Zegt het voort!

blog archief

Ruud’tain’tblog

Hier blog Ruud over alles wat groeit en bloeit en ons altijd weer boeit.

Vossennest in kruipruimte (gefilmd)

Vossen zijn slim en passen zich snel aan aan omstandigheden. Langs de Capelseweg enige tientallen meters van mijn woning heeft een vossenpaar de kruipruimte van één van mijn buren in beslag genomen. Ondanks de soms vervelende stankoverlast hebben de bewoners besloten om geen stappen te ondernemen totdat de jongen (3 stuks) definitief het nest verlaten hebben. Zij hebben een paar filmpjes gemaakt die ik graag laat zien. Ze staan hieronder.

Maart roert zijn staart

Dacht ik eindelijk richting lente te gaan, gaat het nu weer vriezen. Ik houd mijn hart vast voor de nu al bloeiende planten (narcissen, crocussen, klein hoefblad, maarts viooltje). Afgelopen maandag mijn eerste vliegende Hommelkoningin en donderdag een Dagpauwoog die uit mijn tuinschuurtje kwam. Ook een wesp op onze slaapkamer en een vlieg in de voortuin. Zingende Merel, Zanglijster, Boomkruiper, Heggenmus en zelfs een Zwartkop die hier heeft overwinterd. De Smienten langs de Rijckevorsselweg zijn verdwenen en weer op weg naar hun broedgebieden in de toendra’s. Het ooievaarspaartje wordt weer regelmatig op hun broedpaal gezien waar ze vorig jaar met succes 3 jongen hebben grootgebracht. Het “tpie” van de Scholekster is weer overal te horen.  Meerkoetenpaartjes maken weer stevige ruzies met elkaar om hun territorium af te bakenen en Futen zijn al aan het baltsen. Allemaal tekenen van naderende lente, joechei! Toch ook nog grote troepen Koperwieken en enkele Kramsvogels in Schollebos als echte wintergasten. Het Fluweelpootje (een echte winterpaddenstoel) is ook nog overal in Schollebos te zien.

Ooievaar met jongen vorig jaar. Normaliter is de Ooievaar een trekvogel die overwintert in Afrika. De nazaten van gefokte ooievaars in ooievaarsstations blijven steeds vaker in den lande overwinteren. Het Capelse paartje heeft hier overwinterd. Wordt vrijwel zeker weer een mooi broedresultaat dit jaar. Deze week vlogen ze thermiekend boven de Capelseweg vlak boven mijn huis, geweldig!

 

 

 

 

 

 

 

Bloeiende Narcissen bij entree Sportcomplex Schenkel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

|Maarts Viooltje (Viola odorata). In Schollebos op enkele plaatsen. Een grote concentratie ten oosten van Schollevaartseweg. Inheems, maar ook als tuinplant te koop. Verspreiding vooral door mieren: de zaadjes hebben een mierenboodje, een eiwitpakketje waar mieren dol op zijn. Zij nemen de zaadjes mee naar hun ondergronds nest en voeren dat aan hun larven. De zaadjes zelf blijven over en kunnen het volgende seizoen weer ontkiemen.

 

 

 

 

 

Dan het “Abelenbosje” in het Schollebos. Betreft zo’twere0,5 hectare met een kleine 100 Abelen. Paar jaar geleden zijn langs voetpad alle abelen al gekapt vanwege omgevingsgevaar ( extreme scheefstand).  In de laatste januaristorm zijn nu daar ook nog eens  zo’twere8 bomen omgegaan. Het bosverband wordt daardoor verbroken en er zijn ook nog diverse abelen met scheefstand. Bij een volgende storm zouden er geheid nog meer abelen sneuvelen. Gemeente heeft kennelijk besloten om het hele Abelenbos te kappen. Is dus gebeurd. Blijven wel paar vragen over: 1) waarom is ook een gezonde tweestammige Eik geveld en 2) wat gaat de gemeente aan herplant doen. Gaan we dus opheldering over vragen.

 

 

Achter dit bankje een stronk van een gezonde stevige Eik: zinloze kap (of lekker veel geld opleverend?).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Andere waarnemingen: 2 buizerdpaartjes hoog vliegend boven Schollebos, Waterral, Houtsnip, Puttertjes, Sijsje, Groene Specht. Grote Zilverreiger Hitland.

