Zegt het voort!

blog archief

Tuin-nieuws en Gezocht gevraagd

Afgelopen week trof ik een Muntvlindertje aan bij de vijver in mijn achtertuin. Met veel moeite lukte me het net om een foto ervan te maken.

Muntvlindertje (Pyrausta aurata).

Een piepklein dag-actief nachtvlindertje (vleugelspanwijdte 10-15 mm: past op een vingernagel) met werkelijk fantastische kleuren. Zoals de naam aangeeft, zijn muntsoorten belangrijke ‘waardplanten’ waar het zijn eitjes op afzet en de rupsen van leven. Het is een algemene soort, maar je moet er wel op gespitst zijn om hem te zien! Zoals gezegd trof ik dit mooie vlindertje aan bij mijn vijver waar Watermunt (Mentha aquatica) ruim aanwezig is. Overigens  zit hij op deze foto op de bloeiende Grote Waterweegbree (Alisma lancoleatum), ook een waterplant in mijn vijver. Het vlindertje kent per seizoen 2 generaties en overwintert als pop ondergronds. Omdat mijn foto niet uitblinkt qua scherpte voeg ik nog een afbelding toe van Wikipedia.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In dezelfde week vond ik het kadavertje van een spitsmuissoort in de tuin. Duidelijk door de kat van de buren verwond (bijtwond). Er zijn meerdere spitsmuissoorten die lastig van elkaar te onderscheiden zijn. Ik heb de gemaakte fotos opgestuurd naar de Nederlandse Zoogdierenvereniging (doet goed werk!), die het lijkje zonder twijfel determineerde als die van een Huisspitsmuis.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Huisspitsmuis (Crocidura russula). Spitsmuizen hebben – zoals de naam al zegt – een lange spitse snuit. De Huisspitsmuis komt algemeen voor (andere spitsmuissoorten lang niet altijd!), vaak rondom huizen in tuinen en ruigteplekjes. Voedsel bestaat uit dierlijk materiaal zoals insecten, larven, pissebedden, slakken, wormen e.a. Het nest wordt gemaakt in verscholen plaatsen als composthopen van droog gras, bladeren, e.d. Voor zover ik weet is dit de eerste waarneming in Capelle, ook al is ie vrijwel zeker ook daar niet zeldzaam.

Gezocht gevraagd: hebt u in uw tuin een Ligusterhaag? Wilt u dan mij informeren wanneer u een rups van de Ligusterpijlstaartvlinder aantreft? Als kind vond ik er vaak meerdere en die nam ik dan mee naar huis. Zette die met dagelijks verse ligustertakjes in een wekpot van mijn moeder. Zij verpopten en het was een schitterend schouwspel hoe uit die pop een enorm grote en prachtige nachtvlinder tevoorschijn kwam. In de laatste 50 jaar heb ik slechts 1x maar 1 rups gevonden (hier in Capelle). Ik geef toe, het is een jeugdsentiment. Ik heb in mijn voor- en achtertuin forse ligusterhagen, maar tot heden geen ligusterpijlstaartrupsen. Overigens als u bijzondere rupsen in uw tuin of elders in Capelle aantreft: maak er aub een foto van en stuur die op naar voorzitter@natuurvriendencapelle.nl .

 

Rups Ligusterpijlstaart (Sphynx ligustri).  Goede schutkleur in uw ligusterhaag. Zo groot als de pink van volwassen mensenhand. Volkomen ongevaarlijk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mediterrane Zomer

Het is volop zomer. Hoge temperaturen en tot nu toe grote droogte. Zoveelste weerrecords worden weer gebroken. Het zijn bijna mediterrane omstandigheden. In Capelle heeft het al meer dan 1 maand niet echt geregend en het ziet er niet naar uit dat die regen er op korte termijn ook nog zal komen. Zoals altijd in de natuur profiteren soorten ervan, maar het gaat ook ten koste van andere soorten.

Na de “Juni-dip” voor vlinderwaarnemers (de 1e generatie vlinders is dood en de volgende generatie is nog in ei-, rups- of popvorm) is er nu juist een burst aan vlinders vergeleken met voorgaande jaren dankzij de warme periode voor juni (maar vergeleken met “vroeger” is het nog steeds armoe troef). Witjes (Groot-, Klein- en Kleingeaderd Witje) spannen samen met het Bont Zandoogje de kroon. Afgelopen week ook 1 Landkaartje (zomergeneratie: zie vorige blog) en tientallen rupsjes van de SintJacobsvlinder op het nu bloeiend Jacobskruiskruid (Spartaterrein Schollebos).

Rups Sintjacobsvlinder (Tyria jacobaea).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

SintJacobsvlinder (Tyria jacobaea).

De Sintjacobsvlinder is een zogenaamde’Dag-actieve Nachtvlinder’, algemeen op plaatsen waar hun waardplant (JacobsKruiskruid) ook voorkomt. Dit jaar op meerdere plaatsen Jacobskruiskruid (Schollebos-Spartaterrein), maar ook – spontaan – in mijn voortuin. Is pas de 2e waarneming voor Capelle ooit.

 

 

 

 

 

Jacobskruiskruid (Senecio Jacobaea). Een vertegenwoordiger van de familie Aster-achtigen (Asteraceae, vroeger “Compositae”= Samengesteldbloemigen). Algemeen. Giftig, niet alleen bij direct opeten, maar ook als die in hooi verwerkt is! Vooral paarden krijgen bij forse inname een dodelijke levercirrhose. Was 1 van de redenen dat hooi van wegbermen niet meer wordt gebruikt als veevoeder, samen met de vervuiling door zware metalen (lood van auto-uitlaatgassen).

De rupsen van de SintJacobsvlinder zijn echter ongevoelig voor het gif en door het eten van deze plant worden ze juist zelf giftig voor predatoren die hen willen opeten (vogels). De rupsen vertonen dan ook een sterk waarschuwingssignaal door hun afwisselende zwarte en gele banden: “ik ben giftig of gevaarlijk”, een fenomeen dat we veel zien in de insectenwereld, maar bijv. ook bij gifkikkers uit de Amazone (eten mieren die weer giftige planten eten) en sommige gifslangen. Er zijn slimme soorten die dit patroon zelfs overnemen zonder zelf giftig of gevaarlijk te zijn (mimicrie) in de hoop daardoor niet op het bordje te komen van predatoren.

Vogelnieuws: de 3 Ooievaarsjongen staan op punt van uitvliegen. Afgelopen week zelfs 7 ooievaars tegelijk langs s’Gravenweg-oost: 3 jongen op nest, 3 thermiekend (Hitland-jongen?) en 1 ouder langs Kanaalweg-s’Gravenweg. Sperwerjongen zijn al uitgevlogen. Buizerdjongen onbekend, maar Buizerd is prominent aanwezig. Grasmus nu al paar weken te horen, dus heeft waarschijnlijk gebroed (nieuwe broedsoort). Overvliegende Boomvalk. Drie foeragerende Groene Spechten op fietscrossbaan in Schollebos: een bewijs dat zij weer broedsucces hebben gehad (zij foerageren vooral op kort gras vooral op mieren, maar ook op andere kleine insecten).

Gemeente Capelle heeft vorig jaar bijna 5 miljoen overgehouden voor Buitenruimte (waar het Groen dus onder valt). Dit bedrag moet dit jaar dus kennelijk besteed worden aan die buitenruimte. Gemeente (College) heeft daarom project “Kwaliteitsimpuls Buitenruimte” opgestart. Uiteraard met inspraakprocedures voor bewoners en andere belanghebbenden (waaronder wij als SNC dus). Het eerste project (Van Rijckevorselweg) is gaande. Het tweede project (Operalaan/Hermitage) begint binnenkort. Als SNC hebben wij onze twijfels en vraagtekens bij de manier waarop de gemeente haar “uitgespaarde gelden” wil uitgeven: (her-)inrichting groen ZONDER reservering voor jaarlijkse onderhoudskosten is gewoon weggegooid geld. Dit heeft SNC  stevig duidelijk gemaakt. Dat is geen beleid, maar “we doen maar wat”. Oorzaak van deze mistoestand is een raadsbesluit dat dit soort ingrepen geen structurele onderhoudskosten zonder haar toestemming mag hebben? Dus College doet maar wat en Raad ontbreekt enige kennis om dat te beoordelen en vind alles allemachtig prachtig?

Schollevaar: wat minder steen a.u.b.? Met een beetje amateurfantasie toch iets leukers van te maken (wel onderhoudskosten!)?? Heb je echt geen duurbetaalde landschapsarchitect voor nodig (bij gebrek aan kennis wordt door gemeente heel vaak een Landschapsarchitect ingehuurd; wij als SNC zijn gratis…).

 

 

 

 

 

 

Schollevaar: kan die boomspiegel wat mooier (ja, maar met jaarlijkse onderhoudskosten!)??

 

 

 

 

 

 

 

 

Schollevaar: mooie ecologische middenberm. Waarom niet overal (met ingecalculeerde, jaarlijkse onderhoudskosten!)??

 

 

 

 

 

 

 

 

Er was onrust in Hitland. Een duiker die het natuurrijke moerasgebied van water voorziet werd afgesloten. Na navraag door SNC bleek dit door Hoogheemraadschap Schieland (HHSK) te zijn gedaan i.v.m. mogelijke schade aan dijkje door aanhoudende droogte. In dit moerasgedeelte broeden vrij zeldzame vogels. Inmiddels heeft HHSK de watertoevoer weer hersteld en erkent zij dat het gevaar voor de dijk onjuist was ingeschat. Ik moet zeggen: eindelijk een eerlijk antwoord en een directe actie van HHSK. Ook mijn dank aan werkgroep Hitland die dit aan de kaak stelde! Het was een eerlijke communicatie achteraf van HHSK en Recreatieschap Hitland, maar beter om vooraf te communiceren met belanghebbende organisaties (in dit geval SNC, IVN en werkgroep Hitland) om gedoe te voorkomen.

Terug van korte vakantie

Afgelopen vrijdag terug gekomen van korte vakantie (2 weken) met de sleurhut. Voor 3e keer naar Noor-Oost Duitsland (Muritz National Park): uitgestrekte bossen, honderden meren en weidevlaktes. Bijna geen Nederlanders, prachtige natuur (Zee- en Visarenden, Kraanvogels en een ware “Serengetti” met zo’n  150 grazende wilde Damherten, Ree, Vos, enz.). Buiten het seizoen een heerlijke rust op uitstekend ge-outilleerde campings. Heel veel ‘grundlich’ bewegwijzerde wandelroutes (3-25 km of meer). Voor fiets- en kanoliefhebbers ook een walhalla!

Nu weer terug dus. Mijn 1e ommetje Schollebos:

Op Sperwernest minstens 2 nog met witte donsveertjes beklede jongen. Plaats houd ik geheim om verstoring te voorkomen. Buizerdnest ben ik nog niet wezen kijken. Van IJsvogels helaas nog geen spoor. Aan zuidkant Spartaterrein nog steeds de Grasmus te horen (zie vorige blog), dus mogelijk een nieuwe broedsoort voor Capelle.

Peterseliebraam (Rubus laciniatus)

Op enkele plaatsen in Schollebos treffen we een buitenbeentje van de Braam aan, de Peterseliebraam. Vernoemd naar het blad dat lijkt op dat van Peterselie. Het is een verwilderde tuinplant (waarschijnlijk vanuit Volkstuincomplex “Tot Nut en Genoegen”). In Schollebos is daarnaast de inheemse Gewone Braam (Rubus fruticosus) ruim aanwezig en de Dauwbraam (Rubus caesius) slechts op een enkele plek. De Gewone Braam woekert en groeit “omhoog” met stevige stekels, de Dauwbraam groeit “omlaag” (kruipt vaak over paden heen) en heeft fijne stekels. De vruchten van deze soorten zijn allemaal eetbaar. De braamsoorten horen tot de grote Rozenfamilie (Rosaceae).

 

 

Schijnaardbei (Potentilla indica)

Ook een lid van de Rozenfamilie. De bladvorm en de vrucht doen heel sterk denken aan de Bosaardbei (Fragaria vesca). Echter de Bosaarbei heeft witte bloemen en de Schijnaardbei gele. De Schijnaardbei is destijds door gemeente bij de aanleg van het Schollebos ingeplant en doet het erg goed. Alleen jammer dat men toen niet heeft gekozen voor de Bosaardbei: die is van oorsprong inheems en (smakelijk) eetbaar. De schijnvrucht van de Schijnaardbei smaakt echt nergens naar, zelfs slakken lusten ze niet. En wat is een “Schijnvrucht”?: een moeilijk verhaal met botanische begrippen. Onthoud maar dat bij de Aardbei en de Schijnaardbei de zaadjes als harde puntjes aan de buitenkant zitten, de rest (“Vrucht”) is slechts een soort uit de kluiten gewassen bloembodem.

 

 

Groot Heksenkruid (Circaea lutetiana)

 

Een echte vroege boszomerplant die het goed doet in (half-)schaduw langs bospaden. Lid van de familie Teunisbloemen (Onagraceae). Circea verwijst naar de mythologische, Griekse tovenares uit de Odyssee Circe. Zij betoverde de bemanning van Odysseus’ schip in varkens. Lutetiana is afgeleid van Lutetia = de oud-Romeinse naam voor Parijs. Parijs was vroeger o.a. bekend als Heksenstad. Er zijn meerdere verklaringen om deze naamgeving. Een ervan: als je door een bos gaat en deze plant tegenkomt zal je verdwalen en niet meer thuiskomen…

 

 

Reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum)

Op een enkele plaats in Schollebos waar Reuzenberenklauw een waar “bos” vormde is gemaaid voordat de plant zaad heeft kunnen zetten. Daar waar de maaimachine niet kon komen blijven echter nog vele exemplaren staan. Daarnaast nog steeds vele plekken waar deze invasieve exoot voluit bloeit. Gemeente vindt actieve bestrijding niet noodzakelijk omdat er nog geen klachten zijn. Tja, klinkt bekend: als het kalf verdronken is….Bestrijding door overheid is sinds kort een EU-richtlijn!  Overigens een prachtige plant, maar schadelijk: woekert en gevaarlijk voor mens bij huidcontact (grote blaren die ontsteken).

 

 

 

Tot slot: het ooievaarspaar langs de sGravenweg heeft voor de 2e keer 3 jongen grootgebracht! Afgelopen zondag zag ik 1 van de ouders vlak boven mijn huis voorbij vliegen: kicken!

 

 

 

 

Laatste nieuws

De officiele zomer nadert, maar de maand mei sloeg alle meiwarmterecords. Veel vogels hebben de eerste (en soms enige) broed achter de rug en sommige maken zich op voor een 2e broed.  Helaas ontbreekt sinds vele jaren het ijsvogelpaartje in Schollebos. Waarschijnlijk gesneuveld in de vorstperiode. De Vogelbescherming meldt dat dit jaar het ijsvogelbestand in heel Nederland is gedecimeerd. Na zachte winters wordt het bestand gelukkig wel weer snel aangevuld (zij broeden 3x per broedseizoen met gemiddeld 4-5 nakomelingen). Nu maar hopen dat ze weer terugkomen.

De Huiszwaluw is ook een triest verhaal. Na 25 bebroede nesten 2 jaar geleden langs de Bermweg nu nog steeds geen huiszwaluwen te zien. Tekort aan voedsel (insecten!)?

Huiszwaluw (Delichon urbica; foto Vogeldagboek.nl).

 

 

 

 

 

 

 

 

Gelukkig toch ook goed nieuws. Het gaat goed met de Ooievaars . De 3 jongen groeien hard. Op het nest van het Buizerdpaar (Schollebos) zijn 2 halfwas jongen te zien. De Sperwer zit nog steeds op het nest (Schollebos), maar jongen zijn (nog) niet te zien.

Langs het Spartaterrein (Schollebos)  leuke waarnemingen van 2 soorten die we niet vaak in Capelle zien.

Grasmus (Sylvia communis; foto internet). Op zich algemeen in Nederland, maar hier weinig waarnemingen. Vooral in dichte struikvegetaties en een kenmerkende zang. Insecteneter (spitse snavel!), maar in najaar ook bessen. Overwintert in Afrika.

 

 

 

 

 

Bosrietzanger (Acrocephalus palustris). Alweer een vogeltje met saaie kleuren. Lijkt erg veel op Kleine Karekiet. Het verschil in zang is bij dit soort vogeltjes het belangrijkst om ze te herkennen. Ook een insecteneter (spits snaveltje!), maar in najaar ook bessen. Vooral in buurt van water met struikgewas en riet. Overwintert in Afrika en Midden-Oosten.

 

 

 

 

 

 

 

De voorjaarsbloemen zijn uitgebloeid, de zomersoorten komen er aan. Nu te bewonderen in Schollebos:

Adderwortel (Polygonum bistorta). Een plant van natte grond en langs slootkanten. Deels door SNC uitgeplant. Behoort tot de Duizendknoopfamilie (Polygonaceae). “Polygonum” = met veel knopen; “bistorta” = 2x gedraaid: slaat op de wortel die als een slang (adder) 2 kronkels heeft. Het is wel zoeken door de extreme ruigtegroei die deze mooie oeverplant aan het zicht onttrekt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bosandoorn (Stachys sylvatica). Een van de vele soorten van de familie der Lipbloemigen (Lamiaceae: gekenmerkt door een boven- en onderlip van de bloemen). In Schollebos langs bospaden. Alle lipbloemigen hebben vierkante stengels en kruiselings geplaatste bladeren. De Bosandoorn heeft een vieze geur, maar daar hebben insecten geen boodschap aan: zij zijn dol op de nectar!

 

 

 

 

 

 

Groot Blaasjeskruid (Utricularia vulgaris). Bloeit nu weer volop in de vijvertjes in Schollebos achter de Capelseweg. Een ‘vleesetende’ waterplant (voornamelijk watervlooien en zulks kleine waterbeestjes). Onder water heeft de plant “blaasjes” met een soort valkuilmechaniek: als een watervlo hiermee contact maakt opent zich een klepje waardoor de watervlo door een daardoor ontstaan vacuum naar binnen wordt gezogen. Deze mooie waterplant heeft zich hier spontaan gevestigd, maar was ook al aanwezig in een sloot langs volkstuincomplex.

 

 

 

 

 

 

 

 

Het was weer een mooie lente

De lente is weer bijna voorbij, de zomer komt eraan. Het meest mooie voorjaarsbloei is er al weer bijna van af.

Scherpe Boterbloem (voorgrond), Fluitenkruid (midden) en bloeiende Meidoorn (achtergrond).

Prachtige bloemenweelde in Schollebos. Nu helaas al weer voorbij.

 

 

 

 

 

 

Fluitenkruid (Anthriscus sylvestris). Een vertegenwoordiger van de grote familie van Schermbloemigen (nu  Apiaceae, daarvoor Umbelliferae genoemd: Umbella = Scherm/Paraplu). Een echt Hollandse plant van de polders langs bermen e.d. J.P. Thijsse (ja de oprichter van Natuurmonumenten en van de Verkade-albums) noemde het “Hollands Kant”. Op deze foto uit Schollebos duidelijk te zien waarom. De naam ‘Fluitenkruid’: van de holle stengel kan je een fluitje maken. Gastplant voor veel insecten zoals het Soldaatje en Zweefvliegsoorten. Nu vrijwel uitgebloeid.

 

 

 

 

Vroege Glazenmaker (Aeshna isosceles)

Langs het Sparta-voetpad veel libellen, vooral de Vroege Glazenmaker.  Glazenmakers (geslacht Aeshna) zijn de grootste libellensoorten. Echte rovers die jagen op andere insecten (“wolven in de lucht”). Ook hun larven jagen onder water op allerlei insecten, donderkopjes, jonge visjes, e.d.). In Schollebos meerdere soorten Glazenmakers. Totaal 17 soorten libelles.

 

 

 

 

 

Stippelmot. In Schollebos zijn struiken van de Kardinaalmuts geheel kaalgevreten door de rupsen van de Kardinaalmutsstippelmot, een klein nachtvlindertje. De rupsen maken na de kaalvraat spinsels (vandaar ook wel de naam ‘Spinselmot’) waarin ze met kluitjes samenhokken om te gaan verpoppen. De kaalgevreten struiken met de spinsels doen spookachtig aan.

