Zegt het voort!

blog archief

Sterrenschot of Heksensnot

Tja geen Halloweengrap. Het was een lange discussie nadat ik van Rob van Dorland deze foto via email doorkreeg: wat is dit??

Rob dacht zelf eerst Witte Trilzwam (zeldzaam). Foto doorgestuurd naar Anneke (onze penningmeester en Paddenstoelenexpert): die zei “Klontjestrilzwam” (algemeen). Rob verder zoeken op internet: het is Sterrenschot (= Heksensnot). Ik weer: kan niet, want dat is braaksel van roofdieren die vrouwtjeskikker hebben opgegeten. De kikkereitjes zwellen op en veroorzaken maag-overvulling, waardoor zij als een gelatineuze massa worden uitgebraakt. En nu geen kikkers met kikkereitjes, dus moet het iets anders zijn? Rob weer verder zoeken op internet: zelfs in winter hebben vrouwtjeskikkers al premature kikkereitjes in zich, maar nog niet bevrucht. Rob bracht de substantie bij mij thuis in een emmertje ter definitieve determinatie. Ik weer emmertje naar Anneke gebracht. Het definitieve oordeel: 

Sterrenschot, ook wel Heksensnot genoemd! (foto: Rob van Dorland). Kikkers zijn prooidieren van diverse predatoren: Reiger, Bunzing, Wezel, Kraai, e.a. De (al dan niet bevruchte) kikkereitjes van vrouwtjes zijn gelatineus en zwellen op in de maag. Daardoor ontstaat een maag-overvulling en een braakreflex. Het braaksel is een gelatineuze klonter en lijkt verduveld veel op een trilzwam. Alleen: een trilzwam zit vast aan hout. Deze klodder zat nergens aan vast en was ook veel “wateriger” dan een trilzwam. Op een foto is onderscheid nauwelijks te maken. Weer wat geleerd: niet alles dat lijkt is ook juist! De naamgeving berust op eeuwenoude geschiedenis: men was toen helemaal onbekend met wat dit moest voorstellen. Google voor meer info op deze namen: leuk en leerzaam.

Verder deze week in Schollebos: nog steeds Grote Zilverreiger (vandaag langs “IJsvogelvijver”), Sperwer, Buizerd, Groene Specht, Wintertaling, Goudhaantje, Smient, enz. En wat mij altijd een emotionele ‘thril’ geeft: overtrekkende ganzen in v-formaties. Een jeugdherinnering aan de Dordtse Biesbosch waar duizenden ganzen overwinterden. Met een dikke trui en twee kranten eronder met winterjas lag ik in de bevroren sneeuw achter een binnendijkje dit schouwspel te bekijken. Tja, daarna bijna nooit meer zulke winters meegemaakt. Beetje “Tuinpad van mijn vader gevoel”. Ook het laatste nieuws van vogelbescherming stemt me melancholisch: tientallen soorten bedreigd met uitsterven in Nederland. Maar voor stadsvogels als Huismus, Gierzwaluw, Huiszwaluw e.a. kunnen we ook als gemeente Capelle iets betekenen: natuur-inclusief bouwen (en renoveren), meer ecologisch groen, minder betegelde tuinen, groene daken, gevelgroen, enz. Het wiel daarvoor hoeft niet weer opnieuw te worden uitgevonden: dat is al uitgevonden! Maar zolang de gemeente het groenonderhoud vastgesteld als “Sober” blijft houden, zal het Capels Groen alleen maar achteruitgaan: je kan nu eenmaal niet voor een dubbeltje op de eerste rang zitten!

Herfst, altijd spannend.

Het is natuurlijk nog geen winter, maar de vogeltrek is al volop in gang en levert weer leuke waarnemingen op. En na de langdurige droogte zijn nu na wat regen ook weer meer paddenstoelen te zien.

Roodborst (Erythacus rubecula).

Nu zingende roodborstjes zijn noord-europese gasten die hun voedselterritorium afbakenen. Zowel man- als vrouwroodborst zingen. Onze eigen roodborstjes zijn naar het zuiden vertrokken. Voor ons klinkt dat liedje als een lieflijk prevelen, maar voor de Roodborst allerminst! Bij territoriumconflicten wordt vaak letterlijk op leven en dood gevochten. Ik heb het ’n keer meegemaakt midden op een voetpad in Schollebos. Ik kon het vechtende stel tot op 2 meter benaderen voordat ze oog hadden voor mij als mogelijke bedreiger.

En oja: dat “tikken tegen het raam”: heb ik ook meegemaakt. Het vogeltje zoekt in de kieren van ramen naar voedsel als spinneneitjes, e.d.

 

Grote Zilverreiger (Egretta alba). Een spierwitte grote reigersoort. Broedt met succes in Oostvaardersplassen en verspreidt zich steeds verder. Buiten broedseizoen steeds meer te zien in rest van Nederland, vooral in herfst en winter. In Schollebos nu 1 week 1 exemplaar  (Grote Vijver en Vijvertje Openluchttheater). Is voorgaande jaren vaker in Schollebos gezien. In Hitland ook in (na-)zomer.

 

 

 

Grote Gele Kwikstaart (Motacilla cinerea).

