blog archief

Lente ! Geef oren en ogen de kost!

Weergaven: 65

Afgelopen donderdag 14 maart de eerste teruggekeerde Tjiftjaffen uit hun overwinteringsgebieden (Zuid-Europa en Afrika). Zij komen in groepen ’s nachts weer terug om zich hier weer voort te planten en zijn daarom opeens weer overal te horen met hun staccatozang “Tjiftjiftjaf” (een onomatopee: hun naam is vernoemd naar het geluid dat zij maken). Kleine trekvogels trekken meestal ’s nachts: overdags kunnen ze dan weer foerageren en uitrusten; bovendien hebben ze ’s nachts geen last van roofvogels.

Tjiftjaf (Phylloscopus collybita). Algemene broedvogel, ook in Capelle. Broedt op de grond tussen struiken. Een insecteneter (spits snaveltje). Steeds vaker overwinteren ook tjiftjaffen in Nederland (klimaatopwarming!).

 

 

 

 

 

 

De eerste vlinders. Vlinders overwinteren hier als rups, pop, of volwassen vlinder (imago), maar sommige zelfs in Zuid-Europa en zelfs Noord-Afrika (trekvlinders). De eerste vliegende vlinders in het voorjaar zijn de vlinders die als imago hier overwinterd hebben. Zij verscholen zich in dichte vegetatie, in schuurtjes, e.d. De allereerste was al 2 weken terug gezien: Citroenvlinder. Nu met dit uitzonderlijk zachte voorjaar zijn ook al Dagpauwoog, Gehakkelde Aurelia en Kleine Vos  gesignaleerd.

 

Citroenvlinder (Gonepteryx rhamni). Grote citroenkleurige vlinder. Waardplanten (waar eitjes op afgezet worden) zijn Sporkehout (Frangula alnus) en Wegedoornsoorten (Rhamnus).

 

 

 

 

 

Ook Hommelkoninginnen hebben hun overwinteringsplekken verlaten om eerst voedselbronnen op te zoeken en daarna een plek te zoeken voor het stichten van een nieuwe kolonie. Alle hommels van hun vorige kolonies zijn in het najaar overleden, alleen de koningin overwintert. Nu vliegende hommels zijn dan ook allemaal koninginnen.

 

Aardhommel (Bombus terrestris).

Hommels zijn in voorjaar eerder actief dan bijen: zij hebben een dikke jas! Hun kolonies bestaan uit (vele) tientallen exemplaren, vaak ondergronds in bijv. verlaten muizenholletjes.

 

 

 

Veel vroegbloeiende planten en struiken.

Klein Hoefblad (Tussilago farfara). Vroege lentebode, maar nu al weer bijna uitgebloeid. Een composiet (samengestelde bloem: elk lintje is een aparte bloem!). Algemeen. Bloeit voordat de bladeren er zijn met “koppie” recht omhoog. Na de bloei gaat “koppie” hangen, maar als het pluiszaad rijp is om door de wind verstoven te worden gaat het “koppie” weer rechtop. Op deze foto alle 3 stadia te zien.

 

 

Sleedoorn (Prunus spinosa). Een inheemse struik, maar in Schollebos veel aangeplant. Een pruimensoort met in najaar blauwe bessen. Bloeit normaliter pas in april, maar nu al sinds begin maart en hier en daar al weer bijna uitgebloeid. Langs de sportvelden van Sparta nu nog volop bloeiend.

 

 

 

 

 

 

Bosanemoon (Anemona nemorosa). Inheemse plant en in Schollebos aangeplant. Bij donker en nat weer sluiten de bloemetjes zich (vorm van energiebesparing). Familie Ranonkelachtigen net als de volgende 2 soorten die nu ook al bloeien.

 

 

 

 

Gewoon Speenkruid (Ficaria verna). Bloeit nu volop in gazons in heel Capelle. Hebben een soort wortelknolletjes die lijken op tepels (“speen” = tepel).

 

 

 

 

 

 

Gewone Dotterbloem (Caltha palustris palustris). Algemene inheemse plant, maar in Schollebos door SNC vooral aangeplant langs westrand Schollebos. Typisch Nederlandse oeverwaterplant. 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vingerhelmbloem (Corydalis solida). Inheemse plant, maar in Schollebos als “Stinseplant” uitgeplant. Papaverfamilie. Nu volop bloeiend op enkele plaatsen in Schollebos

 

 

 

 

 

Ander nieuws:

Gemeente heeft Kenniscentrum Insecten (“EIS“) vorig jaar opdracht gegeven om een onderzoek te doen naar het voorkomen van  Wilde Bijensoorten en Zweefvliegen in Schollebos en omgeving. Doel: onderzoeken in hoeverre de Honingbij (Apis mellifera) van imkers als bestuivers van planten en gewassen een bedreiging vormt voor deze medebestuivers in kader van behoud van biodiversiteit. Het is een heikel onderwerp waarbij imkers van honingbijen soms lijnrecht tegenover ecologen staan. Ook een serieus EU-item! Dit onderzoek is inmiddels afgerond. De resultaten mogen in vergelijking met enkele andere gemeentes in Nederland verrassend worden genoemd. In totaal zijn 61 soorten wilde bijen en 60 soorten zweefvliegen gevonden, waarvan 6 op de Rode Lijst staan (bedreigd) en 4 zeldzaam. De Honingbijen waren qua aantallen weliswaar duidelijk in de meerderheid, maar vergeleken met andere gemeentes was de verhouding voor wilde bijen en zweefvliegen gunstiger. Naast het advies om niet meer dan 3 bijenkorven per km2 toe te staan, neemt SNC ook de andere adviezen van EIS ter harte, want daar pleitten wij altijd al voor: ecologisch maaibeleid en versterken van ecologische verbindingszones. Afwachten dus voor verder gemeentebeleid.

Ter bevordering van wilde bijen gaat gemeente langs het fietspad Pannenkoekenhuis-Schollevaar (“Leidingenstrook”) op belendende bomen bijenhotelletjes aanbrengen voor wilde bijensoorten.

Gemeente heeft Hogere Agrarische School (HAS) in ’s Hertogenbosch  benaderd om studenten in te schakelen voor hun afstudeerproject met Schollebos als pilot. Vijf enthousiaste studenten gaan dit op zich nemen. De vragen van gemeente waarop zij antwoorden en inzichten verwacht zijn behoorlijk complex en teveel om hier diep op in te gaan, maar in het kort gaat het om de volgende items: Beheer bospercelen/houtopstanden/gras, Flexibel Waterpeil, Plukgroen, Zonering Hondenlosloopgebieden, Parkregels, Routes en Bebording, Educatie en Voorlichting. SNC heeft zich beschikbaar gesteld om de studenten van informatie en adviezen te voorzien (tot heden nog geen contact). Afwachten dus.

SNC gaat ook deze zomer weer testen op Blauwalg bij het Hondenstrandje in Schollebos. Gemeente betaalt de testen en plaatst een nieuw bord. Dit bord kan door SNC met een sleutel dicht gemaakt worden (= geen blauwalg). Blauwalg is niet alleen een gevaar voor honden, maar ook voor kinderen die vaak met hun hond daar in het water spelen.

 

SNC heeft in vergadering met gemeente de wenkbrauwen opgetrokken bij de kaalslag van een paar bospercelen langs de Bermweg. Deze percelen bestonden uit 100% essen waarvan een ons onbekend percentage was aangetast door de Essentaksterfte.  Een enkele es mocht kennelijk blijven staan, maar dat slaat helemaal nergens op. Ook gemeente schrok van dit kale aanzicht en gaf te kennen om hier wat steviger herplant toe te passen. Ook dit maar weer in de gaten houden…

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *