Zegt het voort!

blog archief

Van alles

Qua vogels weinig nieuws. Soms een groep Koperwieken, een enkel Goudhaantje, maar geen echte “leuke” wintergasten. Dan verschuift het accent vanzelf naar andere zaken – niet dat die anders geen aandacht zouden krijgen! Dan levert dit toch ook weer leuke en soms bijzondere interessante  waarnemingen op. Onze “hof-fotografen”, die ons voorzien van vaak mooie foto’s,  gingen net als ik op jacht naar o.a. paddenstoelen en planten. Ik heb niet van alles recente foto’s en heb mede gebruik gemaakt van SNC-archieffoto’s.

Winterakoniet (Eranthis hyemalis). Een ’Stinsenplant’ uit Zuid-Europa en aangeplant door gemeente langs de oostelijke noord-oever van de Nieuwerkerkse Tocht in Schollebos. Al 15 januari in bloei (normaliter februari-maart). Behoort tot de grote familie van Ranonkelachtigen waartoe ook bijv. Boterbloemsoorten en Speenkruid behoren.

 

 

 

Sneeuwklokjes (Galanthus nivalis). Op 6 januari al in bloei langs Schollebos (normaliter februari-maart). Er zijn ook veel gekweekte varianten (cultivars); in Engeland een hype onder tuinliefhebbers.

 

 

 

 

 

Dotterbloem (Caltha palustris), ook een Ranonkelsoort. Normaliter bloei in april-mei, soms 2e bloei in najaar (augustus-september), maar 20 januari bloeiend langs vijvertje west Schollebos: late 2e bloei of vroege 1e bloei?? 

 

 

 

 

Melksteelmycena (Mycena galopus; foto Louis Weterings). Een fraai teer paddenstoeltje op rottend hout, maar niet alledaags. Louis trof hem aan in Schollebos.

 

 

 

 

 

Peervormige Stuifzwam (Lycoperdon pyriforme; foto Rob van Dorland).

Vrij algemeen, een paar keer in Schollebos aangetroffen. Stuifzwammen (Lycoperdaceae) vormen hun sporen  binnen in de “buik” van de zwam. Wanneer de sporen “rijp” zijn, verschijnt een kleine opening. Wanneer dan een regendruppel erop valt, of een passerend dier (of mens) erop trapt worden de sporen door de druk naar buiten geblazen.

 

 

 

 

Winter?? Zomer??

Ben nu alweer ruim 1 week terug van mijn jaarlijks bezoek aan zoon en kleinkinderen in Nieuw Zeeland (zuiden van Zuidereiland). Daar was de zomer begonnen, maar dat zou je niet zeggen. Soms was het daar net iets kouder dan in Nederland waar juist de winter is begonnen. Ook veel regen. Maar die winter hier stelt dus ook niet veel voor: regelmatig temperaturen boven de 10 graden.

 

Deze foto genomen op net een mooie dag vanuit de tuin van mijn zoon met zicht op de oceaan en schiereiland  Otago;  op  uiterste punt  daarvan  is  een  broedkolonie  van de Reuzenalbatros (spanwijdte 3 meter!).  

 

 

 

Met de jetlag nog in de benen ( tijdverschil is 12 uur!), toch weer elke dag het Schollebos in (onze hond moet toch uit nietwaar?). Triest aandoend: geen zonnetje, grijs, nat, kapot gereden bermen, dode en zieke bomen. Behalve een flinke groep koperwieken vandaag, vrijwel geen wintergasten als smient, wintertaling of dodaars. Sterker nog, deze week zelfs zingende zanglijsters en koolmezen, alsof de lente aanstaande was. Bizar! Ook de ooievaars zijn dit jaar niet naar het verre zuiden vertrokken en waarom zouden ze: zachte winters en voldoende voedsel, dus waarom het risico lopen om zo’n gevaarlijke reis te ondernemen? Wel weer een klein raadsel dat nog steeds niet is opgelost: naast het broedpaar dat ik nu op hun nestpaal zag, was ook de kreupele ooievaar weer aanwezig achter het huis op hoek ’s Gravenweg-Kanaalweg.

Bladeren van daslook en bolbloemen komen al boven de grond uit, veel te vroeg!

 Ontluikend Daslook tussen verse molshopen. Mollen zijn nu erg actief. Overal tientallen verse molshopen. Normaliter verblijven ze in deze tijd diep onder de grond….

 

 

 

 

 

De hazelaars staan ook al in volle bloei, maar dat is inmiddels normaal geworden. soms bloeien ze zelfs al in december. Ook de eerste bloeiende Sneeuwklokjes waren te zien, wel erg vroeg.

Hazelaar. De katjes zijn de mannelijke bloemen, de kleine rode frutseltjes de vrouwelijke. Beide zitten dus op dezelfde struik (“eenhuizig”). Stuifmeel wordt door de wind verspreid. Omdat blad daarbij niet gewenst is (belemmert de verspreiding) bloeien windbestuivers voor de bladgroei.

 

 

 

Hier en daar nog enkele mooie formaties van zwammen/paddenstoelen.

Fluweelpootje. Een echte winterpaddenstoel. Naam verwijst naar fluwelig donkerbruine onderkant van de steel. Op stammen en stronken van loofbomen. Eetbaar en mogelijk geneeskundige eigenschappen.

 

 

 

 

 

Tot slot: eerste bijeenkomst met gemeente dit jaar over de toekomst van het Schollebos. Wordt heftig. Het laat zich aanzien dat bijna de helft van alle bomen geveld moet worden om weer een toekomstbestendig bosbestand te vormen. Nu is de staat van de bosbestanden bedroevend door bodemdaling en hoge grondwaterstand (bomen staan niet graag met hun wortels in het water) en de essentaksterfte. SNC houdt de vinger aan de pols en probeert samen met de gemeente een goede oplossing te vinden. Wordt vervolgd dus.

 

 

 

 

 

 

 

 

.

Kerst- en Nieuwjaarsgroet

Trillers

Nu het zo’n nat weer is geweest zien we weer Trilzwammen. Wetenschappelijk benamingen van deze groep van paddenstoelen is een doolhof, maar in Nederlandse nomenclatuur gelukkig nog steeds “Trilzwammen”: zwammen met gelatine-achtige vruchtlichamen. Voelen aan als drilpudding, vandaar de naam “Trilzwammen”. In Schollebos nu 2 algemene soorten te zien (moet je wel opletten!) vooral op oudere vlierstruiken. Als het langere tijd droog weer is, verdrogen deze soorten tot onherkenbare, geschrompelde friebeltjes om na regentijden weer tevoorschijn te komen. Ze bestaan dan ook uit voornamelijk water! 

 

Echt Judasoor (Hirneola auricula-judae). De vruchtlichamen hebben vaak een menselijke oorvorm. De naam “Judas” refereert naar een bijbels gedoe tussen Judas de verrader en de Vlier, maar verder onduidelijk. Is een eetbare paddenstoel, maar laat hem liever staan om ervan te genieten, zoveel zijn er niet!

 

 

 

 

 

Gele Trilzwam (Tremella mesenterica). Algemeen op takken van (al dan niet dode) loofbomen. De naam ’Tremella’ zegt het al: bij aanraking trillend.

 

 

 

 

 

 

Verder weer een Houtsnip langs Sparta-sportvelden in Schollebos (zie eerdere blog). Komende zondag met vrijwilligers weer aan de slag in Vlindertuin en misschien 2e herfstexcursie.

Vroege waarnemingen, de Tuin van John, Vlindertuin.

Het is in Capelle een vrij saaie herfst. Veel nattigheid, koud. Op vogelfront wel een “vroegertje”voor Capelle: afgelopen zaterdag een groepje van 5 Koperwieken in het Schollebos.

 

Koperwiek (Turdus iliacus). Een echte wintergast (broedvogel van Noord Europa, Taiga’s). Is al zeker 1 maand in Nederland, voornamelijk in duingebieden met duindoorns die nu rijkelijk bessen dragen. Als de duindoornbessen op zijn, zien we deze prachtige lijstersoort ook steeds meer in het binnenland, dus ook in Schollebos. Zij komen niet alleen af op de bessen van diverse struiken, maar foerageren ook vaak op de grond (insecten, e.a.). Indien niet foeragerend, dan vaak in de kruinen van bomen zachtjes grappige geluidjes makend. ’s Winters soms met honderden in het Schollebos.

 

 

 

Rode Kelkzwam (Sarcoscypha coccinea). Een zeldzaam zwammetje dat al enkele jaren in Schollebos groeit. Normaliter pas vanaf half januari tot april te zien. Nu al enkele exemplaren in Schollebos op een nieuwe plek. Op dode loofboomstammen die half begraven liggen in vochtige grond. 

