Zegt het voort!

blog archief

Hard werken

Maandag 22 juni, weer vroeg op… Met Anton (SNC) en 4 vrijwilligers de vlindertuin weer ontdoen van het riet. Zwaar werk. Hadden het liever weken eerder gedaan, maar coronaverordeningen verhinderden dat. Groot deel gedaan maar rietmaaisel nog niet helemaal verwijderd. Deel van riet wordt later door gemeente gemaaid en afgevoerd. Op plaatsen waar wij riet hebben verwijderd is een grote maaimachine niet wenselijk (teveel schade aan inmiddels toch nuttige vlinderflora). Na 4 uur in de brandende zon toch maar gestopt. Anton en ik hadden het als pensionado’s met lichamelijke beperkingen helemaal gehad en de “jongens” , kerels van 30-ers ook wel een beetje. Nieuwe datum voor vervolg dus.

Grote Ratelaar (Rhinanthus angustifolius). 

Op een deel van Vlindertuin is het door SNC uitgezaaide Grote Ratelaar goed aangeslagen. Zie eerder blog “Bijbenen” voor verdere info over deze plant die gras- en rietgroei tegengaat.

Andere soorten die het goed doen zijn o.a. Margriet, Zilverschoon, Duizendblad, Witte en Goudgele Honingklaver, Kleine Klaver, Rode Klaver, Kaasjeskruid, Steenanjer, Dagkoekoeksbloem. Allemaal insectenbloemen.

 

Zilverschoon (Potentilla anserina). Behoort tot de rozenfamilie. Algemeen. De naam ’Zilverschoon’ dankt dit plantje uiteraard aan het mooie bloempje, maar ook aan de zilverachtige kleur van de onderkant van de bladeren. Kan verward worden met andere Potentillasoorten, maar die zilverglans is doorslaggevend. Is samen andere Potentillasoorten de waardplant van de zeldzame Aardbeivlinder die helaas nog niet in Capelle is waargenomen.

 

 

Inmiddels is deze week door gemeente na overleg een groot deel van het resterende riet machinaal gemaaid. Herstel van de vlindertuin gaat wel enkele jaren duren, maar wij zijn vastbesloten om er iets moois van te maken. In najaar gaan we ook 100 vaste planten uitzetten, alle inheemse soorten en bekostigd door gemeente. 

 

 

 

 

 

Ook is deze week ook de 1e maaibeurt van de “Ruige Gazons” in het Schollebos begonnen. Met gemeente en uitvoerder heeft SNC afspraken gemaakt over waar wel of niet maaien. Gaat goed tot nu toe. Veel mensen klagen over maairesten op paden, maar wij nemen aan dat dit ook afgevoerd wordt samen met maaisel in de “ruige gazons” zelf. De ooievaar (broedend langs ’s Gravenweg) had al snel in de gaten dat er door het maaien een mooie jachtgrond tevoorschijn kwam en liep achter de maaimachine aan om kikkers, muizen, mollen en grote insecten te grazen te nemen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een nuttige dag en goed nieuws.

Was even afzien: afgelopen woensdag vroeg op voor afspraak om 09.00 uur. Ik ben geen vroege opstaander. Samen met gemeenteambtenaar en beleidsmedewerker Roland van firma Reijm en onze SNC-secretaris John 3 uur door Schollebos gestruind om het nieuwe maairegime proberen vorm te geven. Gemeente heeft voor 4 jaar provinciale subsidie verkregen om ecologisch maaibeheer toe te passen: maaien EN afvoer van maaisel. SNC is blij verrast dat gemeente onze expertise heeft ingeroepen. Afvoer van maaisel is belangrijk. Als men het maaisel laat liggen (wat tot nu toe altijd gebeurde) is dat een zekerheid voor meer verruiging met brandnetel, kleefkruid en andere woekeraars en geen plaats voor grotere en nuttige plantendiversiteit. Overigens geldt dit niet voor intensief recreatief gebruikte grasgazons: daar gewoon 20-25 keer maaien tijdens groeiseizoen.

Bij afvoer van maaisel bestaan er 2 methodes: de “Natte Methode” , waarbij maaisel direct wordt afgevoerd en de “Hooimethode“, waarbij het maaisel paar dagen mag drogen voordat het afgevoerd wordt. De natte methode heeft als nadeel dat zaden en rupsen ook worden afgevoerd. De hooimethode is daarom het meest natuurvriendelijk: zaden en rupsen worden daardoor voor een groot deel gespaard. Beide methodes brengen extra kosten met zich mee, de hooimethode het meest.Gemeente gaat nu de hooimethode toepassen!

Maar dan zijn we er nog niet. Het maaien mag nou ook weer niet ten koste gaan van op dat moment mooie en nuttige bloeiende planten! Kortom: het tijdstip van maaien is ook belangrijk en afhankelijk van aanwezige flora. Het maairegime vergt dus meer precisie en differentiatie. Zo moeten we nu niet maaien waar Orchideeen bijna in bloei staan en zeldzame, beschermde planten staan zoals Kamgras of volop bloeiende bosplanten als Groot Heksenkruid, Klein Springzaad, Bosandoorn, e.d.

Ook een wijd verbreid misverstand: niet ALLE brandnetels wegmaaien. Brandnetel is de onmisbare waardplant van zeker 7 dagvlindersoorten. Toevallig ontdekten we tijdens onze Schollebostocht een groep brandnetels met tientallen rupsen van de Atalanta. Nu niet maaien daar dus! Maatwerk dus! 

Brede Wespenorchis (Epicactis helleborine; foto SNC). Algemene soort in Capelle (Schollebos, Schollevaar, Slotpark, e.a.). Nu in knop (late bloeier) en bedreigd door overgroei van woekeraars door verkeerd maairegime. Belangrijke bijenplant met bijzondere voortplantingsstrategie (mimicrie en feromonen om mannetjes van bepaalde wespensoort te lokken voor bevruchting). Deze groeiplaatsen worden nu niet gemaaid, maar pas in najaar.

 

 

Kamgras (Cynosurus cristatus; foto internet). Een in onze regio zeldzame grassoort op enkele plekken in Schollebos in “ruige” grasgazons. Ook deze groeiplekken worden nu niet gemaaid, maar pas in najaar na de bloei.

 

 

 

 

 

 

 

 

Groot Heksenkruid (Circea lutetiana; foto SNC). Nu bijna volop in bloei langs bospaden. Belangrijke nectarplant voor vooral kleine insecten (de bloemetjes zijn ook erg klein). Circe was een duivelse heks uit de Odyssee en Lutetia is de latijnse naam voor Parijs, vroeger bekend als een “heksenstad”. Is mij niet bekend waarom dit frele bloemetje deze onheilsnaam heeft gekregen.

 

 

Bosandoorn (Stachys sylvatica; foto SNC). Een vertegenwoordiger van de Lipbloemigenfamilie (Lamiaceae). Een echte bosplant van voedselrijke bodem en halfschaduw die in Schollebos thuishoort. Door SNC jaarlijks uitgezaaid uit eigen tuin. Nu bloeiend, maar bijna uitgebloeid. Vooral hommels zijn er dol op.

 

 

Deze morgen ook iemand die voor gemeente in Schollebos bezig was geweest om Reuzenberenklauw af te steken. Een invasieve exotische soort en schadelijk voor gezondheid (huidcontact met zonlicht geeft grote blaren die gaan ontsteken). In Schollebos sterk uitbreidend. Ook dit is voor het eerst dat gemeente dit probeert systematisch aan te pakken. Bravo. Aanpak van invasieve soorten is geen simpele opgave en kost geld. Beste aanpak voor Reuzenberenklauw is echter wel om ze om de paar weken opnieuw af te steken (uitputten). Ze verspreiden zich met zaden, maar ook door ondergrondse uitlopers.

Over invasieve soorten gesproken: het Veelkleurig Aziatisch Lieverheersbeestje is een echte bedreiging voor alle inheemse Lieveheersbeestjes. Dit lieveheersbeestje is ge-introduceerd in de kassenteelt ter bestrijding van bladluizen. Inheemse Heersbeestjes inzetten was verboden (hoe stom kan wetgeving soms zijn).Daarna natuurlijk ontsnapt uit de kassen en nu dominerend met naar schatting 70 procent. Bestrijding ervan is geen optie. Dus maar accepteren van nieuwe natuur. Kreeg van Yvonne een mooie foto.

 

Veelkleurig Aziatisch Heersbeestje (Harmonia axyridis; foto Yvonne Commijs). Ook in Schollebos en Capelle worden inheemse Heersbeestjes verdrongen door deze invasieve exoot. Zoals de officiele Nederlandse naam: het kleurenuiterlijk van deze soort kent heel veel varianten.

 

 

 

Tijdens ons Schollebosrondje toch weer Eikenprocessierups geconstateerd. Het is mij niet bekend of gemeente ook in Schollebos de eiken behandeld heeft met het aanbrengen van Aaltjes (miniwormpjes die op deze rupsen parasiteren). Zoja, dan kennelijk niet op juiste tijdstip, of paar eiken vergeten te behandelen? Vergt nader onderzoek. Betreft volksgezondheidsaspect.

 

Oud nest van Eikenprocessierups (foto SNC-archief). Ook zulke verlaten nesten leveren problemen: de rupsen vervellen regelmatig en de restanten van de huiden bevatten nog steeds die vermaledijde stekelharen. 

 

 

 

 

Gemeente heeft ook besloten meer middelen ter beschikking te stellen voor beheer en onderhoud van het Schollebos, de grootste groene parel van Capelle (bijna 100 hectare!). Welkom!

Met de ooievaars langs ’s Gravenweg gaat het goed. Tenminste 2 jongen gezien, maar kan nog meer zijn.

Via bemiddeling heeft SNC een probleem opgelost voor het Pannenkoekenhuis in Schollebos. Grenst aan een breed water met een waterinlaat vanuit Ringvaart, dat echter al jarenlang was afgesloten. Resultaat was stagnatie doorstroming, ophoping drijfvuil en stankoverlast. Na bemiddeling met gemeente en hoogheemraadschap probleem opgelost. Gasten kunnen nu op terras lekker pannenkoeken eten of een drankje nemen zonder stank of zicht op zwerfvuil en “Corona-proof”.

Nou dat was het ff weer. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijbenen

Ik probeer zo veel mogelijk de actualiteit bij te houden over de natuur in en om Capelle. Ik moet daarbij vaak keuzes maken waarover te schrijven, want naast mijn eigen waarnemingen krijg ik ook veel meldingen van andere waarnemers. Soms probeer ik dat thematisch te doen (zie  bijv. vorige blog over Rozen), soms is het een ratjetoe en bijbenen. Dit keer bijbenen dus.

 

Zwarte Roodstaart (Phoenicurus ochruros; foto internet). Eric Stockx meldde een Zwarte Roodstaart langs de IJsseldijk ter hoogte van Capelle West. Die zit er al een paar jaar. Lid van de grote familie Lijsterachtigen (Turdidae). Een insecteneter. Elders in Europa in rotsachtige bergen en heuvelgebieden. In Nederland vooral op rommelige industriegebieden, erven, e.d. Bij deze een nieuwe broedvogel voor Capelle! Overwintert in Zuid-Europa en Noord-Afrika, soms ook in Nederland.

 

Plunderaars. Rob van Dorland fotografeerde een familie Grote Bonte Spechten die het bijenhotel op de vlindertuin aan het plunderen waren: een gedekt tafeltje met heerlijke larven van metselbijen. Om de bijen te beschermen moeten we op een of andere manier kippengaas ervoor spannen. Technici onder onder onze lezers zijn welkom voor suggesties.

 

 

Kroonroest (Puccinia coronata). Toepasselijke naam in deze Coronacrisis. Kroonroest is een ‘Roest’, een soort schimmel met een heel ingewikkelde voortplanting. Ook hier weer Eric die deze aantrof in Hitland op het blad van Sporkehout.

 

 

 

 

Gekroonde Ganzenbloem (Glebionis coronaria; foto internet). Nog een toepasselijke Coronanaam. Een tuinplant uit Zuid-Europa afkomstig. Weliswaar een exoot, maar niet invasief en niet schadelijk. Wel erg mooi! Samen met de vele Phanerea (zie vorige blog) bloeiend in zelfde plantsoen langs Capelseweg (ik heb ze echt niet zelf uitgezaaid!).

 

 

 

 

 

Slaapbol (Papaver somniferum; foto SNC). Ook langs de Capelseweg een miniatuur opiumveldje met meerdere exemplaren van deze Slaapbol. Onbekend of deze is uitgezaaid. Prachtige eenjarige plant. Ook Klaprozen horen tot het geslacht Papaver en die staan er ook. De zaden in de zaadbollen (Maanzaad) worden o.a. gebruikt bij broodgarnering en uit het plantensap kan opium worden gemaakt. “Somniferum” = slaapbrengend.

 

 

 

Luzernesierblindwants (Adelphocoris lineolatus; foto Yvonne Commijs). Een wants uit de familie Blindwantsen (Miridae). Wantsen hebben een Onvolledige Gedaantewisseling: uit de eitjes komen miniatuurwantsjes die een aantal vervellingen doormaken totdat ze volwassen zijn. Deze wants leeft van vlinderbloemige planten (Fabaceae) waaronder Luzerne, maar ook andere. Is algemeen. Yvonne maakte deze foto in de vlindertuin Schollebos en dit exemplaar zat niet op vlinderbloemensoort, maar op margriet. In vlindertuin wel Voederwikke  en Klaversoorten ruim aanwezig als vlinderbloemigen.

 

Op Spartaterrein Schollebos een zingende Braamsluiper (Sylvia curruca; foto internet). 2e Waarneming Capelle (eerder in ’s Gravenpark). Algemeen maar je ziet hem bijna nooit omdat die vertoeft in dicht struikgewas (o.a. bramen). Wel duidelijk herkenbare zang. Insecteneter (spitse snavel!). Overwintert in Afrika.

 

 

SNC heeft gemeente geadviseerd om nu de ruige gazons in het Schollebos te maaien en het maaisel af te voeren. De massale bloei van Fluitenkruid en Raapzaad is voorbij en woekeraars als Brandnetel en Kleefkruid nemen het over. Nu maaien en afvoeren geeft zomerbloeiers weer de ruimte, waaronder bijv. ook de Brede Wespenorchis. Niet of te laat maaien geeft deze soorten geen enkele kans. Gemeente krijgt nu voor 4 jaar provinciale subsidie voor een meer ecologisch maaibeheer, dus……

Langzaam aan heeft gemeente ingezet op bestrijding van invasieve plantensoorten. In ieder geval in Schollebos. Japanse Duizendknoop werd verwijderd (met afvoer) en Reuzenberenklauw werd her en der afgestoken. Over de bestrijding van Japanse Duizendknoop in de woonwijken heb ik tot nu toe niets meer vernomen, terwijl dit voor huiseigenaren erg belangrijk is. Er waren geruchten dat gemeente een proef wilde doen met electrocutering, maar zoals gezegd heb ik nog geen vervolg gezien. SNC is voornemens om met vrijwilligers de Reuzenbalsemien in het Schollebos voor haar rekening te nemen (verwijderen vóór de zaadvorming).

