Zegt het voort!

blog archief

Ruud’s blog

Hier blog Ruud over alles wat groeit en bloeit en ons altijd weer boeit.

Varia

Op 21 mei en 4 juni met aantal vrijwilligers op pad geweest om de invasieve exoot Reuzenberenklauw in Schollebos te verwijderen. Zwaar werk, zeker voor enkele vrijwilligers met lichamelijke ongemakken als jicht en arthrose en die toch acte de présence gaven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Er zijn op 2 plaatsen vele Reuzenberenklauwen met een spa zo’n 10 cm ondergronds afgestoken. Helaas komt deze exoot in zulke grote aantallen voor en zijn er te weinig vrijwilligers om op deze manier verder te gaan. We hebben dan ook besloten om de plant zo vaak als kan gewoon vlak bovengronds af te knippen zodat de plant zich in ieder geval niet door zaden kan verspreiden. Een volgende actie staat nog in de planning.

 

Tijdens de werkzaamheden trof ik een oude bekende aan: Geelbandlangsprietmot (Nemophora degeerella), dagactief nachtvlindertje met enorm lange voelsprieten, bij het mannetje tot 5x zijn eigen lichaamslengte zoals op deze foto te zien is.

 

 

 

 

 

 

 

Het verwijderen van het riet op de Vlindertuin (gepland op 18 juni) werd afgelast in verband met de voorspelde tropentemperatuur. Ook daarvoor moeten we een nieuwe datum prikken.

De eerste maaibeurt van de “Ruige gazons” is inmiddels geklaard. Het maaisel heeft men enkele dagen laten liggen zodat insecten, rupsen, e.d. een heenkomen konden vinden. Daarna werd het maaisel in rillen gelegd en afgevoerd. Dit Ecologisch Maairegime is nieuw voor het Schollebos en wordt gesubsidieerd door de Provincie. De aanbevelingen van SNC zijn op een enkel detail na keurig uitgevoerd. SNC is ook gevraagd om de ontwikkeling van flora en fauna te volgen. 

 

Er is in ieder geval 1 vogel die het maaien zelf kan waarderen. De ooievaar loert op grote insecten, muizen en mollen die de maaimachine proberen te ontsnappen (foto Rob van Dorland).

 

 

 

 

 

Een aantal gekapte boomstammen zijn door de gemeente omgevormd tot Wilde Bijenhotels. In de kopse kanten van de boomstammen zijn gaten geboord. In de boorgangen kunnen solitair levende wilde bijensoorten hun eitjes leggen en voorzien van stuifmeelpakketjes als voedsel voor de larven. Het gebied eromheen wordt opnieuw ingezaaid met bloemzaden.

 

 

Er zijn nogal wat reacties aangaande de palissade van boomstammen langs het Hondenstrandje. Doel is om naar wens van gemeente en het advies daaromtrent van SNC  het Hondenstrandje en Ruiterpad te scheiden door een barrière om confrontaties hond/paard te voorkomen. Tegen de palissade worden meidoornstruiken geplant. De boomstammen zullen na een aantal jaren wegrotten, maar dan zijn de meidoornstruiken inmiddels genoeg gegroeid voor een blijvende barrière. Win/Win: het is ook een natuurbevorderende maatregel want bloeiende meidoorn is een walhallah voor insecten (nectar, stuifmeel) en de bessen in najaar voor vele vogels. Ook is zo’n meidoornhaag een  schuilplaats voor kleine vogels en zoogdieren. Uiteraard moet nu al een onderhoudsplan worden opgesteld om uiteindelijk een mooie meidoornhaag te krijgen.

 

Tot mijn genoegen trof ik een paar keer een groep kinderen aan die onder begeleiding van Buitenschoolse Opvang Bouncing bezig was met onderzoek naar waterbeestjes en waterkwaliteit. Ik herkende mijzelf als kind die met schepnetje en emmertje langs slootjes salamandertjes, waterschorpioenen, geelgerande waterkevers, libellenlarven, kokerjuffers, donderkopjes, enz. ving. Kinderen enthousiast bezig. Een groene kiem voor de toekomst? Verdient zeker navolging!

 

 

 

 

 

 

Tot slot nog een paar recente, mooie waarnemingen:

 

 

Spotvogel (Hippolais polyglotta; foto Rob van Dorland). Rob spotte (what’s in a name) deze spotvogel langs het Gemaalpad in de wijk Schenkel. Op zich een algemene Nederlandse broedvogel, maar in Capelle nu voor het eerst waargenomen (in Hitland wel meerdere waarnemingen).Een Zomergast, die overwintert in Zuid Europa en Noord Afrika. Naast eigen zang ook een imitator van andere vogels (“Polyglotta” = Veeltalig of Vele Tongen).

 

 

 

Bosrietzanger (Acrocephalus palustris; foto Vogeldagboek.nl). Paul Schrijvershof spotte dit vogeltje langs de Nieuwerkerkse Tocht in Schollebos. Een “broertje” van de Kleine Karekiet en andere kleine rietzangers. Algemene broedvogel in Nederland die overwintert in Zuid-Oost Europa en Afrika. Beste te onderscheiden door zang. In Schollebos af en toe eerder waargenomen, maar geen broedgevallen bekend.

 

 

 

Groene parels in Capelle (6): Het Slagenlandschap

Het slagenlandschap is kenmerkend voor het Hollands-Utrechts veengebied. In Capelle zijn nog maar enkele fragmenten van dit landschap over, vooral tussen de Van Rijckevorselweg en de Ringvaart. Hoewel de natuurhistorisch-culturele betekenis van deze landschapsrestanten door de gemeente wordt erkend, zijn grote delen ervan inmiddels bebouwd, waarbij de vroegere verkaveling grotendeels verloren is gegaan.

Het slagenlandschap van Capelle (bron google-earth)

Het slagenlandschap is ontstaan in de 10e en 11e eeuw, toen de bisschop van Utrecht zogenaamde “copes” verstrekte aan boeren, die ze het recht gaf het veenlandschap te ontginnen en te benutten voor de landbouw. Er werden om de ruim zes meter sloten in het veenmoeras gegraven om dit gebied te ontwateren. Jaarlijks werden de sloten verlengd en moerasbos gekapt. Na ruim een kilometer werden dwarssloten gegraven, waarna de sloten weer verder het veen in werden verlengd. Dit totdat de ontginningen van beide zijden elkaar tegenkwamen; hier groef men dan een dwarswetering. Zo ontstond er een landschap met langgerekte percelen met boerderijen aan de dijken en kades, zoals dat in de Krimpener- en Alblasserwaard nog overal te zien is.

 

  Drie zichtbare slagen langs ´s Gravenweg

 

 

 

 

 

  Slag langs ’s Gravenweg met Grauwe Ganzen, Boerenganzen en Kuifeendjes

 

 

 

 

 

 

 

Binnen Capelle, ooit een dijkdorp, zijn nog maar kleine delen van het slagenlandschap  intact. Door grootschalige turfwinning vanaf de 14e eeuw, de drooglegging van het veenplassengebied in 1875 en de verstedelijking na 1950 en de aanleg van de Capelse Golfbaan is het slagenlandschap bijna geheel verdwenen.

Een restant is nog aanwezig tussen de Alexanderlaan en de Schenkelse Dreef. Ook het slagenlandschap van Oeverrijk, omsloten door Kanaalweg, Bermweg en ’s Gravenweg,  blijft behouden; het plan hier villa’s te gaan bouwen gaat gelukkig niet door. Het plan is om dit gebied een natuurbestemming te geven.

Het is de bedoeling de ’s Gravenweg in oude luister te herstellen. Ter plaatse van de “mienten”, hoofdsloten voor de ontwatering van het veengebied, wil men de gedempte sloten weer open graven en vervangen door bruggen, zoals die ooit aanwezig waren. De oude slootverkaveling is nog bijna geheel intact, al zijn wel overal de boerderijen vervangen door luxe woningen.

 

De ooit aanwezige bloemrijke veengraslanden zijn bijna geheel verdwenen. Toch zijn nog planten aanwezig, kenmerkend voor het slagenlandschap: knotwilgen, vooral langs de ’s Gravenweg, waterplanten als Gele Lis, Kikkerbeet en Gele plomp. Ook het niet zo algemene vleesetende Groot Blaasjeskruid komt nog in enkele sloten voor. In blaasjes onder water worden kleine waterdiertjes gevangen en verteerd.

 

 GeleLis

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook in de weilanden worden nog minder algemene planten aangetroffen, kenmerkend voor matig voedselrijke veengraslanden, zoals Moeraswalstro, Veldlathyrus, Moerasrolklaver en Blauw glidkruid. Langs de bermen van de ´s Gravenweg treffen we nog enkele bijzondere planten aan als Echte Valeriaan, Veldlathyrus en zelfs Rietorchis.

 

 

Rietorchis (foto Yvonne Commijs)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In de vele sloten en op de daartussen liggende percelen zijn algemene water-/weidevogels te vinden: Wilde Eend, Waterhoen, Meerkoet, Fuut, Knobbelzwaan, Grauwe Gans, Canadese Gans, Nijlgans, Krakeend, Scholekster, Aalscholver. ’s Winters ook vaak Smienten. De Ooievaar broedt elk jaar op de ooievaarspaal wat goed te zien is vanaf de ’s Gravenweg.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kortom een oud landschap om te koesteren zo midden in een stedelijk gebied.

Successen, Tegenslagen en Oproep

Om maar met een succes te beginnen:

Alle drie ooievaarsjongen langs de ’s Gravenweg doen het goed dankzij voortreffelijke ouderzorg (foto Yvonne Commijs). Een geweldige foto! Afgelopen 2 jaar 1 mislukte broed en 1 jaar geen broed. Overall doen de ooievaars het wel weer goed in Nederland. Nadat ze bijna waren uitgestorven hebben diverse ooievaarsfokstations deze geluksbrenger weer doen herrijzen.

 

 

 

Lange adem nodig om de invasieve exoot Reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum) weg te krijgen uit Schollebos. Duizenden van deze gevaarlijke plant in Schollebos en zonder bestrijding wordt dit nog veel meer. SNC en gemeente zijn dit jaar samen begonnen om deze plant terug te dringen en liefst compleet en definitief te verwijderen. Het is waarlijk te vergelijken met een oorlog. De plant veroorzaakt bij mens (kinderen!), honden en paarden grote blaren die vaak ontsteken. Gemeente maait nu op grote velden deze plant en ook langs voet- en ruiterpaden, maar de plant komt daarna weer snel terug: uit de penwortel groeit weer snel een nieuwe plant. Beste bestrijdingsmethode is het afsteken van de penwortel op minstens 10 cm onder de grond en dit eventueel herhalen zo vaak als nodig om de plant uit te putten. Het maaien door gemeente voorkomt in ieder geval dat de plant zich via zaden kan verspreiden, dat is al winst. Nieuwe opkomende planten kunnen daarna makkelijker worden afgestoken. Voor dit afsteken (ook op plaatsen waar gemeente niet goed bij kan komen) gaat SNC samen met Honden-appgroep-Schollebos aan de slag. Een eerste actie is pas geweest. Eerstvolgende actie is Zaterdag 4 juni 13.00 uur. Verzamelen bij Pannekoekenhuis Bermweg. We zoeken dus nog extra vrijwilligers. Kom op: paar uurtjes in de natuur werken..? Ook ruiters…? Aanmelden niet nodig, gewoon komen.

 

Japanse Duizendknoop (Fallopia japonica). In de Vlindertuin gaat de groei en bloei van nectarplanten langzaam op gang. Nog steeds is ’t het Riet dat een probleem is en dus werk oplevert om dit tegen te gaan. Ook hier vrijwilligers welkom!! Ook troffen we recent ook een Japanse Duizendknoop aan. Een heel schadelijke invasieve exoot. Wij gaan deze zover als mogelijk uitgraven (diep uitgraven is enige bestrijdingsmethode). Verspreiding van deze struik binnen gemeente veroorzaakt veel schade aan huizen.

 

Oproep: in de aanloop van de laatste gemeenteraadsverkiezingen kregen alle politieke partijen de ruimte om in het kort hun verkiezingsprogramma te publiceren in het locale krantje (IJssel en Lekstreek, nu Kontact). NERGENS 1 item over “Groen Capelle”. Over kwalitatief groen (insecten, vogels), meedoen met of stimuleren van vrijwilligers (zie bovenstaande), investeren in Natuurinclusief bouwen/renoveren, enz.: ZERO! Paar jaar geleden kreeg Capelle de prijs voor Groenste Gemeente van Nederland. Een lachertje, want er deden er maar 2 gemeentes mee en SNC heeft zelfs meegeholpen om te promoten. Toch is Capelle nog wel een Groene Gemeente, maar hierbij een oproep aan de Capelse Politiek: Noblesse Oblige! Laat Capelle echt een groene gemeente blijven.

 

 

 

 

 

 

nieuwtjes en vrijwilligers gevraagd

Het ooievaarspaar langs ’s Gravenweg heeft 3 jongen! (foto Yvonne Commijs). Nu maar hopen dat ze met succes kunnen opgroeien. De laatste 2 jaar waren er geen overlevenden van het broedsel, maar dit ziet er voorlopig goed uit.

 

 

 

 

 

Langs de Burgemeester van Beresteijnlaan ter hoogte van Ringvaartpark spelende vossenjongen aangetroffen vlak langs de weg. (foto Gert Jansen). Gert waarschuwde om dus niet te hard te rijden! Zo te zien 2 jongen en moedervos links. De Vos is al jaren een vaste Capellenaar en wordt overal in Capelle gespot.

 

 

 

Bij het Reviusrondeel een Roek (Corvus frugilegis) op nest met jong (foto Eric Stockx). De roek is een koloniebroeder, maar tot nu toe nog maar 1 nest. Heeft wel in populieren gebroed bij de “Chinese Muur” (de ’Hoekenflats’), maar die zijn paar jaar geleden gekapt en is daar verdwenen. De roek behoort tot de Kraaienfamilie (Corvidae) en is landelijk vaak langs snelwegen in kolonies te vinden in de buurt van tankstations en parkeerrustplaatsen waar de mens helaas veel (voedsel-)afval achterlaat. Belangrijkste verschil qua uiterlijk met de Zwarte Kraai is de kale snavelbasi

 

Aanstaande zaterdag gaan we met een aantal vrijwilligers aan de slag in Schollebos om de Reuzenberenklauw  een koppie kleiner te maken. Een invasieve exoot en gevaarlijk (bij huidcontact treedt door zonlicht een fotochemische reactie op die leidt tot enorme blaren die snel kapot gaan en gaan ontsteken). Ooit als sierplant geïmporteerd. Gevaarlijk voor mens (vooral kinderen), maar ook voor honden. We kunnen nog wel een paar VRIJWILLIGERS gebruiken. Verzamelen om 13.00 uur bij pannenkoekenhuis. Lange broek en mouwen, dichte schoenen en handschoenen om huid te beschermen. Voor het materiaal zorgt SNC en gemeente. Na afloop gezellig een drankje en versnapering in pannenkoekenhuis. Aanmelden niet nodig: gewoon komen! Ook gemeente probeert nu voor het eerst deze plant te bestrijden. Methode: de plant ondergronds met een spade afsteken. Dit moet later herhaald worden teneinde de plant uit te putten.

Tot slot nog enkele recente mooie waarnemingen in Hitland-Zuid:

 

Braamsluiper (Sylvia curruca; foto Vogeldagboek.nl). Zoals zijn naam al aangeeft, een onopvallend vogeltje in struikgewas en meestal waargenomen op zijn karakteristieke zang. Slechts 1x waargenomen in Schollebos. 

 

 

 

 

 

Blauwborst (Luscinia svecica). Een kleine lijsterachtige (familie Turdidae) van moerassige gebieden met dichte struik- of rietvegetatie. Rijke en gevarieerde  zang. 

 

 

niet alleen mooie plaatjes

Veel van mijn blogs gaan over recente waarnemingen met mooie plaatjes. SNC doet echter veel meer “achter de schermen”.

Aanstaande vrijdagmiddag 13 mei organiseert de Groen van Prinstererschool in Schenkel op haar vernieuwde en vergroende speelplaats een activiteit waarbij het thema Duurzaamheid centraal staat. Een thema niet alleen voor de schoolkinderen, maar ook voor de wijk Schenkel en heel onze gemeente. Bewustwording is het Leitmotiv. Namens SNC bemant (bevrouwt?) vrijwilligster Marjolein Martveldt een kraam om aandacht te vragen voor Natuurinclusief bouwen en renoveren: huismussenvides, kunstzwaluwnesten, vleermuisonderkomens. Ook meer groen in de wijk, insectenvriendelijk groenbeleid, enz. 

Aanstaande maandag gaat SNC en andere deskundigen (KNNV en IVN) op pad met 5-VWO-scholieren van Emmauscollege in het Schollebos om ze proberen te enthousiasmeren voor planten en bloemen in onze omgeving. Al vaker gedaan. Geen gedetailleerde determinatieopdrachten, maar verhalen vertellen over de hier voorkomende flora is het verzoek van de lerares biologie (geen hot item voor de scholieren). Gaan we doen dus. Veel te vertellen over bijv. de Stinkende Gouwe nu mooi bloeiend.

 

Komende dagen ook intensief overleg over her-oprichting van een Weidevogelwerkgroep Hitland. De oorspronkelijke werkgroep uit Nieuwerkerk is al jaren ter ziele na de verhuizing van haar voorzitter/kartrekker. Hitland is een recreatieschap waarvan het bestuur 50/50 verdeeld is tussen Capelle en (nu) Zuidplas. Binnen het gebied zijn er ook nog 6 boerenbedrijven (niet allemaal nog actief, maar wel privegrond). Zoeken naar vrijwilligers (nestbescherming!), overleg met Hitland, overleg met boeren, overleg met Hoogheemraadschap (waterstand). Het gaat in heel Nederland slecht met weidevogels (Grutto, Kievit, Tureluur). Maaibeleid en grondwaterstand staan hierbij centraal.

 

Binnenkort gaan we met vrijwilligers (waaronder veel hondeneigenaren) een campagne om de Reuzenberenklauw in het Schollebos te bestrijden. Een weliswaar prachtige plant en ooit ingevoerd als sierplant, maar een invasief karakter en gevaarlijk: bij huidcontact en zonlicht ontstaan grote blaren die snel kapot gaan en ontsteken. Vooral gevaarlijk voor kleine kinderen, maar ook voor honden! De medewerking van hondeneigenaren mag de gemeente best wel meenemen met de plannen voor aanlijngeboden voor honden?

 

 

Recent slachtoffer van reuzenberenklauw in Schollebos: kapotte en ontstoken blaren op de neus van deze hond.

 

 

 

 

 

 

 

Dan toch nog een paar leuke waarnemingen:

 

Scheefbloemwitje (Pieris mannii; foto Rob van Dorland). In mijn vlindergids van 2010 staat vermeld dat deze soort voorkomt in Zuid- en Zuidoost Europa. Toch wordt deze soort vaker in Nederland (ook in Capelle!) waargenomen. Klimaatopwarming of steeds meer deskundige waarnemers? De soort lijkt namelijk heel veel op het Klein Koolwitje (Pieris rapae) dat heel algemeen is. Pas bij scherpe foto zie je het verschil: belangrijk is o.a. het zwarte vlekje op de voorvleugel: bij het scheefbloemwitje zit daar een deukje in. Het legt haar eitjes op Scheefbloemsoorten (geslacht Iberis) en overwintert als pop.

 

Amandelwilgroest (Melampsora amygdalinae). Niet alleen al eerder in Schollebos gevonden, maar in Hitland-Zuid nu ook op meerdere plaatsen. Een “Roest” is een soort schimmel. Deze oranjegele roest komt alleen voor op de Amandelwilg (Salix triandra). Volgens de Verspreidingsatlas Paddenstoelen zou deze roest uiterst zeldzaam zijn. In Schollebos zijn de paar Amandelwilgen waar deze roest te zien was tot teenhoogte teruggesnoeid omdat ze een beetje over het voetpad hingen, waarmee deze roest voorlopig niet meer te zien is (beetje terugsnoeien voortaan??).

 

 

 

 

 

 

Volop Lente

De vroegste lentebloeiers zijn uitgebloeid zoals speenkruid, groot en klein hoefblad, winterakoniet, bosanemoon, e.a. Nieuwe bloeiers nemen hun plaats in.

 

Raapzaad en Fluitenkruid staan nu massaal in bloei in de “ruige gazons”, een genot om te zien. Wat een verschil met nog niet zolang geleden, toen alle gazons 20 keer gladgeschoren werden tot een kaal biljartlaken! Insecten en daarmee ook vogels varen er wel bij.

 

 

 

 

Ook Look-zonder-Look (archieffoto) staat nu massaal in bloei vooral langs de bosranden. Belangrijke waardplant voor het Oranjetipje (zie vorige blogs). Blad ruikt naar ui, maar het is geen uiensoort.

 

 

 

 

 

 

De eveneens massaal aanwezige Daslook begint aan het einde van zijn bloeitijd te komen, maar op plaatsen met meer schaduw staan ze nog volop in bloei (bloei daardoor wat later begonnen). In de zomer is er niets meer van te zien: alleen de ondergrondse uitjes blijven om volgend voorjaar weer nieuwe bloemen te vormen.

 

 

 

 

 

 

Eenstijlige Meidoorn (Crataegus monogyna). Volop in bloei, heerlijk zoet geurend. Op veel plaatsen in Schollebos aangeplant. Trekt veel insecten en in het najaar veel vogels die smullen van de bessen. 

 

 

 

 

 

 

Ik heb de indruk dat het met sommige vlindersoorten beter gaat dan voorgaande jaren (vooral Witjessoorten), maar met andere – tot nu toe – weer minder. Een niet zo algemene vlinder werd door Frank Oling betrapt op bloeiende Daslook:

Landkaartje (Araschnia levana). Een dagvlinder behorend tot de “Vossenfamilie” (Nymphalidae). Op deze foto een ’eerste generatievlinder’ , geboren uit de overwinterende pop. De nakomelingen van deze generatie noemt men ’tweede generatie’. Deze 2e generatie ziet er heel anders uit:

Tweede generatie Landkaartje.

De waardplant (waar eitjes op worden afgezet en rupsen van leven): Brandnetel!

De nakomelingen van deze 2e generatie overwinteren dus als pop en komen in mei weer als 1e generatievlinder tevoorschijn.

 

Alle vogelzomergasten zijn inmiddels teruggekeerd en ook in Capelle gesignaleerd om hier te broeden om daarna in najaar weer te vertrekken naar het verre zuiden: Boeren-, Huis- en Gierzwaluw, Kleine Karekiet. De Kleine Karekiet heeft het niet breed in Schollebos, omdat er te weinig oud riet is (vorig jaar te veel riet gemaaid). De IJsvogel wordt nog steeds regelmatig waargenomen, maar zijn broedplaats nog niet. De Cetti’s Zanger is echt een blijvertje (wordt nu al weken lang op zelfde plek gehoord; zien doe je hem zelden vanwege verborgen leefwijze). In Hitland-Noord zijn de Dodaars (een kleine fuutsoort en mogelijk broedvogel) en Purperreiger (doortrekker) waargenomen.

Op 30 april met vrijwilligers het uitlopende riet op de vlindertuin verwijderd. Lastig karwei want reeds bloeiende planten moesten zoveel mogelijk worden gespaard. Naast de bosmaaier dus ook veel handwerk.

 

Met dank aan de vrijwilligers Brenda, Bella, Wim en Martijn.

Het inrichten van een heuse vlindertuin is echt een meerjarenproject omdat het riet een echte boosdoener is. Door dit riet steeds te maaien hopen we dat het daardoor uitgeput raakt. Ook hebben we Grote Ratelaar uitgezaaid die als parasiet het riet moet bestrijden (bovendien goede honingplant). De grote droogte (droogste lentemaand ooit) zou misschien ook het riet tegenhouden. We overwegen om nogmaals zaadmengsels te zaaien en in najaar toch maar Vlinderstruiken (Buddleia) te planten. De onlangs geplante knotwilgen lopen goed uit.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lentespeurtocht in het Schollebos

Nieuws van “Vrienden van het Schollebos”

Ben je op zoek naar een leuke gratis activiteit met jouw (klein)kinderen? Dan is er iets leuks. Speciaal voor kinderen in de basisschoolleeftijd is er vanaf zaterdag 23 april en de gehele maand mei een lentespeurtocht ontwikkeld. Misschien iets voor tijdens de mei vakantie?
De speurtocht brengt je langs vele mooie plekjes in het Schollebos.

Klik hier voor de details

Klik hier voor het Boekje lentespeurtocht (verkleind)

Paasnieuwtjes

Prachtig paasweer in dit toch al mooie seizoen, dubbel op!. Schollebos op zijn mooist: weelderige bloesembomen, uitbundig bloeiende planten en verrassend: behoorlijk wat vlinders. Te veel voor 1 blog. Hier toch een ruime selectie.

Daslook (Allium ursinum). Een uiensoort (Look=Ui) met aangename frisse uiengeur. Stinsenplant, hier uitgeplant, maar ook – zeldzaam- inheems. Massaal nu in Schollebos bloeiend (“Uienbos”).

 

 

 

 

 

Raapzaad (Brassica rapa). Vaak verward met Koolzaad, maar slechts minimale verschillen. Behoort tot de familie van Kruisbloemigen (Brassicaceae, vroeger Cruciferae=Kruisdragers). De bloempjes bij Raapzaad staan boven de knoppen, bij Koolzaad andersom. Verder vrijwel identiek.  Tussen het Raapzaad de witte bloemen van Fluitenkruid (Anthriscus sylvestris), familie Schermbloemigen (Apiaceae, vroeger Umbelliferae=parapludragers) en belangrijke voedselpant voor o.a. zweefvliegen en soldaatjes (kleine rode kevertjessoort). De bloei van Fluitenkruid nog niet volop, maar duurt niet lang meer.

 

Speenkruid (Ficaria verna). Nog steeds flinke velden met bloeiend Speenkruid. Behoort tot de Ranonkelfamilie. Na de bloei sterven de planten bovengronds geheel af; uit de ondergronds blijvende speenvormige knolletjes groeien in volgend voorjaar weer nieuwe plantjes. 

 

 

 

 

 

Fruitbomen Babybos. De fruitbomen in het Babybos staan volop in bloei. De appels en peren mag je in najaar plukken, maar ook veel vogels zijn er dan blij mee.

 

 

 

 

 

 

Paardenbloem (“Molsla”; Taraxacum officinalis) en Hondsdraf (Glechoma hederacea). Vooral langs de paadjes langs Spartasportvelden massaal bloeiend. Beide belangrijke insectenplanten. Ik laat de paardenbloemen in mijn tuin ongemoeid: prachtige bloemen toch? De uitgebloeide pluizenbollen zijn een dankbaar object voor fotografen. Jong blad is te verwerken in salades. Hondsdraf is een vertegenwoordiger van de Lipbloemigen (Lamiaceae) net als Witte Dovenetel: de bloemetjes hebben 2 lippen, een boven- en een onderlip. De onderlip dient als landingsplaats voor insecten en vertoont een ultraviolet kleurenspoor dat hen naar de nectar leidt. In ruil voor de nectar bestuift de hommel of bij daardoor de bloem. Insecten kunnen UV-licht zien, wij als mens niet.

Afgelopen donderdag samen met Anton vlindertelling Schollebos. Veel vlinders. Winnaars waren Klein Koolwitje en Bont Zandoogje, elk met tientallen exemplaren. Hoopvol is de uitbreiding van het Oranjetipje: het lijkt erop dat de populatie t.o.v. vorig jaar verdubbeld is. 

Oranjetipje (Anthrocharis cardamines; foto Rob van Dorland). Je ziet hier de onderkant van de vleugels: wit met brede, groene dooradering (zie vorig blog). Zachte winters (Oranjetipje overwintert als pop op plantenstengels) en volop waardplanten (Look-zonder-Look, Pinksterbloem en Raapzaad) doen dit prachtig vlindertje kennelijk goed.

 

 

 

 

 

 

Look-zonder-Look (Alliaria petiolata). Familielid van de Kruisbloemigen, nu net begonnen met bloeien. Op meerdere plaatsen langs paden volop aanwezig. Bij kneuzing van blad is een onaangename uiengeur je beloning. “Look” = Ui, alleen deze plant is geen uiensoort: Look-zonder-Look dus. Belangrijke waardplant voor Oranjetipje.

 

 

 

 

 

Een tweede ooievaarspaar? Het ooievaarspaar tussen ’s Gravenweg en Rijckevorselweg is lekker aan het broeden. Iets oostelijker (=richting Nieuwerkerk) is zo’n 2 jaar geleden een nieuwe ooievaarspaal geplaatst. Frank Oling maakte deze foto: 2 ooievaars zichtbaar: een nieuw paartje?

 

 

 

IJsvogelnieuws: de IJsvogel wordt weer vaak gezien in Schollebos, zowel in west (vlak achter Capelseweg) als in oost. Rob van Dorland betrapte zelfs een paartje (locatie houden we geheim ivm verstoring). Na 2 jaar geen vastgestelde broed, nu weer hoop.

 

 

 

“Kapkunst”: bij de herinrichting van bospercelen zijn veel bomen gekapt (ziek, sta-in-de-weg-bomen, gevaar). De uitvoerders zijn soms creatief bezig):

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gemeente als kunstenaar? Een gekandelaberde populier bij de Skatebaan (alle takken, behalve hoofdtakken gesnoeid) werd voorzien van zo’n 50 mezenkastjes. Grappig, maar daar zullen geen 50 mezenpaartjes gaan broeden. Overigens geen primeur: langs ’s Gravenweg Nieuwerkerk ook een dergelijk kunstwerk (op privetuin).

 

 

 

 

 

 

Nu nog wachten op terugkeer uit overwinteringsgebieden van Kleine Karekiet, Visdief, Boeren-, Huis- en Gierzwaluw, allen trouwe Capelse vogelburgers…

Aanvulling: 2e paasdag een Cetti’s Zanger gehoord langs ijsvogelvijver: wordt waarschijnlijk nieuwe broedsoort in Capelle. Schuw vogeltje, je ziet hem zelden, maar zijn zang is onmiskenbaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nog meer lente, maar niet alles is zonneschijn

De nieuwste lentebodes:

Oranjetipje (Anthocharis cardamines). Behoort tot de familie Witjes (Pieridae). Algemeen in Nederland, maar pas sinds zo’n 10 jaar in Capelle in kleine aantallen aanwezig (vooral Schollebos) en elk jaar licht toenemend. Hier op foto een mannetje: alleen hij heeft die mooie oranje vleugelvlekken op de voorvleugels. Bij het vrouwtje ontbreken die en die lijkt daarom erg veel op koolwitjes. Bij beide geslachten wel heel duidelijk verschil met andere witjes door dikke groene aders op witte onderkant van de vleugels. Sinds 1 week in Schollebos te zien. Waardplanten zijn vooral Pinksterbloem (Cardamine pratensis) wiens latijnse naam in de wetenschappelijke naam van het vlindertje is verwerkt) en Look-Zonder-Look (Allaria petiolata). Het vrouwtje legt haar eitjes op de vruchtbeginsels: 1 eitje op 1 bloemetje. Haar rupsjes moeten het daarmee doen. Pinksterbloem en Look-zonder-Look behoren tot de familie van Kruisbloemigen (Brassicaceae of Cruciferae).Een grote familie, waartoe ook Raapzaad (Brassica rapa) hoort, dat massaal in Schollebos bloeit. Het Oranjetipje legt haar eitjes ook op deze plant als er te weinig voorkeursplanten binnen deze plantenfamilie aanwezig zijn. 

 

Pinksterbloem (Cardamine pratensis). Sinds paar dagen bloeiende exemplaren (gazon aan oostkant grote vijver). Slechts beperkte verspreiding in Schollebos. Zoals boven vermeld, lid van de familie Kruisbloemigen: 4 kroonblaadjes die als een kruis loodrecht gepaard zijn. De naam “Pinksterbloem” duidt natuurlijk op bloei in Pinkstertijd, maar de plant bloeit nu al echter omstreeks Pasen. “How com”? Wel in de 15e t/m 19e eeuw was er een “Kleine IJstijd”, een periode met gemiddeld lage temperaturen (denk maar eens aan de prachtige ijspretschilderijen van beroemde meesters). In die tijd werd kennelijk de naam Pinksterbloem gegeven omdat die toen pas bloeide in Pinkstertijd (50 dagen na Pasen dus).

Zwartkop (Sylvia atricapilla). Een grasmussensoort (Sylvia), zomerbroedvogel en algemeen in Schollebos. Overwintert in Zuid Europa en Afrika, maar steeds meer winterwaarnemingen in Nederland (ook in Capelle). Afgelopen week de eerste zingende zwartkopjes in Schollebos. Mannetje heeft zwart kapje, vrouwtje een lichtbruin kapje. Melodieuze sonore zang.

 

 

 

Zoete Kers (Prunus avium; “Kriek“). Volop bloeiend (maar je moet wel omhoog kijken!). Prachtige bloesem in hoge bomen. Bessen in najaar geliefd bij vele vogels, maar meer pit dan vruchtvlees. Onze zuiderburen maken er Kriekbier van!

 

 

 

 

 

 

Afgelopen zaterdag onze 1e excursie in Schollebos sinds Corona-uitbraak. Zo’n 30 enthousiaste deelnemers en prachtig voorjaarsweer. Na afloop ff de keel smeren met een drankje in Pannenkoekenhuis.

Dan toch maar wat minder vrolijke zaken in Schollebos:

Midden in bosplantsoen voor de zoveelste keer een zwerveronderkomen met rondom een puinhoop aan afval.

 

Voor de zoveelste keer weer lantaarnpalen langs fietspad gemolesteerd. Oplossing: lantaarnpalen wat verder naast fietspad plaatsen? 

 

Brandstichting. Weliswaar klein brandje van oud riet, maar wie doet dat in vredesnaam en waarom? Oud riet wel belangrijk broedterrein voor Kleine Karekiet.

 

 

 

 

 

 

Ook nu weer wordt Daslook afgesneden. Tot nu toe niet in grote oppervlaktes, maar meer stiekem meerdere kleinere plekjes. Ook al is Daslook massaal aanwezig: het mag niet! Niemand zal bezwaar maken tegen een paar blaadjes, maar commercieel oogsten is uit den boze.

Op de Vlindertuin zijn net als vorig jaar ook weer bloeiende Narcissen weggesneden.

 

 

 

 

Genoeg gezeurd, maar bij heterdaadje wel gelijk Handhaving bellen! Geniet van het voorjaar!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maart 2022

De lente kwam vroeg (alweer). Deze week bijzonder hoge temperaturentot bijna 20 graden. De Tjiftjaf is al 2 weken geleden weergekeerd uit Afrika, meestal pas eind maart.

Tjiftjaf (Phylloscopus collybiya). Een boszangersoort (geslacht Phylloscopus). Broedt op de grond in dichte struiken. Zang:”tjiftjiftjaf” in staccato.Roept dus zijn eigen naam (een Onomatope: naam vernoemd naar het geluid dat wordt gemaakt, net als koekoek, kievit, grutto, enz.). Algemeen in Capelle vooral in Schollebos.

 

 

 

 

 

Gehakkelde Aurelia (Polygoniac-album)

Alle als volwassen vlinder overwinterende soorten hebben zich al vertoond: Citroenvlinder, Kleine Vos, Dagpauwoog en deze week mijn eerste Gehakkelde Aurelia). Maar afgelopen week ook de eerste Koolwitjes, die overwinteren als pop.

 

 

In Hitland-Zuid werd zelfs de Grote Vos waargenomen, een zeldzame soort die echter steeds vaker in Nederland wordt gezien. 

Grote Vos (Nymphalis polychloros). Verschil met de Kleine Vos zit hem niet alleen in de grootte (slechts ietsje groter), maar vooral in het aantal zwarte ronde stippels op de voorvleugels (bij Kleine Vos slechts 3, Grote Vos 3 plus 1 dubbele). Vorig jaar (of was het 2 jaar geleden?) ook in Schollebos waargenomen.

 

 

In het Schollebos een kakafonie van vogelzang om vrouwtjes te lokken en territorium vast te stellen. Struiken ontvouwen hun blad en staan soms al in bloei (o.a. Sleedoorn en Gele Kornoelje langs Spartasportvelden in Schollebos).

 

Sleedoorn (Prunus spinosa). Een pruimensoort met in najaar grote blauwe bessen. “Spinosa” = met stekels. Bloesem meestal nog voor de bladvorming. Bloei normaliter in begin april, maar nu al half maart langs Sparta.

 

 

 

 

In de bermen langs voet- en fietspaden in Schollebos zijn diverse stinsenplanten in bloei. “Stins” is een oud Fries woord voor ’Stenen Huis’. Alleen adel, kloosters, herenboeren en andere rijke mensen konden in de 17e eeuw het zich veroorloven  om mooie planten te importeren voor hun grote tuinen, veelal uit mediterrane landen. Denk maar eens aan de Tulpomania waar de prijs van 1 bijzondere tulpenbol zelfs meerdere jaarsalarissen kostte!

 

Bosanemoon (Anemona nemorosa). Destijds aangeplant bij aanleg Schollebos. Behoort tot Ranonkelfamilie waartoe o.a. ook boterbloemsoorten behoren. Een zonaanbidder: bij koud en donker weer sluiten de bloemetjes zich. Bij zonnig weer gaan ze weer open en richten ze zich naar de zon.

 

 

 

 

Vingerhelmbloem (Corydalis solida). Ook aangeplant als stinsenplant. Behoort tot de Papaverfamilie (waartoe o.a. klaproossoorten behoren).

 

 

 

 

 

 

Oosterse Sterhyacinth (Scilla siberica). Dit wonderschone plantje slechts op enkele plaatsen te bewonderen in Schollebos. Behoort tot de Aspergefamilie en ook aangeplant als stinsenplant.

 

 

 

 

 

 

 

SNC heeft in samenwerking met KNNV (Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging) een eerste Mosseninventarisatie in het Schollebos gedaan. Wij als “mossenleken” verwachtten er niet veel van (misschien 2 soorten of zo), maar Ans den Haan van KNNV determineerde in 3 uur al 21 soorten!! Een wereld ging open! Ans vond het aantal zelfs tegenvallen, waarschijnlijk te wijten aan de momenteel heersende droogte. Deze week gaat Ans nog een keer het Schollebos in voor een vervolg. Chapeau voor Ans die dit gratis doet en daarvoor helemaal met de fiets uit Papendrecht komt! Ecologisch zijn mossen belangrijk voor microfauna zoals spinnetjes, mijten, kleine insecten, wormpjes, e.d. Vooral mezen gebruiken mossen als nestmateriaal. Een tweetal voorbeelden ter illustratie van de vormenrijkdom:

 

Gedraaid Knikmos (Bryum capillare).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fijn Laddermos (Kindbergia praelonga)

 

 

 

 

 

 

Vorige week samen met gemeente een rondgang in Schollebos om het “Padenbeleidsplan” te bespreken. Welke paden zijn overbodig, welke paden vergen hoognodig onderhoud (waarbij ook aandacht voor toegankelijkheid voor scootmobiels, e.d.). Wordt verder uitgewerkt en krijgt vervolgoverleg.

Vorige week ook overleg met bestuurslid van Ambrosiusgilde, een vereniging van imkers in de regio. Afstemmen van doelstellingen en benadering van politiek (gemeentebeleid). Afgelopen winter een desastreuse sterfte van bijenvolkeren. Stimuleren van bloemrijke bermen, cyclisch knotwilgen knotten, e.d.