 

 

 

Regen aan waarnemingen in Capelle

De recente stevige vorstperiode bracht de vogelwereld danig in de war. Op zoek naar voedsel lieten diverse soorten zich snappen door vogelaars.

Zwartkop (Sylvia atricapilla). Een algemene zomergast in Capelle. Normaliter overwinterend in Zuid Europa en Afrika, maar steeds vaker ook hier overwinterende exemplaren, zoals deze man-zwartkop in de tuin van Frank Oling. Ook weer een Zwarte Mees (Parus ater) vlakbij zijn woning aan de rand van Schollebos.

 

 

 

 

 

 

 

Meerdere meldingen van Kramsvogels.

Deze Kramsvogel (Turdus pilaris) werd door Arianne Burgers gesnapt in Schenkel. Het is een Lijstersoort en algemene wintergast uit Noord en Oost Europa. Kenmerkend geluid: “Tsjak-tsjak-tsjak”. Niet elke winter in Capelle. Begin winter vooral in duingebied foeragerend op Duindoornbessen.

 

 

 

 

 

En ook van Watersnippen meerdere meldingen (Schollebos).

Watersnip (Gallinago gallinago; foto: Vogeldagboek.nl). Is de meest algemene Snippensoort in Nederland. Een standvogel , maar voor zover ik weet zijn dit de eerste meldingen in Capelle. Zeer lange snavel (veel langer dan van andere snippensoorten). Kenmerkende zigzagvlucht. In zogenaamde zangvlucht maken ze een blatend geluid tijdens een schuine duik omlaag, veroorzaakt door resonerende staartpennen: daaraan heeft hij de bijnaam “Hemelgeit” te danken.

 

 

 

 

 

 

 

Ook de andere inheemse snip, de Houtsnip, werd in Schollebos diverse keren gezien.

Houtsnip (Scolopax rusticola; foto: vogeldagboek.nl). Snavel kleiner dan van Watersnip. Koptekening met dwarse strepen (bij Watersnip overlangse strepen). Standvogel, maar geen broedvogel Capelle. Vaak ’tain’twinterse waarnemingen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

En als klap op de vuurpijl een wel heel bijzondere waarneming door Wim Rijkaart van Cappellen:

 

 

Smelleken (Falco columbarius). Een heel kleine vertegenwoordiger van de Valkenfamilie (Falconidae). Broedvogel van Skandinavie en NO-Europa. In Nederland wintergast en doortrekker in kleine aantallen. Wim zag hem bij het Beijerinkgemaal in Schenkel. Wel knap om deze zomaar te herkennen, maar dat geldt voor mij….

Geveld

Had weer veel te melden, maar werd geveld door de griep (wel inge-ent!) met een longontsteking als complicatie. Zelf dus nauwelijks meer buiten geweest.

18 Februari nog met zijn vijven (3 bestuursleden SNC en 2 ervaren vogelaars) een ‘Biesboschdag’ (daar liggen mijn ‘Roots’) gehouden. ’tain’tMorgens Dordtse Biesbosch, een kleine lunch in de Viersprong en ’tain’tmiddags oversteken naar Brabantse Biesbosch. Allemaal “Plas-Dras-gebieden” met echt duizenden vogels. Duizend of meer Wintertalingen, uiteraard heel veel ganzen (Grauwe, Kol- en andere ganzensoorten), Grote Zilverreigers, Smienten, Pijlstaarteenden. Ook de eerste teruggekeerde Grutto’s,  Graspiepers. Zelf zag ik als enige de Cettizanger pontificaal in beeld. In Dordtse Biesbosch (niet in het deel van het bezoekerscentrum) een beverburcht en veel beversporen (glijbanen, voetsporen en gevelde bomen).  Was fantastisch weer, iedereen genoten. De Zee-arend ontbrak helaas, maar voor de echte natuurliefhebbers is het genoeg om te weten dat die er echt is! En oja: de eerst bloeiende Speenkruid!

Maar toen dus die griep die me nog steeds parten speelt. Moet volstaan met waarnemingen van anderen en die van in mijn achtertuin.

Martin en Bella zagen een Grote Zilverreiger in Schollebos nabij “Hondenstrandje”.

Grote Zilverreiger (Egretta alba). Nog niet zolang geleden een zeer zeldzame soort in Nederland. In Oostvaardersplassen vestigde zich de eerst broedende exemplaren. Inmiddels een vrij algemene soort geworden! ’tain’tWinters waaieren ze uit in de Nederlandse polders waar ze soms met tientallen tegelijk te zien zijn. Regelmatig te zien in Hitland en af en toe dus ook in Schollebos.

 

 

 

 

Louis zag vorige week op klaarlichte dag een Vos (Schollebos achter Capelse Manege). Jan zag weer een Waterral. Veel waarnemingen van foeragerende troepen Koperwieken. In mijn achtertuin een troepje van 14 Puttertjes met 1 Sijsje ertussen, druk scharrelend tussen mijn (expres!) rommelige tuin. Ook weer 2 Holenduifjes (hoe mooi zijn die toch!). Ooievaarpaartje in weitje naast hun broedpaal (’tain’tGravenweg), Buizerdpaartje vliegt regelmatig achter mijn huis.

 

Holenduif (Columba oenas).

 

 

 

 

 

Tot slot: in een van mijn recente blogs had ik het over “Seeisies en Drijfseeissies”. John stuurde me een 3e categorie op: “Eeijs-seeissies”.

Meerkoeten verbaasd en verdwaasd op ijs (Hitland).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lentebode en… Klagen helpt???

In een van mijn laatste blogs klaagde ik over de weinige bijzondere/leuke winterwaarnemingen. Tja, ben nu eenmaal een Hollander dus…. Volgens mijn oudste zoon (leeft in Nieuw Zeeland) is er geen volk ter wereld die zoveel klaagt en dan vooral over het weer…. Maar dan de laatste week: een paar prachtige dagen en dus ook diverse leuke vogelwaarnemingen (ook vogels houden niet van slecht weer, laat dat toch maar eens gezegd zijn!).

Dodaars (Tachybaptus ruficollis). De kleinste futensoort. Broedvogel van Nederland, maar (nog) niet in Capelle vastgesteld. Alleen winterwaarnemingen, nu 1 exemplaar achter de boerderij langs Bermweg-Oost. Heel schuw. Foerageert vooral dicht bij oevers en bij minst geringste gevoel dat hij wordt bespied, duikt hij onder water om zich in de oevervegetatie te verschuilen. De naam: het is “Dod-aars” en niet “Do-daars”. “Dod” = pluim en “Aars” = achterwerk: een (witte) verenpluim bij hun achterwerk dus.

 

 

 

 

Grote Gele Kwikstaart (Motacilla cinerea). Lopend langs de achtertuinen van oostelijke noordrand Schollebos vloog een ‘langstaartig’ vogeltje de Nieuwerkerkse Tocht over. Mijn eerste reactie was “Staartmees”, maar hij streek neer langs de oever in het gemaaide riet. Het was dus de Grote Gele Kwikstaart. Zeldzame broedvogel in Nederland (snel stromende beken), en voornamelijk Wintergast en winterse Doortrekker. Bijna elk jaar ’tain’twinters waarnemingen in Capelle. Zelfs waarnemingen in kleine tuinen (als er maar iets van water in de buurt is).

 

 

 

 

Jan van Wensveen spotte vandaag een Appelvink in Schollebos (bij natuurspeelplaats ‘Ravottia’).

Appelvink (Coccothraustes coccothraustes). Een broed- en  standvogel (hele jaar in – vooral oostelijk -Nederland). In Capelle alleen winterwaarnemingen. Is de grootste vinkensoort. Heeft een verhoudingsgewijs zeer forse snavel waarmee hij zelfs kersenpitten kan kraken! Als je aan wintervoedering doet, kan je hem zelfs een keer in je tuin spotten!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Frank Oling had vandaag in zijn kleine achtertuin (rand Schollebos) een aantal Zwarte Mezen.

Zwarte Mees ( Parus ater). Een broed- en standvogel van Nederland, maar vooral in naaldbossen (niet in Capelle dus). Alleen winterwaarnemingen als ze – vaak in groepjes – wat rondzwerven op zoek naar voedsel. Lijkt oppervlakkig op Koolmees, maar bij goed opletten zie je de verschillen duidelijk.

 

 

 

 

 

 

 

 

De eerste echte Lentebode!

Klein Hoefblad (Tussilago farfara).

Voor veel natuurliefhebbers is het bloeiende Klein Hoefblad een van de allereerste lentebodes. Vandaag langs Spartaterrein in Schollebos mijn eerste bloeiende exemplaren. Algemeen. Lid van de grote familie Asteraceae (Asterachtigen), vroeger “Compositae” genoemd (Samengesteldbloemigen). Ook hier: elk lintje is een apart bloempje (Klein Hoefblad is dus ’twerePLANT met vele BLOEMPJES).

 

Seeissies

Een flauwe grap: Amsterdammers kennen alleen maar “Seeissies” (alles dat vliegt) en “Drijfseeissies” (alles dat op het water drijft) als het om vogels gaat. Toch wel vreemd omdat Sijsjes vooral wintergasten zijn (broedvogel van Noord- en Centraal Europa), dus zo bekend zullen ze voor de gemiddelde Amsterdammer toch niet zijn…

Sijs (Carduelis spinus). Lid van de grote Vinkenfamilie. Mijn 1e winterwaarneming van dit jaar (Schollebos, noordrand). Zaten in zonnetje te foerageren op elzenproppen zoals hier op foto van Paul Sinnema (ook Schollebos). Kunnen gekruist worden met kanaries (ook een vinkensoort) net als met Groenling (ook nauw verwante vinkensoort). Vroeger werden Sijsjes , Groenlingen, Puttertjes vaak gevangen door Kanariefokkers voor verbetering van zang (Zangkanaries) of kleur (Kleurkanaries). Voor een derde categorie (Postuurkanaries) is voorzover ik weet geen gebruik gemaakt van wilde vinkensoorten.

 

 

 

Jan van Wensveen spotte deze week een Goudvink (Pyrrhula pyrhula) in Schollebos. Een inheemse broed- en standvogel (trekt niet ’tain’twinters weg), maar nou niet direct in onze omgeving. Is voor zover ik weet 2e waarneming. ’tain’tWinters trekken ze wat rond buiten hun broedgebied. Prachtige vogel!

 

 

 

 

Kwakkelen

Niet echt veel nieuws uit winterkwakkelend Capelle. Grauw, grijs, koud en nat. Echt Hollands dus. Opvallend weinig wintergasten. Uitzondering de bijna dagelijks te ziene troepen Koperwieken in Schollebos. Maar waar zijn die Slobeenden, Smienten (nog maar een paar langs Rijckevorselweg), Tafeleenden, Krakeenden, Wintertalingen, Zaagbekken? In Schollebos ook veel droefenis: oevers werden kaalgeschoren van struiken en bomen (nut = nulkommanul), gazons werden weer kapotgereden door groot materieel, opgeblazen vuilnisbakken (met zwaar vuurwerk) weer niet vervangen, zitbanken zijn niet meer om te zitten (kapot, verzakt of overgroeid met mossen en alg). Opgeteld krijg ik een deprigevoel.

 

Judas-oor

De winterexcursie viel ook weer tegen: ik vertrok van huis in gierende hagelbui. Uiteindelijk slechts 5 deelnemers, wat ons besloot om het toch door te laten gaan. Ook al hebben we meer dan 1 uur met paraplu op gelopen, juist door die diehearts werden we als gidsen toch weer gemotiveerd en hebben we toch weer veel kunnen vertellen en laten zien. Grote Bonte Specht en Buizerd lieten zich mooi zien. Mooie Judasoren en Fluweelpootjes, bloeiende Winterakonieten en Sneeuwklokjes. Afin toch een voldaan gevoel.

 

 

Laatste nieuwtje: op de roestplek van Ransuilen in Hitland zijn volgens laatste waarnemer zelfs 8 uilen geteld! Vorige week heb ik met mijn simpele camera er 1 goed kunnen fotograferen. Vandaag (maandag) ga ik met mijn ‘wandelmaat’ Teus (verstandelijk gehandicapt) proberen om ze ook aan hem te laten zien. Met dank aan echtpaar Vuik die mij deze tip gaf. In Rottemerengebied overigens ook een roestplek met 6 Ransuilen.

“Tjoe-iet”

Qua wintergasten is het in onze omgeving behoorlijk saai dit jaar. Wel veel Koperwieken (vandaag nog 2 zwermen met totaal meer dan 100 exemplaren). Maar  paar dagen geleden een vogelgeluidje “Tjoe-iet”: de roep van de Barmsijs (Schollebos). De dag erna 5 Barmsijsjes in Schenkel-Noord.

Barmsijs (Acanthis flammea). Een wintergast, lid van de Vinkenfamilie (Fringillidae). Rood petje, zwart keeltje, roze borst. Er zijn 3 ondersoorten, maar dat is voor de experts. Waarnemingen in onze omgeving  zijn (vrij) zeldzaam.

 

 

 

 

 

 

Met het lengen der dagen beginnen Hormonen op te spelen:

  • roffelende Grote Bonte Specht: op dit geroffel (territoriumgedrag) kwamen terstond 2 rivalen  af, waarna een heftige strijd. Weet niet wie de winnaar werd, want ze vlogen alle kanten op.
  • Kool- en Pimpelmezen zijn zeker al 2 weken aan het “zingen” om territoria vast te stellen en vrouwtjes te lokken.
  • Ook de Boomkruiper liet zijn zang horen en zelfs de Zanglijster.

Klimaat?

 

Overwinterende Zwartkop (waarneming rand Schollebos), normaal trekvogel en overwinterend in Afrika of Zuid-Oost Europa. Paar dagen geleden een fladderende Atalanta voor mijn voorraam; na half uurtje nestelde hij/zij zich in een plooi van het markies. Atalanta is een uitgesproken trekvlinder (trekt naar Zuid-Spanje), maar steeds vaker overwinteraar in Nederland.

 

 

Zwartkop (Sylvia atricapilla)

 

 

 

De laatste storm heeft behoorlijk wat bomen het leven gekost. Heeft gemeente een plan om dit bomenverlies te compenseren door aanplant van nieuwe bomen?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rode Kelkzwam (Sarcoscypha coccinea)

Ook deze weer in Schollebos op een enkele plek, maar wel met meerdere exemplaren. Afmeting 1-5 cm. Vrij zeldzaam. Groeit op halfbegraven dode takken van loofbomen (els, wilg, es) in vochtige grond. Normaal in februari-April, maar laatste jaren in Schollebos al in half Januari.

 

 

 

 

 

 

De toegangshekjes naar het Sparta-sportterrein zijn weer open. Waren door Sparta(?) al dan niet met toestemming van gemeente vastgeschroefd waardoor toegang geblokkeerd werd. SNC heeft bij gemeente bezwaar gemaakt (Gemeenteraad heeft destijds besloten dat Spartaterrein openbaar toegankelijk moet blijven). Nooit enige reactie op ons bezwaar gekregen, maar wat maakt het uit?  Beetje kinderachtig?

 

 

 

 

 

Roestplek gemeld van 6 Ransuilen in Hitland. Buiten broedtijd “hokken” ransuilen vaak samen in een boom (een “Roestplek”). In Capelle aantal keren waargenomen: Schollebos, Oostgaarde). Geen broedvogel Capelle, wel Hitland binnendijks IJsel. De Bosuil is wel een Capelse broedvogel. Bosuil heeft geen “Oortjes”, Ransuil wel.

 

 

Het nieuwe jaar in

Weer terug op Nederlandse bodem. Veel gebeurd natuurlijk en meeste kon ik goed volgen via internet en mails, maar helaas ontbrak mij de kennis om vanuit Nieuw Zeeland via mijn IPad te bloggen. Uiteraard iedereen het beste toegewenst voor 2018, maar ook voor daarna hoor… Nu maar even in staccato de meest opvallende nieuwtjes m.b.t . Capelse natuur.

Afgelopen dinsdagmiddag en vandaag 2 ooievaars rond kruising Rijckevorssel- en ’tain’tGravenweg. Overwinteraars dus en niet vertrokken naar Afrika. Hopelijk ook dit jaar weer een geslaagd broedsel.

Meldingen van vossen: afgelopen woensdag (Schollebos omgeving Pannenkoekenhuis, ca. 15.45 uur) en vandaag (bij sportschool Slingerland, 07.00 uur). Voor volgers die niet IJssel en Lek ontvangen: zie ook op onze website het knopje “SNC in Media” (o.a. “Vossen in Capelle”).

Onze bestuursleden Anneke en Edith hebben meegedaan aan landelijk project van FLORON (=FLORaOnderzoekNederland) “Eindejaars Plantenjacht”.  Hierbij worden nog zeer laat bloeiende planten ge-inventariseerd (gegevens kunnen van belang zijn voor aanwijzingen klimaatveranderingen!). Anneke inventariseerde in wijk Middelwatering, Edith (samen met iemand van KNNV) in Schollebos. Naast bekende winterbloeiers als Madeliefje en Paarse Dovenetel werden ook diverse andere laatbloeiende planten aangetroffen.

 

Madeliefje (Bellis perennis). Het madeliefje is een PLANT en GEEN BLOEMETJE. Elk geel puntje in het hart en elk wit randlintje rondom het gele hart is een apart bloempje! De witte randbloemetjes zijn steriel en dienen om de aandacht van insecten te vangen voor bestuiving van de minieme gele, vruchtbare bloemetjes. Vroeger werd de familie van zulke planten “Samengesteldbloemigen” = “Compositae” genoemd wat ik nog steeds een veel logischer naam vind dan de huidige (“Aster-achtigen” = Asteraceae). Het madeliefje bloeit het hele jaar rond en heeft daar ook zijn wetenschappelijke naam aan te danken: ‘Bellis’ is afgeleid van latijns “Bellus” (o.a. = aardig, gracieus) en ‘Perennis’ betekent “het hele jaar door”. De Nederlandse naam “Madelief”: “Made”= weide, beemd, “Lief” spreekt voor zich; een lieverd in de wei dus. Een echte overlever, zelfs het intensief maaien van grasgazons doorstaat ie! Bij droog en zonnig weer spreiden de witte randbloemen naar buiten om insecten te lokken, maar zij vormen daarbij ook een soort zonneschotel: het warme zonlicht wordt deels teruggekaatst naar het gele hart waardoor bevruchte bloemetjes extra energie ontvangen. Bij koud en nat weer sluiten de lintbloemetjes als bescherming de vruchtbare bloemetjes juist af. Hoe ingenieus! En we lopen er meestal gedachteloos aan voorbij…

 

 

Naast laatbloeiers zijn er ook al weer vroegbloeiers.

 

Hazelaar (Corylus avellana). Een boomachtige struik (struikachtige boom?). Bloeide in Schollebos al 2e helft december (normaal januari). De Hazelaar is ‘eenhuizig’: mannelijke en vrouwelijke bloemen samen in 1 struik/boom. De mannelijke bloemetjes zijn verzameld in hangende ‘Katjes’, de vrouwelijke bloempjes zijn kleine groene knopjes met rode uitsteeksels. Windbestuiving , dus niet door insecten. Bomen die afhankelijk zijn van windbestuiving bloeien voordat de bomen in blad staan: de bladeren houden de pollen alleen maar tegen! Zij houden dus wel van een frisse winterwind!

 

 

 

Winterakoniet (Eranthis hyemalis). Een stinsenplant (“Stins” = oud Fries voor”Stenen Huis”), door gemeente destijds aangeplant (noordoever Nieuwerkerkse Tocht, oostelijk Schollebos). Lid van de familie “Boterbloem-achtigen” (Ranunculaceae). Oorspronkelijk uit Zuid-Oost Europa, maar “ingeburgerd”. Volgens DE Nederlandse standaardflora (Heukels) bloeiend in februari-maart, maar nu al bloeiend in Schollebos!

 

 

 

 

 

 

Ogen groter dan de maag. Aalscholver vangt snoek, maar krijgt die niet weg. Prachtige actiefoto van Rob van Dorland recentelijk in wijk Schollevaar (Heksendans). De aalscholver liet hem uiteindelijk gaan… Mooi op foto te zien zijn de groene ogen (iris=regenboogvlies)!

 

 

 

 

 

 

“Witkop-staartmees” (Aegithalos caudatus caudatus). De Staartmees (A. caudatus) kent vele ondersoorten. De hier algemeen voorkomende ondersoort (A. caudatus europaeus) heeft ter onderscheid o.a. een dikke zwarte wenkbrauwstreep. ’tain’tWinters zien we soms de “witkopvariant” uit Noord en Oost Europa met geheel witte kop zonder die wenkbrauwstreep. Rob van Dorland betrapte er een langs de rand van Schollebos en slaagde erin deze op foto vast te leggen samen met de europaeus ondersoort. Overigens bestaan er ook “Witkop-achtige” varianten die niet duidelijk tot bestaande ondersoorten behoren. Na broedtijd zwerven (semi-)familiaire groepen staartmezen op zoek naar voedsel, soms samen met kool- en pimpelmezen. ’tain’tWinters verliezen ze grotendeels hun schuwheid. Hang vogelpindakaas (bestel bij Vivara.nl) op in uw tuin en je kan deze tere vogeltjes soms tot op 2 meter afstand bewonderen!

 

 

Gemeente-zaken:

Oeverrijk: ondanks vele bezwaren heeft gemeente bebouwing van ‘Oeverrijk’ doorgeduwd. In slagenlandschap dat door gemeente op papier als cultureel erfgoed en ecologische hoofdstructuur  is bestempeld worden weer luxe woningen gebouwd. Nog een jaar of 10-20 en de hele strook die op papier zowat heilig is verklaard is volgebouwd met luxe villa’s…. Toekomstnota’s?: Papieren zoethouders! Couwenhoekgebied moest er ook aan geloven. Inspraakavonden zijn veelal een excuus voor gemeente om eigen zin door te drijven al dan niet met kleine aanpassingen: “U hebt toch inspraak gehad??” Macchiavelli zou ervan hebben genoten…

Bomenkap: het plan van wethouder Meuldijk om hele stroken laanbomen (platanen) te kappen (vooral Oostgaarde) als zijnde een “kwaliteitsinhaalslag op Groen” is na vele protesten voorlopig(?) van de baan. Nou hebben platanen vrijwel geen ecologische functie qua biodiversiteit, het zijn toch prachtige laanbomen met wel milieufuncties (opvang fijnstof, schaduwwerking, waterberging). Betere bestemmingen van dit potje geld? Nou wij weten het wel: bijv. versterken van intrastedelijke ecologische verbindingszones, ecologisch maaibeleid, enz. De non-kennis heerst, of we moeten dit potje opmaken, anders raken we dit budget kwijt? Is dit Capels beleid??

Herinrichting Oude Laantje en belendend braak perceel. Afgelopen donderdag slotbijeenkomst met gemeente (ook Historische Vereniging Capelle, “HVC” aanwezig). Was 4e bijeenkomst hierover. Tekentafel perfect, wordt heel mooi stukje groen. Enige zorg was: mooi plan op papier, realisering geen probleem, maar DAARNA: onderhoud en beheer! Als dat net zo gaat als met aangelegde Vlindertuin, natuurlijke oevers, nieuwe vijvers e.d. in Schollebos en Capelle-West: weggegooid geld! SNC en HVC hebben hierop gestampt!

SNC heeft nog steeds geen antwoorden gekregen op ingediende klachten over de illegale afsluitingen van toegangshekken tot het Sparta-sportterrein in Schollebos. De wettelijke beantwoordingstermijn is bijna overschreden. Nog even en we stellen gemeente daarover in gebreke.

 

 

Eindejaarsblog

Beste SNC-volgers,

Slechts enkele interessante en leuke waarnemingen in deze koude en natte maand. Het is alweer zo’twere2 weken geleden dat Frank Oling in zijn tuin een Zwarte Mees spotte.

Zwarte Mees (Parus ater; foto Frank Oling). Een standvogel (=trekt ’tain’twinters niet weg), vooral naaldbosbewoner, dus in onze regio maar heel weinig te zien. In winter wel wat meer rondzwervend. Lijkt in de gauwigheid qua aftekening veel op koolmees, maar het kleurenpatroon is toch opvallend anders (Koolmees gele borst en buik).

 

 

 

 

 

 

 

Verder “the usual ones” als Smienten, Goudhaantjes en Koperwieken. Buizerds en Sperwer regelmatig te zien net als de Groene en Grote Bonte Specht.

Een typische winterpadddenstoel is nu te zien: het Gewoon Fluweelpootje.

Gewoon Fluweelpootje (Flammulina velupites).Groeit op dode stronken en is saprotroof (geen parasiet) en eetbaar. De plaatjes aan de onderkant van de hoed zijn wit. De steel is aan de basis fluweelachtig donkerbruin, daarboven geel. Alleen bij echte vorst legt hij het loodje. Er bestaan ook gekweekte fluweelpootjes voor consumptie, maar afwijkend qua kleur (wit).

 

 

 

 

 

 

Ik wens verder iedereen fijne feestdagen toe en een gezond en groen nieuwjaar! Tot over een paar weken.