Excursies en weersverschijnselen
Op 10 augustus hielden wij onze jaarlijkse Zomerexcursie.
Enthousiaste deelnemers en prima weer. Veel flora, diverse paddenstoelsoorten, in de boomkruinen roepende uitgevlogen Sperwerjongen, oefenend met vliegen en jagen. Oh’s en ah’s bij het grote gordijn van Bosrank in tegenlicht.
De week erop onze jaarlijkse Vleermuisexcursie (16 augustus). Ook hier enthousiaste deelnemers. Na een inleiding over vleermuizen op pad in het Schollebos. In de schemer konden we nog vleermuizen zien vliegen. In echte donker vertaalde de batdetector de voor ons onhoorbare vleermuisgeluiden in wel hoorbare geluiden. 3 Soorten waargenomen (Gewone Dwergvleermuis, Ross Vleermuis en Laatvlieger). Een minpuntje was wel dat het aantal vleermuizen dat we waarnamen beduidend kleiner was dan voorgaande jaren.
23 augustus een herhaling van onze Nachtvlindernacht. Met speciale lampen gericht op een gespannen wit laken en met zoete smeersels op bomen werden nachtvlinders gelokt die men kon fotograferen en identificeren met de gratis app Obsidentify. Zo’n 40 soorten was het eindresultaat. Veelal (hele) kleine motjes (“Micro-soorten”), maar ook diverse “Macro-soorten”. Op deze avond kwamen wel meer deelnemers op af dan de vorige keer, maar vrijwel allemaal fanatieke nachtvlinderhobbyisten. Kennelijk spreekt het “Nachtvlinderen” het “grote publiek” niet echt aan.
Op 13 augustus ’s avonds een spectaculair onweer ten zuiden van Capelle, maar goed te zien. Zelf zeker 20 minuten buiten staan kijken net als vele anderen. Geen donder te horen (letterlijk). Marcus Breet filmde het vanuit zijn flat.
En helaas wel laat: in mei was zelfs in Capelle het Noorderlicht waar te nemen. Frank Oling maakte er foto’s van.
Het Noorderlicht ontstaat doordat elektrisch geladen zonnedeeltjes botsen met moleculen in onze aardse atmosfeer. Die zonnedeeltjes komen vrij bij heftige zonnevlammen. Omdat ze elektrisch geladen zijn worden ze gevangen in het magnetisch veld van de aarde waardoor ze afgebogen worden naar de noord- en zuidpool. De moleculen die daar geraakt worden gaan als het ware gloeien, waarbij elk molecuulsoort een eigen gloedkleur uitstraalt: Aurora Borealis (noordelijk halfrond) en Aurora Australis (zuidelijk halfrond). Slechts zelden is het Noorderlicht zo ver zuidelijk te zien, dus voorlopig een unicum voor Capelle!
Tunneltjesvlinders
Een nakomerberichtje. Regelmatig worden er vooral ’s ochtends prachtige (macro-)nachtvlinders waargenomen in de fietstunneltjes langs de Capelseweg. Ik was te laat om ze in laatste blog te plaatsen, dus bij deze alsnog. Voor meer achtergrondinfo over de soorten: vlinderstichting.nl
Groot Avondrood (Deilephila elpenor; foto Paul Schrijvershof). Een Pijlstaartvlinder (familie Sphingidae). Algemeen. Veel waardplanten (waar eitjes op afgezet worden en de rupsen van leven) zoals Klein Springzaad, Kattenstaart en Teunisbloem, alle in Schollebos overvloedig aanwezig. Een, soms twee generaties per jaar.
Witte Tijger (Spilosoma lubricipeda; foto Paul Schrijvershof). Een algemene soort, maar ik hem nog nooit gezien. Meerdere waardplanten, o.a. Zuringsoorten, Vlier, Brandnetel en Weegbree.
Oranje Wortelboorder (Triodia sylvina; foto Paul Schrijvershof). Algemeen. Waardplanten o.a. Zuringsoorten en Paardenbloem. De rups boort gangen in de wortels van de waardplant, leeft van die wortels, overwintert 2 winters en verpopt zich daarna ondergronds.
Agaatvlinder (Phlogophora meticulosa; foto Rob van Dorland). Ook algemene soort. Vele waardplanten. Overwintert als rups en verpopt zich ondergronds.
Uiteraard zijn dit soort waarnemingen mogelijk in alle Capelse tunneltjes, dus let op en stuur mij uw mooie foto’s!
meer zomernieuwtjes
In mijn laatste blog schreef ik al dat de zomer echt niet saai is. Hier volgen een aantal leuke recente waarnemingen.
Het vlinderbestand in Nederland gaat nog steeds verder achteruit (Tuinvogeltelling 2024). Maar toch zijn ze bij mooi weer te bewonderen.
Gerrit Lammers spotte 2 bijzondere soorten:
Distelvlinder (Vanessa cardui; foto Gerrit Lammers). Op zich heel vreemd dat deze vlinder steeds zeldzamer wordt. Vorig en dit jaar heb ik zelf er niet 1 gezien, terwijl het een “generalist” is: heel veel waardplantsoorten waaronder distelsoorten. Komt over de hele wereld voor, behalve in Zuid-Amerika. Het is een trekvlinder: de laatst hier geboren generatie vliegt in najaar naar Noord-Afrika (!!).
Scheefbloemwitje (Pieris mannii; foto Gerrit Lammers). Een nieuwkomer in Nederland (in 2015 eerste waarnemingen), maar zich sterk uitbreidend. Ook in Capelle inmiddels enkele waarnemingen. Zonder goede foto heel moeilijk te onderscheiden van andere algemene witjessoorten (Pieridae). Waardplanten zijn Scheefbloemsoorten (Iberis), vaak in tuinen.
(Kleine) Rode Weekschildkever (Rhagonycha fulva). Als vroeger het Fluitenkruid in bloei stond, konden we op elke bloemscherm grote aantallen van deze soort van de familie van “Soldaatjes” (Cantharidae) aantreffen. Dit en vorig jaar geen soldaatje gezien. Het Fluitenkruid is al lang uitgebloeid. Dit ene exemplaar trof ik aan op de nu ook al bijna uitgebloeide Gewone Berenklauw. Oorzaak van de achteruitgang??
Knopige Ooievaarsbek (Geranium nodosum). Een uit Zuid-Europa afkomstige geraniumsoort, die als tuinplant hier is verwilderd en ingeburgerd. Deze trof ik aan in Schollebos en voor zover ik weet een nieuwe soort voor Capelle.
Grote Kaardebol (Dipsacus fullonum). Een stekelige plant behorend tot de Kamperfoeliefamilie. Langs sportvelden Sparta (Schollebos) en op enkele plek langs Nieuwerkerkse Tocht (daar uitgezaaid). Bijzondere bloeiwijze: begint in midden van de “bol” met een ring van paarse bloemetjes. Als die zijn uitgebloeid dan nieuwe ringen boven en onder die eerste ring, enz. Goede nectarplant voor hommels en bijen. In najaar en winter trekpleister voor Puttertjes die op de zaden afkomen.
Nog meer Paddenstoelen in Schollebos (zie vorige blog):
Kleine Aardappelbovist (Scleroderma areolatum). Bovisten behoren tot de Buikzwammen (Gasteromycetes): de sporen worden gevormd binnen een afgesloten ruimte (“Buik”). Als de sporen rijp zijn scheurt de omringende wand open zodat de sporen vrijkomen door aanraking (o.a. door regendruppels). Meest bekend is natuurlijk de Reuzenbovist: grote witte “voetbal” die ook in Schollebos voorkomt. Dit is een kleintje (max. 4 cm).
Esdoornhoutknotszwam (Xylaria longipes). In Schollebos op stronken van esdoorn en essen. Een soort uit de groep van Kernzwammen (Sphaeriales).
Gele Korstzwam (Stereum hirsutum). Een soort uit de grote familie Korstzwammen (Corticiaceae). Algemeen op dode stammen van loofbomen.
Huisspitsmuis (Crocidura russula). Sommige diersoorten laten zich levend niet of nauwelijks zien. Toch is deze spitsmuissoort zeer algemeen. Ik trof dit lijkje aan langs Schollebos. Een insecteneter, maar eet ook wel slakken, wormen, spinnen, pissebedden, e.a. Eet per dag zijn eigen lichaamsgewicht! Voornamelijk een nachtelijke leefwijze. De dag erna was het lijkje verdwenen (reiger, kleine mantelmeeuw, kat?).
Saaie zomer?
Onder vogelaars staat de zomer bekend als een relatief saai seizoen. De meeste vogels zijn klaar met broeden, zijn in de rui en daardoor kwetsbaar. Zij laten zich daarom weinig meer horen of zien. De gierzwaluwen zijn zelfs weer deels vertrokken naar Afrika! Maar toch valt er nog het een en ander aan vogels te beleven: roepende uitgevlogen Sperwerjongen, bedelroep van halfwas Futenjongen, IJsvogels (bezig met 3e broed?), de roep van de Groene Specht, de eerste rondtrekkende families van Staartmees, foeragerende Visdiefjes boven de vijvers, enz.
Kees Dekker betrapte deze Vos overdags en ook nog eens 2 vossen ’s nachts met bewegingscamera (omgeving Ringvaartpark /Schollebos). Een welkomsoort of niet? In onze omgeving doet de vos het goed, kennelijk genoeg prooidieren.
Langs de ’s Gravenweg ter hoogte van 1e ooievaarspaal lag deze Lettersierschildpad (Trachemys scripta) heerlijk te zonnen in de sloot. Een exoot uit Noord en Zuid Amerika die veel wordt verhandeld. Ouders kopen zo’n schattig babyschildpadje en een piepklein aquarium voor hun kinderen, maar als hij te groot wordt dumpen ze hem in de dichtstbijzijnde sloot. Inmiddels is deze soort in veel sloten en vijvers aanwezig. Voorlopig planten ze zich hier niet voort, maar door klimaatopwarming is dit wel mogelijk (de op het land gelegde eieren moeten de juiste temperatuur hebben om uit te komen). Men onderscheidt 3 ondersoorten: de roodwang-, de geelwang- en de geelbuikschildpad. Op foto waarschijnlijk de laatste. Wat mij betreft de handel erin verbieden, ook omdat ze de besmettelijke Salmonellabacterie kunnen overbrengen (Paratyphus).
Zomer geen paddenstoelen? Welnee: paddenstoelen het hele jaar door, alleen niet alle soorten.
Zwavelzwam (Laetiporus sulphureus). Drie prachtige dakpansgewijze zwavelzwammen op de enorme stronk van een in een storm gesneuvelde kraakwilg. Een buisjeszwam: de onderkant bestaat uit minieme buisjes waar de sporen worden gevormd. Eenjarig (d.w.z. na 1 jaar weg), algemeen, eetbaar (Engels: “Chicken of the Forest”), maar laat maar staan a.u.b.
Doolhofzwam (Daedalea quercina). Voor mij de 1e keer dat ik deze tegenkwam, maar dat zegt niks natuurlijk, kwestie van kijken en speuren. Algemeen op stronken. De naam verwijst naar de labyrintachtige structuur van de buisjes aan de onderkant en Daedalus, een Griekse mythologische architect die het labyrint op Kreta zou hebben ontworpen.
Meeldauwlieveheersbeestje (Halyzia sedecumguttata). Een van de ongeveer 60 soorten Lieveheersbeestjes in Nederland voorkomend. Leeft van de Meeldauw , schadelijke schimmelsoorten op bladeren van (in Schollebos) o.a. esdoorn en eik en daarmee dan ook een verspreider van die schimmel. Hoe lief is lief? Hij eet de schimmel, maar verspreidt die ook…. De naam: sedecum=16, guttata=druppels/vlekken.
Gamma-uil (Autographa gamma). Een dag-actieve nachtvlinder, familie Uilen (Noctuidae). Heeft 2 of 3 generaties per jaar, de laatst uitgekomen generatie vertrekt in najaar naar Zuid Europa om te overwinteren. De naam verwijst naar de witte tekeningetjes op de voorvleugels die vorm hebben van de Griekse letter gamma. Er zijn veel uiltjessoorten (wereldwijd zo’n 25.000 soorten); een ervan is het jota-uiltje vernoemd naar de Griekse letter jota en erg veel op het gamma-uiltje lijkt. De foto is uit mijn archief, want de recente foto was gewoon slecht.
Ook weer 2 nieuwe plantensoorten ontdekt in Schollebos:
Falliopa japonica compacta. Een verwilderde tuinplant, nauw verwant aan de zeer schadelijke Japanse Duizendknoop. Langs Nieuwerkerkse Tocht, Schollevaarse kant: daar vaak tuinafval gedumpt. Een exoot, maar minder invasief. Wel mooi. Desondanks: beter niet in de tuin en zeker niet dumpen buiten je tuin….
Tuinwolfsmelk (Euphorbia peplus). Algemeen op voedselrijke grond. Net als veel Euphorbiasoorten met giftig melksap dat mogelijke anti-kankereigenschappen heeft en de aandacht heeft van de medische wetenschap.
Kortom: zomer saai? Kwestie van om je heen kijken, luisteren en accepteren dat je die ene dag of week niet dat al tegenkomt wat er wel zeker is. Natuurbeleving is een speurtocht!
Pluim voor gemeente; Boktorren en Nachtvlindernacht.
Het moet gezegd worden.
SNC bestaat nu 18 jaar. De eerste 15 jaar bestonden voornamelijk uit botsingen tussen gemeente en SNC over het natuurbeleid in Capelle (Groen, Water, Ecologie, Biodiversiteit). Kennis ontbrak vrijwel geheel bij gemeente en leidde tot een defensieve, onproductieve houding (“SNC gaat ons niet de wet voorschrijven”….). Die botsingen leidden tot eindeloos heen en weer gedoe en veel ambtenarentijd, zoveel dat de toenmalige gemeentesecretaris zelfs SNC verzocht tot overleg hierover.
Maar sinds een paar jaar heeft gemeente Capelle echt een omslag gemaakt. Nieuwe beleidsambtenaren “Groen” met groene achtergrond, zelfs een ecoloog (wat SNC al jaren geleden voorstelde). Er is nu regelmatig overleg tussen SNC en gemeente, overleg in “Vrienden van het Schollebos” en in Capels Natuurnetwerk (CNN). Deze ommekeer betreft ook het Duurzaamheidsbeleid van de gemeente wat raakvlakken heeft met Natuurbeleid Onze SNC-secretaris John Renirie is voorzitter van het Energiecollectief Capelle (ECC). De vrijwilligers van deze vereniging spelen een belangrijke rol bij de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid.
Wederzijdse kennis versterkt elkaar en leidt tot nieuwe gemeentelijke initiatieven: herstel bosplantsoenen Schollebos, ecologisch maaibeleid in heel Capelle, Groen in de Wijk, ecologisch herstel van kleine “Bosjes”, enz. Veel staat nog op papier en staat lopende onderhoudscontracten met uitvoerders nog in de weg, maar ik heb goede hoop op een betere toekomst voor de Capelse Natuur ook al gaat het qua uitvoering nog zeker niet overal goed. Uiteraard spreekt SNC de gemeente hierop aan.
Gerrit Lammers heeft mooie foto’s gemaakt van enkele Boktorsoorten (familie Cerambycidae). Boktorren zijn kevers met een langwerpig lichaam en vaak mooi gekleurd en lange tasters. Veel soorten zijn schadelijk omdat de larven van hout leven (xylofagie), meestal dood, rottend hout, maar ook meubel- en bouwhout en levende bomen.
Kleine Wespenboktor (Ciytus arietus). Vrij algemeen. Lijkt ietwat op een wesp (mimicry) om predatoren te misleiden.
Gevlekte Smalboktor (Leptura quadrifasciata). De larven leven in vermolmd populieren- en wilgenhout, maar ook wel van andere boomsoorten.
Gewone Distelboktor (Agapanthia villosoviridescens). Volwassen kevers op distels en brandnetel.
Vogelnieuws:
IJsvogels: er zijn recent vrijwel zeker 2 nesten met ijsvogels uitgevlogen in het Schollebos. IJsvogels broeden 3 (heel soms 4) keer per broedseizoen met gemiddeld 4-5 jongen per broedsel.
Groenling (Chloris chloris; foto Gerrit Lammers). Groenlingen zijn vrij schaars in Capelle. Een vinkensoort die vroeger veel werd gevangen om met kanaries te kruisen vanwege de zang. Als die werd waargenomen, dan vrijwel altijd op volkstuincomplex Tot Nut en Genoegen, zoals ook deze op foto. Broedt daar waarschijnlijk ook (is een Standvogel: hele jaar aanwezig).