Het revitaliseren van de Vlindertuin in het Schollebos heeft vertraging opgelopen vanwege de Coronacrisis: wij konden niet met meer dan 2 vrijwilligers tegelijk aan het werk. Nu kan dit weer met in achtneming van die 1,5 meter, dus we plannen weer een datum. Wel leuk dat in een deel de mede ingezaaide Grote Ratelaar goed is aangeslagen: parasiteert op grassen (en dus ook op Riet!) en is een goede honingplant. Op dat deel dus ook geen gras en riet meer.

Grote Ratelaar (Rhinanthus angustifolius; foto Wikipedia). Een vertegenwoordiger van de Bremraapfamilie (Orobanchaceae), allemaal parasitaire soorten. Een aantal jaren geleden had gemeente die uitgezaaid langs een deel van de Rijckevorselweg om rietgroei tegen te gaan. Echter geen succes: alles bij maaien verdwenen. Beheer en uitvoering moeten beter op elkaar worden afgestemd, zonde van dit goede experiment dat ook geen vervolg heeft gekregen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rozengeur en….

De natuur is nooit saai, ook in Capelle niet. Eigenlijk is op elke vierkante meter bijna altijd wat te zien.

Het is nu bloeitijd voor diverse rozensoorten. In Schollebos veel aangeplant (vooral langs Spartaterrein). Bloeiende rozen trekken veel insecten aan die weer als voedsel voor veel vogels dienen. De vruchten (rozenbottels) zijn ook een welkome voedselbron voor diverse vogels (vooral Groenlingen zijn er gek op).

Egelantier (Rosa rubiginosa; foto SNC). Langs Spartaterrein veel aangeplant. Bloem en vrucht (rozenbottel) hebben een appelgeur. Speelde in de amoureuze middeleeuwse literatuur vaak een rol. Doet zijn naam eer aan: een elegante bloem!

 

 

 

 

 

 

 

 

Hondsroos (Rosa canina; foto SNC). Een inheemse soort, maar hier aangeplant. Ook deze langs Spartaterrein te bewonderen. De naam ontleent deze mooie roos aan de overlevering van de oude Grieken dat deze roos hondenbeten zou genezen.

 

 

 

 

 

 

 

Veelbloemige Roos (Rosa multiflora; foto SNC). Afkomstig uit Oost-Azie. Aangeplant en verwilderd in Schollebos.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bosroos (Rosa arvensis; foto SNC). In het wild alleen in Zuid Limburg en zeldzaam. Hier aangeplant.

 

 

 

 

 

 

 

 

Op de echte rozensoorten (geslacht Rosa) zien we soms Bedeguaargallen. Dat zijn woekeringen van de rozenplant als verdediging tegen de eitjes die de Rozenmosgalwesp (Diplolepis rosae) in de rozenplant heeft afgezet. De larven van die wespjes (het wespje zelf is slechts een paar mm groot) profiteren juist van dat afweerweefsel, want dat is hun voedsel! Ook deze gallen zijn elk jaar te vinden langs Spartaterrein.

 

 

Bedeguaargal (foto SNC).

 

 

 

 

 

 

 

 

Groenling (Carduelis chloris; foto Arianne Burgers). Een liefhebber van rozenbottelzaden in najaar. Een spaarzame broedvogel in Capelle (omgeving Volkstuinen Tot Nut en Genoegen, in Schollebos). Vroeger vingen kanariekwekers ze om te kruisen met kleurkanaries. Twee karakteristieke geluiden: een kanarie-achtige roller en een “chagrijnig” klinkend dzjieeee. Hele jaar aanwezig (Standvogel).

Verder is rozenbotteljam en rozenbottelthee een zeer goede vitamine-C leverancier. Maar laat de bottels liever staan voor de vogels….

 

 

 

 

Beschuit met muisjes en een bedankje.

De ooievaars langs de ’s Gravenweg hebben weer jongen, tenminste één. Die had nog moeite om met zijn koppie boven de nestrand uit te komen om te bedelen om voedsel. Pa en ma lossen elkaar steeds af: de een blijft op het nest, de ander gaat op voedseljacht.  Als die dan met prooi weer terugkomt volgt een welkomstbegroeting van snavelgeklepper, aandoenlijk om te zien.

Ben Pleij maakte deze foto vandaag net op het moment dat een kuiken zijn koppie oprichtte. De ooievaar (Ciconia ciconia) was oorspronkelijk een echte trekvogel die overwintert in Afrika. Onze Nederlandse ooievaars blijven echter steeds vaker ook hier overwinteren, ook onze Capelse ooievaars. Is derde jaar met jongen.

 

Al zeker 1 week was er in de struiken langs het Spartaterrein een drukte van belang van Staartmeesjes. Vast een nest met jonkies, maar ik kon geen nest vinden. Tot ik gisteren een paar jonge staartmeesjes 1 meter voor mijn neus zag. En Ben Pleij zag ze ook en maakte er fraaie foto’s van.

Staartmees (Aegithalos caudatus; foto Ben Pleij). De staartmees is geen echte mezensoort, maar vormt een aparte familie (Staartmezen, Aegithalidae). De tekening aan de kop, een brede oogstreep, is bij volwassen vogels zwart, bij jonge vogels zoals hier nog grijzig. Het zijn semi-sociale vogeltjes die vaak met meerdere paartjes bij elkaar in de buurt broeden. Als een broedsel mislukt gaan de weesouders soms andere mezenpaartjes helpen met het grootbrengen van hun kroost. Het is een standvogel (blijft hele jaar hier). Vooral ’s winters verliezen ze hun schuwheid bijna helemaal en kan je ze vaak van 1-2 meter afstand aan de vetbollen zien hangen, meestal in familiale groepjes. 

Uiteraard waren al weken jonge eendjes en ganzen te zien. Vorige week zag ik voor mij de eerste jonge meerkoetjes.

Meerkoet (Fulica atra; foto SNC-archief). Een zeer territoriale rallensoort: mogelijke concurrerende soortgenoten worden in felle gevechten verjaagd, maar ook andere watervogels worden aangevallen. Alleen ’s winters verdragen ze elkaar en zie je ze vaak in groepen, zeker als er ijs ligt.

We zien nu ook steeds meer insectensoorten, waaronder libellen- en keversoorten. Rob van Dorland maakte de volgende fraaie libellenfoto’s:

Vroege Glazenmaker (Aeshna isosceles, man; foto Rob van Dorland). Glazenmakers (familie Aeshnidae) zijn de grootste libellensoorten en ware vliegkunstenaars. In een fractie van een seconde wenden ze voor- of (!) achteruit, opzij, naar boven of beneden op jacht naar andere insecten, want het zijn echte roofinsecten (“wolven in de lucht”). De Vroege Glazenmaker is in Nederland vrij zeldzaam, maar wordt in Schollebos elk jaar wel gezien.

Blauwe Glazenmaker (Aeshna cyanea, man, foto SNC-archief). Rob had ook een foto hiervan, maar deze is wat gedetailleerder. Is algemeen, maar heeft een groot territorium waardoor je ze toch weer niet zo vaak ziet (mannetjes verdrijven andere mannetjes uit hun territorium) en vaak ook “ver”van water.

 

 

 

Gewone Oeverlibel (Orthetrum cancellatum, vrouw; foto Rob van Dorland). Behoort tot de familie der Korenbouten (libellulidae), kleiner dan Glazenmakers. Gewone Oeverlibel is heel algemeen. Mannetje heeft een donker borststuk en blauwberijpt achterlijf.

 

 

 

Donker Soldaatje (Cantharis fusca; foto Rob van Dorland). Andere namen voor dit kevertje zijn Zwartpootsoldaatje en Gewone Weekschildkever. Is heel algemeen. Soldaatjes (superfamilie Cantharidae = Weekschildkevers) zijn een grote groep. Determinatie is niet altijd makkelijk. Vaak te zien op schermbloemigen zoals Fluitenkruid. Larve leeft op de grond en eet slakken en insecten, volwassene (Imago) insecten en plantendelen, nectar en stuifmeel. In Schollebos langs bosranden

Phacelea tanacetifolia (foto SNC-archief). Een exoot uit Noord Amerika, hier gebruikt voor groenbemesting (stikstofopslag in bodem) en hier en daar verwilderd. Vorig jaar ontdekt in Schollebos, nu naast de vuilniscontainers Capelseweg diverse exemplaren. Ook bekend als Bijenbrood: het is een echte bijen- en hommelplant, behorend tot de familie der Ruwbladigen (Boraginaceae). 

 

Tot slot een bedankje voor al die Capelse waarnemers, sterk betrokken bij onze Capelse natuur, die mij voorzien van hun waarnemingen en foto’s.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Leuke waarnemingen

 Er zijn veel leuke waarnemingen in Capelle en omgeving. Teveel voor 1 blog. Een selectie:

Braamsluiper (Sylvia curruca; foto Vogeldagboek.nl). Door Eric Stockx ontdekt in ’s Gravenpark. Ook weer zo’n stiekem vogeltje dat je bijna nooit ziet vanwege zijn verborgen leefwijze in dicht struikgewas. Zijn zang is echter heel herkenbaar (zie Vogeldagboek.nl/geluidenboek). Zelf nog nooit eerder gezien of gehoord en – ook al niet zeldzaam – voor zover ik weet de eerste officiele waarneming in Capelle. Zomerbroedvogel, overwintert in Afrika en Midden-Oosten.

 

Rob van Dorland ontdekte een uitgezwermde honingbijenzwerm langs rand Schollebos.

Europese Honingbij (Apis mellifera; foto’s Rob van Dorland). Honingbijen zwermen vanuit bestaande kolonie uit met koningin en volgers. In voorjaar meestal omdat de bestaande kolonie te groot wordt, maar er zijn nog meer redenen voor deze intelligente beestjes om te gaan zwermen. De levenscyclus van honingbijen is ingewikkeld. Belangrijke bestuivers van groenten en fruit.Bedreigd door gebruik van insecticiden en parasieten. Een door ons ingeschakelde Capelse Imker (Jan Toet) heeft de zwerm afgevangen.

De afgevangen zwerm krijgt een gratis nieuw tehuis bij de imker in een van zijn kasten en kunnen daarna onze bloemen en gewassen blijven bestuiven. In Capelle bijenkasten in Volkstuinen Tot Nut en Genoegen (langs Bermweg/Schollebos en in Heemtuin ’s Gravenweg (tegenover Kinderboerderij Klaverweide). Leerzaam!

 

Voor meer info over dit bezige bijtje: imkersnederland.nl

 

De eerste libellen zijn inmiddels ook weer te zien. Voornamelijk juffertjessoorten.

Vuurjuffer (Pyrrhosoma nymphula; foto Rob van Dorland). Een van de vroegst vliegende libellen. Heel algemeen ook in tuinvijvers.  

 

 

 

 

 

Variabele Waterjuffer (Coenagrion pulchellum; foto Rob van Dorland). Ook algemeen.

 

 

 

 

 

 

Groene Kikker” (Pelophylax-soort; foto Ben Pley). Afgelopen dagen een kabaal aan kwakende Groene Kikkers in Schollebos-westrand. Men onderscheidt De Meerkikker (P. ridibundus), de Poelkikker (P. lessonae) en de Bastaardkikker een kruising tussen deze twee. Zijn heel moeilijk uit elkaar te houden. Belangrijkste verschil is de kleur van de kwaakblazen: die van de Meerkikker zijn donkergrijs tot zwartig, die van de Poelkikker wit, alleen die bastaard: kan alle kanten op. Groene kikkers zijn sterk watergebonden. De Bruine Kikker vaker op de oever te vinden (als je daar langs loopt springen ze de sloot in) en kwaken niet.

De Aronskelken in Schollebos staan mooi in bloei.

Italiaanse Aronskelk (Arum italicum; foto Rob van Dorland). Een ’Stinsenplant’ De bloeikolf is geel. Ook de Gevlekte Aronskelk (Arum maculatum) komt als Stinsenplant in Schollebos voor, de bloeikolf is donkergrijs. Beide soorten door SNC uitgeplant.

 

 

 

In Hitland ook weer mooie waarnemingen, zoals Rietgors, Spotvogel, Roodborsttapuit en Purperreiger.

Purperreiger (Ardea purpurea; foto Peter Troost). Al een paar dagen aanwezig in Hitland. In Nederland schaarse broedvogel in rietvelden. Overwintert in Zuid-Europa en Afrika. 

 

 

Welles-Nietes

Mijn laatste blog waarin ik o.a. het te vroeg maaien in Hitland aan de orde stelde, heeft heel wat stof doen opwaaien onder een aantal lezers. Ik kwam daarbij weinig existentionele argumenten tegen over het werkelijke probleem. Vandaar mijn visie als SNC-voorzitter:

Het is waar dat tot nu toe niemand kan bewijzen dat er wèl broedende weidevogels waren tijdens het maaien.

– Het is ook waar dat niemand (dus ook de maaier of opdrachtgever om te maaien!) kan bewijzen dat er géén broedende weidevogels aanwezig waren tijdens het maaien.

– Het betrof een klacht van een bezorgde en betrokken burger van Capelle die SNC heeft ontvangen en waarop ik als voorzitter van SNC gereageerd heb.

– In Hitland-Noord zag ikzelf grote percelen strak gemaaid met niet 1 plukje om een eventuele nestbeschermer.

– Het gekissebis gaat voorbij aan de essentie van het probleem! Of er nu wel of geen broedende weidevogels aanwezig waren is niet de essentie! Essentie is dat men op weilanden niet zo vroeg moet maaien: men verhindert daarmee succesvolle broedresultaten van weidevogels, want die gaan dan zeker niet nestelen. Ook het plaatsen van nestbeschermers (is mij heden ten dage niet bekend in Hitland, voorheen wel toen de weidevogelwerkgroep Nieuwerkerk nog actief was) is geen goede oplossing: vossen zijn echt zo sluw dat zij dan precies weten waar wat te snacken valt (wetenschappelijk bewezen). En vossen zijn er zeker!

– Waar het in essentie om gaat is het herstel van de populatie weidevogels als Grutto, Kievit, Tureluur, Scholekster, e.a. Die populaties dalen razend snel. Is het vroege maaien economisch van zo groot belang dat dat opweegt tegen onze weidevogels? Als dat voor de prive-eigenaren het geval zou zijn, zijn er dan geen overheidssubsidies om dit vroege maaien na te laten? 

– Er zijn teveel incidenten in het recente verleden, die doen vermoeden dat het beheer op prive-weilanden en golfbaan-Hitland een loopje nemen met het faunabeheer. Zwanendriften, waarschijnlijk vergiftigde Vossen, afschieten van Ganzen. De nog boerende boer is tevens lid van de Jachtbeheereenheid Rijnmond, tja dat zijn wel 2 petten. 

Kortom: ik ben van mening dat een indringend, maar constructief overleg nodig is met het hoofdbestuur van Recreatieschap Hitland. SNC gaat dat dan ook zeker doen. Zal wat tijd in beslag nemen (zeker nu nog een Corona-LockDown), maar wij gaan haar wel uitnodigen daartoe. Verder voorlopig graag geen welles-nietes-gedoe.

Tot slot een vrolijke noot: afgelopen woensdag het eerste Visdiefje in Schollebos, terug vanuit hun zuidelijke overwinteringsoord:

Visdief (Sterna hirundo), meest algemene sternsoort. Broedvogel op Golfbaan Hitland en Kralingse Veer (plat dak voormalig Bouman meubelzaak langs Rijckevorselweg). Sierlijke danser boven het water op zoek naar visjes.