Er bestaan heel veel Stippelmotsoorten met ieder zijn voorkeur voor een eigen struiksoort.

Nadat de rupsen verpopt zijn begint de struik omstreeks 24 juni (= SintJansdag) weer nieuw blad te vormen (“SintJans-loten”) en overleeft hij de vraat.

 

 

Kardinaalmutsstippelmot (yponomeuta cagnagella).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Laurent Jedelo was getuige van het uitzwerven van een bijenkolonie Schollevaar, Bugel). Als een bijenkolonie te groot wordt beginnen de werksters met het grootbrengen van nieuwe koninginnen. De ‘oude’ koningin verlaat dan de kolonie samen met honderden werksters om een nieuwe kolonie te stichten. De uitgevlogen oude koningin zoekt een plek op en de meegevlogen werksters omringen haar in een kluit. Imkers zijn blij als ze die kluit kunnen afvangen, want dan weer een nieuwe kast om te bevolken voor de honingproductie.

 

De uitgevlogen zwerm werd door een ingeroepen imker vakkundig afgevangen en meegenomen.

 

 

 

 

 

 

De Reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum) begint vooral in Schollebos, maar ook elders in Capelle te woekeren. Een zogenaamde Invasieve Exoot: hoort hier niet thuis (ooit ingevoerd als sierplant uit Azie), verdrukt onze eigen inheemse flora en is bovendien gevaarlijk: bij huidcontact en zonlicht ontstaan grote blaren die meestal gaan zweren. Vooral voor kinderen gevaarlijk, maar ook voor dieren (honden!). Overheden (dus ook gemeente Capelle) zijn verplicht deze exoot actief te bestrijden (EU-wetgeving), maar tot heden geen activiteit daartoe te ontwaren van onze gemeente. SNC gaat daarom zelf daarmee aan de slag. Wordt vervolgd.

 

 

 

 

Tot slot nog wat bijzondere waarnemingen in Capelle en directe omgeving: Cettizangers in Hitland en De Zaag (De Zaag = bij Krimpen aan de Lek), Tuinfluiter (tussen Golfbaan Capelle), Ooievaarsjongen gaan goed, Bosrietzangers (Schollebos), Spotvogel (Hitland). Krooneend met jongen (Rottemerengebied). En: WAAR BLIJVEN ONZE HUISZWALUWEN??

 

Volop Lentenieuws

Lente, het mooiste seizoen. Nieuw leven, terugkerend leven. Bron voor mythes, sagen en andere volksoverleveringen. Voor natuurliefhebbers altijd spannend wanneer de eerste vogelsoorten weer terugkeren uit hun overwinteringsgebieden in Afrika, de eerste voorjaarsbloeiers bloeien, de eerste vlinders, hommels, bijen, libellen, enz. weer rondvliegen.

Het ooievaarspaar van vorig jaar heeft nu opnieuw een nest van 3 jongen. Het nest is te zien langs de ’tain’tGravenweg-west. (foto Ben Pleij). De jonkies zijn nog echt jong! Wordt echt een blijvertje waar Capelle trots op mag zijn!

 

 

 

 

 

Landkaartje (Araschnia levana) Betreft hier de voorjaarsgeneratie. Als deze zich voortplant, ontstaat de zomergeneratie en die ziet er totaal anders uit! De naam ‘Landkaartje’ slaat op de tekening aan de onderkant van de vleugels (vlekkerig-hoekige aftekeningen). Anton had hem te pakken in zijn volkstuin (Alexanderpolder)

 

 

 

 

 

 

 

Landkaartje, zomergeneratie.

In Capelle en omstreken weinige waarnemingen, maar de soort op zich is algemeen. Waardplant (waar de eitjes op afgezet worden en de rupsen van leven): Brandnetel!

We mogen als mens misschien een hekel hebben aan brandnetels, maar zij zijn van levensbelang voor zeker 8 dagvlindersoorten als waardplant! Alleen willen we als mens dat niet alles brandnetel wordt: kwestie van maatwerk in ecologisch beheer…..

 

 

 

 

 

Vorige week een overvliegende Gierzwaluw boven mijn  huis. Erg vroeg, tot nu toe geen andere exemplaren (oh ja natuurlijk: 1 zwaluw maakt nog geen zomer, maar Gierzwaluw is geen echte Zwaluw). Afgelopen weekeind 3 dagen gewandeld in Brabant: daar de/mijn eerste Huiszwaluwen gezien, Wielewaal gehoord (“dudeljoho” klinkt zijn lied) en aan te bevelen voor natuurwandelaars: Beerzedal en Dommel. Genieten van tussenstops in Brabantse gezellige cafeetjes. Het prachtige wandelweer droeg daar natuurlijk aan bij!

Frank Oling spotte in Hitland 3 Cetti’tain’tZangers (zie een vorige blog), een Spotvogel (Hippolais icterina), Purperreiger en Bosrietzanger (Acrocephalus palustris). Ook de Tuinfluiter (Sylvia borin) langs Golfbaanpad (Golfbaan Capelle). In Schollebos tot nu toe alleen Bosrietzanger en Tuinfluiter sporadisch waargenomen.

Bij Zevenhuizerplas Blauwborst, Snor en Woudaap waargenomen. Schitterende zeldzame vogels.

