Zegt het voort!

blog archief

Afgelopen week

N.a.v. mijn blog over Mandarijneend: Elly Marges meldde 3 Mandarijneenden (2 man, 1 vrouw) in vijver voor Reviusrondeel en Lies Bras 1 in R’dam-Ommoord. Die eend timmert in onze omgeving dus stevig aan de weg? Het is een exoot, maar of hij kwaad kan voor onze inheemse fauna? Zoniet, dan een juweeltje als welkom.

Ondanks euforische TV-rubrieken over weldadige groei van paddenstoelen, is het in Schollebos vreemd genoeg armetierigheid troef. Op dood hout weliswaar vaak fraaie groepen met Gewone Zwavelkop, Glimmerinktzwam, Stobbezwam, maar qua ‘Grondpaddenstoelen’ is het triest gesteld. Er zijn er wel maar heel beperkt qua soorten en aantal. Deze zaterdag hopen we toch de deelnemers aan onze Paddenstoelenexcursie te enthousiasmeren: er is altijd wat te zien! De excursie wordt geleid door ons AA-echtpaar, nee geen Anonieme Alcoholisten, maar Anneke (onze penningmeester) en haar echtgenoot Ad van den Berg: beide zeer actieve leden van Mycologische Vereniging (Mycologie = leer der schimmels). Mooi weer voorspeld!

Afgelopen dinsdag verrast door het typische geluid van Koperwieken waarna ik er 3 zag wegvliegen vanuit de besdragende struiken langs het Sparta-terrein in Schollebos.

Koperwiek (Turdus iliacus). Een echte wintergast uit het hoge noorden. Lid van de grote lijsterfamilie (Turdidae). Elk jaar in wintertijd in Schollebos aanwezig, maar aantallen varieren sterk (soms enkele kleine groepjes, soms met honderden tegelijk). Kenmerkend zijn de roestkoperen kleurvlek op de flanken (niet op de vleugel = wiek dus!) en de witte wenkbrouwstreep. Foerageren op bessen, maar ook op de grond tussen de herfstbladeren. Overnachten hoog in de boomkruinen. Heb het al eens eerder geschreven: naam “Koperwiek” als winkelcentrum slaat nergens op: het woord “Koper” refereert dan naar ‘kopers’, shoppers dus. Het ‘Koper’ van de vogels refereert naar de mooie roodkoperen plek op de flank. Ach, what’s in a name? Zijn Rotterdammers toch wat origineler met hun (bij-)namen als “Koopgoot”.

 

 

Met het zachte weer van de laatste paar dagen ook nog diverse vlinders: Atalanta’s , Gehakkelde Aurelia, Bont Zandoogje, Citroenvlinder. Buizerd(-s) bijna elke dag, IJsvogel, Groene Specht, Smienten, Haas, enz.

 

Nog een ongewenste exoot in Capelle

Brulkikker  of Amerikaanse Stierkikker (Lithobates catesbeianus; foto wikipedia). Deze week gespot door Aad van Weel op volkstuincomplex “Tot Nut en Genoegen”. Een enorm grote kikkersoort afkomstig uit Noord Amerika en vaak als ‘huisdier’ gehouden. Eet werkelijk alles wat door zijn strot kan en is daarmee een werkelijke bedreiging voor onze inheemse fauna: andere kikkersoorten, salamanders, kuikens van watervogels, enz. Zelfs kannibalisme is hem niet vreemd! Nu maar hopen dat het slechts gaat om 1 ontsnapt exemplaar die niet tot voortplanting komt, want anders heeft Capelle er weer een groot probleem bij! Buiten Noord Amerika wordt deze exoot in andere landen te vuur en te zwaard bestreden: ze zijn echt een ramp voor de  lokale en inheemse fauna. De Brulkikker wordt overigens ook gevangen/gekweekt voor consumptie (“Kikkerbilletjes”). Nou ben ik tegen het eten van kikkerbilletjes omdat de poten meestal geamputeerd worden zonder verdoving of wat dan ook, waarna de dieren een gruwelijke dood sterven, maar hoe dan ook dient deze exoot wel bestreden te worden!

 

 

Tweede chinees.

Mandarijneend , man (Aix galericulata; foto internet). Vorige week in een singel langs Volkstuinvereniging “Tot Nut en Genoegen” een mannetje Mandarijneend. Een kleine eendensoort met een schitterend kleurenpalet en met oranje ‘vleugelzeilen’ die doen denken aan de klassieke kledij van de Mandarijnse edelen uit oud-China. Uit die contreien komt deze schoonheid ook vandaan (Oost-Azie). In West-Europa vaak als sierwatervogel gehouden, maar regelmatig ontsnapte exemplaren handhaven zich prima in onze ‘natuur’. Broedt vooral in boomholtes. Zo’n 30 jaar geleden ook een exemplaar langs de volkstuinvereniging. In Brabant ook meerdere exemplaren gezien in kasteeltuin. Bijzonder? Ach de Fazant was hem al eeuwen voor als Chinese ambassadeur!

 

Eerste wintergasten en kraaienslachtoffer

Qua vogels is het midzomer doorgaans een saai seizoen. Meeste vogels zijn uitgebroed en houden zich gedeisd om te ruien (een kwetsbare tijd!). Met het najaar gebeuren er weer spannende dingen. Paddenstoelen alom, maar ook de vogeltrek komt op gang.

De eerste “Capelse wintergasten” zijn er al. Al enige weken geleden zijn skandinavische Roodborstjes gearriveerd die nu door zang hun voedselterritoria proberen vast te stellen. In Schollebos hoor je ze nu overal met hun prevelend, ingehouden melodieuze zang. Zowel man- als vrouwroodborst zingen. Bij het verdedigen van hun winterterritorium gaat het er soms heftig aan toe, soms zelfs gevechten tot de dood aan toe! Onze ‘ eigen zomerroodborstjes’ zijn al grotendeels ook naar zuidelijkere oorden vertrokken.

 

 

Sinds ruim 1 week zitten er enkele Smienten op de”IJsvogelvijver”.

Smient (Anas penelope; man). Een echte wintergast uit Skandinavische toendra’s. Wordt ook wel Fluiteend genoemd naar het geluid dat mannetjes maken (“wieuuw”). Penelope was een  Griekse adellijke schone uit de oudheid waar uiteindelijk Odysseus mee trouwde. Wel een beetje vreemd dat juist een mannetjeseend daarnaar werd vernoemd, maar tegenwoordig kan alles: laten we het maar ‘Genderneutraal’ noemen… Maar mooi is ie wel!! In Schollebos ’s winters soms met vele tientallen. Op grotere wateren (bijv. Biesbosch) wel met duizenden.

 

 

 

 

Slobeend (Anas clypeata; man). Nederlandse algemene broedvogel, maar alleen ’s winters ook in Capelle (Schollebos) te zien, soms met tientallen. “Slobbert” zijn voedsel op door met zijn lepelvormige snavel vlak onder het wateroppervlak te slobberen. In groepjes altijd van veraf te herkennen: zij draaien al slobberend om elkaar rondjes in het water. Ook nu al een enkel paartje in “IJsvogelvijver”.

 

 

 

 

 

Dodaars (Tachybaptus ruficollis). Een kleine fuutsoort, algemene broedvogel in Nederland, maar in Capelle tot nu toe alleen ’s winters aangetroffen. Nu 1 exemplaar in Nieuwerkerkse Tocht. Erg schuw. Zwemt vlak langs rietoevers. Bij minste geringste onraad duikt hij onder en verdwijnt tussen het riet. Naam: “Dod” = pluim , “Aars” = achterwerk: de dod-aars heeft dus een bosje witte veren als een pluim bij hun achterste.