 

 

 

 

Grote Trilspin (Pholcus phalangioides), ook wel “Grote Sidderspin” of “Hooiwagenspin” genoemd. John, onze secretaris spotte deze spin in zijn tuin. Lijkt veel op een Hooiwagen, maar het lichaam bestaat uit 2 delen (dat van Hooiwagens uit 1 deel). De familie van Trilspinnen (Pholcidae) omvat in Nederland 3 soorten, waarvan deze zeer algemeen is. Met poten wel 8 cm groot.

 

 

 

 

Met de vrijwilligers voor SNC is tot nu toe het hele areaal van de vlindertuin ontdaan van riet en na de maaibeurt door gemeente is door ons op 1/3 deel van het areaal het maaisel afgevoerd (had gemeente conform toezegging moeten doen..). Het afvoeren van het maaisel op het resterende 2/3e deel loopt vertraging op vanwege de natte weersomstandigheden (wij moeten dit nu handmatig doen!). Pas als het maaisel is afgevoerd en de bodem redelijk bloot ligt kan er gezaaid worden. Uiterste tijd om te zaaien is november. Daarna pas weer in voorjaar. De zaadmengsels zijn ingekocht en worden aangevuld met eigen oogst van inheemse bloemplanten. In totaal heeft SNC nu ruim 900 euro ge-investeerd om deze gemeentelijke Vlindertuin weer een echte vlindertuin te laten worden, dankzij de vele donaties.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kleine Herfstverrassingen

Deze afgelopen week tijdens mijn dagelijkse ronde Schollebos even schrikken: langs voetpad Sparta-sportveld vloog vlakbij een net zo geschrokken flinke vogel op uit het struikgewas met luid vleugelgeklepper. Eerste reactie was “een fazant”, maar nee: zijn  zigzagvlucht en lange snavel:

Houtsnip (Scolopax rusticola; foto Internet).Een Nederlandse broedvogel, maar ook als doortrekker en wintergast van elders. Geen broedvogel in Capelle, maar wel bijna elk jaar een enkele keer in herfst of winter te zien. Foerageert op de grond (regenwormen, insecten e.d.) tussen bomen en struiken. Je ziet hem meestal alleen als hij opgeschrikt wegvliegt. Bij mogelijk naderend gevaar “drukt” hij zich net als een fazant om pas op laatste nippertje (’ s Nippertje?) ineens op te vliegen. De snippenfamilie kent meerdere soorten, die veel op elkaar lijken: omgeving, grootte, en snavellengte zijn belangrijke kenmerken. Heb ook nog even gezocht naar de uitdrukking “Snipverkouden”: mogelijk te verklaren door druppels aan de lange snavel (waarschijnlijk van de Watersnip) bij het foerageren. De Watersnip is het hele jaar aanwezig in Eendrachtspolder.

 

 

Vliegenzwam (Amanita muscaria; foto SNC). Deze kent iedereen natuurlijk, maar in Capelle is ie niet echt algemeen. Deze hier groeiden net achter de Capelseweg (rand Schollebos). Komt voor op zand- en veengrond, hier dus op veengrond vooral in nabijheid van berken. De witte vlokken op de rode hoed zijn de restanten van het Velum, een vlies dat de jonge ontspruitende paddenstoel omgeeft. Het rode dekvlies is “giftig”: na consumptie veroorzaakt het hallucinaties.

 

 

 

Dan nog een verrassend bericht van Natuur- en Vogelwacht Rotta: De Rottemeren en Zevenhuizerplas zijn toegevoegd aan de lijst van International Bird Areas: belangrijke vogelnatuurgebieden. En terecht: o.a. broedplaats van het zeldzame Woudaapje, een miniatuur reigersoort in rietvelden. Maar ook Roerdomp, Blauwborst, Snor, Lepelaar, Havik, Watersnip en vele andere soorten komen er voor. Diverse Capelse vogelaars zijn regelmatig daar te vinden.

Woudaap (Ixobrychus minutis). Als dwaalgast 1 x in Schollebos waargenomen. Maakt een geluid als een blaffende hond, zeer apart! 

Ditjes en datjes

Marjorie Nühn stuurde deze foto op:

Gevlekte Akkerslak (Deroceras reticulatum). Een naaktslaksoort en lijkt een beetje op de Grote Aardslak =Tijgerslak), maar is stuk kleiner en met ander vlekkenpatroon. Is algemeen, maar ik moet toegeven dat ikzelf hem nooit eerder heb gezien. Een leuke waarneming voor Capelle! De Egel is een van de weinige dieren die  naaktslakken lust. Naaktslakken zijn niet helemaal “naakt”: boven op hun “borststuk” zit nog een minuscuul, rudimentair restantje van een schelpje. Met deze geregistreerde soort nu 3 naaktslaksoorten in Capelle. 

 

Het is nu mid-herfst, maar nog steeds zomerse soorten af en toe te zien. Deze week qua vlinders: Atalanta (normaliter trekvlinder die overwintert in Zuid Europa, maar steeds vaker in Nederland overwintert), Groot Koolwitje, Klein Koolwitje, Bont Zandoogje. Libellen: Steenrode HeidelibelHoutpantserjuffer. Vogels: Tjiftjaf, normaliter een trekvogel, die in najaar zuidelijke streken opzoekt, maar ook steeds vaker hier overwintert). Afgelopen dag de eerste overtrekkende slierten van gakkende Grauwe Ganzen: krijg ik altijd een beetje kippenvel van (jeugdsentiment, Hollandse Biesbosch in herfst/winter). Ook de eerste Goudhaantjes weer in Schollebos.

Goudhaantje (Regulus regulus). Een mini-vogeltje, maar ik heb er iets mee. Het gele kopstreepje  verklaart de naam. Taxonomen hebben de naamgeving verandert in “Goudhaan” alsof het een soort kip of fazant is. Wat een flauwekul en muggenzifterij. Een naaldbosbewoner (dennen/sparren), maar in herfst en winter rondtrekkend, ook in onze contreien, meestal in kleine groepjes. Een nauw verwant broertje, Vuurgoudhaantje (nu ook weer officieel “Vuurgoudhaan” dus zonder “tje”) is soms ook in najaar/winter hier te zien: het kopstreepje neigt meer naar oranje en het geluid is net iets anders. 

 

 

 

 

What is in a Name en tuinnieuws van John

’What’s in a Name”: Een gevleugelde uitspraak van Shakespeare (uit Romeo and Juliet), gevolgd door “A Rose by any other Name would smell as sweet”. Zoiets als “kan me niet schelen hoe die bloem heet, maar lekker ruiken doet ie”. Dit heb ik met ook met paddenstoelen, en dan niet qua geur, maar qua uiterlijk. In Nederland zijn zo’n 6000 paddenstoelen en zwammen bekend en een grote meerderheid ervan is slechts te determineren door experts (o.a. microscopisch onderzoek van de sporen). Toch word ik er – gelijk Shakespeare – door geboeid: zij blijven mooi en leveren schitterende plaatjes op, ook al is de taxonomische naam vaak duister (Taxonomie is de wetenschap die soorten hun naam geven en daarmee plaatsen in soorten, geslachten, families, ordes, enz.). Het is nu herfst met veel nattigheid zoals het hoort en dus paddenstoelentijd! Ondanks de mogelijke tekortkomingen van de juiste soortnamen, toch maar een beeld van paddenstoelen nu in Schollebos.

Gewone Glimmerinktzwam (Coprinellus micaceus; foto Martin den Boer). In Nederland bijna 100 soorten inktzwammen. Deze (als het de juiste is) is heel algemeen en nu met duizenden in Schollebos wat prachtige taferelen oplevert (als je er oog voor hebt!!).

 

 

 

 

Gewone Zwavelkop (Psilocybe fascicularis; foto SNC-archief). Zeer algemeen op dood hout.

 

 

 

 

 

 

Knolparasolzwam (Chlorophyllum rachodes; foto Martin den Boer). Algemeen. 

 

 

 

 

 

 

Wie het kleine niet eert….Een Schorsmycena-soort (foto Louis Weterings). Deze miniatuurzwammetjes (enkele millimeters groot!) groeien op de schors van bomen, in dit geval op die van een enorme Kraakwilg in het Schollebos. Er zijn zo’n 5 soorten in Nederland die moeilijk op het oog te onderscheiden zijn (microscopisch onderzoek van de sporen is doorslaggevend). Zou mooi zijn als dit de Mycena alba was: zeer, zeer zeldzaam…. Zoniet dan toch geweldig: helemaal compleet met hoed en steeltje!

 

 

Echt Judasoor (Auricularia auricula-judae); foto SNC-archief). Een vertegenwoordiger van de familie Trilzwammen. Trilzwammen hebben een gelatine-achtige substantie: voelen aan als een drilpudding. Alleen bij echt vochtige omstandigheden komen ze “tot bloei” en bij droogte verschrompelen ze tot onherkenbare propjes. Op takken van oude(re) vlierstruiken en nu hier en daar weer in Schollebos te vinden.

 

 

 

Tuinnieuws van John:

Windevedermot (Emmelina monodactyla; foto John Renirie, SNC). Een nachtvlindertje (“Mot”), heel algemeen. Op de foto met opgevouwen vleugels die hun schoonheid daardoor verbergen (veel franje!). Waardplanten (waar eitjes op worden afgezet en de rupsen van leven) zijn zoals de naam aangeeft Windesoorten, in onze omgeving dus Haagwinde (ook wel “pispotjes”genoemd; Convolvulus sepium).

 

 

 

Grote Steatoda (Steatoda grossa; foto John Renirie, SNC). Een vertegenwoordiger van de Kogelspinnen (Theridiidae). Algemeen, vooral in huizen e.d.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Herfstexcursie

Afgelopen zaterdag onze herfstexcursie met 24 deelnemers waaronder 4 kinderen. Erg getroffen met het weer: hele week regen en op zondag heel veel regen, maar nu droog en af en toe zelfs een zonnetje! Er was weer veel te zien en te vertellen. Een zwaartepunt lag natuurlijk bij paddenstoelen. Vele soorten passeerden de revue. Een kleine greep:

 

Blanke Champignonparasolzwam (Leucoagaricus leucothites; foto internet). Enkele exemplaren langs Spartasportvelden en voor zover ik weet niet eerder in Capelle gespot, maar vrij algemeen aan bosranden, in bermen en voedselrijke, grazige plekken. Het gaat slecht met op/in de grond groeiende paddenstoelen in Nederland (ook elders?). De Nederlandse naam pas niet op het scrabblebord helaas.

 

 

Gewone Zwavelkop (Psilocybe fascicularis; archieffoto SNC). Nu er eindelijk behoorlijk wat regen is gevallen, is dit juweeltje overal in het Schollebos te bewonderen, soms met honderden op een stobbe of dode boomstam. Heel algemeen, maar blijft altijd een mooie verrassing. Het element zwavel is geel van kleur, vandaar de naam dus. Met de paddenstoelsoorten die op hout groeien, gaat het in het algemeen goed.

 

 

 

Grote Bloedsteelmycena (Mycena haematopus; foto Internet). Ook dit is een algemene soort op voornamelijk dood hout. De naam: bij beschadiging van de steel komt een bloedrood melksap vrij.

 

 

 

 

 

Daarnaast is de herfst natuurlijk het seizoen van de bessen, zaden en vruchten, waarmee vogels en kleine zoogdieren zich kunnen opvetten voor de komende winter. Die waren dus volop aanwezig.

 

Eenstijlige Meidoorn (Crataegus monogyna; archieffoto SNC). Op meerdere plaatsen in Schollebos langs paden aangeplant. De bessen zijn bij veel vogels in trek.

 

 

 

 

 

Hulst (Ilex aquifolium; archieffoto SNC). De bessen van de Hulst zijn minder in trek bij de meeste vogels, maar in tijden van schaarste worden ze toch wel gegeten. Hulst is een “Tweehuizige plant”: in de ene struik zitten alleen vrouwelijke bloemen, in andere alleen mannelijke.

 

 

 

 

Wilde Liguster (Ligustrum vulgare; archieffoto SNC). Veel aangeplant in Schollebos. Bessen zijn vooral in trek bij Houtduif.

 

 

 

 

 

 

Wilde Kardinaalsmuts (Euonymus europaeus; archieffoto SNC). Zoals de naam aangeeft heeft de vrucht van deze struik de vorm van het hoofddeksel van een kardinaal. Kleur varieert van roze tot roodpaars. Indien rijp barst de vrucht open en worden de knal-oranje zaden zichtbaar. Op enkele plaatsen in Schollebos aangeplant.

 

 

 

 

Mispel (Mespilus germanica; archieffoto SNC). Een appelachtige struik (Rozenfamilie). Langs Spartaveld diverse struiken aangeplant. De vruchten zijn pas eetbaar (en erg lekker!) als ze overrijp zijn: “zo rot als een mispel”: pas dan eet je ze!

 

 

 

 

 

Sleedoorn (Prunus spinosa; archieffoto SNC). Een wilde pruimensoort (Prunus = Pruim). Bloeit met mooie witte bloesem in voorjaar. Nu grote bessen (kleine pruimpjes), voor ons niet smakelijk, maar voor vogels wel.

 

 

 

 

En verder nog meer bessen, zaden en vruchten. Uitleg over onderhoud en beheer Vlindertuin, Oevers, Gazons en Bermen, trekvogels en trekvlinders. Als toetje voor de dieharts: de IJsvogel, 2 Buizerds, vele Krakeenden en Kuifeenden, Aalscholvers, Staartmezen, Halsbandparkiet, Groene Specht en Grote Bonte Specht. 

De herfst is een van de mooiste seizoenen waarin heel veel gebeurt in de natuur. SNC overweegt daarom een 2e herfstexcursie te geven over een paar weken. Wij houden u op de hoogte. Deel mijn blog ook met uw vrienden die misschien ook geïnteresseerd zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Drukke boel

Afgelopen tijd een drukke boel. Presentatie voor woonzorgcentrum Vijverhof over natuur in Capelle, met vrijwilligers weer in Vlindertuin-Schollebos gewerkt, excursie voor locale Partij voor de Dieren. Daarnaast ook weer leuke waarnemingen.

 

Zo’n 4 keer per jaar verzorg ik een presentatie over Capelse Natuur voor verzorgingscentra in Capelle op verzoek van stichting Sonrisa-Rijnmond. SNC vind ik het belangrijk om ook ouderen te onderhouden met verhalen over onze Capelse natuur. Ik waardeer dan ook de inzet van stichting Sonrisa-Rijnmond, die naast dit soort presentaties ook het programma aanvult met (vaak live) nostalgische muziek. Bij deze middag voor woonzorgcentrum Vijverhof waren bijna 100 mensen aanwezig. 

 

Ik had de moed al opgegeven. Bijna elk jaar is de Boomvalk (Falco subbuteo) in de nazomer te zien, jagend boven de boomkruinen op vooral grote libellensoorten, maar ook wel op kleine vogeltjes. In vlucht lijkt hij op een xxx-size Gierzwaluw: beide een ankervormig vliegsilhouet. Tot vorige week dus toch nog 1x langs het Sparta-sportcomplex in Schollebos. Broedt niet in Capelle. Incidentele waarnemingen kunnen exemplaren zijn op doortrek (overwinteren vooral in Afrika en trektijd is al begonnen), maar ik heb jaren geleden ook zelf meerdere exemplaren tegelijk waargenomen die aan het jagen waren (ouderpaar met jongen?).

 

 

 

 

Zwart Weeskind (Mormo maura; foto Rob van Dorland). Rob trof 2 exemplaren van deze nachtvlinder aan bij zijn huis. Hoort tot de uiltjesfamilie (Noctuidae) en is vrij zeldzaam. Een zuidelijke soort die steeds verder noordwaarts oprukt (klimaat?).

 

 

 

 

Gewone Goudwesp (Chrysis ignita). In het insectenhotel van de Vlindertuin waren enkele Gewone Goudwespen te zien. Nou ja, “gewoon” is eigenlijk het goede woord niet: schitterend contrasterend gekleurd! Ze zijn iets meer dan een halve cm groot en echte sluipmoordenaars: het vrouwtje legt steeds 1 eitje bij het eitje van een andere wespensoort, waarna de larve van de goudwesp de larve van de andere wesp opeet. De grote familie van Goudwespen  wordt daarom ook wel “Koekoekswespen” genoemd. 

 

 

Het insectenhotel (eigenlijk alleen een bijen-/wespenhotel) bestemd voor solitaire wespjes en bijtjes, komt steeds meer in gebruik. Dit is te zien door de dichtgemetselde openingen van de hier zichtbare bamboestrookjes. Daar hebben metsel- en behangersbijen hun eitjes in afgezet. De goudwesp was hier dus niet voor niets in de weer!