Zegt het voort!

blog archief

Ruud

Recente Capelse waarnemingen

Mandarijneend (Aix galericulata; foto: Louis Weterings). Ontsnapte of nazaat van ontsnapte siereenden afkomstig uit China. Door mij al jaren geleden ook al een keer gezien in Schollebos. Langs  ′s-Gravenweg is een particulier met siereenden: daar ontsnapt?

 

 

 

 

 

 

Zwavelzwammen (Laetiporus sulphureus; foto: Rob van Dorland).  Algemeen in Nederland op stammen en stronken  van levende loofbomen (eik, wilg, kers). In Capelle spaarzaam (Schollebos op Kers,     ′s-Gravenweg op Knotwilg). De naam Zwavelzwam refereert aan de kleur van het element Zwavel: zwavelgeel dus! Spectaculaire foto!

 

 

 

 

 

Weideschaduwwants (Lygus pratensus; foto: Rob van Dorland). Wantsen (Heteroptera) zijn een grote groep van de Insectenfamilie. Zij hebben een plat uiterlijk en hebben een steeksnuit (Rostrum) waarmee zij vocht zuigen uit planten of dierlijke prooien. De Weideschaduwwants is een plantensapzuiger en herkenbaar door het driehoekig schildje (scutellum) op het midden van de rug. Grootte 3-6 mm. Veel wantsensoorten scheiden vies ruikende stoffen af als afweer.

 

 

 

 

Satijnvleugelsikkelmot (Borkhausenia nefrax, foto: Rob van Dorland). Een nachtvlindertje, lid van de familie Sikkelmotten (Oecophoridae).  Weinig waarnemingen in Nederland en ook geen info over leefwijze: er is in Nederland nog zoveel te ontdekken!

 

 

 

 

 

 

Extreem weer en Herfst in aantocht

De extreem droge zomer is weer voorbij. Werd gevolgd door soms extreme regenbuien in de nazomer. Voor veel bomen en struiken was dat water wel erg welkom. Vlieren waren bijna dood en vormden geen of slechts miezerige besjes, of zijn echt dood.  Gelderse Rozen hadden het ook zwaar: slechts slappe uitgedroogde bessen, maar de struiken herstellen volgend jaar wel weer. Veel bomen kregen al vroeg verkleurende bladeren of stootten al hun bladeren af, niet alarmerend want ook zij zullen dat overleven. Het zijn wel tekenen aan de wand voor klimaatveranderingen. Verreweg de meeste wetenschappers zijn het eens dat er wereldwijd klimaatveranderingen optreden. Ook locale politiek dient hier rekening mee te houden (“Principle of Preparedness”, oftewel “Wees Voorbereid”). Waterberging, Hittestress: belangrijke problemen voor de nabije toekomst. Oplossingen: naast bestrijden van uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen ook zorgen voor veel GROEN! Ook burgers kunnen hieraan meewerken: groene tuinen, duurzame energie, enz. Gemeente Capelle doet hier ook veel aan maar voor echt succes is zij daarbij ook afhankelijk van haar burgers. Bij deze dan ook aan ieder die dit leest: doe er wat aan, elk steentje (uit de grond) telt. 

 

Gelderse Roos (Viburnum opulus) met vaatdoek-achtige i.p.v  volle bessen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Met al die regen nam de herfst direct een aftrap: de paddenstoelen schoten spreekwoordelijk de grond uit.

Zwerminktzwam (Coprinus disseminatus)

Algemeen en altijd in grote groepen (vandaar de naam “zwerm”) op vooral dood hout (stobben). Net als alle andere inktzwamsoorten heel snel wegkwijnend. In Schollebos veel te zien.

 

 

 

 

 

Roodsteelfluweelboleet (Boletus chrysenteron).

In Capelle zijn paddenstoelen uit de Boletenfamilie schaars.Tot nu toe slechts deze ene soort in Schollebos. Boleten zijn “Buisjeszwammen”: onder de hoed worden de sporen gevormd in langwerpige buisjes die zichtbaar zijn als kleine holle puntjes.

 

 

 

 

Tamme Kastanje (Castanea sativa)

In Schollebos slechts 3 exemplaren. Een oorspronkelijk zuid-europese soort. Doen het nu fantastisch (opwarming klimaat?). De vruchten zijn nog niet rijp, maar als ze dat wel zijn en op de grond vallen ben ik er als de kippen bij om goed gerijpte kastanjes te verzamelen. Zijn echt heerlijk, gepoft of (eerst gekookt) gebakken in roomboter als bijlage .

 

 

Gehakkelde Aurelia (Polygonia c-album).

In deze nazomer nog een kersverse Gehakkelde Aurelia ( van de 2e generatie: in Nederland per seizoen 2 generaties). Hier met opgevouwen vleugels waardoor de naamgeving duidelijk wordt (Polygonia = veelhoekig oftewel “Gehakkeld”: geen vloeiende belijning van de vleugels, maar dus gehakkeld) en de witte, c-vormige tekening (album=wit) op de onderzijde van de achtervleugel. De onderzijde van de vleugels van de 1e generatie zijn kleurrijker en meer overeenkomstig met de bovenzijde van de vleugels.

Bovenzijde Gehakkelde Aurelia.

Waardplanten (waar eitjes worden op afgezet) zijn o.a. Brandnetel en Wilgensoorten.

 

 

 

 

Nachtvlinderen, een schrale troost en galbakken.

Afgelopen zondag een “Nachtvlindersessie” in mijn achtertuin (grenst aan Schollebos). Frank Oling had het materiaal meegebracht (speciale sterke lamp, ophanglaken). Nachtvlinders zijn – zoals de naam al zegt – vlindersoorten die ’s nachts actief zijn en overdags in rust (hoewel er ook “Dag-actieve Nachtvlinders” bestaan die ook hier voorkomen). Met 6 man tot 1 uur ’s nachts geduldig wachten op nachtvlinders die worden gelokt met een speciale sterke lamp gericht op een gespannen laken.

De nachtvlinders onderscheidt men in 2 groepen: de “Macro’s” en de “Micro’s”. De Macrosoorten zijn de grote(-re) soorten – zeg maar vanaf uiltje. Zij vormen in Nederland ruwweg zo’n 200 soorten. De microsoorten daarentegen zijn in Nederland vertegenwoordigd door ruwweg 1600 soorten. Om nachtvlinders te spotten en te determineren is het dus nachtwerk geblazen. Met 6 mannen (tja alleen maar mannen dus) aan het determineren geweest. Eerst koppie koffie en daarna ’n biertje en onderwijl afwachten en kijken wat er op het fel verlichte laken kwam zitten. In het verleden heeft SNC in Schollebos zulke sessies als excursie gehouden met een deskundige. Deze deskundige ving echter alle vlindertjes en doodde ze met ether om ze thuis te determineren, dit vaak tot consternatie van kinderen die met hun ouders deelnamen aan deze excursies. En nu: geweldig! Men maakt van heel dichtbij een foto met de smartphone van het vlindertje en via een gratis App wordt deze in een mum van tijd met vrij grote zekerheid gedetermineerd (beeldherkenning). En bij twijfel wordt de papieren standaardgids erbij gehaald. Ook direct op waarneming.nl gezet (eventueel voor “peer-review” door deskundigen) met gps-coordinaten erbij.

 

Gestreepte Goudspanner (Camptogramma bilineata)

Deze nachtvlindernacht leverde zo’n 20 soorten op met de meest prachtige namen zoals Essengouduil, Grote appelbladroller, Volgeling, Geelbruine Rietboorder, Vierkantvlekuil, enz. De waargenomen soorten zijn terug te vinden op waarneming.nl. Kortom: voor herhaling vatbaar (het was deze nacht vrij koud, dus weinig vlinders) en mogelijk een hernieuwde nachtvlinderexcursie voor Capellenaren.

 

 

Wilgenroosje (Chamerion angustifolium).

Een plant die als “pionier” op verstoorde bodems (“Ruderale bodems”) voorkomt. Nu 1 exemplaar op gekapt Abelenbos in Schollebos. Tja, de komst van 1 wilgenroosje weegt natuurlijk niet op tegen het verlies van zo’n 100 abelen van 20 meter hoog. Toch dapper plantje en tot nu toe de enige in Capelle. Een schrale troost.

 

 

 

Bedeguaargal.

Langs wandelpad Spartasportvelden Schollebos, deze prachtige Bedeguaargal (ook wel Mosgal genoemd) op een rozensoort (Egelantier). Een “Gal” is een woekering van boom, struik of plant als reactie op gelegde eitjes van kleine galwespen of galmuggen in hun weefsel (ook sommige schimmels kunnen gallen veroorzaken). De weefselwoekering is een soort ontstekingsreactie, te vergelijken met een abces bij mens/dier. Dat is dus juist het doel van de galwesp of galmug: hun larven eten en leven  van dit woekerweefsel. Er zijn heel veel soorten gallen, vooral op eikenbomen

De Bedeguaargal wordt veroorzaakt door een klein galwespje (Diplolepis rosae) die haar eitjes legt op rozensoorten.

 

 

 

In Schollebos, maar ook elders in Capelle kan men op de grond  onder eikenbomen nu veel afgevallen Knoppergallen vinden. Deze gallensoort wordt veroorzaakt door het galwespje Andricus quercuscalicis. Het vrouwtje legt haar eitjes in de knop van de eikel. Niet alleen de eikel groeit, maar de eik gaat dus ook woekerweefsel aanmaken, die uiteindelijk de eikel geheel of grotendeels omhult om de parasiet af te stoten. Tafeltje gedekt dus voor de larve! Verse gallen zijn groen en kleverig, later bruin en droog.

Waarnemingen Capelle en Privacywetgeving

Ondanks de zomerse “komkommertijd” toch nog wat interessante waarnemingen in Capelle.

Rob van Dorland fotografeerde deze Kolibrievlinder (Macroglossum stellatarum). Een nachtvlinder die ook overdag actief is en behoort tot de familie der Pijlstaartvlinders (Sphingidae), zo genoemd vanwege de haakvormige “pijl” op het uiteinde van de rupsen. Een vrij zeldzame,  meer zuidelijke soort die af en toe in de zomer ook in Nederland en ook Capelle wordt waargenomen. “Macroglossum” = “Grote Tong”: met zijn lange roltong kan hij bij elke nectarbron komen. “Stellatarum” = waarschijnlijk “Met sterren bezet” en slaat dan op de brede, haarvormige schubben aan het achterlijf. De naam ‘Kolibrievlinder’ dankt hij aan zijn foerageergedrag: net als een kolibrie al vliegend nectar zuigend.