 

 

 

 

 

Jonge Houtduif. Een naar tafereeltje bij het dagelijkse uitlaten van mijn hond Bella. Vier kraaien hakten in op een jonge houtduif die echt niet meer kon ontkomen. Als natuurliefhebber zou ik moeten denken “dat is nu eenmaal de natuur, eten en gegeten worden”. Ook kraaien moeten eten. En het is wel een heel laat jong (houtduiven broeden wel 3-4x per jaar), dus kwetsbaar in het natuurlijk selectieproces (survival of the fittest). Als dierenarts vond ik echter dat dit een heel akelige langzame dood zou betekenen voor dit hulpeloze beestje. Heb me dus maar ontfermd over dit jong tot ongenoegen van de kraaien die me luid uitscholden voor deze misdaad. Tja, ook met hun kon ik me invoelen. Per slot van rekening moet niemand ook mij het brood uit de mond stelen… Het duifje was behoorlijk gehavend en had over het hele lichaam bebloede plekken. Al zijn staartveertjes was hij kwijt. Hij eet nog niet uit zichzelf dus voeren mijn vrouw en ik hem nu dagelijks geforceerd totdat die zelf heeft leren eten. Het doet hem goed en komt er wel. Het kippenhok van wijlen Sofietje heeft na de egel nu weer een nieuwe tijdelijke bewoner.

 

 

 

Actueeltjes

Boomvalk (Falco subuteo). Afgelopen woensdag 2x gezien in Schollebos. Broedt (nog) niet in Capelle. Het vliegsilhouet lijkt op een grote gierzwaluw (spitse vleugels en vrij lange staart: “ankervorm”). Vrijwel elk jaar in nazomer in Capelle te zien, jagend boven boomtoppen op grote libellen (glazenmakers) en kleine vogels. Trekt in najaar naar zuideljke regionen (vooral Afrika).

 

 

 

 

 

 

Vandaag 2e melding van gewonde ooievaar, nu in Schollebos. Een visser heeft dierenambulance gebeld, maar toen deze probeerde hem te vangen vloog hij toch weer weg net als de eerste keer (in Schenkel). Het zou een van de 3 jongen kunnen zijn die zijn uitgevlogen van het nest langs de ’s Gravenweg (na het uitvliegen keerde 1 gewonde ooievaar erop terug met bloed op de veren). Tja. Als hij zich niet laat vangen is de verwonding hopelijk niet ernstig genoeg om niet te kunnen overleven en moet de natuur het maar regelen. Blijf echter alert en meld a.u.b. als u hem ziet en wat hij doet.

Gesprek met wethouder Jean-Paul Meuldijk (JPM) verliep in prettige en constructieve sfeer. Er zijn geen directe toezeggingen gedaan van de zijde van JPM, maar men is in ieder geval begonnen met het bestuderen van het probleem van de Invasieve Exoten (Japanse Duizendknoop, Reuzenberenklauw, Reuzenbalsemien). Mbt het probleem van de Essentaksterfte in het Schollebos heeft SNC voorgesteld om niet grootscheeps te gaan kappen van de essen (wordt echt een kaalslag), maar om nu al jaarlijks nieuwe bomen van diverse soorten in te planten; mogelijk overleven enkele resistente essen deze schimmelziekte (die kunnen dan verder uitgekweekt worden) en creeert men een grotere variatie in bospercelen i.p.v. monocultures. Verder specifieke verzoeken voor Maaibeleid  (Schollebos, Vlindertuin, Natuurlijke oevers), Knotwilgen knotten (gefaseerd! belangrijk voor bijen en hommels) en enkele andere zaken. JPM gaf aan naar een groenbeheermodel te streven aanbesteed aan 1 professionele groenbeheerder i.p.v. de versnippering van aanbestedingen. Nu maar afwachten voor de praktijk en uiteraard de verkiezingsuitslagen van maart volgend jaar…

Heb vernomen dat fractievoorzitter PvdA, Martin Ponte, een cursus volgt voor imker! Er gaat een wereld voor hem open qua ecologie… Alle fractievoorzitters zouden zoiets moeten doen, dan wordt SNC wat dat betreft wellicht minder nodig. Geldt ook voor beleidsambtenaren!

 

Hazenpootje (Coprinus lagopagus). Deze prachtige foto werd deze week gemaakt door Yvonne Commijs in de Heemtuin langs de ’s Gravenweg. De hoed is hier omgekruld, waardoor men eigenlijk tegen de onderkant met de lamellen aankijkt. Plaatjeszwammen hebben onder de hoed lamellen waar de sporen gevormd worden. De hoed van het Hazenpootje is 2-4 cm in doorsnee. Algemeen, maar zeer fraai!