 

Blauwborst (Luscinia svevica; foto Peter Troost). Een “Want to see” voor vogelaars. Zomergast, overwintert in Zuid Europa/Afrika. Watergebied met riet en struikgewas.  Ook in Hitland aanwezig.

 

 

 

 

 

Snor (Locustella luscinioides; foto Peter Troost). Een typische vogel voor riet en moerasgebieden. Uiterlijk een vrij saai bruin vogeltje. Zijn zang is daarentegen zeer prominent: een vaak langgerekt gesnor/geratel. Ook een echte zomergast (hier broedend, overwintert in verre zuiden.

 

 

 

Vuurjuffer (Pyrrhosoma nymphula). Een van de vroegst vliegende libellen, algemeen. Afgelopen dag boven mijn tuinvijver. Overigens in Brabant afgelopen weekeind ook andere libellensoorten gezien.

 

Ultieme Lente

Lente. Nieuw leven. Voor mij altijd het mooiste seizoen. Voor Capelle in Schollebos nu bij uitstek te beleven. Bloesems  (Wilde Kers, Vogelkers, Sleedoorn, fruitbomen e.a.), voorjaarsbloeiers (Daslook, Look-zonder-Look, Boshyacinth, Vogelmelk, Bosviooltje, Pinksterbloem, enz.), na de vroegste vlinders nu ook de eerste Oranjetipjes; bijen en hommels, terugkerende broedvogels uit Afrika/Zuid-Europa, territoriaal vogelzang en geruzie alom. Geniet er nu van, want het is zoweer voorbij!

De meeste Capelse vaste broedvogelsoorten die in het verre zuiden overwinteren zijn al weer teruggekeerd. Afgelopen week ook de Visdief, Koekoek en Kleine Karekiet.  Het is nu nog wachten op de zwaluwen.

Kleine Karekiet (Acrocephalus scirpaceus). Een echt rietvogeltje. Bouwt zijn nestje in “Overstaand Riet” (=oud riet van vorig jaar): de stengels zijn stevig in tegenstelling tot die van vers riet. Heeft het daarom hard te verduren in Schollebos door te intensief riet maaien (en in recent verleden ook door massale schapenvraat en vertrapping oud riet). Ook is de Koekoek een bedreiging: in Schollebos is het nest van de Kleine Karekiet het doelwit om haar eieren in te leggen (1 ei per nest!). Maar tja, ook de Koekoek is een bedreigde soort…. Goed rietbeheer is dus van belang voor beide soorten EN ook voor andere rietbroeders zoals de Waterral.  Goed rietbeheer = gefaseerd maaien: 1/3e deel per jaar; tot nu toe wordt meer dan de helft per jaar gemaaid. Langs de Nieuwerkerkse Tocht waren doorgaans zo’twere12 broedende Kleine Karekieten aanwezig. Na het ‘Schapenexperiment’ en en huidige rietmaaibeheer tellen we hooguit nog maar 5 broedresultaten. Grotere rietkragen langs Nieuwerkerkse Tocht zijn potentiele broedplaatsen voor ook andere rietvogels zoals Rietzanger en Rietgors.  Rietbeheer is gezamenlijke verantwoordelijkheid voor Gemeente en Hoogheemraadschap Schieland. De Kleine Karekiet is moeilijk te zien, maar wel te horen: onder in het riet laat het mannetje zijn zang horen waarbij geluiden die klinken als “Karekiet” (De Grote Karekiet doet dat veel duidelijker en meestal hoog in het riet en dus zichtbaarder; komt spaarzaam voor in Hitland). Het rijmpje “Karekiet, Karekiet, ik hoor je wel, maar ik zie je niet” is dus zeer toepasselijk voor de Kleine Karekiet.

De Vogelbescherming (doet echt heel goed werk!!) heeft dit jaar uitgeroepen als het ‘Jaar van de Huiszwaluw’. Het ging – net als veel andere vogelsoorten – erg slecht met de Huiszwaluw.  In Capelle was van oudsher een semi-kolonie aanwezig langs Bermweg-oost. Zo’twere10 jaar geleden waren er echter nog maar 3 jaarlijks bebroede nesten over aan de gevel van 1 huis. Aan de gevels van andere huizen kan men nog steeds de “littekens” zien van huiszwaluwnesten die daar ooit gezeten hebben. Op initiatief van SNC zijn in samenwerking met Gemeente en leerlingen van een VMBO-klas toen zo’twere60 kunstnesten aangebracht. Ook werden kleipoelen gegraven in Schollebos, waar de zwaluwen kleibolletjes konden oogsten voor natuurlijke nestbouw (per nest zo’twere1200 kleibolletjes nodig!). Resultaat van eerverleden jaar was 25 bebroede nesten! Echter vorig jaar weer een dip. Oorzaken niet zeker: kleipoelen waren volledig dichtgegroeid, maar insectenbestand in Nederland 75% gereduceerd (Huiszwaluw = pure insecteneter). Op verzoek van SNC was gemeente bereid om nieuwe kleipoel te graven, waarvoor hartelijke dank! Nu nog een goed insectenbeheer!

 

Huiszwaluw (Delichon urbica). In de volksmond een geluksbrenger voor de huizenbewoners met huiszwaluwnesten. Overwintert in Afrika.

 

 

 

 

 

 

 

Firma Reijm bezig met aanleg nieuwe Kleipoel voor Huiszwaluw. Geen idee of gemeente dit betaalt of firma Reijm dit als “Sponsor” doet. In beide gevallen onze dank, maar het is altijd aardig om de begunstiger te vermelden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Look-zonder-Look (Alliaria petiolata). Heel algemene plant en nu uitbundig bloeiend. Naamgeving: “Look” = Ui. “Look-zonder-Look” is dus ‘Ui-zonder-Ui’; vernoemd naar de uiengeur van de bladeren (kneus het blad en je ruikt het direct). Het is echter geen uiensoort (geslacht Allium) zoals het ook massaal in Schollebos voorkomende Daslook dat nu ook volop in bloei staat. Hij behoort tot de familie der Kool-achtigen (Brassicaceae), voorheen (mijn voorkeur) Kruisbloemigen (Cruciferae), vernoemd naar de 4 kroonblaadjes die kruiselings op elkaar gepositioneerd zijn. Het is een heel belangrijke waardplant voor het wettelijk beschermde Oranjetipje, een kleine dagvlindersoort die ook schaars in Schollebos voorkomt.

 

 

 

 

 

Oranjetipje (Anthocharis cardamines).

Toch nog maar een keer genoemd. Wettelijk beschermde soort. Waardplanten Pinksterbloem, Look-zonder-Look, Raapzaad (alle in Schollebos aanwezig) en andere Kruisbloemigen (Brassicaceae=Cruciferae).

Kleipoel en Engeltje of Duveltje?

Dinsdag eerst met firma Reijm uitvoerig contact gehad op locatie “Oude Ooievaarspaal” in Schollebos over het graven van een kleipoel voor de Huiszwaluwen langs de Bermweg. Was een nuttig gesprek (en niet alleen over de kleipoel). Gaat woensdag of donderdag gebeuren. Ga foto’tain’tmaken voor blog en (?) IJssel en Lek krant.

Later in de middag ontmoette ik Louis, een van mijn waarnemers. Samen een deel door Schollebos gelopen. Opeens een wel zeer opzichtige zwam op een oude omgevallen berk. Een overdreven dikke bult met bijzonder bochtige uitwaaieringen langs de vlakkere randen. Kennelijk is dat ook iemand anders opgevallen: in de bult heeft die een gezichtje gemaakt door er 3 gaatjes in te prikken. Ben er niet uit of het lijkt op een engeltje of een duveltje:

 

Berkenzwam (Piptoporus betulinus; foto Louis Weterings).

Algemeen op levende en dode Berken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Pinksterbloem (Cardamine pratensis).

De eerste bloeiende pinksterbloemen vandaag. Familie van de Kruisbloemigen (Nu = Brassicaceae = Koolsoortachtigen, voorheen = Cruciferae = Kruisbloemigen: de 4 kroonblaadjes kruiselings tegenover elkaar). Bloeit nu omstreeks Pasen, maar in de ‘Kleine IJstijd’ (paar eeuwen terug) pas omstreeks Pinksteren. Belangrijke waardplant voor het beschermde Oranjetipje, een dagvlindertje dat ook in Schollebos voorkomt, maar nog in beperkte mate.

 

 

 

Verder afgelopen dag: Sperwer, Buizerd op nest, Wijngaardslakken, vrolijke mensen, enz. Mooiste seizoen, genieten dus!!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Even bijpraten

Lente is zo’twerebelevenisvol seizoen, dat moeilijk in korte blogjes is te vervatten. Explosie van voorjaarsbloeiers, de eerste vlinders, paddentrek, voorjaarstrek van vogels, enz. Toch een poging.

Lente-excursie 7 april 2018 (foto Yvonne Commijs). Een schitterende lentedag. 20 Enthousiaste deelnemers. Voorjaarsbloeiers, Vogelzang, Wijngaardslak, Roodwangschildpad en een spetterende luchtshow van Buizerdpaar met jennende Kraaien.

 

 

 

 

 

 

Buizerdpaar tijdens lente-excursie boven Schollebos (foto Laurent Jedeloo). Vrijwel zeker weer broedend in Schollebos (locatie houden we geheim om verstoring te voorkomen).

Deze week zelfs 5 Buizerds tegelijk boven west-Schollebos . Geen idee hoe dit in elkaar zit: 1 paar met jong van vorig jaar (regelmatig 3 buizerds samen te zien) en 2e paar? Doortrekkers? (veel overwinterende buizerds keren in voorjaar weer noordwaards terug).

 

 

 

Zeker nog 3 paartjes Krakeenden, mogelijk (waarschijnlijk?) broedpaartjes in Schollebos? Een late wintergast , Beflijster, was afgelopen woensdag nog op Spartaterrein. Vandaag 2 Witte Kwikstaarten op weitje tussen pannenkoekenhuis en boerderij langs Bermweg.

Witte Kwikstaart (Motacilla alba).

In tegenstelling wat men zou mogen verwachten is deze voor Nederland algemene broedvogel in Capelle toch maar een zeldzame waarneming. Tot nu toe alleen maar toevallige en spaarzame waarnemingen. Foerageert op akkers, weilanden op insecten en is daar rennend op jacht te zien.Nestelt vooral in overdekte plekjes onder bruggen, dakgoten, langs oevers, enz. Er waren in voorgaande jaren wat meldingen van Witte Kwikstaarten langs Bermweg-Oost. Toch een  broedsoort in Capelle?

 

 

 

Bij de vaste broedoever van de IJsvogels in Schollebos is tot nu toe geen enkele broedactiviteit. Wel wat sporadische meldingen van IJsvogel. Zou voor het eerst sinds vele jaren zijn als ze hier niet meer zouden broeden. Nog even in spanning afwachten dus.

Daslook begint met bloeien: nog even en een prachtige witte bloemenzee met aangename uienlucht (maar geursmaken verschillen). Ga volgende week hiervan genieten!

Daslook (Allium ursinum). Een zogenaamde Stinseplant. “Stins” = oud-Fries voor ‘Stenen Huis’: alleen rijke mensen konden zich stenen huizen (kastelen, kloosters, herenboeren) veroorloven en verrijkten hun tuinen met planten uit vooral Middelandse Zee gebied (denk ook aan tulp, narcis, enz.). In Schollebos aangeplant en in voorjaar nu massaal aanwezig. Een beschermde plant. Heb ook deze week weer een paar chinese dames erop aangesproken nadat ze al tassen vol bladeren hadden afgesneden (zowel blad als uitje zijn eetbaar).

 

 

 

 

O.a. langs de oevers van de nieuwe vijvertjes achter de Capelseweg nu volop bloeiende Dotterbloemen. Nog even afwachten wat andere planten doen die SNC samen met vrijwilligers daar hebben geplant.

Dotterbloem (Caltha palustris).  Typische plant van natte oevers, lid van de grote familie van ‘Boterbloemachtigen’ (Ranunculaceae). Soms 2e bloei in nazomer.

 

 

 

 

 

 

 

Afgelopen vrijdag een uitstapje naar Zevenhuizerplas (o.a. Snor, Rietgors, Kleine Karekiet) en plasdrasgebied naast de Willem-Alexander Roeibaan (Tureluurs, broedende Kievieten, zingende Veldleeuwerik en paartje Geoorde Fuut).

Komende week: samen met gemeente en firma Reijm nieuwe kleiputten aanleggen voor de Huiszwaluwen langs Bermweg-Oost. Overleg met SBS over uitzending over gemeentelijke geldverspillingen. Afspraak met politie over milieuovertredingen Schollebos.

 

Nogmaals Beflijster en wat lentenieuws

U hebt al het filmpje kunnen zien van de Beflijster op het Spartaterrein Schollebos. Diverse vogelaars zijn ook de dag erna nog “op jacht” geweest met telelenzen. Het is immers een zeldzame waarneming, zeker voor Capelle. Voor mij was het mijn eerste Beflijsterwaarneming in Nederland. Kreeg diverse foto’tain’tvan Jan, Rob en Ben, waarvoor dank! Afgelopen donderdag gemaakt en… er waren zelfs 2 Beflijsters!

Beflijster (Turdus torquatus; foto Ben Pleij). Zoals de naam al zegt, een lijstersoort. In de vluggigheid gauw over het hoofd gezien als zijnde een man-merel. Duidelijk verschil is echter de halvemaanvormige witte bef net onder de keel. In Nederland uitsluitend een doortrekker: geen wintergast, geen broedvogel. Broedt in kustgebieden van Skandinavie, in Engeland/Ierland en delen van zuid-oost Europa. Overwintert o.a. in zuid-Spanje en Noord-Afrika.

 

 

Hier een foto van Rob van Dorland: het waren er twee!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De lente neemt nu een reuzensprong. Matige temperaturen, zon en neerslag wisselen elkaar af: een zegen voor  de flora. De eerste vlinders zijn gesignaleerd (Citroenvlinder, Kleine Vos), hommelkoninginnen zijn driftig op zoek naar nectar van voorjaarsbloeiers om daarna een plekje uit te zoeken (een verlaten muizenholletje bijvoorbeeld) om daar haar eitjes te leggen en een nieuwe kolonie te vestigen. Diverse stinsenplanten bloeien al zoals Vingerhelmbloem, Bosanemoon. Daslook staat hier en daar al in de knop en over een week of twee zal deze prachtige stinsenplant het Schollebos naar uien doen geuren. Kakafonie aan vogelgezang. Aanstaande zaterdag onze Lente-excursie: prachtig weer voorspeld, ik heb er zin in! U ook?

Bosanemoon (Anemona nemorosa). Behoort tot de familie van Boterbloemachtigen (Ranunculaceae)

 

 

 

 

 

 

 

 

Vingerhelmbloem (Corydalis solida).

 

 

 

 

 

 

 

 

Speenkruid (Vicaria verna)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sleedoorn (Prunus spinosa)

Langs Spartaterrein nu volop in bloei. Bloei op de kale takken (dus nog geen bladgroei). Een pruimensoort (Prunus) en lid van de Rozenfamilie (Rosaceae). Zoals de naam “Spinosa” zegt: de struik heeft flinke doorns.