 

 

 

Boomvalk (Falco subbuteo).

Vrijwel elk jaar in nazomer te spotten in Capelle, meestal in Schollebos, maar ook wel elders. Voorzover we weten geen broedvogel in Capelle, maar waarschijnlijk wel in Hitland/Nieuwerkerk. Jaagt boven boomtoppen op vliegende prooien als kleine vogels en grote insecten (libellen!). In vlucht een karakteristiek silhouet als van een anker net als dat van een Gierzwaluw, maar dan veel groter. Overwintert in Afrika

 

 

 

 

 

 

 

 

Steenrode Heidelibel (Sympetrum vulgatum). John Renirie maakte deze foto in zijn achtertuin (Oostgaarde). Een algemene soort, maar wel bloedmooi , oh nee “steenmooi”. Er zijn diverse soorten Heidelibellen, alle behorend tot de grote familie Rombouten (Gomphidae). De rode soorten zijn moeilijk uit elkaar te houden. De Steenrode Heidelibel onderscheidt zich door zijn poten (zwart-geel gestreept) en een verticale zwarte oogstreep. Ga ermaar aan staan….

 

 

 

 

 

Bruin Blauwtje (Aricia agestis). Waargenomen door Else in Oostgaarde en Zevenhuizerplas. Behoort tot de grote familie Lycaenidae. Een nieuw geregistreerde soort voor Capelle. Nauw verwante Blauwtjessoorten in Capelle zijn het Boomblauwtje (Celastrina argiolus) en het Icarusblauwtje (Polyommatus icarus).

In Nederland vooral voorkomend in duinen en langs grote rivieren en nu dus ook in Capelle. Waardplanten (waar eitjes worden opafgezet) zijn vooral Geraniumsoorten. Overwintert als rups in bodembedekkingen. De rupsen zelf worden weer bezocht door diverse mierensoorten voor suikerrijke afscheidingsproducten.

 

 

Tot slot: nieuwe Privacywetgeving:

SNC moest volgens de nieuwe wetgeving alle Nieuwsbrieflezers (zo’n 500) expliciet toestemming vragen om opgenomen te blijven in ons bestand. Dit hebben we gedaan, maar slechts een kleine 100 heeft daarop gereageerd en hun toestemming gegeven. Dit betekent dat de niet-reageerders uit ons bestand verwijderd moeten worden op straffe van boetes. Het nieuwsbrieflezersbestand is dus met zo 70% gedaald. Wij zijn ervan overtuigd dat veel meer oorspronkelijke nieuwsbrieflezers dit ook willen blijven. SNC heeft een privacyverklaring opgenomen onder rubriek “Contact” op onze website. SNC maakt geen gebruik van Cookies, verhandelt ook geen data met commerciele instanties. Wilt u op de hoogte blijven van het reilen en zeilen van de natuur in Capelle en onze excursies: meld u zich daarvoor (opnieuw) aan via onze website.

 

 

Komkommertjes

Hoogzomer, al 6 weken bloedheet en kurkdroog. Enige tijd niet geblogd: op mijn werkzolder is het net een sauna. Hoogzomer is vaak komkommertijd, ook wat de natuur betreft. Toch is er natuurlijk best wel het een en ander gebeurd en te zien.

Yvonne Commijs attendeerde mij erop dat er in de Heemtuin langs de ‘s-Gravenweg ook een sperwerpaartje heeft gebroed. Ben afgelopen zondag gaan kijken en trof 2 reeds uitgevlogen jongen aan die zich luid lieten horen. Zoals ik eerder schreef, heeft ook in Schollebos dit jaar een paartje gebroed met 3 jongen. Voorzover bekend broeden er al meerdere jaren zeker 2 paartjes in Capelle: soms beide in Schollebos, nu voor 2e keer 1 in Schollebos en 1 in Heemtuin, en ook een jaar met één in Heemtuin, één in Wegelingpark en 0 (nul) in Schollebos.

Sperwer (Accipiter nisus, mannetje). Succesvolle broedvogel in Capelle. Vaak ook in tuinen waar ze prooi zoeken. Prooien zijn vooral kleine vogels, maar het vrouwtje (stuk groter dan mannetje) kan zelfs een houtduif aan!

 

 

 

 

 

 

 

De 2 nieuwgegraven vijvertjes in Schollebos staan kurkdroog, geen druppel water te bekennen. Gemeente heeft ze vorig jaar laten graven, maar wilde geen verbinding met nabijgelegen singel (onderdeel van het oppervlaktewatersysteem, dus dan nooit droogstand). De oeverbegroeiing is nog mooi, maar het is wel te hopen dat het flink gaat regenen om de oevervegetatie te behouden (SNC heeft daar vele interessante oeverplanten geplant).

 

 

 

 

De droogte eist ook zijn tol voor struiken en bomen. Vooral de vlierstruiken hebben het hard te verduren en hebben bijna geen groene blaadjes meer en produceren sterk ondermaatse besjes (voor zover ze sowieso nog bessen vormen!). Is slecht nieuws voor de vele vogels die in najaar deze bessen nodig hebben om “op te vetten” voor de winter of voor de najaarstrek naar het verre zuiden. Als we een takje breken, blijkt dat ze nog (!) niet echt dood zijn, maar het moet dan wel binnenkort echt gaan regenen.

 

 

 

 

Ook veel bomen hebben het moeilijk, het lijkt al herfst. Vooral Esdoorns verliezen veel blad. Het is een overlevingsmodus: blad afstoten en daar geen nutteloze energie meer aan besteden.

 

 

 

 

 

 

 

Het IJsvogelpaartje dat langs de IJssel broedt (net op Nieuwerkerks grondgebied) is bezig met zijn 3e broed. In Schollebos dit jaar voor het eerst sinds vele jaren geen ijsvogelbroedpaar (broedde daar ook 3x per seizoen met gemiddeld 4 jongen per broed). De vorstperiode begin dit jaar heeft naar schatting 75% van het ijsvogelbestand in Nederland doen sneuvelen. Hopelijk kunnen de nakomelingen van dit paar ertoe bijdragen dat ze in het Schollebos weer terugkeren.

IJsvogel (Alcedo atthis) met visje voor de jongen. Gezien het formaat van visje zijn de jongen al aardig groot (de ouders passen het formaat visjes dat zij vangen aan aan de grootte van hun jongen!). Met dank aan Jan Scheffer voor deze foto en observaties op die locatie.

 

 

 

 

Een tip van één van onze SNC-volgers: een prachtige tuin langs de Gemeentewerf langs de IJssel (“IJsseltuin”). Tja, vrijwel niemand in Capelle ziet deze werkelijk mooie tuin, wel de ambtenaren die daar werkzaam zijn. Zelfs voorzien van een insectenhotel en kunstwerken, een bankje om te lunchen e.d. Kan dat nou niet overal in Capelle of in ieder geval in groenarme buurten?? Dan kunnen niet alleen de bewoners, maar ook insecten (en dus ook vogels) daarvan genieten. Weg met dat saaie “economisch groen”, welkom “ecologisch groen”. Wel goed onderhoud natuurlijk, wat in de wijken vaak ontbreekt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

En oja, komkommertijd: nu zijn de bessen te zien van de Heggenrank, de enige inheemse vertegenwoordiger van de Komkommerfamilie (Cucurbitaceae).

Heggenrank (Bryonia dioica). Een klimplant die zich met ranken omhoog werkt in andere struiken zoals klimop, braam, e.a.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toenemend in Schollebos, inmiddels ook in mijn achtertuin.

De kleine bessen hebben nou niet echt het formaat van een komkommer en zijn zelfs licht giftig.

 

 

 

 

 

 

Tuin-nieuws en Gezocht gevraagd

Afgelopen week trof ik een Muntvlindertje aan bij de vijver in mijn achtertuin. Met veel moeite lukte me het net om een foto ervan te maken.

Muntvlindertje (Pyrausta aurata).

Een piepklein dag-actief nachtvlindertje (vleugelspanwijdte 10-15 mm: past op een vingernagel) met werkelijk fantastische kleuren. Zoals de naam aangeeft, zijn muntsoorten belangrijke ‘waardplanten’ waar het zijn eitjes op afzet en de rupsen van leven. Het is een algemene soort, maar je moet er wel op gespitst zijn om hem te zien! Zoals gezegd trof ik dit mooie vlindertje aan bij mijn vijver waar Watermunt (Mentha aquatica) ruim aanwezig is. Overigens  zit hij op deze foto op de bloeiende Grote Waterweegbree (Alisma lancoleatum), ook een waterplant in mijn vijver. Het vlindertje kent per seizoen 2 generaties en overwintert als pop ondergronds. Omdat mijn foto niet uitblinkt qua scherpte voeg ik nog een afbelding toe van Wikipedia.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In dezelfde week vond ik het kadavertje van een spitsmuissoort in de tuin. Duidelijk door de kat van de buren verwond (bijtwond). Er zijn meerdere spitsmuissoorten die lastig van elkaar te onderscheiden zijn. Ik heb de gemaakte fotos opgestuurd naar de Nederlandse Zoogdierenvereniging (doet goed werk!), die het lijkje zonder twijfel determineerde als die van een Huisspitsmuis.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Huisspitsmuis (Crocidura russula). Spitsmuizen hebben – zoals de naam al zegt – een lange spitse snuit. De Huisspitsmuis komt algemeen voor (andere spitsmuissoorten lang niet altijd!), vaak rondom huizen in tuinen en ruigteplekjes. Voedsel bestaat uit dierlijk materiaal zoals insecten, larven, pissebedden, slakken, wormen e.a. Het nest wordt gemaakt in verscholen plaatsen als composthopen van droog gras, bladeren, e.d. Voor zover ik weet is dit de eerste waarneming in Capelle, ook al is ie vrijwel zeker ook daar niet zeldzaam.

Gezocht gevraagd: hebt u in uw tuin een Ligusterhaag? Wilt u dan mij informeren wanneer u een rups van de Ligusterpijlstaartvlinder aantreft? Als kind vond ik er vaak meerdere en die nam ik dan mee naar huis. Zette die met dagelijks verse ligustertakjes in een wekpot van mijn moeder. Zij verpopten en het was een schitterend schouwspel hoe uit die pop een enorm grote en prachtige nachtvlinder tevoorschijn kwam. In de laatste 50 jaar heb ik slechts 1x maar 1 rups gevonden (hier in Capelle). Ik geef toe, het is een jeugdsentiment. Ik heb in mijn voor- en achtertuin forse ligusterhagen, maar tot heden geen ligusterpijlstaartrupsen. Overigens als u bijzondere rupsen in uw tuin of elders in Capelle aantreft: maak er aub een foto van en stuur die op naar voorzitter@natuurvriendencapelle.nl .

 

Rups Ligusterpijlstaart (Sphynx ligustri).  Goede schutkleur in uw ligusterhaag. Zo groot als de pink van volwassen mensenhand. Volkomen ongevaarlijk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mediterrane Zomer

Het is volop zomer. Hoge temperaturen en tot nu toe grote droogte. Zoveelste weerrecords worden weer gebroken. Het zijn bijna mediterrane omstandigheden. In Capelle heeft het al meer dan 1 maand niet echt geregend en het ziet er niet naar uit dat die regen er op korte termijn ook nog zal komen. Zoals altijd in de natuur profiteren soorten ervan, maar het gaat ook ten koste van andere soorten.

Na de “Juni-dip” voor vlinderwaarnemers (de 1e generatie vlinders is dood en de volgende generatie is nog in ei-, rups- of popvorm) is er nu juist een burst aan vlinders vergeleken met voorgaande jaren dankzij de warme periode voor juni (maar vergeleken met “vroeger” is het nog steeds armoe troef). Witjes (Groot-, Klein- en Kleingeaderd Witje) spannen samen met het Bont Zandoogje de kroon. Afgelopen week ook 1 Landkaartje (zomergeneratie: zie vorige blog) en tientallen rupsjes van de SintJacobsvlinder op het nu bloeiend Jacobskruiskruid (Spartaterrein Schollebos).

Rups Sintjacobsvlinder (Tyria jacobaea).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

SintJacobsvlinder (Tyria jacobaea).

De Sintjacobsvlinder is een zogenaamde’Dag-actieve Nachtvlinder’, algemeen op plaatsen waar hun waardplant (JacobsKruiskruid) ook voorkomt. Dit jaar op meerdere plaatsen Jacobskruiskruid (Schollebos-Spartaterrein), maar ook – spontaan – in mijn voortuin. Is pas de 2e waarneming voor Capelle ooit.

 

 

 

 

 

Jacobskruiskruid (Senecio Jacobaea). Een vertegenwoordiger van de familie Aster-achtigen (Asteraceae, vroeger “Compositae”= Samengesteldbloemigen). Algemeen. Giftig, niet alleen bij direct opeten, maar ook als die in hooi verwerkt is! Vooral paarden krijgen bij forse inname een dodelijke levercirrhose. Was 1 van de redenen dat hooi van wegbermen niet meer wordt gebruikt als veevoeder, samen met de vervuiling door zware metalen (lood van auto-uitlaatgassen).

De rupsen van de SintJacobsvlinder zijn echter ongevoelig voor het gif en door het eten van deze plant worden ze juist zelf giftig voor predatoren die hen willen opeten (vogels). De rupsen vertonen dan ook een sterk waarschuwingssignaal door hun afwisselende zwarte en gele banden: “ik ben giftig of gevaarlijk”, een fenomeen dat we veel zien in de insectenwereld, maar bijv. ook bij gifkikkers uit de Amazone (eten mieren die weer giftige planten eten) en sommige gifslangen. Er zijn slimme soorten die dit patroon zelfs overnemen zonder zelf giftig of gevaarlijk te zijn (mimicrie) in de hoop daardoor niet op het bordje te komen van predatoren.

Vogelnieuws: de 3 Ooievaarsjongen staan op punt van uitvliegen. Afgelopen week zelfs 7 ooievaars tegelijk langs s’Gravenweg-oost: 3 jongen op nest, 3 thermiekend (Hitland-jongen?) en 1 ouder langs Kanaalweg-s’Gravenweg. Sperwerjongen zijn al uitgevlogen. Buizerdjongen onbekend, maar Buizerd is prominent aanwezig. Grasmus nu al paar weken te horen, dus heeft waarschijnlijk gebroed (nieuwe broedsoort). Overvliegende Boomvalk. Drie foeragerende Groene Spechten op fietscrossbaan in Schollebos: een bewijs dat zij weer broedsucces hebben gehad (zij foerageren vooral op kort gras vooral op mieren, maar ook op andere kleine insecten).

Gemeente Capelle heeft vorig jaar bijna 5 miljoen overgehouden voor Buitenruimte (waar het Groen dus onder valt). Dit bedrag moet dit jaar dus kennelijk besteed worden aan die buitenruimte. Gemeente (College) heeft daarom project “Kwaliteitsimpuls Buitenruimte” opgestart. Uiteraard met inspraakprocedures voor bewoners en andere belanghebbenden (waaronder wij als SNC dus). Het eerste project (Van Rijckevorselweg) is gaande. Het tweede project (Operalaan/Hermitage) begint binnenkort. Als SNC hebben wij onze twijfels en vraagtekens bij de manier waarop de gemeente haar “uitgespaarde gelden” wil uitgeven: (her-)inrichting groen ZONDER reservering voor jaarlijkse onderhoudskosten is gewoon weggegooid geld. Dit heeft SNC  stevig duidelijk gemaakt. Dat is geen beleid, maar “we doen maar wat”. Oorzaak van deze mistoestand is een raadsbesluit dat dit soort ingrepen geen structurele onderhoudskosten zonder haar toestemming mag hebben? Dus College doet maar wat en Raad ontbreekt enige kennis om dat te beoordelen en vind alles allemachtig prachtig?

Schollevaar: wat minder steen a.u.b.? Met een beetje amateurfantasie toch iets leukers van te maken (wel onderhoudskosten!)?? Heb je echt geen duurbetaalde landschapsarchitect voor nodig (bij gebrek aan kennis wordt door gemeente heel vaak een Landschapsarchitect ingehuurd; wij als SNC zijn gratis…).

 

 

 

 

 

 

Schollevaar: kan die boomspiegel wat mooier (ja, maar met jaarlijkse onderhoudskosten!)??

 

 

 

 

 

 

 

 

Schollevaar: mooie ecologische middenberm. Waarom niet overal (met ingecalculeerde, jaarlijkse onderhoudskosten!)??

 

 

 

 

 

 

 

 

Er was onrust in Hitland. Een duiker die het natuurrijke moerasgebied van water voorziet werd afgesloten. Na navraag door SNC bleek dit door Hoogheemraadschap Schieland (HHSK) te zijn gedaan i.v.m. mogelijke schade aan dijkje door aanhoudende droogte. In dit moerasgedeelte broeden vrij zeldzame vogels. Inmiddels heeft HHSK de watertoevoer weer hersteld en erkent zij dat het gevaar voor de dijk onjuist was ingeschat. Ik moet zeggen: eindelijk een eerlijk antwoord en een directe actie van HHSK. Ook mijn dank aan werkgroep Hitland die dit aan de kaak stelde! Het was een eerlijke communicatie achteraf van HHSK en Recreatieschap Hitland, maar beter om vooraf te communiceren met belanghebbende organisaties (in dit geval SNC, IVN en werkgroep Hitland) om gedoe te voorkomen.

Terug van korte vakantie

Afgelopen vrijdag terug gekomen van korte vakantie (2 weken) met de sleurhut. Voor 3e keer naar Noor-Oost Duitsland (Muritz National Park): uitgestrekte bossen, honderden meren en weidevlaktes. Bijna geen Nederlanders, prachtige natuur (Zee- en Visarenden, Kraanvogels en een ware “Serengetti” met zo’n  150 grazende wilde Damherten, Ree, Vos, enz.). Buiten het seizoen een heerlijke rust op uitstekend ge-outilleerde campings. Heel veel ‘grundlich’ bewegwijzerde wandelroutes (3-25 km of meer). Voor fiets- en kanoliefhebbers ook een walhalla!

Nu weer terug dus. Mijn 1e ommetje Schollebos:

Op Sperwernest minstens 2 nog met witte donsveertjes beklede jongen. Plaats houd ik geheim om verstoring te voorkomen. Buizerdnest ben ik nog niet wezen kijken. Van IJsvogels helaas nog geen spoor. Aan zuidkant Spartaterrein nog steeds de Grasmus te horen (zie vorige blog), dus mogelijk een nieuwe broedsoort voor Capelle.

Peterseliebraam (Rubus laciniatus)

Op enkele plaatsen in Schollebos treffen we een buitenbeentje van de Braam aan, de Peterseliebraam. Vernoemd naar het blad dat lijkt op dat van Peterselie. Het is een verwilderde tuinplant (waarschijnlijk vanuit Volkstuincomplex “Tot Nut en Genoegen”). In Schollebos is daarnaast de inheemse Gewone Braam (Rubus fruticosus) ruim aanwezig en de Dauwbraam (Rubus caesius) slechts op een enkele plek. De Gewone Braam woekert en groeit “omhoog” met stevige stekels, de Dauwbraam groeit “omlaag” (kruipt vaak over paden heen) en heeft fijne stekels. De vruchten van deze soorten zijn allemaal eetbaar. De braamsoorten horen tot de grote Rozenfamilie (Rosaceae).

 

 

Schijnaardbei (Potentilla indica)

Ook een lid van de Rozenfamilie. De bladvorm en de vrucht doen heel sterk denken aan de Bosaardbei (Fragaria vesca). Echter de Bosaarbei heeft witte bloemen en de Schijnaardbei gele. De Schijnaardbei is destijds door gemeente bij de aanleg van het Schollebos ingeplant en doet het erg goed. Alleen jammer dat men toen niet heeft gekozen voor de Bosaardbei: die is van oorsprong inheems en (smakelijk) eetbaar. De schijnvrucht van de Schijnaardbei smaakt echt nergens naar, zelfs slakken lusten ze niet. En wat is een “Schijnvrucht”?: een moeilijk verhaal met botanische begrippen. Onthoud maar dat bij de Aardbei en de Schijnaardbei de zaadjes als harde puntjes aan de buitenkant zitten, de rest (“Vrucht”) is slechts een soort uit de kluiten gewassen bloembodem.

 

 

Groot Heksenkruid (Circaea lutetiana)

 

Een echte vroege boszomerplant die het goed doet in (half-)schaduw langs bospaden. Lid van de familie Teunisbloemen (Onagraceae). Circea verwijst naar de mythologische, Griekse tovenares uit de Odyssee Circe. Zij betoverde de bemanning van Odysseus’ schip in varkens. Lutetiana is afgeleid van Lutetia = de oud-Romeinse naam voor Parijs. Parijs was vroeger o.a. bekend als Heksenstad. Er zijn meerdere verklaringen om deze naamgeving. Een ervan: als je door een bos gaat en deze plant tegenkomt zal je verdwalen en niet meer thuiskomen…

 

 

Reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum)

Op een enkele plaats in Schollebos waar Reuzenberenklauw een waar “bos” vormde is gemaaid voordat de plant zaad heeft kunnen zetten. Daar waar de maaimachine niet kon komen blijven echter nog vele exemplaren staan. Daarnaast nog steeds vele plekken waar deze invasieve exoot voluit bloeit. Gemeente vindt actieve bestrijding niet noodzakelijk omdat er nog geen klachten zijn. Tja, klinkt bekend: als het kalf verdronken is….Bestrijding door overheid is sinds kort een EU-richtlijn!  Overigens een prachtige plant, maar schadelijk: woekert en gevaarlijk voor mens bij huidcontact (grote blaren die ontsteken).

 

 

 

Tot slot: het ooievaarspaar langs de ‘s-Gravenweg heeft voor de 2e keer 3 jongen grootgebracht! Afgelopen zondag zag ik 1 van de ouders vlak boven mijn huis voorbij vliegen: kicken!

 

 

 

 

Laatste nieuws

De officiele zomer nadert, maar de maand mei sloeg alle meiwarmterecords. Veel vogels hebben de eerste (en soms enige) broed achter de rug en sommige maken zich op voor een 2e broed.  Helaas ontbreekt sinds vele jaren het ijsvogelpaartje in Schollebos. Waarschijnlijk gesneuveld in de vorstperiode. De Vogelbescherming meldt dat dit jaar het ijsvogelbestand in heel Nederland is gedecimeerd. Na zachte winters wordt het bestand gelukkig wel weer snel aangevuld (zij broeden 3x per broedseizoen met gemiddeld 4-5 nakomelingen). Nu maar hopen dat ze weer terugkomen.

De Huiszwaluw is ook een triest verhaal. Na 25 bebroede nesten 2 jaar geleden langs de Bermweg nu nog steeds geen huiszwaluwen te zien. Tekort aan voedsel (insecten!)?

Huiszwaluw (Delichon urbica; foto Vogeldagboek.nl).

 

 

 

 

 

 

 

 

Gelukkig toch ook goed nieuws. Het gaat goed met de Ooievaars . De 3 jongen groeien hard. Op het nest van het Buizerdpaar (Schollebos) zijn 2 halfwas jongen te zien. De Sperwer zit nog steeds op het nest (Schollebos), maar jongen zijn (nog) niet te zien.

Langs het Spartaterrein (Schollebos)  leuke waarnemingen van 2 soorten die we niet vaak in Capelle zien.

Grasmus (Sylvia communis; foto internet). Op zich algemeen in Nederland, maar hier weinig waarnemingen. Vooral in dichte struikvegetaties en een kenmerkende zang. Insecteneter (spitse snavel!), maar in najaar ook bessen. Overwintert in Afrika.

 

 

 

 

 

Bosrietzanger (Acrocephalus palustris). Alweer een vogeltje met saaie kleuren. Lijkt erg veel op Kleine Karekiet. Het verschil in zang is bij dit soort vogeltjes het belangrijkst om ze te herkennen. Ook een insecteneter (spits snaveltje!), maar in najaar ook bessen. Vooral in buurt van water met struikgewas en riet. Overwintert in Afrika en Midden-Oosten.

 

 

 

 

 

 

 

De voorjaarsbloemen zijn uitgebloeid, de zomersoorten komen er aan. Nu te bewonderen in Schollebos:

Adderwortel (Polygonum bistorta). Een plant van natte grond en langs slootkanten. Deels door SNC uitgeplant. Behoort tot de Duizendknoopfamilie (Polygonaceae). “Polygonum” = met veel knopen; “bistorta” = 2x gedraaid: slaat op de wortel die als een slang (adder) 2 kronkels heeft. Het is wel zoeken door de extreme ruigtegroei die deze mooie oeverplant aan het zicht onttrekt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bosandoorn (Stachys sylvatica). Een van de vele soorten van de familie der Lipbloemigen (Lamiaceae: gekenmerkt door een boven- en onderlip van de bloemen). In Schollebos langs bospaden. Alle lipbloemigen hebben vierkante stengels en kruiselings geplaatste bladeren. De Bosandoorn heeft een vieze geur, maar daar hebben insecten geen boodschap aan: zij zijn dol op de nectar!