 

 

 

 

 

 

Komende week 2 powerpointpresentaties voor verzorgingstehuizen, Schinkelhoven en Rozenburcht:  Stadsnatuur in hun directe omgeving. Ook Herfstexcursie en Paddenstoelenexcursie voorbereiden.

Vraag aan onze volgers: SNC wil samen met gemeente de invasieve exoten bestrijden. Ook zwerfafval systematisch verwijderen. Ook Vlindertuin onderhouden (maaien en afvoeren maaisel). Allemaal belangrijk voor onze Capelse natuur. Wie wil meedoen in actieve onderhoudsploegen? Af en toe eens een middag meewerken met gelijkgezinde medeburgers? Een gezellige afsluiting met drankje of door gemeente aangeboden pannenkoekmaaltijd? Aanmelden bij onze secretaris: john@natuurvrienden.nl

Een rustig nazomerweekje

Nazomer/Begin herfst. Na veel nattigheid gelukkig weer wat zonnige dagen waar niet alleen u en ik, maar ook veel dieren van genieten. Geen spectaculaire waarnemingen, maar de echte natuurliefhebber let ook op het alledaagse.

Kokmeeuwen hebben hun zomerse bruine kap verruild voor het wintervlekje achter de ogen. Visdief, Koekoek, Huis- en Gierzwaluw zijn al verdwenen naar Afrika. Gaaien zijn druk bezig om wintervoorraden van eikels aan te leggen. Roodborstjes (mannetjes en vrouwtjes!) beginnen weer te zingen om hun wintervoedselterritoria vast te stellen: het zijn vooral skandinavische roodborstjes die hier overwinteren, onze eigen roodborstjes trekken grotendeels zuidwaarts.  Vlaamse Gaaien zijn druk in de weer om eikels te verstoppen als wintervoorraad. Spreeuwen verzamelen zich in groepen en zijn vaak massaal te zien op electriciteitsdraden langs snelwegen voordat ze besluiten te vertrekken (onze spreeuwen overwinteren grotendeels in zuidwest Engeland: bijna subtropisch klimaat!). Boombladeren beginnen te verkleuren doordat het bladgroen afsterft en andere kleurpigmenten zichtbaar worden. Na het natte weer komen de paddenstoelen nu “als paddenstoelen de grond uit”.

Gewone Glimmerinktzwam (Coprinus micaceus; foto SNC). Nu veel in grote groepen te zien op dode stammen en stronken. Er zijn vele soorten inktzwammen, ook kleine soorten als deze. Kenmerkend is dat de hoedjes van jonge(re) exemplaren bedekt zijn met nauwelijks met blote oog waarneembare “glittertjes” (restanten van het Velum, een soort bedekkend vlies).

 

 

 

 

 

Op de zonnige nazomerdagen zien we op beschutte en zonnige plekken nog veel vlinders en libellen. Op het voetpaadje langs Sparta waren nog tientallen Bonte Zandoogjes  en Grote Koolwitjes te zien. Ook de volgende libellensoorten:

Paardenbijter, man (Aeshna mixta; foto SNC). Algemeen en behoort tot de familie Glazenmakers (Aeshnidae), onderorde Echte Libellen (Anisoptera), de grootste libellen, maar binnen deze familie een kleinere soort (ruim 6 cm). Een ‘late’ libellensoort (top vliegtijd augustus-september, maar ook nog ruim in oktober). Net als andere libellen echte rovers die jagen op andere vliegende insecten. Zetten hun eitjes af in allerlei wateren en sterven in late najaar. De larven zijn ook echte rovers en vertoeven wel 2 jaar onder water. Let op de grote ogen: die raken elkaar!

 

 

 

 

Houtpantserjuffer (Lestes viridis; foto SNC). Een algemene en gemakkelijk benaderbare juffersoort behorend tot de familie Pantserjuffers (Lestidae), onderorde Juffers (Zygoptera). Je kunt ze heel vaak in het zonnetje zien ‘hangen’ aan een blad langs bospaden. Mooie kopergroene glanskleur en in rust de vleugeltjes schuin afstaand van het lichaam. Kleine rovertjes en de enige libellensoort die zijn eitjes niet in water afzet, maar in boomschors van bomen langs oevers. Vliegtijd juli-oktober.

 

 

 

 

 

Bloedrode Heidelibel, man (Sympetrum sanguineum; foto SNC). Algemeen, maar het mannetje is werkelijk ‘bloedmooi’! Behoort tot de familie Korenbouten (Libellulidae), onderorde Echte Libellen (Anisoptera). In Capelle niet zo vaak gezien. Dit is een wat oudere foto (in Schollebos).

 

 

 

 

 

 

Op de “IJsvogelvijver” in Schollebos hebben zich zo’n 50-60 Krakeenden verzameld. Na de rui beginnen de mannetjes hun prachtkleed te krijgen en verwoed achter de vrouwtjes te jagen om een partner voor het volgend voorjaar veilig te stellen. De mannetjes maken een soort “krak-geluid” (waarnaar de soort vernoemd is; een stijlfiguur: Onomatope), de vrouwtjes maken een piepgeluid.

Krakeend, man (Anas strepera). Gitzwart kontje, donkergrijs snaveltje en prachtig fijn gemarmerde tekening. Beide sexes hebben een opvallende witte vleugelspiegel (een groepje witte veren in de vleugel; bij de gewone Wilde Eeend een blauwe vleugelspiegel). Broedt sinds enkele jaren in Schollebos, maar maakt ook in stedelijk gebied steeds meer furore als broedvogel. Een juweel in eenvoud!

 

 

 

 

Wijngaardslak (Helix pomatia; foto SNC). Er resteert gelukkig nog een heel kleine populatie Wijngaardslakken in het Schollebos (het grootste deel is destijds verdwenen door rooien van bomen met hun wortelgestel in de winter; wijngaaardslakken overwinteren ondergronds tussen wortels!). Afgelopen week vond ik er nog 2 in een struik vlak bij elkaar.. en zoals ik eerder schreef: 2 bij elkaar altijd goed (hermafrodiet). Wettelijk beschermd, gekweekt in Frankrijk als delicatesse (Escargots). Heb het 30 jaar geleden ooit 1x geproefd|: een taaie gombal waarbij de smaak vooral werd bepaald door de knoflooksaus… Slakkenhuis is 4-5 cm (!) , de slak zelf wordt buiten zijn huis tot 12 cm lang en is daarmee de grootste huisjeslandslak in Europa.

Ettelijke maanden geleden een item op televisie over de kweek van Wijngaardslakken. Leuk weetje: per uur kunnen ze zo’n 7 meter afleggen!

 

 

 

 

 

 

 

 

Morgen (inmiddels vandaag) belangrijk overleg met wethouder Jean-Paul Meuldijk (maaibeleid, invasieve exotenbeleid, e.a.). U hoort van ons.

Nudisten

Met het natte weer van de laatste tijd verschijnen er veel naaktslakken. Een zeer algemene soort is de Gewone Wegslak (ook wel Rode of Grote Wegslak genoemd).

Gewone Wegslak (Arion rufus; foto SNC). Na regen is deze soms massaal te zien op de asfaltpaden in het Schollebos. 

Zoals de naam “Naaktslak” aangeeft, hebben naaktslakken geen slakkenhuis. Ze zijn daarom erg kwetsbaar bij droogte en vorst. Onder het Mantelschild (de verdikking achter de kop) zit echter nog een rudimentair overblijfsel van een slakkenhuisje in de vorm van een klein kalkschijfje.

Op deze foto zijn de 2 grote oogsprieten en de 2 kleine tastsprieten goed te zien. De organen zitten in de voorste helft, de achterste helft is de ‘Voet’ waarmee hij zich voortbeweegt. Leeft van planten en laat slijmsporen achter. Grootste vijand van naaktslakken is de egel, dus verwelkom de egel in uw tuin door uw tuin toegankelijk te maken (geen schuttingen maar heggen!).

 

 

Van Franklin Lemmob ontving ik een foto van een wel heel fraaie naaktslak: 

Grote Aardslak = Tijgerslak (Limus maximus; foto Franklin Lemmob). Zoals de naam (“Grote” en “maximus”) aangeeft, is dit de grootste naaktslaksoort in Europa. Hij kan tot 15-20 cm lang worden. Prachtig getekend en voornamelijk nachtdier. Is een echte alleseter (“Omnivoor”): vooral paddenstoelen en planten, maar ook aas en zelfs soortgenoten (Kannibalisme) en volgens de literatuur kattenbrokjes. De anatomie komt overeen met die van de Gewone Wegslak en andere naaktslakken.

 

 

Alle slakkensoorten (ook de huisjesslakken dus) zijn tweeslachtig (=hermafrodiet): elke slak heeft zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtorganen. Wel zo makkelijk: elke soortgenoot is geschikt om te paren, alleen wel even uitmaken wie als eerste de mannelijke of vrouwelijke rol neemt; zo blijft er toch nog iets over om te veroveren…

Langs de ’s Gravenweg

In weekeind langs de ’s Gravenweg gefietst. Het paartje ooievaars zat weer op het nest waarop het deze zomer 3 jongen met succes heeft groot gebracht. Pa en moe waren druk bezig zichzelf en elkaar te poetsen. Het mag niet natuurlijk (menselijke emoties toekennen aan dieren), maar toch voelde het bij mij aan alsof ze tevreden waren met hun resultaat. Het steeds terugkeren op hun nest duidt erop dat we waarschijnlijk volgend jaar weer van ze kunnen genieten. Het is de vraag of dit paartje hier zal overwinteren of dat ze wegtrekken naar Afrika om volgend jaar weer terug te keren. Hoewel oorspronkelijk een echte trekvogel, overwinteren steeds meer ooievaars in Nederland.

Als ze besluiten om in Afrika te gaan overwinteren vertrekken ze niet samen tegelijk maar apart. De Nederlandse ooievaars vliegen dan net als meeste  andere Europese soortgenoten in het najaar naar de Cota Donana, het wereldberoemde vogelreservaat vlak bij Gibraltar. Daar verzamelen zij zich met vele duizenden om dan opeens massaal de Middellandse Zee over te steken. Ook op de terugweg naar Europa vliegen pa en moe onafhankelijk van elkaar. Uiteindelijk komen ze samen weer terug op hun oude nest, de een wat eerder dan de ander. Het weerzien van de partners gaat gepaard met veel geklepper. Zij lijken elk jaar nog steeds verliefd….. Niet voor niets staat de ooievaar bekend als geluksbrenger!

Vorige week waren mijn vrouw en ik 3 dagen in de Ooijpolder. In een boekje van IVN (Wandelroute Bisonplas) las ik de herkomst van de naam ‘Ooievaar’: “Ooy” = Uiterwaard en “Vaar” = Gaan, dus hij die door de uiterwaarden gaat. Of dit de juiste verklaring is, weet ik niet maar zou goed kunnen.

Daarna naar de Heemtuin (pal tegenover Kinderboerderij Klaverweide), want ik had gehoord dat de Inktviszwammen er weer in volle glorie stonden, zeer zeldzaam (zelfs vanuit buitenland komen er mensen om ze te fotograferen!). 

Inktviszwam (Clathrus archeri). Een Australische soort die hier terecht is gekomen (via sporen in schoenzolen of straalstroom?). Spectaculaire paddenstoel met alien-achtige vorm en kleur. Net als alle andere paddenstoelen is het de “Vrucht” van een schimmeldradennetwerk; begint met de vorming van een bol (“Duivels-ei”). Ze zijn nu nog steeds te bewonderen.

Gestreept Nestzwammetje (Cyathus striatus). Ook dit prachtig en tot de verbeelding sprekend zwammetje is in de Heemtuin te bewonderen (wel goed zoeken!). Is algemeen, maar voor mij tot nu toe de enige plaats waar ik deze gezien heb. Het “nestje” (het zwammetje) heeft een doorsnee van 6-8 mm. De “eitjes” in het “nestje” zijn sporenpakketjes van 1-2 mm doorsnee. Door regendruppels geraakt, schieten deze sporenpakketjes hun sporen weg.

 

 

 

 

Tijdens mijn bezoek aan de Heemtuin viel me wel op dat de benaming “Heemtuin” nou niet echt recht doet aan een echte heemtuin. Er staan veel cultivars (commerciele tuinplanten) maar ook hier de Reuzenbalsemien als invasieve exoot. Verder relatief grote oppervlaktes met zeer eenzijdige vegetatie van Klimop en Gele Gevlekte Dovenetel. Echt veel streekeigen flora zag ik helaas niet. Voor verbetering vatbaar als je het een Heemtuin wilt blijven noemen??

Reuzenbalsemien (Impatiens glandulifera). Oorspronkelijk uit Himalaya. Prachtige bloemen, goede nectarbron voor insecten (hommels!!), maar helaas zo dominant, dat als je ze niet goed bestrijdt, ze alles overwoekeren! Sinds kort een EU-richtlijn om deze soort te bestrijden! Nog (!) niet dominant aanwezig in heemtuin, maar in hemelsnaam: weghalen!

 

 

 

 

 

 

Grote oppervlaktes bedekt met klimop (Hedera helix) en Bonte Gele Dovenetel (Lamiastrum galeobdolon argentatum). Geen ruimte voor andere interessante inheemse streekflora….

 

 

 

 

 

 

 

Op de terugweg deze Zwavelzwammen (Laetiporus sulphureus) op een Knotwilg. Algemeen op stammen en stronken van levende loofbomen (eik, wilg, Robinia, kers).

 

 

 

 

 

 

 

Yvonne Commijs maakte recent in de heemtuin nog deze prachtige foto van 2 Icarusblauwtjes (Polyommatus Icarus)

 

 

 

 

 

 

 

Oude bekende en Bessen

Ben even weggeweest. Gewandeld in het Goois Natuurreservaat. Een prachtig gebied, maar voor een deel veel last van geluid van dichtbij gelegen snelweg. Heel veel paddenstoelen en dit dier wil ik toch even  noemen ook al is het geen soort die we ooit in Capelle zullen aantreffen: de Hazelworm, voor mij een oude bekende.

Hazelworm (Anguis fragilis). Lag roerloos midden op het zandige pad. Ik kon foto’s maken tot op 15 cm afstand. Dacht eerst “leeft die wel?

Het is geen slang, maar een pootloze hagedis! Kan tot een halve meter lang worden zoals dit exemplaar. De staart is langer dan zijn totale lichaam en wordt snel afgestoten bij verstoring (groeit daarna wel weer aan, maar korter. “De latijnse naam Anguis = Slang, fragilis= breekbaar). Komt voor op diluviale zandgronden. Eet vooral naaktslakken, maar ook wormen en insecten. Toen ik hem wilde aanraken ging ie moeizaam kronkelend ervandoor (het is geen snelle beweger) en liet ik hem maar met rust: zijn staart wilde ik hem niet afnemen. Echt een “Wow-moment”!

 

 

Landkaartje (Araschnia levana; foto Martin den Boer). Afgelopen middag ontdekte Martin een heel fraai vlindertje in het Schollebos, terwijl we met elkaar aan het praten waren over zijn hond Boris die plotseling lichte verlammingsverschijnselen had gekregen. Hij maakte voor mij deze foto. Het is het Landkaartje, een vrij kleine dagvlinder die ik niet direct herkende. Moest mijn vlinderboek aan te pas komen dus. Achteraf had ik al een melding in juli dit jaar, maar nu zag ik hem dus met eigen ogen, een beauty! Komt in heel Nederland voor. Waardplanten (waar ze hun eitjes op afzetten) zijn Grote en Kleine Brandnetel.

 

 

 

 

 

 

 

Overal nu heel veel bessen te bewonderen. Volgende foto’s alle in Schollebos (o.a. vooral langs Spartasportvelden): enkele voorbeelden:

Canadese Kornoelje (Cornus sericea). Tuinstruik uit N.Amerika en Siberie. ’s Zomers groene takken, ’s Winters rode takken. Aangeplant, maar ook verwilderd en inmiddels een “ingeburgerde” struik. Vooral ’s winters met sneeuw heel fotogeniek.

