Zegt het voort!

blog archief

Beschuit met muisjes en een bedankje.

De ooievaars langs de ’s Gravenweg hebben weer jongen, tenminste één. Die had nog moeite om met zijn koppie boven de nestrand uit te komen om te bedelen om voedsel. Pa en ma lossen elkaar steeds af: de een blijft op het nest, de ander gaat op voedseljacht.  Als die dan met prooi weer terugkomt volgt een welkomstbegroeting van snavelgeklepper, aandoenlijk om te zien.

Ben Pleij maakte deze foto vandaag net op het moment dat een kuiken zijn koppie oprichtte. De ooievaar (Ciconia ciconia) was oorspronkelijk een echte trekvogel die overwintert in Afrika. Onze Nederlandse ooievaars blijven echter steeds vaker ook hier overwinteren, ook onze Capelse ooievaars. Is derde jaar met jongen.

 

Al zeker 1 week was er in de struiken langs het Spartaterrein een drukte van belang van Staartmeesjes. Vast een nest met jonkies, maar ik kon geen nest vinden. Tot ik gisteren een paar jonge staartmeesjes 1 meter voor mijn neus zag. En Ben Pleij zag ze ook en maakte er fraaie foto’s van.

Staartmees (Aegithalos caudatus; foto Ben Pleij). De staartmees is geen echte mezensoort, maar vormt een aparte familie (Staartmezen, Aegithalidae). De tekening aan de kop, een brede oogstreep, is bij volwassen vogels zwart, bij jonge vogels zoals hier nog grijzig. Het zijn semi-sociale vogeltjes die vaak met meerdere paartjes bij elkaar in de buurt broeden. Als een broedsel mislukt gaan de weesouders soms andere mezenpaartjes helpen met het grootbrengen van hun kroost. Het is een standvogel (blijft hele jaar hier). Vooral ’s winters verliezen ze hun schuwheid bijna helemaal en kan je ze vaak van 1-2 meter afstand aan de vetbollen zien hangen, meestal in familiale groepjes. 

Uiteraard waren al weken jonge eendjes en ganzen te zien. Vorige week zag ik voor mij de eerste jonge meerkoetjes.

Meerkoet (Fulica atra; foto SNC-archief). Een zeer territoriale rallensoort: mogelijke concurrerende soortgenoten worden in felle gevechten verjaagd, maar ook andere watervogels worden aangevallen. Alleen ’s winters verdragen ze elkaar en zie je ze vaak in groepen, zeker als er ijs ligt.

We zien nu ook steeds meer insectensoorten, waaronder libellen- en keversoorten. Rob van Dorland maakte de volgende fraaie libellenfoto’s:

Vroege Glazenmaker (Aeshna isosceles, man; foto Rob van Dorland). Glazenmakers (familie Aeshnidae) zijn de grootste libellensoorten en ware vliegkunstenaars. In een fractie van een seconde wenden ze voor- of (!) achteruit, opzij, naar boven of beneden op jacht naar andere insecten, want het zijn echte roofinsecten (“wolven in de lucht”). De Vroege Glazenmaker is in Nederland vrij zeldzaam, maar wordt in Schollebos elk jaar wel gezien.

Blauwe Glazenmaker (Aeshna cyanea, man, foto SNC-archief). Rob had ook een foto hiervan, maar deze is wat gedetailleerder. Is algemeen, maar heeft een groot territorium waardoor je ze toch weer niet zo vaak ziet (mannetjes verdrijven andere mannetjes uit hun territorium) en vaak ook “ver”van water.

 

 

 

Gewone Oeverlibel (Orthetrum cancellatum, vrouw; foto Rob van Dorland). Behoort tot de familie der Korenbouten (libellulidae), kleiner dan Glazenmakers. Gewone Oeverlibel is heel algemeen. Mannetje heeft een donker borststuk en blauwberijpt achterlijf.

 

 

 

Donker Soldaatje (Cantharis fusca; foto Rob van Dorland). Andere namen voor dit kevertje zijn Zwartpootsoldaatje en Gewone Weekschildkever. Is heel algemeen. Soldaatjes (superfamilie Cantharidae = Weekschildkevers) zijn een grote groep. Determinatie is niet altijd makkelijk. Vaak te zien op schermbloemigen zoals Fluitenkruid. Larve leeft op de grond en eet slakken en insecten, volwassene (Imago) insecten en plantendelen, nectar en stuifmeel. In Schollebos langs bosranden

Phacelea tanacetifolia (foto SNC-archief). Een exoot uit Noord Amerika, hier gebruikt voor groenbemesting (stikstofopslag in bodem) en hier en daar verwilderd. Vorig jaar ontdekt in Schollebos, nu naast de vuilniscontainers Capelseweg diverse exemplaren. Ook bekend als Bijenbrood: het is een echte bijen- en hommelplant, behorend tot de familie der Ruwbladigen (Boraginaceae). 

 

Tot slot een bedankje voor al die Capelse waarnemers, sterk betrokken bij onze Capelse natuur, die mij voorzien van hun waarnemingen en foto’s.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *