Zegt het voort!

blog archief

Ruud’s blog

Hier blog Ruud over alles wat groeit en bloeit en ons altijd weer boeit.

Nog meer Pijlstaarten, maar ook ‘Vleren’

Na mijn laatste 2 blogs over pijlstaartvlinders (Kolibrievlinder en Groot Avondrood) weer nieuwe meldingen van pijlstaarten. Duurde even voordat ik er over kon schrijven, maar er is een probleem met het programma om te bloggen. Is niet helemaal opgelost, maar via een omweg lukt het nu gelukkig toch gedeeltelijk. Vooruit dus maar op risico van commentaar van slechte lay-out….


Aad van Weel stuurde mij deze foto van de rups van de Ligusterpijlstaartvlinder (Sphinx ligustri), aangetroffen in liguster zuidrand Schollebos (omgeving Bermweg). Een schitterende dikke, vette en mooi getekende rups. Altijd zoete herinneringen als kind: ik verzamelde enkele exemplaren en deed die in een grote weckpot met dagelijks verse takjes liguster. Overwintert als pop ondergronds. Een feest om na maanden te zien hoe zij als vlinder uit de pop kruipen. Heb tientallen jaren gezocht in heel veel ligusterhagen, maar nooit meer gezien en nu komt Aad met deze foto! Geweldig! Het is een echte nachtvlinder van groot formaat (met gespreide vleugels zeker 8 cm breed).Waardplant voor de rups is dus vooral Liguster, maar ook Sering.

 

 

 

 

 

 

Afgelopen dinsdagavond was onze jaarlijkse vleermuizenexcursie. Georganiseerd door SNC en geleid door vleermuisdeskundige Peter van Dalen. Na de wolkbreuk ’s middags werd het gelukkig droog zodat de excursie door kon gaan (vleermuizen, of ook wel “Vleren” genoemd, jagen en navigeren met sonar; regen verstoort hun waarneming, alsof ze alleen maar een muur van water “zien”). In tegenstelling tot alle andere excursies van SNC is bij de jaarlijkse Vleermuisexcursie een ‘stop’ ingesteld bij 25 deelnemers. Ook nu weer een veelvoud van aanmeldingen, zodat we helaas veel mensen moesten teleurstellen. Ik hoop maar dat deze daar begrip voor kunnen brengen: de allereerste keer dat wij zo’n 10 jaar geleden een vleermuizenexcursie organiseerden, liepen we met bijna 80 deelnemers rond en dat werkt dus echt niet: meer dan de helft krijgt tekst en uitleg niet mee… Meerdere vleermuisexcursies per seizoen in Schollebos zijn voorlopig niet haalbaar omdat we afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van onze deskundige.

Na een welkomstwoord en een introductie over vleermuizen door Peter gingen we op pad. Het aantal gespotte vleren viel wat tegen, maar 4 soorten zijn toch waargenomen: Gewone Dwergvleermuis, Laatvlieger, Watervleermuis en heel even de Ross Vleermuis.
Voor mensen die dit jaar nog willen deelnemen aan ’n vleermuizenexcursie in de omgeving: zie Vleermuis.net

 

 

 

 

 

En nog meer nieuwe soorten!

Allereerst: “Nieuwe soorten” betekent soorten die – voorzover ik weet -nog niet eerder zijn vastgesteld in Capelle. Als U bijzondere soorten hebt waargenomen: laat het mij weten!

Afgelopen woensdag: onze tuinman (tja, fysiek kan ik mijn grote tuin niet meer aan helaas) ontdekte in onze vijver op het Waterdrieblad rupsen van de vlinder Groot Avondrood. Dat was ff kicken! Al meer dan 20 jaar geen pijlstaartrupsen meer gezien en nu zomaar in mijn achtertuin! Pijlstaartvlinders (familie Sphingidae) zijn een aparte groep Nachtvlinders waarvan er in Nederland zo’n 18 soorten zijn waargenomen (wereldwijd wel 1000 soorten, meeste in de tropen). De grote rupsen (de meeste zo’n pinkgroot en -dik) hebben alle een – meestal gekromde – stekel op het achterlijf (“Pijl”). Net als de volwassen vlinder is ook de rups van Groot Avondrood alleen ’s nachts actief. Overdags trekt hij de voorste smalle kopsegmenten in, waardoor de kop een slangachtig uiterlijk krijgt, wat versterkt wordt door de oogtekeningen vlak achter de kop. Als hij die voorste smalle segmenten (zijn kop dus) uitstulpt, dan ziet dat eruit als een slurfje, vandaar zijn 2e naam “Olifantsvlinder”. (Overigens: de in vorige blog genoemde Kolibrievlinder is ook een Pijlstaartvlindersoort).

