Zegt het voort!

blog archief

nieuws

Eerst een fijn bericht van Vogelklas Karel Schot, het vogelopvangcentrum in Rotterdam dat al heel veel jaren geweldig werk doet. De IJsvogel (zie vorige blog) heeft het gered en wordt weer vrijgelaten.Toen ik nog als dierenarts praktiseerde heb ik vele keren gewonde of zieke vogels daar naartoe laten brengen nadat ik ze behandeld had. Ik herinner mij natuurlijk niet alle vogels, maar Roerdomp, Fuut en Boomvalk herinner ik me nog wel. Ook dank natuurlijk aan de Dierenambulance die de ijsvogel daarheen gebracht heeft. Mensen en organisaties die er toe doen!

 

Slobeend, man (Anas clypeata). Een Nederlandse broedvogel, vooral uit de weidepolders. In Capelle alleen in herfst/winter te zien. Nu al vroeg een klein groepje in de Nieuwerkerkse Tocht in oostelijk Schollebos. Prachtige kleuren die op foto’s lang niet altijd goed uitkomen: in het echt zijn ze altijd veel mooier. Vooral de prachtige donkergroene kop is op foto vaak erg donker. Kenmerkend is ook de lepelvormige snavel waarmee ze vlak onder het wateroppervlak naar voedsel ’slobberen’. In groepjes al in de verte te herkennen omdat ze al slobberend rondjes om elkaar heen zwemmen.

Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard (een zeer actieve natuurvereniging) meldde de waarneming van een Otter in de IJssel bij Ouderkerk aan de IJssel, zeer bijzonder. Mogelijk een dit jaar geboren jong volwassene op zoek naar een eigen territorium? Carin van Delft maakte foto’s (zij dacht aan een zeehond), maar van grote afstand (ca. 500 meter). Een foto hoop ik nog te kunnen ophalen. Nu naast Bever ook Otter in onze omgeving!

Deze zondag ronde Loetbos (Krimpenerwaard) gedaan. Mooi natuurgebied, maar was erg druk met stampvolle parkeerplaatsen. Desondanks coronaruimte genoeg. Grote groep Koperwieken in grote Meidoorn, smullend van de bessen.

Koperwiek (Turdus iliacus). Wintergast en nu al in groten getale in Nederland om te overwinteren. Een vertegenwoordiger van de Lijstersoorten (geslacht Turdus). De roodkoperen vlek zit aan de flank en niet op de “wiek” = vleugel.

 

 

 

 

Paddenstoelentijd. In Schollebos nu o.a.:

Bruinplaatbundelridderzwam (Lyophyllum fumosum). Leuke naam voor ’Mannetje aan de Galg’ (voor Scrabble past die niet helaas op het bord, want zou meer dan 3x woordwaarde zijn). In bundels groeiende plaatjeszwam (aan onderkant hoed zie je plaatjes waar de sporen gevormd worden). Af en toe in Schollebos.

 

 

 

 

Knolparasolzwam (Macrolepiota rachodes; foto SNC-archief). Hier op archieffoto een vrij jong stadium. Er zijn veel soorten Parasolzwammen die soms lastig te onderscheiden zijn. Kenmerken van de Knolparasolzwam zijn o.a. de grote bruine schubben op de hoed, de ringvormige kraag rond de steel en de verdikte steelbasis die soms echter (deels) ondergrond staat. Eetbaar, maar er zijn ook gelijkende giftige soorten. Laten staan dus.

 

 

Reuzenbovist (Langgermannia gigantea). Witte voetballen die veel mensen (jeugd?) steeds kapot trappen. Op zich niet schadelijk voor zijn voortbestaan: het is een vruchtlichaam van ondergrondse schimmeldraden (Mycelium) net als een appel van een appelboom en de sporenvorming wordt niet belemmerd. Maar mijn oog en dat van andere natuurliefhebbers wil deze gigant ook zien! Deze lagen gelukkig niet langs paden. Bovisten behoren tot de Buikzwammen. De sporen worden binnen deze bol gevormd. Bij rijping scheurt de inmiddels bruine bol open waarna de sporen kunnen ontsnappen. Als je er dan op trapt zie je een sporenwolk de lucht in gaan. In jong stadium eetbaar zolang op doorsnee de bovist nog helder wit is. Maar laat mij en anderen er ook van genieten door hem te laten staan. 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *