Zegt het voort!

blog archief

18 09 2019 Hazelaars

Wie nu door het Schollebos loopt ziet bijna volgroeide hazelnoten aan de hazelaarstruiken hangen. Als ze rijp zijn vallen ze op de grond en zijn dan geschikt om ze te verzamelen, te kraken en op te eten. Voor dieren zoals eksters, spechten, eekhoorns en muizen vormen ze een belangrijke voedselbron.

In Capelle kun je twee soorten hazelaar tegenkomen. De meest bekende is de vorm waarbij vele stammetjes vlakbij elkaar uit de grond komen. Deze Hazelaar (Corylus avellana) is in het Schollebos veel aangeplant en komt van nature in West-Europa voor.

Tijdens het kraken van de hazelnoten valt het op, dat sommige noten wel volgroeid zijn, maar geen inhoud hebben. Als je de buitenkant goed bekijkt, ontdek je een rond gaatje van  ca. 1 mm (foto midden). Uit dat gaatje is de larve van de Hazelnootsnuitkever (ook wel Hazelnootboorder genoemd) gekropen. De larve graaft zich in tussen de wortels van de Hazelaar en maakt daar een cocon waarin hij overwintert. Slim, want als hij in de noot zou overwinteren, is de kans groot dat hij voortijdig aan zijn einde komt, omdat verzamelaars de noten meenemen en bewaren als wintervoorraad.

In die cocon vindt ook de metamorfose plaats naar een volwassen snuitkever. In de lente komen de kevers uit de cocon. De vrouwtjes gaan na de bevruchting op zoek naar jonge groene zachte hazelnoten en leggen daar één eitje in. Uit het eitje komt de larve. Hij voedt zich met het binnenste van de hazelnoot en als de noot in de herfst afvalt, boort hij zich een weg naar buiten… en de cyclus begint opnieuw.

De andere hazelaar is de Boomhazelaar of Turkse Hazelaar (Corylus colurna), die de laatste jaren in Capelse wijken wordt aangeplant. Het is een prima boom voor in het stedelijk gebied. Oorspronkelijk groeit deze in zuidoost Europa, de Balkan, Turkije en zuidwest Azië. Het is een soort die enige droogte en warmte kan doorstaan en dus heel geschikt lijkt om aan te planten nu het bij ons warmer en droger wordt. De hazelnoten zijn kleiner (en zien er iets anders uit, zie foto rechts) dan die van de ‘struikhazelaar’ (foto links), maar als het warmer wordt is de kans groot, dat ze beter groeien en groter worden.