Zegt het voort!

blog archief

Groene parels in Capelle (6): Het Slagenlandschap

Het slagenlandschap is kenmerkend voor het Hollands-Utrechts veengebied. In Capelle zijn nog maar enkele fragmenten van dit landschap over, vooral tussen de Van Rijckevorselweg en de Ringvaart. Hoewel de natuurhistorisch-culturele betekenis van deze landschapsrestanten door de gemeente wordt erkend, zijn grote delen ervan inmiddels bebouwd, waarbij de vroegere verkaveling grotendeels verloren is gegaan.

Het slagenlandschap van Capelle (bron google-earth)

Het slagenlandschap is ontstaan in de 10e en 11e eeuw, toen de bisschop van Utrecht zogenaamde “copes” verstrekte aan boeren, die ze het recht gaf het veenlandschap te ontginnen en te benutten voor de landbouw. Er werden om de ruim zes meter sloten in het veenmoeras gegraven om dit gebied te ontwateren. Jaarlijks werden de sloten verlengd en moerasbos gekapt. Na ruim een kilometer werden dwarssloten gegraven, waarna de sloten weer verder het veen in werden verlengd. Dit totdat de ontginningen van beide zijden elkaar tegenkwamen; hier groef men dan een dwarswetering. Zo ontstond er een landschap met langgerekte percelen met boerderijen aan de dijken en kades, zoals dat in de Krimpener- en Alblasserwaard nog overal te zien is.

 

  Drie zichtbare slagen langs ´s Gravenweg

 

 

 

 

 

  Slag langs ’s Gravenweg met Grauwe Ganzen, Boerenganzen en Kuifeendjes

 

 

 

 

 

 

 

Binnen Capelle, ooit een dijkdorp, zijn nog maar kleine delen van het slagenlandschap  intact. Door grootschalige turfwinning vanaf de 14e eeuw, de drooglegging van het veenplassengebied in 1875 en de verstedelijking na 1950 en de aanleg van de Capelse Golfbaan is het slagenlandschap bijna geheel verdwenen.

Een restant is nog aanwezig tussen de Alexanderlaan en de Schenkelse Dreef. Ook het slagenlandschap van Oeverrijk, omsloten door Kanaalweg, Bermweg en ’s Gravenweg,  blijft behouden; het plan hier villa’s te gaan bouwen gaat gelukkig niet door. Het plan is om dit gebied een natuurbestemming te geven.

Het is de bedoeling de ’s Gravenweg in oude luister te herstellen. Ter plaatse van de “mienten”, hoofdsloten voor de ontwatering van het veengebied, wil men de gedempte sloten weer open graven en vervangen door bruggen, zoals die ooit aanwezig waren. De oude slootverkaveling is nog bijna geheel intact, al zijn wel overal de boerderijen vervangen door luxe woningen.

 

De ooit aanwezige bloemrijke veengraslanden zijn bijna geheel verdwenen. Toch zijn nog planten aanwezig, kenmerkend voor het slagenlandschap: knotwilgen, vooral langs de ’s Gravenweg, waterplanten als Gele Lis, Kikkerbeet en Gele plomp. Ook het niet zo algemene vleesetende Groot Blaasjeskruid komt nog in enkele sloten voor. In blaasjes onder water worden kleine waterdiertjes gevangen en verteerd.

 

 GeleLis

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook in de weilanden worden nog minder algemene planten aangetroffen, kenmerkend voor matig voedselrijke veengraslanden, zoals Moeraswalstro, Veldlathyrus, Moerasrolklaver en Blauw glidkruid. Langs de bermen van de ´s Gravenweg treffen we nog enkele bijzondere planten aan als Echte Valeriaan, Veldlathyrus en zelfs Rietorchis.

 

 

Rietorchis (foto Yvonne Commijs)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In de vele sloten en op de daartussen liggende percelen zijn algemene water-/weidevogels te vinden: Wilde Eend, Waterhoen, Meerkoet, Fuut, Knobbelzwaan, Grauwe Gans, Canadese Gans, Nijlgans, Krakeend, Scholekster, Aalscholver. ’s Winters ook vaak Smienten. De Ooievaar broedt elk jaar op de ooievaarspaal wat goed te zien is vanaf de ’s Gravenweg.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kortom een oud landschap om te koesteren zo midden in een stedelijk gebied.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.