet; zie vorige recente blogs):

 

Zwart Reuzenkussen (Brefeldia maxima). Jurriaan Koot (SNC), ontdekte deze in het Schollebos. Begint als 1 grote reuzencel die al kruipend (tot max. 2cm per uur) leeft van schimmels en bacteriën. In dit stadium (Plasmodium) is hij nog spierwit. Bij rijping wordt hij zwart.

Groeit op dood hout en is niet algemeen (slechts enkele waar-nemingen per jaar in Nederland

 

 

 

Capelse wintergasten:

Houtsnip (Scolopax rusticola). In Schollebos tussen de bosschages bijna elk jaar wel een Houtsnip te spotten. Vorige week vloog er een vlak voor me verschrikt op. Is een Nederlandse broedvogel van voornamelijk oostelijk Nederland. Zoals de naam aangeeft zijn bossen en bosschages hun leefgebied. In november veel doortrekkers, maar ’s winters ook overwinteraars in onze omgeving. Geweldige schutkleur!

 

 

 

Grote Zilverreiger (Ardea alba). Ook deze statige grote reiger is elk jaar ’s winters in Capelle te zien (Schollebos en langs ’s Gravenweg). Afgelopen week op weiland tussen Rijckevorselweg en ’s Gravenweg.  Broedt voornamelijk in Oostvaardersplassen, maar breidt zich uit. ’ s Winters veel overwinteraars van buiten Nederland overal in Nederland te zien, vooral in polders.

 

 

 

 

Tot slot: afgelopen weekeinde met aantal vrijwilligers in de vlindertuin gewerkt: afruimen van nog maairesten en inzaaien met door SNC bestelde zaadmengsels van bloeiende planten. De kou was snel verdwenen door het harde werken. Wel af en toe een buitje, maar dat gaf weer een schitterende dubbele regenboog. Binnenkort met vrijwilligers nestkastencontrole en schoonmaken; ook nog kleine karweitjes vlindertuin. Doet u mee?

 

 

 

 

heleboel herfst

Het is alweer een tijdje geleden sinds mijn laatste blog, maar had problemen met het programma. Nu 3e poging.

Heel veel regen, maar ondanks de slechte weersvoorspelling voor onze herfstexcursie bleef het beperkt tot slechts een paar druppels. Vele soorten paddenstoelen met allerlei vormen. Deelnemers hebben vele foto’s gemaakt. 

 

 

 

Gewone Zwavelkop (Psilocybe fascicularis). Diverse soorten komen voor in grote bundels op dood hout (zie ook vorige blog). Zonder schimmels (paddenstoelen zijn slechts de vruchtlichamen ervan) wordt hout niet verteerd en zou bijna al het leven op aarde uitsterven. Een essentiële functie dus. In Nederland zijn er zo’n 6000 soorten! Deze zwavelkop is heel algemeen.

 

 

 

 

 

 

Heksenboter (Fuligo septica). Naast de vele zwammen en paddenstoelen troffen we bij deze herfstexcursie ook deze Slijmzwamsoort aan. Slijmzwammen (Myxomyceten) zijn geen dieren, geen planten, maar ook geen schimmels. In jong stadium (“Plasmodium”) bestaan ze uit 1 grote reuzencel (op foto 3 exemplaren) die al voortkruipend bacteriën en schimmels eten met achterlating van een kruipspoor. Bij rijping vormen ze vruchtlichamen die sporen vormen ter verspreiding. Echte “Aliens” dus! Heksenboter is algemeen te vinden op dood hout, maar hier dus ook op een dood blad.

 

 

De storm Ciarán die over Europa trok heeft in Capelle gelukkig weinig schade berokkend. In het Schollebos bleef de schade beperkt tot zo’n 15 omgewaaide bomen, waarvan er enkele al genomineerd waren voor kap wegens ziekte. De omgewaaide bomen die over paden terecht kwamen zijn snel door gemeente verwijderd en worden dus weer een voedselbron voor paddenstoelen, mossen en insectenlarven.