Steevast waarnemingen van overwinteraars in Capelle. Al in vorige blog een melding, maar nu ook in mijn eigen  achtertuin. Vrolijk vogeltje! De grootste van de kwikstaartsoorten. Insecteneter in nabijheid van water (als zeldzame broedvogel langs snelstromende beken ook in Nederland).

 

 

 

 

Dodaars (Tachybaptus ruficollis)

De kleinste futensoort. Een Nederlandse broedvogel, maar in Capelle alleen in herfst en winter spaarzaam te zien. Deze week 2x gezien  in Schollebos (meest westelijke singel achter Capelseweg). Toch maar weer de naamuitleg: het is Dod-Aars en niet Do-daars. Dod = pluim, Aars= achterwerk: een (witte) pluim met veren aan de achterkant dus. Erg schuw en onder water meestal foeragerend langs oevers in nabijheid van riet.

 

 


Goudhaan (Regulus regulus).

Een Nederlandse broedvogel van vooral naaldbossen. Na de broedtijd zwermen ze uit op voedseljacht, vaak samen met mezengroepen. Nu al zo’n 2 weken in Schollebos met meerdere exemplaren. Is echt (samen met het nauw verwante Vuurgoudhaantje, die ook incidenteel in Schollebos is waargenomen) het allerkleinste vogeltje van Europa: net een paar millimeter kleiner dan het Winterkoninkje. Niet schuw: met een beetje geduld en geluk tot op 2 meter te zien! Het “Goud” slaat op de gele mohikaanse streep op de kop (bij vuurgoudhaan oranje-achtig).

 

 

 

 

Grote Stinkzwam (Phallus impudicus).

Tijdens onze herfstexcursie vorige week o.a. meerdere exemplaren van deze paddenstoel. Zij “ontspruiten” uit een “Duivels-ei”, die ook te zien was.  Je kan ze wel op 20 meter afstand ruiken, want ze verspreiden een lijkenlucht. Daar komen vliegen op af. Op de top bevinden zich de sporen als een zwarte, kleverige massa. De vliegen verspreiden die sporen. De wetenschappelijke naamgeving was voor die tijd ook wel gewaagd: phallus = penis, impudicus = onbeschaamd. Geen verdere uitleg nodig…

 

Kleine Stinkzwam (Mutinus caninus).

Op dezelfde plaats als de Grote Stinkzwam. Onder paddenstoelendeskundigen ook wel “Hondenlulletje” genoemd (Muto = penis, Canis = hond).  Algemeen, maar spaarzaam in Schollebos. Ook hier verspreiding van de sporen door vliegen die op lijkenlucht afkomen.

 

 

Koperwieken (zie vorige blogs) zijn er nog steeds langs Sparta-sportvelden in Schollebos. Op de “IJsvogelvijver” zo’n 50 Smienten. Beide soorten “echte wintergasten”.  Ook het aantal Krak- en Kuifeenden neemt sterk toe: Nederlandse broedvogels, maar in najaar en winter veel talrijker in Schollebos.

 

Herfst, wintergasten en gemeente-overleg

Voor SNC een drukke tijd: presentaties in verzorgingstehuizen, excursies, deelname en correspondentie over gemeentelijke acties “Kwaliteitsimpuls Groen”, overleg met Wethouder Marc Wilson, enz. Daarnaast veel recente meldingen van vooral Fauna en Paddenstoelen. Om met de meldingen te beginnen:

Grote Gele Kwikstaart (Motacilla cinerea; foto Internet). Broedt schaars in Nederland, maar ook wintergast. In Capelle elk jaar wel te zien als wintergast in buurt van water, zelfs in stedelijk gebied. Arianne Burgers spotte dit sierlijke vogeltje langs de Bloemensingel (Schenkel). In Nederland ook de veel algemenere Gele Kwikstaart (Motacilla flava), maar niet in onze regio. En natuurlijk de Witte Kwikstaart (Motacilla alba), die ook hier – zij het sporadisch – in Capelle broedt (omgeving Bermweg-Oost). “Kwik” slaat op het op en neer gewip van de lange staart. Foerageren op de grond en langs oevers naar insecten.

 

 

 


Vos (foto: Peter Troost)Peter spotte deze jonge vos midden op de dag op het Spartasportterrein in Schollebos! 

Vossen zijn avond-/nachtdieren. Deze jonge vos was duidelijk dus niet op jacht, maar waarschijnlijk op zoek naar een eigen territorium. De Vos is inmiddels prominent aanwezig in Capelle met waarnemingen door heel Capelle (Schollevaar, Schollebos, Schenkel, Middelwatering).

 

 

 

Cetti’s Zanger (Cettia cetti, foto Internet). Frank Oling spotte deze vogel in Schollebos: eerste waarneming in Capelle! Een zuidelijk-europese soort die met een noordelijke opmars bezig is (klimaatopwarming?). Een paar jaar geleden was de noordelijkste verspreidingsgrens de Biesbosch, maar inmiddels dus ook hier in Capelle (naast ook waarnemingen in Hitland). Houdt zich op in dichte struikvegetaties in nabijheid van water. Meeste waarnemingen zijn dan ook zangwaarnemingen (zang en roep zijn heel karakteristiek).

 

 

 

 

Vijfvingerige Vedermot (Pterophorus pentadactyla; foto John Renirie). John snapte dit nachtvlindertje bij zijn huis in Oostgaarde.  Hier met opgevouwen vleugels. De voorvleugels zijn verdeeld in 2 delen, de achtervleugels in 3 delen, samen dus 5-delig (penta = 5, dactylos = vinger/teen). Waardplant (waard de eitjes op afgezet worden en de rupsen van leven) is hier de Haagwinde (Convolvulus sepium, ook wel “Pispotje” genoemd).

 

 

 

 

Inktviszwam (Clatus archeri; foto Peter Troost). 

Ook dit jaar weer in de Heemtuin langs de ’s Gravenweg. Zeldzaam en trekt nog steeds bezoekers van verre om deze prachtige zwam te bewonderen en op foto vast te leggen. 

 

 

 

Parelstuifzwam (Lycoperdon perlatum; foto Peter Troost). Ook deze in de Heemtuin ’s Gravenweg. Behoort tot de Stuifzwammen (Lycoperdaceae) die weer deel uitmaken van de Buikzwammen (Gasteromycetes: Gaster = maag, Mycetes = Schimmel). Buikzwammen vormen hun sporen inwendig (in hun “buik”); de sporen worden verspreid via een kleine opening na aanraking door regendruppels of anderszins. De opening is op de foto goed te zien.

 

 

Afgelopen maandag ook Smienten (Anas penelope) in Schollebos op “IJsvogelvijver”. Echte wintergast, die overheid graag wil afschieten omdat ze het gras kaalvreten van weideboeren. Broedt in noord- en oost-europa. Nederland is een heel belangrijk overwinteringsland voor deze prachtige eendensoort. Nederland wordt boos op landen die ònze trekvogels naar beneden schieten. Hoe hypocriet is Nederlands beleid?

 

 

 

Gemeente-overleg:

Vorige week heeft SNC een eerste overleg gehad met de nieuwe wethouder met Buitenruimte in zijn portefeuille, Marc Wilson. Was een constructief overleg. Items waren o.a. Bomenkap Schollebos (Abelenbos, Essentaksterfte, update Plan Silve), Maaibeleid (vlindertuin, natuurlijke oevers, ingezaaide gazons), ondersteuning vrijwilligers van SNC,  overlegstructuur. Er zijn afspraken gemaakt voor verder overleg. Nu al is beloofd dat het gekapte Abelenbosje vervangen zal worden met andersoortige bomen en dat SNC een soortenlijst zal indienen. Wordt vervolgd! 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Half oktober, 27 graden en al wintergasten

Een krankzinnige maand. Recordwarmtes voor de maand oktober met ruim 10 graden boven het gemiddelde. In mijn t-shirt wandelen in Schollebos, langs Zevenhuizerplas en Eendrachtspolder. In Schollebos al ’n week lang kleine groepjes Koperwieken langs de randen van de Spartasportvelden waar veel besdragende struiken staan. Echte wintergasten! Voor Capelle ook echt heel vroeg: normaliter zien we ze pas in de winter.

 

Koperwiek (Turdus iliacus).

Broedvogel van Noord-Europa. Overwintert in Midden- en Zuid-Europa vanwege voedselgebrek in het hoge noorden in de winter. Behoort tot de Lijsterfamilie (Turdidae), geslacht Turdus, waartoe ook onze Merel en Zanglijster horen. “Koper” slaat op de roodkoperen kleur op de flanken, “Wiek” = Vleugel. Alleen die koperkleurige vlek staat dus niet op de vleugel.  En de Koperwiek is uiteraard ook het hele jaar aanwezig in Capelle (Winkelcentrum Koperwiek).

 

 

 

 

Wintertaling (Anas crecca; man). Een van de mooiste eendensoorten. Broedt ook in Nederland, maar toch voornamelijk wintergast uit Noord-Europa. Afgelopen vrijdag met tientallen in Eendrachtspolder en Zevenhuizerplas. In Capelle meestal met enkele exemplaren ’s winters in Nieuwerkerkse Tocht.

 

 

 

 

 

Smient (Anas penelope; man). Een echte wintergast uit Noord-Europa. Ook wel ‘Fluiteend’ genoemd vanwege het fluitende geluid dat ze maken. In Capelle tot heden alleen ’s winters waargenomen. Afgelopen vrijdag ook meerdere in de Eendrachtspolder.

 

 

 

 

 

Verder afgelopen paar dagen nog vlinders (Groot Koolwitje, Bont Zandoogje en 1 Atalanta) en Libellen (Steenrode Heidelibel). Ook 2 onafhankelijke meldingen van een ijsvogel (achter kantine Sparta). Zou die weer terugkomen?

In mijn achtertuin en langs Spartaterrein massaal vliegende Oogvleklieveheersbeestjes .

Oogvleklieveheersbeestje (Anatis ocellata).