 

 

 

 

 

 

Groot Blaasjeskruid (Utricularia vulgaris). Bloeit nu weer volop in de vijvertjes in Schollebos achter de Capelseweg. Een ‘vleesetende’ waterplant (voornamelijk watervlooien en zulks kleine waterbeestjes). Onder water heeft de plant “blaasjes” met een soort valkuilmechaniek: als een watervlo hiermee contact maakt opent zich een klepje waardoor de watervlo door een daardoor ontstaan vacuum naar binnen wordt gezogen. Deze mooie waterplant heeft zich hier spontaan gevestigd, maar was ook al aanwezig in een sloot langs volkstuincomplex.

 

 

 

 

 

 

 

 

Het was weer een mooie lente

De lente is weer bijna voorbij, de zomer komt eraan. Het meest mooie voorjaarsbloei is er al weer bijna van af.

Scherpe Boterbloem (voorgrond), Fluitenkruid (midden) en bloeiende Meidoorn (achtergrond).

Prachtige bloemenweelde in Schollebos. Nu helaas al weer voorbij.

 

 

 

 

 

 

Fluitenkruid (Anthriscus sylvestris). Een vertegenwoordiger van de grote familie van Schermbloemigen (nu  Apiaceae, daarvoor Umbelliferae genoemd: Umbella = Scherm/Paraplu). Een echt Hollandse plant van de polders langs bermen e.d. J.P. Thijsse (ja de oprichter van Natuurmonumenten en van de Verkade-albums) noemde het “Hollands Kant”. Op deze foto uit Schollebos duidelijk te zien waarom. De naam ‘Fluitenkruid’: van de holle stengel kan je een fluitje maken. Gastplant voor veel insecten zoals het Soldaatje en Zweefvliegsoorten. Nu vrijwel uitgebloeid.

 

 

 

 

Vroege Glazenmaker (Aeshna isosceles)

Langs het Sparta-voetpad veel libellen, vooral de Vroege Glazenmaker.  Glazenmakers (geslacht Aeshna) zijn de grootste libellensoorten. Echte rovers die jagen op andere insecten (“wolven in de lucht”). Ook hun larven jagen onder water op allerlei insecten, donderkopjes, jonge visjes, e.d.). In Schollebos meerdere soorten Glazenmakers. Totaal 17 soorten libelles.

 

 

 

 

 

Stippelmot. In Schollebos zijn struiken van de Kardinaalmuts geheel kaalgevreten door de rupsen van de Kardinaalmutsstippelmot, een klein nachtvlindertje. De rupsen maken na de kaalvraat spinsels (vandaar ook wel de naam ‘Spinselmot’) waarin ze met kluitjes samenhokken om te gaan verpoppen. De kaalgevreten struiken met de spinsels doen spookachtig aan.

Er bestaan heel veel Stippelmotsoorten met ieder zijn voorkeur voor een eigen struiksoort.

Nadat de rupsen verpopt zijn begint de struik omstreeks 24 juni (= SintJansdag) weer nieuw blad te vormen (“SintJans-loten”) en overleeft hij de vraat.

 

 

Kardinaalmutsstippelmot (yponomeuta cagnagella).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Laurent Jedelo was getuige van het uitzwerven van een bijenkolonie Schollevaar, Bugel). Als een bijenkolonie te groot wordt beginnen de werksters met het grootbrengen van nieuwe koninginnen. De ‘oude’ koningin verlaat dan de kolonie samen met honderden werksters om een nieuwe kolonie te stichten. De uitgevlogen oude koningin zoekt een plek op en de meegevlogen werksters omringen haar in een kluit. Imkers zijn blij als ze die kluit kunnen afvangen, want dan weer een nieuwe kast om te bevolken voor de honingproductie.

 

De uitgevlogen zwerm werd door een ingeroepen imker vakkundig afgevangen en meegenomen.

 

 

 

 

 

 

De Reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum) begint vooral in Schollebos, maar ook elders in Capelle te woekeren. Een zogenaamde Invasieve Exoot: hoort hier niet thuis (ooit ingevoerd als sierplant uit Azie), verdrukt onze eigen inheemse flora en is bovendien gevaarlijk: bij huidcontact en zonlicht ontstaan grote blaren die meestal gaan zweren. Vooral voor kinderen gevaarlijk, maar ook voor dieren (honden!). Overheden (dus ook gemeente Capelle) zijn verplicht deze exoot actief te bestrijden (EU-wetgeving), maar tot heden geen activiteit daartoe te ontwaren van onze gemeente. SNC gaat daarom zelf daarmee aan de slag. Wordt vervolgd.

 

 

 

 

Tot slot nog wat bijzondere waarnemingen in Capelle en directe omgeving: Cettizangers in Hitland en De Zaag (De Zaag = bij Krimpen aan de Lek), Tuinfluiter (tussen Golfbaan Capelle), Ooievaarsjongen gaan goed, Bosrietzangers (Schollebos), Spotvogel (Hitland). Krooneend met jongen (Rottemerengebied). En: WAAR BLIJVEN ONZE HUISZWALUWEN??