De vlinder Groot Avondrood doet zijn naam eer aan, niet alleen qua grootte, maar vooral door zijn werkelijk fenomenale kleuren. Met zijn lange rol-zuigtong snoept hij van nectarbloemen zoals Kamperfoelie (dat ik dus ook in mijn tuin heb staan). De vlinder heeft meerdere waardplanten waar rupsen van leven, zoals Wederik- (Epilobium) en Walstrosoorten (Galium), maar dus ook Waterdrieblad.

Groot Avondrood (foto internet; klik op foto voor totaal beeld).

De vlinder kent maar 1 generatie (1x voortplanting per jaar) en overwintert als pop op de grond tussen bladafval e.d. (laat afgevallen blad in winter in uw tuin liggen; niet alleen voor deze soort, maar voor nog veel meer diertjes, waar vogels weer van kunnen eten!!).

 

 

 

Waterdrieblad (Menyanthes trifoliata). Een inheemse moeras-/waterplant met prachtige bloemen. Samen met de Watergentiaan in Nederland  de enige 2 vertegenwoordigers van de Watergentiaanfamilie (Menyanthaceae). Bloeit in mei-juni en soms nog een 2e keer in najaar. Een beschermde soort, ook al wordt ie ook gekweekt en verhandeld. Vorig jaar door SNC uitgeplant in vijvertjes en singels westrand Schollebos.

 

 

 

Engelse Alant (Inula Britannica). Een inheemse plant, vrij algemeen in rivierengebied, maar verder zeldzaam tot zeer zeldzaam. Door SNC uitgeplant in westelijk deel Schollebos en goed aangeslagen. Behoort tot de grote familie der Samengesteldbloemigen (Compositae, tegenwoordig Asteraceae genoemd).

 

 

 

 

Kleverige Ogentroost (Parentucellia viscosa). Zeldzaam en waarschijnlijk ingezaaid met zaadmengsel door gemeente. Op voorhand ge-excuseerd, want Anton – onze wandelende encyclopedie qua flora – had deze gecategoriseerd als Stijve Ogentroost = Euphrasia stricta; moet dit nog even uitvechten met hem, maar hoe dan ook is het een nieuwe soort en behorend tot de Bremraapfamilie (Orobanchaceae). Deze soorten zijn alle (half-)parasieten en onttrekken hun voedsel deels aan andere planten. Een verwante soort is de Grote Ratelaar ( Rhinanthus angustifolius) die door gemeente o.a. is uitgezaaid langs zuidkant van Rijckevorselweg om gras en riet daarmee kort te houden.

 

Tot slot nog enkele waarnemingen van afgelopen dagen:

  • Boomvalk jagend boven west-rand Schollebos
  • Buizerd: in mijn achtertuin in Lindeboom
  • Groene Specht: 2 Groene Spechten op Spartaterrein Schollebos samen foeragerend (stelletje? 2 Jongen?).
  • Grote Zilverreiger in Hitland
  • Veel Kieviten langs IJssel bij eb ter hoogte van Hitland.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zeldzame Vlinder? Let op de kleintjes.

Jan van Wensveen spotte in zijn tuin (grenzend aan Schollebos) zeer waarschijnlijk de zeldzame Keizersmantel (Argynnis paphia). In Nederland tegenwoordig alleen als zeldzame zwerver aangetroffen (De Nieuwe Vlindergids, Tom Tolman, Richard Lewington. Tirion Uitgevers BV 2010). Wel – vliegend- moeilijk te onderscheiden van enkele Parelmoervlindersoorten. Waardplanten (waar rupsen van leven) diverse viooltjessoorten (in Schollebos op sommige plaatsen Maarts Viooltje en Bosviooltje ruim aanwezig). De vlinder kent maar 1 generatie (plant zich maar 1x in het jaar voort). Als rups overwinterend in boomschors. Er zouden nu meerdere waarnemingen zijn in Nederland.

 

 

Ook – met 100% zekerheid – een Kolibrievlinder in zijn tuin. Die is heel eenvoudig te herkennen: als een kolibrie vliegend voedt die zich met nectar met zijn lange roltong. Het is een zogenaamde Dag-actieve Nachtvlinder behorend tot de Pijlstaartfamilie (Sphingidae). Het is een ‘Trekvlinder’ die ’s zomers vanuit Zuid-Europa ook naar het noorden trekt. Waardplanten zijn Walstrosoorten (Galium). In Schollebos is Kleefkruid (Galium aparine) een woekeraar; daarnaast is ook Glad Walstro ( Galium mollugo) aanwezig.

Kolibrievlinder (Macroglossum stellatarum). De rups heeft net als alle andere Pijlstaartsoorten een doornachtige stekel (“Pijl”) achter op het uiteinde. Niet echt zeldzaam en vaak ook in (bloemrijke!!)  tuinen waargenomen (ook ik een enkele keer). Met klimaatopwarming wellicht een permanente soort?

 

 

 

 

Blote Billen in Schollebos

Bij onze recente zomeravondexcursie troffen we op een dode boomstronk een zogenaamde Slijmzwam aan. Slijmzwammen (Myxomyceten, Dictyostelida)) zijn boeiende organismes. Ze horen eigenlijk nergens bij: het zijn geen dieren, geen planten en ook geen schimmels/paddenstoelen/zwammen. ScienceFiction-achtige organismes. Wereldwijd zijn er maar zo’n 500 soorten. Na een ingewikkeld beginproces ontstaan uit de sporen van rijpe vruchtlichamen een kruipende en slijmige massa: het Plasmodium. Centimeters groot, dat zich al kruipend voedt met algen, bacterien en ander microscopisch klein voedsel. Het Plasmodium is eigenlijk 1 mega-cel: het is niet opgebouwd uit individuele cellen. Na verloop van tijd gaat het Plasmodium zich delen in vruchtlichamen die wel duidelijke vormen hebben en sporen vormen.

Een  wereldwijdverbreide soort is de Bloedweizwam (Lycogala epidendrum), ook wel Blote Billetjeszwam genoemd. Tijdens de excursie was alleen maar het plasmodium als een witte smurrie te zien, zich uitspreidend over een andere zwam op een boomstronk. Paar dagen later kreeg het een roze kleur en wat steviger structuur. Ik enthousiast de dag erop mijn fototoestel meegenomen en… verdwenen, ja gesloopt (de zwam waarop het plasmodium gekropen had lag er los naast! Wie doet dat in vredesnaam?).  Daarom maar foto’s van internet geplukt.

Bloedweizwam (Lycogala epidendrum), Plasmodiumstadium. Het plasmodium is zeer variabel van kleur (oranje, rood, roze).

 

 

 

 

 

Bloedweizwam (Lycogala epidendrum), Vruchtlichamen (de “Blote Billen” dus, maar ook wel “Gewone Boomwrat” genoemd).

 

 

 

 

 

Een andere algemene Slijmzwamsoort (ook nu in Schollebos) is de Heksenboter:

 

Heksenboter (Fuliga septica), Plasmodiumstadium.

 

 

 

 

 

 

Heksenboter (Fuliga septica), Vruchtlichamen.

 

 

 

 

 

 

Mijn naam is…..

Afgelopen middag zat een Haas op zijn gemak te knabbelen aan een pol plantjes op het ‘schapenweitje’ langs de Bermweg (Schollebos). Steeds vaker zie ik de Haas in Schollebos. Konijnen echter steeds minder. Mogelijk heeft dat te maken met predatie door vos, bunzing, hermelijn en wezel (komen allemaal voor in Schollebos!). Konijn is een vrij gemakkelijke prooi, maar de haas niet, want die kan echt heel hard rennen ( tot zo’n 60 km per uur) en dan ook nog met plotselinge zigzagwendingen. Dit heeft hij te danken aan zijn lange achterpoten.

De Haas (Lepus capensis) behoort o.a. met Konijn tot de familie Leporidae, onderdeel van de orde Duplicidentata (“Dubbeltandigen”) en niet – wat algemeen beweerd wordt – tot de orde Knaagdieren (Rodentia). Zij hebben echter wel degelijk knaagtanden (plantaardig voedsel: herbivoor), maar het verschil wordt gemaakt doordat Haas en Konijn achter hun 2 bovensnijtanden nog 2 kleine “Stifttandjes” hebben en hun snijtanden geheel met email bedekt zijn (bij echte knaagdieren is alleen de voorkant met email bedekt).  Ach ‘What’s in a Name’ zei Shakespeare al…. Gewoon genieten!

Het schapenweitje is over land alleen bereikbaar via de Bermweg en dat lijkt mij niet de weg die deze haas gekozen zal hebben om daar te komen. Maar hazen kunnen zeer goed zwemmen, ook vrijwillig. Het zijn voornamelijk avond-/nachtdieren maar ook overdags laten zij zich regelmatig zien. Zij maken een “Leger” (een ondiepe kuil) als schutplaats en voor hun jongen in bosjes, maar ook in akkers. In het voorjaar (voortplantingstijd) zien we vaak meerdere man-hazen strijden (boksen, rammelen) om een vrouwtje. Golfbanen Capelle en Hitland en nu ook Sparta-sportterrein (Schollebos) zijn plaatsen waar men kans maakt om dit te zien.

Uiterlijke verschillen tussen haas en konijn: haas heeft lange oren (bijnaam is dan ook “Langoor”) met zwarte top. Haas is groter met langere achterpoten. Ooguitdrukking !

Qua gedrag: haas maakt ondiep kuiltje, konijn graaft holen.

 

 

 

 

Nederlandse taal:

-Mijn naam is Haas: zich van den domme houden.

– Het hazenpad kiezen: als een speer wegvluchten

-Het haasje zijn: je bent de sigaar

-Haasje over: kinderspel waarbij men over gebogen kinderen hupt (vergelijk Rammelgedrag)

-Met onwilligen honden is het kwaad hazen vangen: als mensen niet willen komt men niet verder

– Je weet nooit hoe een koe een haas vangt: niet weten wat een onverwacht gelukje kan doen

-Hazenlip: aangeboren gespleten bovenlip bij pasgeborenen (vaak ook gepaard gaand met gespleten gehemelte).

-Hazenslaapje: kort slaapje

Anekdotes:

-Gemeente heeft ooit een bestrijdingsplan gemaakt voor bestrijding van “Hazen” omdat die het talud van Algeraweg ondergroeven met holen. Tja, het verschil tussen hazen en konijnen…

-Ooit eens een knallende ruzie met een heerschap gehad met mogelijk juridische gevolgen. Ik vroeg hem om zijn naam en hij antwoordde “mijn naam is Haas”; ik geloofde dat niet totdat hij zijn visitekaartje gaf en zijn naam was inderdaad…. Oops.

Overall: de Haas heeft onze natuur en cultuur verrijkt. Helaas waarderen wij als mens dit steeds minder: de jacht is nog steeds vrij en zo goed gaat het nou ook weer niet met de Haas. In Hitland wordt er nog steeds op gejaagd: stoppen daarmee dus!

 

 

 

 

 

 

 

 

Invasieve exoten en wat doet Capelle eraan?

Niet alleen de mensenmaatschappij heeft te maken met mondialisering en immigratiestromen. Ook de natuur heeft hier mee te maken. Door ontsnapte  exotische dieren en gedumpte en verwilderde tuin-/sier-waterplanten, door lozingen van ballastwater van schepen (bedreiging onze inheemse schelpdieren als Mossel en Oester), door treinen, door meenemen van zaden en sporen door toeristen, enz.: per jaar komen honderden nieuwe soorten naar ons land. Introductie van nieuwe soorten was vroeger ook niet zeldzaam: denk aan de Moeflon (Hoge Veluwe), Damhert (Waterleidingduinen), Fazant (als siervogel uit China en later als jachtvogel); veel van deze soorten zijn inmiddels “ingeburgerd”. Grijze Eekhoorn verdringt onze Rode Eekhoorn, Chinese Wolhandkrab en Amerikaanse Rivierkreeften zijn massaal aanwezig (er worden er nu zelfs geexporteerd naar China!) en hebben onze inheemse rivierkrabben- en kreeften vrijwel 100% verdrongen. Scheidingslijnen van gewenst-ongewenst of er tussen in zijn moeilijk te trekken. Je zou het ook kunnen zien als een evolutionair verschijnsel als gevolg van de mondialisering die ook op andere gebieden plaats heeft (handel, politiek, internet, immigratiestromen). De vraag bij dit alles: waar trekken we een grens? Angstvallig terugkruipen in onze schulp heeft geen enkele zin, maar wat moeten we dan wel doen?

Recentelijk heeft de EU de “verboden” exotische soortenlijst aangevuld met nog weer 12 soorten. Deze soorten dienen de overheden (landelijk, provincial, gemeentelijk) te bestrijden omdat zij schadelijk zijn voor de eigen inheemse Europese flora/fauna. SNC heeft gemeente attent gemaakt op deze EU-verordening toegespitst op voorkomende Capelse invasieve exotische soorten die op deze EU-lijst staan (voor zover ons bekend) en een aanbeveling hoe deze exoten in Capelle te bestrijden. Als primaire reactie kreeg SNC een email van de gemeente terug, waarin SNC gewezen werd op deze nieuwe EU-richtlijnen alsof de gemeente ONS hierover wilde informeren (??) en de volgende citaten:

  • “In dit geval is eerst het Rijk aan zet en wij (als lagere overheid/gemeente) zullen t.z.t. (via het Rijk dan wel provincie) horen wat de vervolgstappen zullen zijn. De problematiek m.b.t. de invasieve exoten is namelijk niet overal binnen Europa (en ook binnen de verschillende provincies van ons land) hetzelfde. Maatwerk (bijvoorbeeld in de vorm van beheer-plannen) is noodzakelijk.”
  • “Het lijkt de gemeente sowieso (voordat zij tijd, geld en energie gaat stoppen in het uitvinden van het wiel omtrent dit probleem) goed om de stappen die hogere overheden hierin maken nauwgezet te volgen. Wat gaat er geregeld worden in de nationale en provinciale beheerplannen?”.
  • “Gemeente heeft afspraak staan met gemeente Delft om over hun aanpak te praten”.

Tja lekker afwachten dus en wat neuzelen (een “Trumpiaanse reactie”) en ondertussen staat Schollebos binnen 5 jaar helemaal vol met Reuzenbereklauw, Reuzenbalsemien en Japanse Duizendknoop. Bestrijdingsmethoden zijn ALLANG bekend (ook bij SNC), maar ondanks dat wil gemeente kennelijk TOCH weer het Eigen Wiel uitvinden wat ze zelf zegt niet te willen (“Trumpiaans”)…… Tja, wie heeft er verstand van binnen gemeentehuis?? En (??) wordt de expertise van SNC en gelieerde experts niet op prijs gesteld??

Wat Capelle betreft zijn de volgende soorten echt belangrijk om die te bestrijden:

Reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum). Vermeerdert zich explosief via ondergrondse uitlopers en zaad. Ingevoerd als sierplant uit Azie, maar sterk verwilderd. Niet alleen ongewenst vanwege verdringing van inheemse planten, maar ook omdat de plant bij huidcontact en zon blaren veroorzaakt die vaak ontsteken. Zeker voor kinderen een gevaarlijke plant en (weliswaar in zeldzame gevallen) soms (bijna) dodelijk. Bestrijding: of enkele keren met wortel en al uitsteken, of (uitputtingsmethode) per groeiseizoen 4-5x maaien voor zaadzetting. Tot nu toe wordt in Schollebos 1-2x gestoken/gemaaid waarbij ook nog vele exemplaren over het hoofd worden gezien: uitvoering door Capelle Werkt of Promen en dat zijn ECHT geen deskundigen… De Reuzenberenklauw rukt dan ook in ras tempo op en is nu al een plaag. (Ook honden kunnen bij contact die blaren en zweren krijgen!).

 

 

Reuzenbalsemien (Impatiens glandulifera). Afkomstig uit Himalaya. Een mooie bloem waar hommels verzot op zijn vanwege de nectar. Maar ook hier explosieve vermeerdering ten koste van eigen inheemse flora. In Loetbosch (Krimpenerwaard) en Biesbosch inmiddels echt doorgewoekerd. In Schollebos zijn we aardig op weg. Nog 10 jaar niks doen en zelfs onze brandnetel kan er niet tegenop…. Bestrijden door maaien\afsteken voor zaadzetting. Niet moeilijk dus.

 

 

 

Japanse Duizendknoop (Fallopia japonica). Ook hier weer een als sierplant ingevoerde exoot (uit Japan dus). Vermeerdert zich ook op bijna logaritmische schaal ten koste van inheemse flora. In natuurgebied De Zaag (Krimpen aan de Lek) kan je bijna de rivier niet meer zien: hoge en dikke hagen. Ook al in Hitland door ons ontdekt (en instanties daarover ge-informeerd) en nu ook een eerste exemplaar in Schollebos. Met ambtenaar Cees Burgerhout had SNC de afspraak: melden en gemeente graaft deze met wortel en al uit. Jammer genoeg is Cees met pensioen en nu gaat gemeente dus ‘gewoon’ afwachten….

 

 

Halsbandparkiet (Psittacula krameri). Oorspronkelijk uit voet Himalaya ge-importeerde siervogel, maar onstnapt in jaren 60 vanuit Schipholzending. Winterhard, via Amsterdamse Bos, Den Haag en Rotterdam ook hier in Capelle ruimschoots aanwezig als broedvogel (totale populatie Nederland al ca. 20.000 exemplaren; idem Belgie. Inmiddels ook verspreiding in heel West Europa). Holenbroeder, maar maakt zelf geen broedhol en maakt gebruik van oude spechtenholen. Slechts 1 veldonderzoek in Vlaanderen, waarbij schadelijkheid niet direct aantoonbaar was (meerdere vogels maken gebruik van oude spechtenholen).  Wordt dit de nieuwe Fazant? Ze slopen wel fruitbomen, vaak alleen maar “zomaar”.

 

Nijlgans (Alopochen aegyptiacus). Geen echte gans maar een eendensoort. Zoals de naam zegt afkomstig van Nijlgebied in Afrika. Zeker 2 broedsels per jaar  met 8-9 jongen per leg, die vrijwel allen volwassen worden dankzij de zeer agressieve bescherming van nest en jongen. In Schollebos meerdere waarnemingen door vissers dat zij kuikens van inheemse Wilde Eend vermoordden. Met deze Eigen Wilde Eend gaat het achteruit: er is zelfs een onderzoek gestart naar de oorzaak ervan. Is er een verband? Bestrijding: afschot voor de broedtijd. Voedselbank is er blij mee?

 

Nou dit waren de belangrijkste invasieve exoten voor Capelle. Bestrijding: niet moeilijk qua methodes. Gemeente? Lekker afwachten tot het te laat is en de kosten voor bestrijding uit de pan rijzen?

 

 

 

 

Allemaal Beestjes

Dankzij nieuwe waarnemers ‘regent’ het aan nieuwe en soms bijzondere en zeldzame waarnemingen van insecten in het Schollebos. Daarbij is natuurlijk niet gezegd dat “nieuwe” soorten niet eerder voorkwamen: zij zijn echter misschien nooit eerder ontdekt. Welnu, hier het festijn van afgelopen week:

Kleine Vuurvlinder (Lycaena phlaeas; foto Rob van Dorland; Schollebos). 2 afzonderlijke waarnemingen afgelopen week (west-Schollebos, ingezaaid bloemengazon). Laatst bekende waarneming Capelle in 2010. Op zich algemene soort in heel Europa. Aantal waarnemingen gerelateerd met aantal bewuste waarnemers…..(geldt voor alle waarnemingen). Waardplanten (planten waarop de eitjes worden afgezet) zijn  vooral Zuringsoorten (Rumex). In Schollebos is Ridderzuring (Rumex obtusifolius) overdadig aanwezig; ook andere zuringsoorten in Schollebos, maar niet dominant (Veldzuring, Krulzuring, Waterzuring, Schapenzuring).

 

 

Landkaartje (Araschnia levana, vrouwtje; foto Rob van Dorland; Schollebos). Op zelfde terrein door 2 onafhankelijke waarnemers vastgesteld. Een nieuwkomer (nooit eerder vastgesteld). Op zich algemeen in Nederland, maar nu dus 1e waarnemingen Capelle. Waardplanten: Grote en Kleine Brandnetel (Urtica dioica en Urtica urens). Net als vorige soort dus afhankelijk van woekeraars.

 

 

 

Icarusblauwtje (Polyommatus Icarus, mannetje; foto Rob van Dorland; Schollebos). Ook een ‘nieuwkomer’, maar algemeen in Nederland/Europa. Prachtig klein vlindertje waarvan het mannetje moeilijk te onderscheiden is van het mannetje van het eveneens ook in Capelle algemeen voorkomende Boomblauwtje (Celastrina argiolus). De vrouwtjes zijn totaal verschillend van elkaar. Op deze foto is doorslaggevend de tekening van de onderkant van de vleugels. Waardplanten voornamelijk Vlinderbloemigen (Papilionaceae) zoals klaversoorten.

 

 

Blauwe Glazenmaker (Aeshna cyanea, mannetje; foto Rob van Dorland; Schollebos). In Schollebos meerdere soorten van deze familie (Aeshnidae). Glazenmakers zijn de grootste libellensoorten, vaak prachtig gekleurd. Vliegen omhoog, omlaag, naar voor en achteren en van links naar rechts met geweldige snelheid. Definitieve determinatie soms alleen mogelijk als ze ergens stil blijven zitten. Voorzichtige benadering van vaste rustplaatsen (veel geduld nodig!) levert het plaatje op waarmee de soort dan te determineren is. In dit geval is kenmerkend dat de stippen op het achterlijf (abdomen) op het uiterste achterpunt met elkaar samengevloeid zijn. Is geen echte nieuwkomer, algemeen, maar slechts 1x eerder waargenomen.Overigens: Glazenmakers  zijn geduchte rovers op andere insecten in de lucht. Zelf vallen ze (ook in Schollebos) weer ten prooi aan de Boomvalk die Glazenmakers als hoofdmenu hebben staan.

 

Blauwzwarte Houtbij (Xylocopa violacea; foto Aad van Weel; Schollebos). Een in Nederland zeldzame, solitaire bijensoort (leeft niet in kolonieverband) die erg op een vlieg lijkt. Is een van de grootste bijensoorten  en wordt laatste jaren vaker aangetroffen in Nederland. Vrouwtje legt haar eieren in hout van pas afgestorven bomen (o.a Lariks, Pruim, Kers en Berk). Nu 1e waarneming in Capelle door Aad van Weel.

 

 

Ooievaars- en Sperwernieuws volgt.

 

Varia

Er is altijd zoveel te vertellen en te laten zien. Een greep uit de afgelopen week:

Grauwe Vliegenvanger (Muscicapa striata; foto Internet). Rick van der Weijde spotte deze vogel langs de ’s Gravenweg naast de golfbaan (zie Waarneming.nl). Een algemene soort, maar niet zozeer in regio Capelle. Zelf jaren geleden een Grauwe Vliegenvanger die zich te pletter had gevlogen tegen het voorraam van ons huis. Een onopvallend (“Grauw”) insectenetend (spits snaveltje) vogeltje. Voor Capelle toch een bijzondere waarneming.

 

 

 

Brede Wespenorchis (Epicactis helleborine; foto Kees Dekker). Ik kreeg deze foto opgestuurd door Kees Dekker omdat deze wilde orchidee spontaan in zijn tuin groeide.  Algemeen in Capelle en Nederland. Brede Wespenorchissen staan nu volop in bloei. Betekent dat de gazons waarin ze nu in Schollebos bloeien NIET gemaaid mogen worden: alle orchideeen zijn wettelijk beschermd! Zie voor voortplanting eerdere blogs. Ben wel jaloers: ik wil ze ook graag in mijn tuin. Maar uitgraven en overplanten is a) verboden en b) heeft het absoluut geen zin: zonder de specifieke bodemschimmels zullen ze nooit aanslaan. Schimmeldraden en haarwortels van de orchidee zijn met elkaar verbonden. De schimmel geeft mineralen en andere voedingsstoffen aan de orchidee en de orchidee geeft “in ruil” suikers (verkregen door fotosynthese) als voeding aan de schimmel: symbiose = samenleving tot wederzijds nut. Kunnen we als mensheid een voorbeeld aan nemen!!!

Grote Roodoogjuffer, man (Erythromma najas). In Schollebos meerdere Juffersoorten, waaronder deze Grote Roodoogjuffer. Het mannetje lijkt veel op het Lantaarntje, ook een heel algemene soort, maar het onderscheidt zich vooral door de knalrode oogjes. Goed kijken op en rond  de drijvende  bladeren van de Gele Plomp waar ze graag vertoeven!

 

 

 

 

De zomerexcursie op 1 juli: waarschijnlijk door de slechte weersverwachting slechts 3 deelnemers. Toch maar door laten gaan. We hielden het droog en was toch gezellig.

Bijeenkomst gemeente over bouwplannen ‘Oeverrijk’. Gemeente wil luxe woningen bouwen aldaar (gebied tussen Bermweg-Kanaalweg-’s Gravenweg, nu een historisch restant van het oude ‘Slagenlandschap’: stroken weiland gescheiden door sloten). Was druk bezochte en heftige bijeenkomst. Iedereen tegen bouwen, inclusief SNC. Waarom weer stuk natuur/cultuurhistorie (gaat om 5 hectare!) opofferen voor slechts 30 woningen a raison van 6 of 7 ton? Wat is de maatschappelijke meerwaarde ervan?? Wordt vervolgd en strijd is nog niet gestreden.

Bijeenkomst werkgroep ‘Groenere Tuinen’. Mondjesmaat vooruitgang. Gemeente laat werkgroep (uitsluitend vrijwilligers) doormodderen, maar neemt zelf geen grootse initiatieven en pakt niet door. We blijven ons best doen, maar niet tot in de ‘eeuwigheid’.

Afgelopen zaterdag excursie voor OSC (Onafhankelijke Seniorenvereniging Capelle). Aangepaste excursie met rustpauze en drankje in Pannenkoekenhuis. Ben Pley maakte er een leuk verslag van: klik op deze link:

link naar filmpje

 

 

Knus ooievaarsgezin

Een laatste kans om het ooievaarsgezin op het nest te zien, want de jonge ooievaars aan de ’s Gravenweg staan nu echt op het punt van uitvliegen.  Pa en ma ooievaar voeren steeds minder hun jongen om ze te dwingen om uit te vliegen en hun eigen kost te gaan verdienen. Ooievaarspaartjes zijn monogaam en blijven elkaar altijd trouw. Ook voeden zij beide hun jongen op. Vrijwel altijd is 1 ouder op het nest of er vlakbij. Typisch is wel dat pa en ma ooievaar in najaar gescheiden op trek gaan naar Afrika en ook gescheiden weer terugkomen op hun vertrouwde nest. Zonder ongelukken tijdens die trek (jacht, stormen, e.a.) hoop ik nog vele jaren van dit paar te genieten! Frank Oling maakte afgelopen week een prachtig filmpje van het ooievaarsgezin op het nest.  Klik hieronder op de link om dit filmpje te zien.

link naar  ooievaarsfilmpje

 

Vleesetende planten ook in Capelle!

Meeste mensen hebben ooit wel eens gehoord over vleesetende planten. In de tropen kennen we bekerplanten, in Nederland o.a. de Zonnedauwsoorten en zeer zeldzaam Vetblad. Geen van alle in Capelle aanwezig. Maar wel een vleesetende waterplant:

Gewoon Blaasjeskruid (Utricularia vulgaris). Momenteel in bloei in de nieuw gegraven vijvers in Schollebos (achter Capelseweg, ter hoogte kruising Gemaalpad/Ooievaarspad). De bloemen steken boven water uit. Stengels zijn onder water en hebben kleine blaasvormige vangbolletjes. Als watervlooien zo’n bolletje aanraken opent zich een klepje en de watervlo wordt door een ontstaan vacuum naar binnen gezogen en daarna verteerd als voedsel. De plant heeft dan ook geen wortels. Deze soort is niet uitgeplant, maar spontaan hier terecht gekomen. Moet wel zeggen dat ik wel beide vijvers ge-ent heb met watervlooien. Prachtige aanwinst! Langs oevers van deze vijvertjes nu ook bloeiend Moerasvergeetmijniet, Moerasspirea, Moerasrolklaver, Kattenstaart.