Het gaat niet goed met onze inheemse Lieveheersbeestjessoorten (Coccinellidae) omdat de invasieve exoot – het Veelkleurig Aziatisch Heerenbeestje –  onze inheemse soorten verdringt. De Aziatische soort is destijds ingevoerd om in kassen luizen te bestrijden en zijn uiteraard ontsnapt uit deze kassen (inheemse Heerenbeestjes waren verboden. Lekker logisch dus).  Veel Lieveheersbeestjes zoeken huizen op om te overwinteren, maar omdat het daar vaak te warm is en ze geen voedselbron hebben, overleven ze dat vaak niet. Als ze buiten overwinteren neemt hun lichaamstemperatuur ’s winters af (insecten zijn koudbloedig: hun lichaamstemperatuur is nagenoeg hetzelfde als de omgevingstemperatuur) en bij lage lichaamstemperatuur is er ook veel minder behoefte aan voedsel. In strooisellagen of andere schuilhoekjes komen ze dan meestal wel de winter door.

Ik zei al: “een krankzinnige maand”. Maar kennelijk is niet alleen de natuur of het klimaat van slag, maar ook de gemeente! Deze week publiceerde de gemeente via de locale krant “IJssel en Lekstreek”  een vergunningsaanvraag voor het kappen van bomen in het Schollebos die dus al maanden geleden zijn gekapt. Het gaat daarbij om meer dan 100 bomen, waarvan vele gewoon vitaal!

Gemeente maakt daarbij ons als burger er ook nog eens op attent, dat pas bezwaar gemaakt kan worden tegen deze kap nadat een vergunning is verleend. Tja, da’s logisch hè…. Kafkaesk a la Trump of Poetin.  Zit er eigenlijk nog iemand op het gemeentehuis die de regie voert over het Groen? “Groenste Gemeente” van Nederland in 2015, maar wel van slechts 2 deelnemende gemeentes. Waar je maar trots op wil zijn…  Volgende week een afspraak met de nieuwe wethouder Buitenruimte, Marc Wilson en er het beste van hopen. Bent u het met SNC eens? Laat het dan de gemeente weten! Stuur uw emails naar burgemeester@capelleaandenijssel.nl.

 

 

Wie het kleine niet eert…

Tijdje geleden dat ik een blog schreef, maar ontzettend druk. Speursafari voor kinderen in Schollebos, een excursie voor een wandelorganisatie, voorbereidingen voor 2 presentaties in verzorgingstehuizen, voorbereiding gemeente-overleg, veel emails beantwoorden (waar ik ook weer achtergrondinformatie moet opsporen: ik weet ook echt niet alles…), enz. Tijd kwam tekort om ook de vele laatste meldingen u te doen toekomen. Het zijn geen spectaculaire waarnemingen als zeearend, maar wel een paar echte kleine schoonheden:


Dooiergele Mestzwam (Bolbitius vitellinus of Bolbitius titubans titubans; wetenschappelijke naamgeving paddenstoelen is erg verwarrend). Zoals de Nederlandse naam betreft: dit prachtig, dooiergeelkleurig paddenstoeltje groeit o.a. op poep zoals hier het geval was. Slechts een paar centimeters hoog.  Spartaterrein Schollebos (nu al weer verdwenen). Vraag is wiens poep daar lag? Vlakbij ook kampvuur- en andere menselijke afvalresten….

 

 

Peer-Jeneverbes-Roest (Gymnosporangium sabinae).

Is een schimmel die hier een wilde Peer (Pyrus communis; Schollebos-Spartaterrein) heeft aangetast. De besmetting geschiedt door schimmelsporen op een Jeneverbes (in de buurt: in Schollebos geen Jeneverbes, dus mogelijk in een nabij gelegen tuin?). Aan de onderkant van de bladeren ziet u de woekeringen van de peer als reactie tegen de schimmel, aan de bovenkant verkleuren de bladeren op die plekken mooi rood. De sporen van de roest van de peer kunnen alleen maar weer een Jeneverbes besmetten. Een soort stuivertje wisselen dus. Wel een bijzondere waarneming in Schollebos!

 

Groot Kaasjeskruid (Malva sylvestris).

Soms treffen we verwilderde tuinplanten in Schollebos aan zoals deze. Het is een cultivar (kweekvariant) van de inheemse plant. Vrijwel zeker een verwilderde tuinplant: de bloemkroon is mooi paars i.p.v. roze zoals bij de wilde plant. Mooi is ie wel!

 

 

 

 

Vuurwants (Pyrrhocoris apterus; foto: Rob van Dorland)

Rob trof deze ‘Vuurwantsen-meeting’ aan in Schollebos (omgeving Pannenkoekenhuis). Wantsen (Heteroptera) zijn een aparte onderorde van de insecten. Zij kenmerken zich vooral door hun afgeplatte lichaam en een zuigsnuit (Rostrum) waarmee zij plantaardige of dierlijke sappen consumeren. De Vuurwants doet beide: vooral sap van Linde (blad, zaden, schorswonden), maar ook van dode en levende insecten.

De naam komt uit het Grieks: Pyrrhus=Vuur , Core = o.a. Poppetje (ook van insecten), aptera = zonder vleugels. Dat laatste klopt niet helemaal: zij hebben wel vleugels, maar kunnen er niet mee vliegen. Wantsen kennen een ‘Onvolledige Gedaantewisseling’: uit de eitjes komen ‘Nymfen’ die al enigszins de gedaante hebben van een volwassen exemplaar. Na een aantal vervellingen gaan ze steeds meer op het volwassen dier (“Imago”) lijken. Is dus anders dan insecten met “Volledige Gedaantewisseling” zoals bij vlinders, vliegen, bijen, enz. (Ei-Larve-Pop-Imago). Voor Capelle een 1e waarneming. Een warmteminnende soort, dus bij opwarmend klimaat ongetwijfeld vaker te zien.

Kleine Modderkruiper (Cobitis taenia).

Bij onze Safaritocht Schollebos voor kinderen met ouders, konden kinderen ook waterdiertjes vangen en die met behulp van zoekkaarten op naam brengen. Dat laatste was vaak te moeilijk, maar het “ah|” en “oh” was niet van de lucht. Kevertjes, Schaatsenrijders, Bootsmannetjes, e.a. Maar de vangst van deze Kleine Modderkruiper was toch wel je van het. Een vrij algemene, maar wel beschermde soort (Europese Habitatrichtlijn). Leeft vooral in langzaam stromend of stilstaand water. Wordt zo’n 10 cm lang. Naamgeving (latijn): Cobius = Grondeling, Taenia= lint(vormig). Vooral in avond en nacht actief, overdags schuilend in dichte vegetatie of in modder. Ook de Grote Modderkruiper (Misgurnus fossilus) is eerder in Capelle (Middelwatering-West) waargenomen: die is echt een zwaar beschermde soort en wordt 20-25 cm groot. Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) dient bij haar werkzaamheden (baggeren, maaien, krozen) hiermee rekening te houden.

Bruin Blauwtje (Aricia agestis)

Else heeft dit Blauwtje al enkele weken terug ontdekt in Oostgaarde en Zevenhuizerplas. Niet eerder in Capelle waargenomen en is daarmee het 3e Blauwtje naast Boomblauwtje en Icarusblauwtje in Capelle. “Blauwtjes” vormen een groep van kleine dagvlindertjes binnen de heel grote familie van de Lycaenidae. De naam “Blauwtjes” is wat merkwaardig, want veel soorten zijn helemaal niet blauw van kleur zoals dit Bruin Blauwtje duidelijk laat zien. Waardplanten (waar ze hun eitjes op afzetten) vooral Geraniumsoorten, maar ook andere planten.

 

Recente Capelse waarnemingen

Mandarijneend (Aix galericulata; foto: Louis Weterings). Ontsnapte of nazaat van ontsnapte siereenden afkomstig uit China. Door mij al jaren geleden ook al een keer gezien in Schollebos. Langs  ′s-Gravenweg is een particulier met siereenden: daar ontsnapt?

 

 

 

 

 

 

Zwavelzwammen (Laetiporus sulphureus; foto: Rob van Dorland).  Algemeen in Nederland op stammen en stronken  van levende loofbomen (eik, wilg, kers). In Capelle spaarzaam (Schollebos op Kers,     ′s-Gravenweg op Knotwilg). De naam Zwavelzwam refereert aan de kleur van het element Zwavel: zwavelgeel dus! Spectaculaire foto!

 

 

 

 

 

Weideschaduwwants (Lygus pratensus; foto: Rob van Dorland). Wantsen (Heteroptera) zijn een grote groep van de Insectenfamilie. Zij hebben een plat uiterlijk en hebben een steeksnuit (Rostrum) waarmee zij vocht zuigen uit planten of dierlijke prooien. De Weideschaduwwants is een plantensapzuiger en herkenbaar door het driehoekig schildje (scutellum) op het midden van de rug. Grootte 3-6 mm. Veel wantsensoorten scheiden vies ruikende stoffen af als afweer.

 

 

 

 

Satijnvleugelsikkelmot (Borkhausenia nefrax, foto: Rob van Dorland). Een nachtvlindertje, lid van de familie Sikkelmotten (Oecophoridae).  Weinig waarnemingen in Nederland en ook geen info over leefwijze: er is in Nederland nog zoveel te ontdekken!

 

 

 

 

 

 

Extreem weer en Herfst in aantocht

De extreem droge zomer is weer voorbij. Werd gevolgd door soms extreme regenbuien in de nazomer. Voor veel bomen en struiken was dat water wel erg welkom. Vlieren waren bijna dood en vormden geen of slechts miezerige besjes, of zijn echt dood.  Gelderse Rozen hadden het ook zwaar: slechts slappe uitgedroogde bessen, maar de struiken herstellen volgend jaar wel weer. Veel bomen kregen al vroeg verkleurende bladeren of stootten al hun bladeren af, niet alarmerend want ook zij zullen dat overleven. Het zijn wel tekenen aan de wand voor klimaatveranderingen. Verreweg de meeste wetenschappers zijn het eens dat er wereldwijd klimaatveranderingen optreden. Ook locale politiek dient hier rekening mee te houden (“Principle of Preparedness”, oftewel “Wees Voorbereid”). Waterberging, Hittestress: belangrijke problemen voor de nabije toekomst. Oplossingen: naast bestrijden van uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen ook zorgen voor veel GROEN! Ook burgers kunnen hieraan meewerken: groene tuinen, duurzame energie, enz. Gemeente Capelle doet hier ook veel aan maar voor echt succes is zij daarbij ook afhankelijk van haar burgers. Bij deze dan ook aan ieder die dit leest: doe er wat aan, elk steentje (uit de grond) telt. 

 

Gelderse Roos (Viburnum opulus) met vaatdoek-achtige i.p.v  volle bessen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Met al die regen nam de herfst direct een aftrap: de paddenstoelen schoten spreekwoordelijk de grond uit.

Zwerminktzwam (Coprinus disseminatus)

Algemeen en altijd in grote groepen (vandaar de naam “zwerm”) op vooral dood hout (stobben). Net als alle andere inktzwamsoorten heel snel wegkwijnend. In Schollebos veel te zien.

 

 

 

 

 

Roodsteelfluweelboleet (Boletus chrysenteron).

In Capelle zijn paddenstoelen uit de Boletenfamilie schaars.Tot nu toe slechts deze ene soort in Schollebos. Boleten zijn “Buisjeszwammen”: onder de hoed worden de sporen gevormd in langwerpige buisjes die zichtbaar zijn als kleine holle puntjes.

 

 

 

 

Tamme Kastanje (Castanea sativa)

In Schollebos slechts 3 exemplaren. Een oorspronkelijk zuid-europese soort. Doen het nu fantastisch (opwarming klimaat?). De vruchten zijn nog niet rijp, maar als ze dat wel zijn en op de grond vallen ben ik er als de kippen bij om goed gerijpte kastanjes te verzamelen. Zijn echt heerlijk, gepoft of (eerst gekookt) gebakken in roomboter als bijlage .

 

 

Gehakkelde Aurelia (Polygonia c-album).

In deze nazomer nog een kersverse Gehakkelde Aurelia ( van de 2e generatie: in Nederland per seizoen 2 generaties). Hier met opgevouwen vleugels waardoor de naamgeving duidelijk wordt (Polygonia = veelhoekig oftewel “Gehakkeld”: geen vloeiende belijning van de vleugels, maar dus gehakkeld) en de witte, c-vormige tekening (album=wit) op de onderzijde van de achtervleugel. De onderzijde van de vleugels van de 1e generatie zijn kleurrijker en meer overeenkomstig met de bovenzijde van de vleugels.

Bovenzijde Gehakkelde Aurelia.

Waardplanten (waar eitjes worden op afgezet) zijn o.a. Brandnetel en Wilgensoorten.

 

 

 

 

Nachtvlinderen, een schrale troost en galbakken.

Afgelopen zondag een “Nachtvlindersessie” in mijn achtertuin (grenst aan Schollebos). Frank Oling had het materiaal meegebracht (speciale sterke lamp, ophanglaken). Nachtvlinders zijn – zoals de naam al zegt – vlindersoorten die ’s nachts actief zijn en overdags in rust (hoewel er ook “Dag-actieve Nachtvlinders” bestaan die ook hier voorkomen). Met 6 man tot 1 uur ’s nachts geduldig wachten op nachtvlinders die worden gelokt met een speciale sterke lamp gericht op een gespannen laken.

De nachtvlinders onderscheidt men in 2 groepen: de “Macro’s” en de “Micro’s”. De Macrosoorten zijn de grote(-re) soorten – zeg maar vanaf uiltje. Zij vormen in Nederland ruwweg zo’n 200 soorten. De microsoorten daarentegen zijn in Nederland vertegenwoordigd door ruwweg 1600 soorten. Om nachtvlinders te spotten en te determineren is het dus nachtwerk geblazen. Met 6 mannen (tja alleen maar mannen dus) aan het determineren geweest. Eerst koppie koffie en daarna ’n biertje en onderwijl afwachten en kijken wat er op het fel verlichte laken kwam zitten. In het verleden heeft SNC in Schollebos zulke sessies als excursie gehouden met een deskundige. Deze deskundige ving echter alle vlindertjes en doodde ze met ether om ze thuis te determineren, dit vaak tot consternatie van kinderen die met hun ouders deelnamen aan deze excursies. En nu: geweldig! Men maakt van heel dichtbij een foto met de smartphone van het vlindertje en via een gratis App wordt deze in een mum van tijd met vrij grote zekerheid gedetermineerd (beeldherkenning). En bij twijfel wordt de papieren standaardgids erbij gehaald. Ook direct op waarneming.nl gezet (eventueel voor “peer-review” door deskundigen) met gps-coordinaten erbij.

 

Gestreepte Goudspanner (Camptogramma bilineata)

Deze nachtvlindernacht leverde zo’n 20 soorten op met de meest prachtige namen zoals Essengouduil, Grote appelbladroller, Volgeling, Geelbruine Rietboorder, Vierkantvlekuil, enz. De waargenomen soorten zijn terug te vinden op waarneming.nl. Kortom: voor herhaling vatbaar (het was deze nacht vrij koud, dus weinig vlinders) en mogelijk een hernieuwde nachtvlinderexcursie voor Capellenaren.

 

 

Wilgenroosje (Chamerion angustifolium).