 

 

Activiteiten en veel waarnemingen

Er zijn diverse actuele zaken die de aandacht hebben van SNC.

Allereerst natuurlijk de plannen voor revitalisering van het Schollebos. We verwachten deze week het 2e concept hierover van de gemeente. Voorzichtig neemt SNC aan dat vele van door SNC ingediende adviezen zijn overgenomen. We zullen zien….

SNC kreeg een klacht over het te vroeg maaien van de weilanden in Hitland. Hierdoor worden nesten en net uitgekomen jongen van weidevogels ook kapotgemaaid. En het gaat al zo slecht met onze Nederlandse weidevogels als Grutto, Tureluur en Kievit. SNC heeft daarom weer contact opgenomen met het bestuur van Hitland om te proberen hier een eind aan te maken. Hitland is een recreatie/natuurgebied waar vertegenwoordigers van gemeentes Capelle en Zuidplas het bestuur vormen. Wordt vervolgd.

SNC ontving ook weer een vraag over Japanse Duizendknoop in de wijk Middelwatering. SNC heeft de gemeente diverse keren erop gewezen dat dit echt een probleem gaat worden. De invasieve exoot is ook o.a. aanwezig in de wijk Schollevaar en Schollebos. Zonder systematische bestrijding wordt deze plant niet alleen een gevaar voor onze inheemse flora, maar ook voor huizenbezitters: de wortels gaan zelfs door funderingen heen! Gemeente: wordt wakker!!

SNC wilde afgelopen zondag met 6 vrijwilligers het opkomende riet  op de Vlindertuin in Schollebos weer maaien en verwijderen, maar de Corona-LockDown liet dat niet toe. Uitstellen dus tot betere tijden. Door het extreem droge weer kiemt er tot nu toe bijna niets van het ingezaaide bloemenmengsel. Alles snakt naar regen. De geplante knotwilgstekken zijn wel goed aangeslagen maar die zijn dan ook diep geplant tot in het grondwater.

Er zijn veel waarnemingen, mede omdat ik nu deelgenoot ben van een app-groep voor Capelle en Hitland:

Narrentasje of Hongerpruim (Taphrina pruni; foto Eric Stockx). Eric en ik ontdekten deze vreemde vormsels in een Sleedoornstruik langs het Spartaterrein (Schollebos). Het zijn de door de schimmel Taphrina pruni aangetaste en overgebleven bessen van de Sleedoorn. De normale bessen zijn mooi rond en blauw van kleur. Narrentasje is zeldzaam!

 

Sleedoornbessen (foto SNC-archief) zure pruimpjes, meer pit dan vruchtvlees. Niet echt geliefd bij vogels, maar “honger maakt rauwe bonen zoet”. Toch blijven er een aantal bessen over die vervolgens door deze schimmel kunnen worden besmet.

 

 

 

Een nieuwe Oeverzwaluwkolonie in grote zandberg.

Oeverzwaluw (Riparia riparia; foto’s Rob van Dorland). De exacte locatie houden we stil ivm mogelijke verstoring. De zandberg is keurig afgezet ter bescherming (Natuurwet). Tientallen zwaluwpaartjes druk in de weer. Is de kleinste zwaluwsoort en typische koloniebroeder van steile zandwanden, meestal langs water. Overwintert in Afrika. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In Hitland-Zuid ook waarnemingen van Sprinkhaanzanger en Ransuil. De Koekoek is ook weer gehoord in Schollebos en Hitland. 

Het lijkt alsof er een nieuwe ziekte onder Pimpelmezen heerst. Waarschijlijk veroorzaakt door een bacterie en een fatale longontsteking als gevolg. Rob had een pimpelmezennest in zijn tuin, maar is verlaten met achterlating van het legsel. Meldingen van zieke of dode pimpelmezen gaarne melden bij dwhc@uu.nl.

Tot slot een paar mooie foto’s van Rob van Dorland (Schollebos/Capelle):

Groot Koolwitje (Pieris brassicae). Intieme opname van parend paartje. Onderscheid met andere hier voorkomende Witjessoorten: de zwarte tekening voorvleugel loopt door als hoek (bij Klein koolwitje niet, en bij Klein geaderd Witje geen zwart).

 

 

 

Oranjetipje (Anthocharis cardamines). Het zijn 2 mannetjes (bij vrouwtjes geen oranje vleugeltip). Vlinders hebben een beperkt vermogen om elkaar op zicht te herkennen. Als zij elkaar tegenkomen moeten ze dan ook eerst op korte afstand aftasten of het een mogelijke datingspartner is: ze vliegen dan op korte afstand even om elkaar heen. In dit geval dus geen match (alhoewel ook in de dierenwereld de lhbti ruim vertegenwoordigd is! Gaat er echt een wereld open!).

 

 

Ik hoor je wel, maar zie je niet

Een oud kinderversje: KarekietKarekietkietkiet, ik hoor je wel, maar zie je niet. De Kleine Karekiet houdt zich vooral schuil onder in het riet, waardoor je hem inderdaad bijna nooit ziet. Maar zijn karakteristieke krakende zang, waarin men enigszins het woord ’Karekiet’ kan herkennen, is altijd duidelijk hoorbaar. 

Kleine Karekiet (Acrocephalus scirpaceus; foto Rob van Dorland). Een zomergast die hier broedt, maar overwintert in Afrika. Deze week de eerste teruggekeerde exemplaren in het Schollebos te horen. Rob kon hem niet alleen horen, maar ook fotograferen. Kleine Karekiet broedt uitsluitend in oud (“overstaand”) riet, omdat de stengels van nieuw riet niet stevig genoeg zijn. Als de eitjes zijn uitgekomen, kan men deze vogeltjes vaker zien omdat ze voor hun jongen op insectenjacht moeten.

Hoewel veeeel groter geldt het versje eigenlijk ook voor de Roerdomp.

Roerdomp (Botaurus stellaris; foto SNC). Deze reigersoort lijdt een zeer verscholen leven in het riet en heeft een geweldige schutkleur. Voelt hij zich bespied dan schiet hij terstond in de ’paalhouding’: gaat roerloos gestrekt staan met kop en snavel recht omhoog, waardoor hij niet meer te zien is in het riet. Wel is het mannetje in de broedtijd van verre al te horen door hun roep “Hoemp”, dat iets weg heeft van een misthoorn. Afgelopen week 2x waargenomen (op geluid) in Hitland-Zuid op de grens tussen moerasdeel en weilanden). Bijgaande foto is paar jaar geleden ’s winters gemaakt in het Schollebos langs de “Grote Vijver”. Zou geweldig zijn als hij in Hitland gaat broeden.

Tot slot een nieuwkomertje in het Schollebos, tenminste voor zover we weten:

Reigersbek (Erodium cicutarium; foto SNC). Een  plantje dat voorkomt op droge, matig voedselrijke zandgrond. Hoezo dan in Schollebos? Diverse exemplaren stonden vlak langs het ruiterpad: zandig dus! Niet zeldzaam, maar wel leuk. Behoort tot de Geraniumfamilie (Geraniaceae), waarvan een aantal andere soorten ook in Schollebos voorkomen. De vruchten van diverse soorten lijken een beetje op de snavels van ooievaar of reiger: Ooievaarsbek- en Reigersbeksoorten. 

 

 

 

 

 

 

 

sfeer, geuren, kleuren en sprieten

April in Schollebos, werkelijk de mooiste maand met voorjaarsbloeiers, bloesems en al vroege zomerbloeiers. Werkelijk, ga er nu van genieten (maar houd afstand ivm corona, kan makkelijk).

 

Velden met bloeiend Fluitenkruid (Anthriscus sylvestris). Typische plant in Hollands landschap (ook wel “Hollands Kant” genoemd omdat de witte bloemetjes een fijnmazig geheel uitstralen als van de stof Kant). Behoort tot de grote familie der Schermbloemen (Apiaceae). De stengel is hol met tussenschotjes: door er kleine gaatjes in te maken wordt het een fluitje.

 

 

 

Daslook (Allium ursinum). Ik schreef het al eens gekscherend eerder: Schollebos is Uienbos. De Daslook is zo overweldigend aanwezig langs de bospaden dat het bos er naar ruikt. “Look” = Ui. De Daslook is eetbaar (bloem, blad en ondergronds uitje) en heeft een aangename uiengeur. Toch maar laten staan. Als iedereen net als de chinese medeburgers deze plant grootschalig gaat oogsten voor consumptie blijft er snel niet veel meer van over. Bovendien hebben veel honden een onbedwingbare neiging juist over deze planten te urineren.

 

 

 

Yvonne Commijs ontdekte langs het Spartagebied in Schollebos een ‘nieuwkomer’ voor Capelle:

Smaragdlangsprietmot (Adela reaumurella; foto internet). Leuk voor scrabble of mannetje-aan-de-galg … Een dag-actief nachtvlindertje van 14-18 mm groot. Een voorjaarsmotje. De mannetjes vallen op doordat ze net als dansmuggen in zwermen te zien zijn. Yvonne maakte wel zelf een foto, maar die was nou niet echt geschikt. Deze foto: een vrouwtje. De sprieten van de mannetjes zijn nog veel langer. De rupsjes leven van dood blad.

De familie Langsprietmotten (Adelidae) kent nog meer soorten, waaronder de ook in Schollebos voorkomende Geelbandlangsprietmot:

 

Geelbandlangsprietmot (Nemophora degeerella; foto SNC-archief). Vergelijkbaar levenspatroon als vorige. Op foto mannetjes met enorm lange voelsprieten. De rupsen leven van dode berkenbladeren.

 

 

 

 

Rob van Dorland spotte in de wijk Schollevaar een Koninginnenpage. Vorig jaar ontdekte hij ook al de rupsen van deze prachtige, vrij zeldzame vlinder op het Volkstuincomplex “Tot Nut en Genoegen”. 

Koninginnenpage (Papilio machaon; foto internet). Laatste jaren steeds ook meer in westelijk Nederland vastgesteld. Waardplanten (waar eitjes op worden afgezet) zijn vooral Schermbloemsoorten (Apiaceae) en die zijn er genoeg in Schollebos (zie boven bij Fluitenkruid).

 

 

 

Rups Koninginnenpage (foto Rob van Dorland).