Zegt het voort!

blog archief

09 09 2020 Vingergras

Helemaal thuis tussen de straattegels

In de zomermaanden klinkt regelmatig het geluid van de bosmaaier door de wijk. De groenploeg is bezig om het onkruid tussen de stenen te verwijderen. Dat is soms nodig omdat de gemeente gelukkig geen gif meer spuit om de voegen schoon te houden. Die voegen zijn een prima plek voor zaden om te kiemen. Onder gunstige omstandigheden (niet te heet en zo nu en dan een regenbuitje) kan een straatje er al gauw flink groen uitzien. Veel planten houden het van nature niet lang vol in die omgeving. Maar er is een groep planten, de zogenaamde tredplanten, die zich niet zo makkelijk laat wegjagen. Zij voelen zich daar juist helemaal thuis. Meestal zijn ze niet zo opvallend, liggen min of meer plat op de grond, bloeien met kleine witte of groenige bloemetjes en zijn bestand tegen betreding.

Een grasje dat zich vaak tussen de tegels van het terras in de tuin vestigt is het Straatgras, soms maar enkele centimeters hoog. Het is een snelle groeier en zit tamelijk los in de grond.

Minder vaak in de tuin, maar wel in de zandige voegen van een parkeerplaats of het voetpad groeit een andere soort uit de grassenfamilie, het Harig vingergras (Digitaria sanguinalis). Harig omdat de bovenkant van het blad harig is en vingergras omdat de aren als vingers van een hand aan de top van de stengel staan. Ook de wetenschappelijke naam is duidelijk: Digitaria betekent vinger en sanguinalis bloedkleurig omdat de stengels vaak wat rood aangelopen zijn. Zonder een steuntje liggen de stengels plat op de grond en alleen het bovenste deel met de bloeiaren staat rechtop. Als hij tegen een muurtje groeit kan hij wel 50 centimeter hoog worden.

De temperatuur in de stad is een aantal graden hoger dan in het buitengebied. Dit komt door de dichte bebouwing, verstening en gebrek aan verdamping door de afwezigheid van groen en water. Het Harig vingergras is een warmte minnende soort en daarom zien we hem de laatste jaren steeds meer op straat verschijnen. Bovendien worden kiemplantjes in het voorjaar niet meer doodgespoten. Hierdoor hebben de planten de kans om snel in bloei te komen en zaad te produceren, dat meteen weer kan ontkiemen.