Een plant die als “pionier” op verstoorde bodems (“Ruderale bodems”) voorkomt. Nu 1 exemplaar op gekapt Abelenbos in Schollebos. Tja, de komst van 1 wilgenroosje weegt natuurlijk niet op tegen het verlies van zo’n 100 abelen van 20 meter hoog. Toch dapper plantje en tot nu toe de enige in Capelle. Een schrale troost.

 

 

 

Bedeguaargal.

Langs wandelpad Spartasportvelden Schollebos, deze prachtige Bedeguaargal (ook wel Mosgal genoemd) op een rozensoort (Egelantier). Een “Gal” is een woekering van boom, struik of plant als reactie op gelegde eitjes van kleine galwespen of galmuggen in hun weefsel (ook sommige schimmels kunnen gallen veroorzaken). De weefselwoekering is een soort ontstekingsreactie, te vergelijken met een abces bij mens/dier. Dat is dus juist het doel van de galwesp of galmug: hun larven eten en leven  van dit woekerweefsel. Er zijn heel veel soorten gallen, vooral op eikenbomen

De Bedeguaargal wordt veroorzaakt door een klein galwespje (Diplolepis rosae) die haar eitjes legt op rozensoorten.

 

 

 

In Schollebos, maar ook elders in Capelle kan men op de grond  onder eikenbomen nu veel afgevallen Knoppergallen vinden. Deze gallensoort wordt veroorzaakt door het galwespje Andricus quercuscalicis. Het vrouwtje legt haar eitjes in de knop van de eikel. Niet alleen de eikel groeit, maar de eik gaat dus ook woekerweefsel aanmaken, die uiteindelijk de eikel geheel of grotendeels omhult om de parasiet af te stoten. Tafeltje gedekt dus voor de larve! Verse gallen zijn groen en kleverig, later bruin en droog.

Waarnemingen Capelle en Privacywetgeving

Ondanks de zomerse “komkommertijd” toch nog wat interessante waarnemingen in Capelle.

Rob van Dorland fotografeerde deze Kolibrievlinder (Macroglossum stellatarum). Een nachtvlinder die ook overdag actief is en behoort tot de familie der Pijlstaartvlinders (Sphingidae), zo genoemd vanwege de haakvormige “pijl” op het uiteinde van de rupsen. Een vrij zeldzame,  meer zuidelijke soort die af en toe in de zomer ook in Nederland en ook Capelle wordt waargenomen. “Macroglossum” = “Grote Tong”: met zijn lange roltong kan hij bij elke nectarbron komen. “Stellatarum” = waarschijnlijk “Met sterren bezet” en slaat dan op de brede, haarvormige schubben aan het achterlijf. De naam ‘Kolibrievlinder’ dankt hij aan zijn foerageergedrag: net als een kolibrie al vliegend nectar zuigend.

 

 

 

Boomvalk (Falco subbuteo).

Vrijwel elk jaar in nazomer te spotten in Capelle, meestal in Schollebos, maar ook wel elders. Voorzover we weten geen broedvogel in Capelle, maar waarschijnlijk wel in Hitland/Nieuwerkerk. Jaagt boven boomtoppen op vliegende prooien als kleine vogels en grote insecten (libellen!). In vlucht een karakteristiek silhouet als van een anker net als dat van een Gierzwaluw, maar dan veel groter. Overwintert in Afrika

 

 

 

 

 

 

 

 

Steenrode Heidelibel (Sympetrum vulgatum). John Renirie maakte deze foto in zijn achtertuin (Oostgaarde). Een algemene soort, maar wel bloedmooi , oh nee “steenmooi”. Er zijn diverse soorten Heidelibellen, alle behorend tot de grote familie Rombouten (Gomphidae). De rode soorten zijn moeilijk uit elkaar te houden. De Steenrode Heidelibel onderscheidt zich door zijn poten (zwart-geel gestreept) en een verticale zwarte oogstreep. Ga ermaar aan staan….

 

 

 

 

 

Bruin Blauwtje (Aricia agestis). Waargenomen door Else in Oostgaarde en Zevenhuizerplas. Behoort tot de grote familie Lycaenidae. Een nieuw geregistreerde soort voor Capelle. Nauw verwante Blauwtjessoorten in Capelle zijn het Boomblauwtje (Celastrina argiolus) en het Icarusblauwtje (Polyommatus icarus).

In Nederland vooral voorkomend in duinen en langs grote rivieren en nu dus ook in Capelle. Waardplanten (waar eitjes worden opafgezet) zijn vooral Geraniumsoorten. Overwintert als rups in bodembedekkingen. De rupsen zelf worden weer bezocht door diverse mierensoorten voor suikerrijke afscheidingsproducten.

 

 

Tot slot: nieuwe Privacywetgeving:

SNC moest volgens de nieuwe wetgeving alle Nieuwsbrieflezers (zo’n 500) expliciet toestemming vragen om opgenomen te blijven in ons bestand. Dit hebben we gedaan, maar slechts een kleine 100 heeft daarop gereageerd en hun toestemming gegeven. Dit betekent dat de niet-reageerders uit ons bestand verwijderd moeten worden op straffe van boetes. Het nieuwsbrieflezersbestand is dus met zo 70% gedaald. Wij zijn ervan overtuigd dat veel meer oorspronkelijke nieuwsbrieflezers dit ook willen blijven. SNC heeft een privacyverklaring opgenomen onder rubriek “Contact” op onze website. SNC maakt geen gebruik van Cookies, verhandelt ook geen data met commerciele instanties. Wilt u op de hoogte blijven van het reilen en zeilen van de natuur in Capelle en onze excursies: meld u zich daarvoor (opnieuw) aan via onze website.

 

 

Komkommertjes

Hoogzomer, al 6 weken bloedheet en kurkdroog. Enige tijd niet geblogd: op mijn werkzolder is het net een sauna. Hoogzomer is vaak komkommertijd, ook wat de natuur betreft. Toch is er natuurlijk best wel het een en ander gebeurd en te zien.

Yvonne Commijs attendeerde mij erop dat er in de Heemtuin langs de ‘s-Gravenweg ook een sperwerpaartje heeft gebroed. Ben afgelopen zondag gaan kijken en trof 2 reeds uitgevlogen jongen aan die zich luid lieten horen. Zoals ik eerder schreef, heeft ook in Schollebos dit jaar een paartje gebroed met 3 jongen. Voorzover bekend broeden er al meerdere jaren zeker 2 paartjes in Capelle: soms beide in Schollebos, nu voor 2e keer 1 in Schollebos en 1 in Heemtuin, en ook een jaar met één in Heemtuin, één in Wegelingpark en 0 (nul) in Schollebos.

Sperwer (Accipiter nisus, mannetje). Succesvolle broedvogel in Capelle. Vaak ook in tuinen waar ze prooi zoeken. Prooien zijn vooral kleine vogels, maar het vrouwtje (stuk groter dan mannetje) kan zelfs een houtduif aan!

 

 

 

 

 

 

 

De 2 nieuwgegraven vijvertjes in Schollebos staan kurkdroog, geen druppel water te bekennen. Gemeente heeft ze vorig jaar laten graven, maar wilde geen verbinding met nabijgelegen singel (onderdeel van het oppervlaktewatersysteem, dus dan nooit droogstand). De oeverbegroeiing is nog mooi, maar het is wel te hopen dat het flink gaat regenen om de oevervegetatie te behouden (SNC heeft daar vele interessante oeverplanten geplant).

 

 

 

 

De droogte eist ook zijn tol voor struiken en bomen. Vooral de vlierstruiken hebben het hard te verduren en hebben bijna geen groene blaadjes meer en produceren sterk ondermaatse besjes (voor zover ze sowieso nog bessen vormen!). Is slecht nieuws voor de vele vogels die in najaar deze bessen nodig hebben om “op te vetten” voor de winter of voor de najaarstrek naar het verre zuiden. Als we een takje breken, blijkt dat ze nog (!) niet echt dood zijn, maar het moet dan wel binnenkort echt gaan regenen.

 

 

 

 

Ook veel bomen hebben het moeilijk, het lijkt al herfst. Vooral Esdoorns verliezen veel blad. Het is een overlevingsmodus: blad afstoten en daar geen nutteloze energie meer aan besteden.

 

 

 

 

 

 

 

Het IJsvogelpaartje dat langs de IJssel broedt (net op Nieuwerkerks grondgebied) is bezig met zijn 3e broed. In Schollebos dit jaar voor het eerst sinds vele jaren geen ijsvogelbroedpaar (broedde daar ook 3x per seizoen met gemiddeld 4 jongen per broed). De vorstperiode begin dit jaar heeft naar schatting 75% van het ijsvogelbestand in Nederland doen sneuvelen. Hopelijk kunnen de nakomelingen van dit paar ertoe bijdragen dat ze in het Schollebos weer terugkeren.

IJsvogel (Alcedo atthis) met visje voor de jongen. Gezien het formaat van visje zijn de jongen al aardig groot (de ouders passen het formaat visjes dat zij vangen aan aan de grootte van hun jongen!). Met dank aan Jan Scheffer voor deze foto en observaties op die locatie.

 

 

 

 

Een tip van één van onze SNC-volgers: een prachtige tuin langs de Gemeentewerf langs de IJssel (“IJsseltuin”). Tja, vrijwel niemand in Capelle ziet deze werkelijk mooie tuin, wel de ambtenaren die daar werkzaam zijn. Zelfs voorzien van een insectenhotel en kunstwerken, een bankje om te lunchen e.d. Kan dat nou niet overal in Capelle of in ieder geval in groenarme buurten?? Dan kunnen niet alleen de bewoners, maar ook insecten (en dus ook vogels) daarvan genieten. Weg met dat saaie “economisch groen”, welkom “ecologisch groen”. Wel goed onderhoud natuurlijk, wat in de wijken vaak ontbreekt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

En oja, komkommertijd: nu zijn de bessen te zien van de Heggenrank, de enige inheemse vertegenwoordiger van de Komkommerfamilie (Cucurbitaceae).

Heggenrank (Bryonia dioica). Een klimplant die zich met ranken omhoog werkt in andere struiken zoals klimop, braam, e.a.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toenemend in Schollebos, inmiddels ook in mijn achtertuin.

De kleine bessen hebben nou niet echt het formaat van een komkommer en zijn zelfs licht giftig.