 

 

 

 

 

Waterral (Rallus aquaticus). Ons medebestuurslid Jurriaan woont in een flat langs de Nieuwerkerkse Tocht (Schollebos). Vanaf zijn balkon speurt hij regelmatig naar vogels. Deze zeer schuwe moeras-/rietvogel betrapte hij op geluid en hij maakte daarna deze foto. Is een standvogel (hele jaar aanwezig en broedt hier). Qua uiterlijk lijkt hij op een waterhoen, maar onderscheidt zich vooral door zijn lange rode snavel. De ral kent meerdere geluiden, maar de alarmroep is in de vogelwereld wel bekend als dat van een schreeuwend speenvarken. ’s Winters heb je wat meer kans om hem langs oevers te zien foerageren, want door honger gedreven verliest die een deel van zijn schuwheid.

 

Een groot raadsel: hoe komt deze Eekhoorn terecht in de Dalenbuurt van de wijk Oostgaarde?? Het is echt een exemplaar van onze inheemse wilde Rode Eekhoorn. Is ie op eigen kracht hier gekomen? Is ooit uitgezet in Kralingse Bos, maar daar weer uitgestorven (naar verluid door inteelt). Maar dan zou Schollebos eerder een locatie zijn waar je hem verwacht.  Vanuit Hitland dan? Jonge vrouwtjes eekhoorns  gaan in najaar vaak op trek om een nieuw territorium te vinden. Voorlopig een eenzaam bestaan, want ik zie niet gauw een partner ook hier terecht komen. Bewoners in Dalenbuurt kunnen helpen met voedsel: noten, zaden, meelwormen, e.d. Wel veilig aanbieden om geen ratten aan te trekken.

 

 

Regenboog. De natuur bestaat niet alleen uit planten, dieren en andere organismes. Er zijn ook natuurkundige verschijnselen zoals deze regenboog in de vroege ochtend vanuit Schollebos gezien. Regen en zonneschijn tezamen zorgen voor dit altijd mooie verschijnsel. Het witte zonlicht wordt door de prismavorm van de regendruppels geplitst in de afzonderlijke kleuren waaruit het zonlicht bestaat (elke kleur heeft een eigen brekingsindex). De grootste regenbogen zijn te zien in de vroege ochtend en de late namiddag: de zon staat dan laag aan de horizon en projecteert zijn licht als het ware “de lucht in”. 

Noorderlicht (Aurora borealis). Een ander natuurkundig fenomeen was vorige week zelfs in Capelle te zien: het Noorder Licht. Helaas geen foto. Het was 01.30 uur. In noord-oostelijke richting een enorm grote paarsrode gloed. Niet zo spectaculair als op menige filmpjes, maar toch. Zelf nooit eerder gezien. Om de 11 jaar is er verhoogde zonne-activiteit: biljarden geladen sub-atomaire zonnedeeltjes worden uitgestoten. Een deel daarvan treft de aarde en botsen hoog in de atmosfeer op atomen waarbij lichteffecten optreden. Blijf kijken, want die verhoogde zonne-activiteit duurt nog wel even. 

 

 

 

Eindelijk echt herfst

Tot half oktober nog temperaturen boven de 20 graden. 14 Oktober nog rondvliegende koolwitjes, bonte zandoogjes, een atalanta en libellen. Meerdere planten met nabloei en meeste bomen nog volop in blad. Nu eindelijk weer forse regenbuien en lage temperaturen: paddenstoelentijd! De waarnemingen van laatste paar weken:

 

Valse Wingerd (Parthenocissus vitacea). Gewoon een mooi herfstplaatje. Vrij zeldzame klimplant, oorspronkelijk uit Noord Amerika. Groeit hier langs de Nieuwerkerkse Tocht (oost Schollebos) in een prachtige solitaire Zachte Berk (Betula pubescens).

 

 

 

 

 

 

 

Reuzenbovist (Langermannia gigantea). Grote witte “voetballen” in voedselrijke weides/gazons. Oost Schollebos. Langs paden vrijwel altijd kapot geschopt, maar voor de voortplanting maakt het niet uit: in de kapotte delen gaat de sporenvorming gewoon door. Toch maar laten staan zodat iedereen ervan kan genieten. Deze stonden meters ver van voetpad verwijderd. Zijn eetbaar zolang op doorsnee wit gekleurd. Bij rijping worden ze bruin. Als je op zo’n rijpe reuzenbovist trapt zie je een een wolk van sporen de lucht in vliegen (en dat mag wèl best van mij want daarmee verspreiden de sporen zich). Algemene soort.

 

 

Kroontjesknotszwam (Artomyces pyxidatus)

 

Voorheen vrij zeldzaam in Nederland, maar inmiddels vrij algemeen. Blijft een juweel! Is eenjarig. 4-12 centimeter hoog. Lijkt veel op Rechte Koraalzwam, maar die heeft geen “kroontje” aan de uiteindes. Groeit op liggende ontschorste stammen van populieren. In Schollebos spaarzaam.

 

 

 

 

Grote Bloedsteelmycena (Mycena haematopus). Algemeen op dood hout. Het steeltje scheidt bij beschadiging een rood melksap uit. Nu in heel Schollebos te vinden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewone Glimmerinktzwam (Coprinus micaceus). Heel algemeen op dode stronken. Komen snel op en na paar dagen weer weg. Hier op foto verse exemplaren op voorgrond en oude exemplaren erachter. Een van de kenmerken zijn de fijne “glittertjes” op de top van de hoed: zijn de resten van het Velum (omringend vlies van ontspruitende paddenstoel).

 

 

 

 

 

 

Vliegenzwam (Amanita muscaria). Overbekend (Kabouter Spillebeen!). In Capelle slechts op enkele plaatsen. In Schollebos maar op 1 plaats, waar ze vaak elk jaar zoals nu te zien zijn. Groeiplaats hier onder Berken: de ondergrondse schimmeldraden van de zwam verbinden zich met de haarwortels van de berk: de zwam levert water en mineralen aan de boom en de boom levert suikers aan de schimmel: een prachtig voorbeeld van symbiose: samenleven tot wederzijds nut. Kan de mensheid wat van leren? De witte stippen zijn de resten van het Velum (zie boven). Het rode vlies bevat hallucinogene stoffen. In Scandinavië krijgen elanden een delirium als ze ervan eten.

 

 

Rossig Buiskussen? (Tubifera ferruginosa?). In ieder geval hier een plasmodium van  een Slijmzwamsoort (Myxomyceet). Niet echt een schimmelsoort. Het ’Plasmodium’ van een slijmzwam is 1 grote cel dat al kruipend leeft van bacteriën, algen, e.d. Bij rijpheid vormen ze wel paddenstoelachtige lichamen die sporen vormen. Heel algemeen op dood hout. Determinatie niet helemaal zeker.

 

 

 

 

 

Gewone Hertenzwam (Pluteus cervinus). Algemeen op dood, rottend hout van loofbomen. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gallen van Schietwilgwratmijt (Aculus tetanothrix). Op de bladeren van een knotwilg langs de Schollevaartseweg trof ik deze gallen aan. De mijt (kleiner dan 1 mm) parasiteert op de bladeren van wilgen (vooral Schietwilg) net zoals schurftmijten parasiteren op mens en dier. De boom reageert hierop door afweerweefsel aan te maken, resulterend in een Gal waarin de mijten genieten van een dankbaar buffet.

 

 

 

 

In kort:

Blauwalg in vijvers Schollebos nu vrijwel verdwenen. Binnenkort herfstexcursie gepland. Overleg met gemeente over komende werkzaamheden bosplantsoenen (bomenkap i.v.m. dunnen en zieke essen). Vlindertuin wordt door gemeente gemaaid en SNC gaat weer bloemzaden zaaien. Bloembollen geplant en bloemzaden gezaaid door gemeente bij entree Schollebos bij pannenkoekenhuis. Overleg gemeente-SNC-HHSK (o.a. beheer vijvers, rietkragen). Langs IJssel: de nu overwoekerde en verlaten oeverzwaluwnestwand wordt in 2025 door Rijkswaterstaat hersteld en het afsluiten van de toegang naar de beverburcht wordt bestudeerd.

 

Eerste herfstwaarnemingen

Inmiddels oktober, de herfst is begonnen. Maar nog steeds dagen met zomerse temperaturen. Veel vlinders en andere insecten nog te zien op zoek naar nectarbronnen van laatste bloeiende planten voordat ze sterven of in overwinteringsstatus overgaan. Overal begint de Klimop te bloeien; met een beetje zon erbij wordt deze plant een ware metropool van allerlei insecten die zich laven aan de overvloedige nectar- en stuifmeelbron: bijen, wespen, zweefvliegen, vlinders e.a.

 

Kegelbijvlieg (Eristalis pertinax). Een algemene Zweefvliegsoort die een beetje op een bij lijkt (niet doodslaan a.u.b.). De “Kegel” slaat op het driehoekige achterlijf van het mannetje. De larven leven onder water. Hier op bloeiende klimop in mijn achtertuin.

 

 

 

 

 

 

 

Woeste Sluipvlieg (Tachina vera; foto Gerrit Lammers). Gerrit betrapte deze sluipvliegsoort op de klimop van zijn tuin. Zijn naam klinkt onheilspellend, maar deze vlieg legt zijn eitjes dan ook op de op de grond liggende bladeren naast larven van andere insecten. De sluipvlieglarven dringen vervolgens die larven binnen, die daarna van binnenuit levend worden opgevreten. De Woeste Sluipvlieg is heel algemeen. Toch maar niet doodslaan…

 

 

Honingbij (Apis mellifera; foto Gerrit Lammers). Ook deze volop nectar snoepend op de bloeiende klimop. Zeker niet dood slaan! Het gaat niet zo best met onze honingbijen, net als met andere insecten trouwens.

 

 

 

 

Snorzweefvlieg (= Pyjamazweefvlieg = Dubbelbandzweefvlieg = cocacolazweefvlieg ; Episyrphus balteatus; foto Gerrit Lammers). De Nederlandse benamingen verklaren allemaal de strepentekening op het achterlijf. Algemene zweefvliegsoort. In de tuinbouw ziet men deze soort graag: de larven leven uitsluitend  van bladluizen. Hier op nog laat bloeiend Hertshooi-soort (Hypericum) genietend van het stuifmeel. Een sereen tafereel!

 

 

Hazelaarblaasmot (Phyllonorycter coryli). Op de bladeren van de hazelaars zien we overal deze blaasachtige vormen. Het micro-nachtvlindertje legt haar eitjes IN het blad van de hazelaar. De larfjes leven van het bladgroen en zijn dus echte mijnwerkers (mineerders). Zie ook vorige blog (paardenkastanjemineermot). 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geen herfst zonder paddenstoelen. Naast de jaarlang aanwezige zwammen (Tonderzwam, Berkenzwam, Elfenbankje, e.a.) zijn de “seizoenspaddenstoelen” nog maar karig aanwezig. In Schollebos o.a.:

 

Peksteel (Picipes badius). Algemeen op dood hout van loofbomen. De naam verwijst naar de bruinzwarte kleur van de steel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Grauwgroene Hertenzwam (Pluteus salicinus). Algemeen op takken, stronken en stammen van loofbomen. Giftig.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Buizerd (Buteo buteo; archieffoto SNC). De najaarstrek van vogels is al volop in gang. De Buizerd komt bijna in heel Europa voor. In najaar verschuift een groot deel van de Europese buizerds naar het zuiden. Noord-Europese buizerds ook, maar blijven ’s winters hier vaak hangen. Regelmatig kunnen we in het najaar overvliegende buizerds zien die al thermiekend overtrekken. Afgelopen week 5 buizerds tegelijk boven Schollebos. Mijn record van paar jaar geleden: 9 stuks tegelijk. Kijk wat vaker naar boven….

 

Blauwalg. In de zomer test SNC wekelijks het water langs het “Hondenstrandje” in de “Grote Vijver” van het Schollebos. Op een paar uitzonderingen na was het water nooit helemaal vrij van deze giftige bacteriesoep. Deze week echter een explosie van blauwalg. Vermijdt watercontact: honden en mensen kunnen er goed ziek van worden!

 

 

 

 

 

 

 

De blauwalgtest.

 

Nakomertjes

In laatste blog was sprake van de zeldzame Gebundelde Championparasol door Eric Stockx gevonden in het “Shell-bosje” langs de Rijckevorselweg. Onze voormalig medebestuurslid en paddenstoelenexpert Anneke van den Berg reageerde daarop: zij had in 2017 deze soort ook al ontdekt in het Wegelingparkje. Tot nu toe zijn deze waarnemingen gevalideerd door de Mycologische Vereniging, maar er waren wel hier en daar wat op-/aanmerkingen omdat er een andere Championparasolsoort  er sprekend op lijkt. Wellicht komt er nog nadere info.

 

Schietmot of Kokerjuffer.

Om actueel te blijven: in Schollebos trof ik op het blad van de Rode Kornoelje (struik) deze stevig gelatineuze klompjes aan. In eerste instantie geen idee. Via google: eipakketjes van een Schietmotsoort. Als je goed kijkt zie je in die klomp de eitjes zitten. 

 

 

 

 

 

 

Schietmotten zijn gevleugelde insecten die lijken op motten (nachtvlindergroep), maar behoren tot een andere orde (Trichoptera). Verschillen: schietmotten hebben behaarde vleugels (vlinders geschubde) en geen roltong (vlinders wel). “Tricho” = haar, “ptera” = vleugel). In Europa zo’n 1200 soorten, in Nederland zo’n 180 soorten. De eierklontjes vallen uiteindelijk van het blad af. De larven komen hopelijk terecht in water (kan ook een klein plasje zijn) alwaar ze een kokertje bouwen waarin ze in gaan leven tot de verpopping.  Het kokertje bestaat uit plantenresten, zandkorrels e.a. De uiteindelijke “mot” eet niet, maar doet maar 1 ding: voortplanten.

 

Een larve van een Schietmotsoort in zijn zelfgemaakt kokertje. Vandaar ook de naam Kokerjuffer.

 

 

 

 

 

 

Bezigheden en leuke waarnemingen

Drukke tijden. Een overzicht van SNC-bezigheden:

– 10 augustus: presentatie gehouden over de natuur in Capelle in verzorgingscentrum Schinckelhove. Altijd dankbaar gehoor en leuk om te doen.

– 17 augustus: met Tessa van de Nadort (assistent-beleidsmedewerker gemeente) ronde Schollebos om aanvullende suggesties te geven voor het samenstellen van een Herfstroute voor kinderen.

– 22 augustus: overleg met StadsOntwikkeling (SO) van gemeente over natuurinclusief bouwen en renoveren van woningen/gebouwen. Diverse aanbevelingen onzerzijds over voorzieningen aan woningen en gebouwen, niet alleen voor broednesten voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen, maar ook voor ecologisch inrichten van de belendende buitenruimte (gevelgroen, bomen, struiken en gazons). Er komt een nieuw landelijk Bouwbesluit waarin waarschijnlijk per 2024 het verplicht wordt om bij nieuwbouw voorzieningen te treffen voor deze dieren.

– 23 augustus: SNC-bestuur samen met een aantal SNC-vrijwilligers een boottocht naar het eiland Tiengemeten. Aan boord gratis koffie met gebak en een gratis uitgebreide lunch. Op Tiengemeten een rondleiding door boswachters van Natuurmonumenten. Hoogtepunten de Visarend en Lepelaars. Prachtig weer! Kosten zijn betaald uit de gemeentelijke vrijwilligersbijdragen. 

– 25 augustus: vleermuizenexcursiePrima weer. Enige excursie door SNC met inschrijving vooraf. Binnen 2 dagen meer dan 75 inschrijvingen (maximaal 25 toegelaten op volgorde van inschrijving).

– 26 augustus: Volkstuinvereniging “Tot Nut en Genoegen” 70-jarig jubileum. Acte de présence door onze secretaris. 

– 7 september: vergadering “Vrienden van het Schollebos“. Door gemeente geïnitieerd overleg. Diverse stakeholders (waaronder ook SNC) kunnen hier hun zegje doen. Weinig nieuwe concrete resultaten wat SNC betreft.

– 8 september: 2e Vleermuizenexcursie. Uit “coulance” toch een 2e excursie om niet teveel mensen teleur te stellen. Wederom prachtig weer. Ook de Bosuil werd gehoord.

– 11 september: Schollebosronde met Hoogheemraadschap, Gemeente en Waterecologen. Gaat om experiment “Flexibel Waterpeil” in de vijverpartijen in Schollebos. Het water in Schollebos en wijk Schollevaar wordt ingelaten vanuit de Ringvaart en komt via duikers en sluizen uiteindelijk terug in de Nieuwerkerkse Tocht, vanwaar het weer teruggaat naar de Ringvaart, IJssel en Noordzee. Dit water uit de Ringvaart is “eutroof”: bevat veel fosfaten en nitraten wat slecht is voor de waterkwaliteit en waterbiodiversiteit. Doel: vijverpartijen isoleren van deze inlaat en afhankelijk te maken van hemelwater, dat puur schoon water is. Complex geheel. SNC vestigde aandacht op aanvullende maatregelen voor schoon water, zoals verwijderen beschoeiingen (bevatten kankerverwekkend creosoot), ecologisch rietbeheer, e.d. Uiteraard moeten de gevolgen van de ingrepen ook gemonitord worden. Een monitorplan ontbreekt nog voor zover ik weet.

Nog te gaan:

– 21 september: presentatie voor bewoners Vijverhof over natuur in Capelle

– 23 september: werken in Vlindertuin Schollebos.

– 27 september: veldbezoek met Rijkswaterstaat langs IJssel: oeverzwaluwwand herstellen en beverburcht beschermen.

– 2 oktober: bijeenkomst weidevogelwerkgroep Hitland , evaluatie en planning.

– 6 oktober: regulier overleg (“bijpraatmoment”) SNC-Gemeente

Waarnemingen, een greep uit de laatste weken:

Zwavelzwam (Laetiporus sulphureus). Ik trof in Schollebos een paar fraaie exemplaren van deze eenjarige zwam aan met zijn mooie zwavelgele kleur. Algemeen in Nederland op stammen en stronken van loofbomen. Is parasitair: maken de boom ziek. De zwammen verwijderen helpt de aangetaste boom niet, want het zijn slechts de vruchtlichamen van de schimmel die in het hout zit. 

 

 

 

 

 

Maar baas boven baas: ons medebestuurslid Eric Stockx trof in het “Shell-bosje” (langs Rijckevorselweg, Middelwatering) een echte zeldzaamheid aan:

Gebundelde Championparasol (Leucoagaricus americanus; foto Eric Stockx). 1e Waarneming in 1985, 2e pas in 1999. Nu op meerdere plaatsen in Nederland, maar nog steeds zeldzaam. Nu dus ook in Capelle! Is een “Saprofyt”: leeft van dood plantaardig materiaal, in dit geval op het snipperpad in het Shell-bosje. De waarneming van Eric is bevestigd door de Nederlandse Mycologische Vereniging.

 

 

 

 

Paardenkastanjemineermot (Cameraria ohridella; foto Rob van Dorland). Een micro-nachtvlindertje dat zijn eitjes legt in (!) het blad van de Witte Paardenkastanje. Is 5 mm groot en pas in 1998 voor het eerst in Nederland aangetroffen. Waarschijnlijk uit Azië afkomstig. De minuscule rupsjes vreten binnen het blad het bladmoes op, waardoor er bruine vlekken in het blad ontstaan.

 

Wordt als schadelijke soort beschouwd. Deze kastanje staat vlak bij mijn huis.

 

 

 

 

 

 

Rosse Vleermuis (Nyctalus noctula; foto internet). Ter voorbereiding van onze vleermuizenexcursies is ons medebestuurslid Jurriaan Koot ’s avonds regelmatig op pad geweest met onze Batdetector. De Rosse Vleermuis was wel eerder een enkele keer waargenomen in Schollebos, maar de waarnemingen van Jurriaan wijzen erop dat er mogelijk een vaste verblijfplaats bestaat. Komt vroeg in de avond tevoorschijn om te jagen op insecten, soms al voor zonsondergang en wordt dan ook wel “Vroegvlieger” genoemd (een andere in Schollebos voorkomende soort is de Laatvlieger). Zomer- en winterverblijven zijn vooral boomholtes (bijv. oude spechtenholen). Kappen van bomen met holtes is daarom verboden!

 

Koninginnenpage (Papilio machaon; foto Hanke Boom). Een foto die ik heb gemist. Hanke trof deze prachtige vlinder al in juli aan in de wijk Schenkel. De koninginnenpage wordt pas sinds 3 jaar in Capelle waargenomen. Waardplanten zijn schermbloemigen (Apiaceae) waartoe o.a. Europese Berenklauw en Wilde Peen behoren.

 

 

 

 

 

 

Bloedrode Heidelibel (Sympetrum sanguineum; foto Gerrit Lammers). Deze libel is algemeen en werkelijk ‘bloedmooi’. Gerrit is een nieuwe fotoleverancier van Capelse soorten voor SNC. Op deze foto een mannetje, want die is bloedrood van kleur. Het vrouwtje is geelachtig van kleur en veel lastiger te determineren.

 

 

 

 

Tot slot: in Schollebos zijn de IJsvogels waarschijnlijk bezig met 3e broed. En vreemd: al paar dagen een enthousiast roffelende Grote Bonte Specht (verwacht je nu niet meer). Eerste overtrekkende ganzen.