 

 

 

 

 

 


Gelderse Roos (Viburnum opulus). Inheemse struik maar aangeplant. Veel langs wandelpad Spartaterrein.

 

 

 

 

 

 

 

 


Wilde Liguster (Ligustrum vulgare)

Aangeplante struik, maar ook inheems. Waardplant van Ligusterpijlstaartvlinder.

 

 

 

 

 

 

 


Lijsterbes (Sorbus aucuparia). Welbekende boom met oranjerode bessen die – zoals de naam al zegt – een geliefd kostje zijn voor lijstersoorten (hier Zanglijster, Merel). Aangeplant, maar ook wild-inheems. Behoort tot de Rozenfamilie.

 

 

 

 

 

 


Eenstijlige Meidoorn (Crataegus monogyna). In Schollebos aangeplant, maar is inheemse soort. Uitgegroeid tot boomachtige struiken. Bessen zeer geliefd bij bes-etende vogels. In de bloei heerlijk geurende bloesem. Ook lid van de Rozenfamilie.

 

 

 

 

 

 

Sleedoorn (Prunus spinosa). Een aangeplante struik langs Sparta-sportvelden, maar ook inheems en behorend tot de Rozenfamilie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewone Vlier (Sambuccus nigra). Een struik in Schollebos die zich op enkele plaatsen sterk heeft uitgebreid door kappen van Abelen en verkeerde snoei van Hazelaars. . Vlierbloesemthee, vlierbessenwijn, vlierbessenjam. Maar vogels zijn ook dol op de bessen, vooral als ze overrijp zijn: door gisting ontstaat alcohol! Heb in Dordtse Biesbosch ooit honderden dronken spreeuwen gezien die echt van hun stokkie vielen!

 

 

 

 

 

Het wandelpad langs Sparta-terrein. Hier ook vaak de Groene Specht te zien en soms een Haas.

 

 

 

 

 

 

 

Nieuwe soort Slijmzwam

In Schollebos zijn door SNC zo’n 350 schimmelsoorten aangetroffen (Paddenstoelen, Zwammen, Schimmels). Slijmzwammen (Myxomyceten) worden in de Mycologie (schimmel-leer) niet als een schimmelsoort beschouwd, maar wel in het vakgebied “meegenomen”. Weliswaar produceren ze net als schimmels Sporen om zich voort te planten, maar hun fysiologie is zo afwijkend dat ze een eigen groep vormen. In een recente blog hebben we kennis gemaakt met 2 soorten in het Schollebos (Heksenboter en Blote Billetjeszwam). Nu is er voor Capelle weer een nieuwe soort ontdekt.

 

Groot Kalkschuim ( Mucilago crustacea).

Ik ontdekte deze langs het wandelpad van het Sparta-sportterrein, maar wist niet wat het was. Een witte massa die opkroop tegen de stengels van nieuw opkomende Kruldistel (na het maaien). Heb Anneke (onze penningmeester en zeer ervaren mycologe) gevraagd om te kijken.

Het Groot Kalkschuim is een opvallende slijmzwam die zich hecht aan levende plantendelen. In het Schollebos is hij gevonden op Kruldistel. Het tot 7 cm grote vruchtlichaam ziet er eerst uit als een klodder slijmige rijstkorrels, wit tot iets okerkleurig. Na rijping bestaat de buitenwand uit kalkkristallen en binnenin zitten donkerbruine sporen. Deze soort heeft een wereldwijde verspreiding. In ons land is hij matig algemeen. De slijmzwam is geen parasiet (tast de plant waarop die groeit niet aan). Met dank aan Anneke voor de determinatie. Niet aaibaar (slijmig, schimmelig), dus waarschijnlijk weinig “Likes” voor deze blog, maar voor mij weer een boost om steeds te blijven opletten op wat je tegenkomt in je naaste omgeving. Het is en blijft boeiend!