“Nachtvlinderen”. SNC heeft op 5 juli een Nachtvlindernacht gehouden. Een wit laken beschenen door sterke lampen en zoete smeersel op boomstammen om insecten te lokken. We beschouwen het maar als een “Try Out”, want de opkomst was ondanks voorpublicaties miniem. Betekende wel dat het een klein intiem gezelschap was dat mij noodde tot een paar stoelen, een bankje en een drankje erbij aan te bieden. De score van nachtvlinders (en andere insecten, vooral muggen) was helaas ook miniem. Hier de meest spectaculaire soorten:
Zwart Weeskind (Mormo maura). Twee exemplaren kwamen af op de met een stroopmix besmeerde boomstam. Een “Macro-nachtvlinder” (30-35 mm). Overdags rusten ze vaak in groepen bij elkaar. Rupsen in najaar meestal op zuringsoorten (Rumex). Overwinteren als rups en in voorjaar diverse struiken als waardplant.
Vogelkersstippelmot (Yponomeuta evonymella). Stippelmotten (familie Yponomeutidae) zijn kleine nachtvlindertjes. Elke soort heeft zijn eigen waardplant waar de eitjes op worden afgezet, in dit geval dus de Vogelkers (Prunus padus). Soms kunnen alle bladeren worden opgevreten resulterend in een kale struik met overblijvende nestspinsels van de rupsen. De struiken herstellen zich bijna altijd met nieuwe bladgroei eind juni: “SintJans-loten” (23 juni = Sint Jansfeest = veronderstelde geboortedag van Johannes de Doper). In Schollebos ook Kardinaalsmutsstippelmot (Yponomeuta cagnagella) en Appelstippelmot (Yponomeuta malinellus).
Zwart Verfdrupje (Oxycera leonina). Geen vlinder maar een vliegensoort. Ook een leuke waarneming, al is het maar om zijn lieflijke naam. In vochtige bossen en niet algemeen.
Hitland,Ooievaars e.a.
Actuele zaken te over.
Het Recreatieschap Hitland bestaat dit jaar 50 jaar. Reden voor wat officiële feestelijkheden en aanvullende activiteiten in de laatste meiweek. Het recreatieschap is een bestuurlijke samenwerking tussen de gemeente Capelle en Zuidplas met Ton Aker als directeur.
De burgemeesters van Capelle (Cor Lamers, midden op foto) en Zuidplas (Han Weber, op voorgrond) onthulden op 29 mei in aanwezigheid van genodigden na een wandeling vanaf de golfbaan 2 voorlichtingsborden over de avifauna in Hitland (directeur Ton Aker trots stralend op achtergrond). Deze borden zijn samengesteld door Eric Stockx, bestuurslid SNC en KNNV, weidevogelonderzoeker Hitland in samenwerking met Agrarisch Collectief Krimpenerwaard. In Hitland komen heel veel vogelsoorten voor waar vogelkenners van smullen.
Op 2 juni werden door SNC en KNNV in kader van 50 jaar Hitland meerdere activiteiten georganiseerd: Waterbeestjes vangen en determineren, bodemdiertjes onderzoeken, vogels kijken met telescopen en een plantenexcursie. Op foto is Eric Stockx bezig met het waterbeestjesonderzoek. Helaas trokken deze activiteiten heel weinig publiek.
Op 6 Juni een vergadering op gemeentehuis van “Vrienden van het Schollebos” waar studenten van de Hogere Agrarische School (HAS) uit ’s Hertogenbosch een uitgebreid tussenverslag gaven over hun afstudeerproject “Schollebos”. Niet alleen het Groen (bos, gazons), maar ook Blauw (flexibel waterpeil), infrastructuur (paden) en gedragsregels kwamen uitgebreid aan bod. 28 Juni vernemen we hun eindrapport. Wat gemeente zal/kan overnemen uit dit rapport is nog afwachten, maar ik heb goede hoop dat we qua natuur- en biodiversiteitsbeleid van de gemeente er in ieder geval op vooruit zullen gaan: per slot is het inschakelen van HAS een initiatief van de gemeente zelf!
Zaterdag 8 juni hebben we de Capelse ooievaarsnesten gecontroleerd met een drone. Er was al een sterk vermoeden dat het dit jaar een slecht jaar zou zijn. Luis Carvalho Araujo (rechts op foto), gecharterd door Martijn (links) was direct bereid zijn diensten als dronepiloot voor SNC aan te bieden waarvoor dank! Helaas zijn alle 3 nesten gesneuveld, waarschijnlijk door het extreem natte weer. In 1 nest was nog een vaag beeld van een kuikenpootje, verder alleen maar wat donsveertjes en fragmenten van eierschalen.
Triest resultaat: alle jongen (die er wel waren) hebben het niet overleefd. Toch een lichtpuntje: op het nest langs ’s Gravenweg net voorbij cafe Rode Leeuw (Nieuwerkerk) zaten nog minstens 2 jongen die het wel zullen redden. Volgend jaar beter hopelijk.
Langs de ’s Gravenweg bloeit op meerdere plaatsen momenteel de Rietorchis (Dactylorhyza praetermissa; foto Marienke Favier). De gemeente heeft na overleg met en op aangeven van SNC besloten de bermen daar pas te maaien in de 2e maaibeurt (oktober). Ook gaf gemeente aan om andere groeiplaatsen van orchideeën te melden.
Op 10 juni vergadering Capels Natuur Netwerk (CNN). Dit orgaan is opgericht door gemeente. Naast gemeente nemen alle Capelse verenigingen en stichtingen op gebied van natuur hieraan deel. Het gaat over Natuur, Ecologie en Biodiversiteit in heel Capelle en hoe dit te versterken of te bereiken. Zal daar in een van de volgende blogs verslag over doen.
Tot slot nog een paar mooie Capelse waarnemingen:
Kristalbladroller (Celypha siderana; foto Jurriaan Koot – SNC).
Een micro-nachtvlindertje (een “motje”, 1 cm groot) met een schitterend kleurenpaneel. “Kristal” verwijst naar de blauwzilveren schubben op de vleugels. Vrij algemeen. Waardplanten waar eitjes op afgezet worden zijn Geitenbaard (Aruncus dioicus) en Moerasspiraea (Filipendula ulmaria). Zomaar op zijn voordeur…
Pauwoogpijlstaart (Smerinthus ocellata; foto Rob van Dorland). Deze schitterende macro-nachtvlinder ook thuis aangetroffen. Voor zover ik weet een eerste waarneming voor Capelle, hoewel die algemeen is in Nederland. Bij onraad spant hij zijn vleugels waardoor de “ogen” zichtbaar worden wat zijn belager hopelijk afschrikt. Waardplanten zijn Wilg, Ratelpopulier en Appelbomen. Overwintert als pop ondergronds.
Penseelkever (Trichius fasciatus; foto Gerrit Lammers). Een in onze regio geen algemene soort. Qua uiterlijk heeft de kever kenmerken van een bij of wesp (kleur, aftekening en beharing), waardoor roofdieren afgeschrikt worden (“Mimicry”). De beharing draagt bij aan bestuiving van planten (pollen die aan de haren vast kleven). De larve leeft 2 jaar lang in rottend hout.
Vuurlibel (Crocothemis erythraea; foto Gerrit Lammers). Een vrij zeldzame libel (familie Korenbouten, Libellulidae), een zuidelijke soort, maar lijkt noordelijk toe te nemen (klimaat?). Op foto een vrouwelijk exemplaar, het mannetje is helemaal vuurrood van kleur.
Van alles
Ik had deze lange blog al bijna klaar, maar gisteren iets bijzonders ontdekt waarmee ik toch maar ga beginnen: een nieuwe, echt zeldzame plant in Schollebos.
Roze Look (Allium roseum). Oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Europa, Balkan en Noord-Afrika. Mogelijk verwilderd. Weer een uiensoort erbij naast Daslook, Driekantig Look, Armbloemig Look en Kraailook.
Verder is er weer hard gewerkt.
4 Mei met vrijwilligers reuzenberenklauwen gestoken in Schollebos. Jurriaan (met bosmaaier) kreeg later wel paar – gelukkig maar kleine – blaren op zijn armen (tja niet bedekt).
Bij de berenklauwwerkzaamheden trof ik op het blad van Ridderzuring deze parende Zuringwantsen aan (Coreus marginatus).
11 Mei was de vlindertuin weer aan de beurt: bramen verwijderen, riet en gras afmaaien en afhooien. Het was warm. Anton en ik zaten hier even uit te rusten (foto van Jurriaan) hetgeen voor Jurriaan aanleiding was voor het nasturen van de volgende foto met als tekst “ik moest hier aan denken”…
Zwartkopvuurkever (Pyrochroa coccinea). In mijn vorige blog had ik de Roodkopvuurkever als waarneming gemeld en ook vermeld dat ook deze in Schollebos voorkwam. Prompt enkele dagen erna betrapte ik er een. De larven leven enkele jaren in rottend hout en eten daar larven van andere insecten. De volwassen kevers eten vooral stuifmeel en ook wel andere plantendelen. Gezien het nieuwe beleid om alle gekapte bomen te laten liggen zal deze soort waarschijnlijk toenemen.
Zwartpootsoldaatje (Cantharus fusca; ook wel Donker Soldaatje of Gewone Weekschildkever genoemd). Is een soort uit de familie Soldaatjes (Cantharidae) in Nederland met zo’n 50 soorten. Heel algemeen en vaak te zien op schermbloemigen (Fluitenkruid e.a.). Eten kleine insecten en plantenscheuten.
Landkaartje (Araschnia levana). Een bijzonder dagvlindertje dat in onze omgeving niet vaak gezien wordt. Deze ontdekte ik in Hitland-Zuid, maar is ook in Schollebos wel waargenomen. Op de foto is de voorjaarsvorm te zien. De nakomelingen van deze voorjaarsgeneratie (de zomergeneratie) zien er heel anders uit.
Landkaartje, zomergeneratie. Nu nog niet te zien.
Dit verschijnsel van verschillen in generaties heet Seizoensdimorfie. De nakomelingen van de zomergeneratie overwinteren als pop. De waardplant, waarvan de rupsen leven, is de Grote Brandnetel.
Ooievaars: heb twijfels over de broedresultaten. Langs ’s Gravenweg in Capelle geen tekenen van nageslacht. De 2 nesten zijn soms verlaten of er is alleen 1 ooievaar staande te zien (niet meer broedend in zit). Op het nieuwe nest in Schollebos zit nog wel 1 ooievaar te broeden. De broedtijd is ongeveer 32 dagen, maar pas na 2e ei wordt er gebroed. Als er na 5 weken geen jongen zijn, moet het broed als mislukt beschouwd worden. De enige hoop die er nog is, is dat pasgeboren jongen nog niet direct te zien zijn, dus houden we het op 6 weken. Langs ’s Gravenweg net voorbij de Roode Leeuw is wel succes te zien.
Dit nieuwe (4e !) nest wel resultaat. Net 1 koppie boven de nestrand te zien (foto Yvonne Commijs).
In Hitland waarnemingen van Nachtegaal, Bosrietzanger, Spotvogel, 4 Purperreigers, 2 Bruine Kiekendieven, 2 Grutto’s, Boomvalk.
Blauwalg. Ook dit jaar gaat SNC bij het Hondenstrandje in Schollebos het water testen op Blauwalg. De gemeente heeft een waarschuwingsbord geplaatst dat met een slotje kan worden geopend indien blauwalg is aangetoond. SNC beheert het sleuteltje. Door de opwarming van het klimaat met steeds nieuwe warmterecords is het risico op blauwalg groot (laatste 3 jaar steeds aanwezig). SNC heeft dit in overleg met gemeente op zich genomen omdat noch de gemeente, noch het waterschap zelf wil testen (Schieland test alleen officiële zwemwateren). Blauwalg is giftig voor honden, maar ook voor kinderen die vaak met hun honden daar spelen (vandaag nog!). Gemeente vergoedt wel de kosten.
Commotie “Strontvijver” Schenkel. In de wijk Schenkel is een grote vijver die diende voor opvang van rioolwater als de riolen de afvoer van hemelwater niet meer aan konden. Vandaar de door bewoners gegeven naam “Strontvijver”. Voor zover ik weet gebeurt zulke overstort niet meer. Gemeente is vorige week begonnen om daar Natuurlijke Oevers aan te leggen: beschoeiingen werden verwijderd en er wordt een oevertalud gemaakt waar kokosmatten met oeverplanten worden aangelegd. Op zich een prachtig initiatief waar SNC helemaal achter staat, maar…. niet doen tijdens het broedseizoen!! Paar maanden eerder in winter of later in najaar kon toch ook?? Bestaande oeverbegroeiing (o.a. riet) werd volledig verwijderd. Soorten die daar voorkomen zijn o.a. Kleine Karekiet, Cetti’s Zanger en Winterkoning. Wordt wel een itempje in komend overleg.
Vergaderen, activiteiten, natuurspotten
De 5 studenten van de Hoge Agrarische School (HAS) uit Den Bosch hebben een tussenpresentatie gegeven over de voortgang van hun afstudeerproject over het Schollebos. De opdracht daartoe kwam van gemeente. Onderwerpen ter bestudering en uitwerking betroffen 1) Bospercelen, Houtopstanden, Grastypen, 2) Plukgroen, 3) Flexibel Waterpeil, 4) Gedragsregels, 5) Routes en bebording, 6) Educatie. Zij zijn goed bezig en stonden open voor commentaren en aanvullingen van aanwezige stakeholders (Vrienden van het Schollebos). Op 13 mei een volgende brainstormsessie met deze enthousiaste studenten. Een mooi initiatief van de gemeente, een win-win-actie voor de studenten (die zijn blij met een concreet afstudeerproject) en de gemeente (“gratis” adviezen omtrent beleid en beheer voor Schollebos) en geen grote kosten voor externe adviesbureau’s. Natuurlijk blijft de vraag in hoeverre de gemeente de uiteindelijke aanbevelingen en conclusies als leidraad zal overnemen, maar ben daar redelijk optimistisch over.
Laatste weekeind van april samen met Anton en John 75 moerasplanten aangeplant in de moerassige delen van Schollebos (Gele Lis, Dotterbloem en Wederiksoort). Gemeenschappelijk beleid van SNC en Gemeente is “Natuurvolgend Beheer“, dus niet de Natuur tegenwerken met onnatuurlijk of dwangmatig beheer. Er zijn in het Schollebos op een aantal plaatsen moerassige bospercelen, waar vrijwel het hele jaar water staat. De meeste daar 45 jaar geleden aangeplante bomen gaan het daar niet redden. Motto: niet die bomen proberen te redden, maar die gebieden via natuurvolgend beheer om te vormen tot Moerasbos! Bestaande bomen die sneuvelen (meeste bomen staan niet graag met hun wortels in het water!) deels vervangen door bomen die daar wel tegen kunnen (wilgensoorten, Els) en het verder overlaten aan de natuur. SNC draagt daartoe bij door dit proces te versnellen door het aanplanten van elzen, wilgen, maar ook moerasplanten. De elzen en wilgen zijn door SNC zelf gekweekt; de moerasplanten zijn aangekocht door SNC, mogelijk gemaakt door onze donateurs.
Komend weekeind (4 mei) met vrijwilligers Reuzenberenklauw maaien en afsteken. Gevaarlijke invasieve exoot (wel mooi…). Doet u mee? Verzamelen om 13.00 uur bij Pannenkoekenhuis Bermweg. Lange mouwen, lange broek en handschoenen om huid te beschermen. Zelf een spa meenemen wordt op prijs gesteld. Na afloop gezellig een drankje aangeboden door SNC in Pannenkoekenhuis.
Het weekeind daarop (zaterdag 11 mei) met vrijwilligers een opschoonbeurt van de Vlindertuin in Schollebos. Wieden van Braam, Haagwinde en Riet. Ook verzamelen om 13.00 uur bij Pannenkoekenhuis Schollebos. Na afloop ook samen een drankje, aangeboden door SNC in Pannenkoekenhuis.
Moeraswolfsmelk (Euphorbia palustris). Een zeldzame inheemse plant van rietlanden en oevers. Deze paar jaar geleden door SNC aangeplant langs de nieuwe vijvertjes achter de Capelseweg en bloeit nu weer. Het geslacht Euphorbia telt zo’n 2300 soorten wereldwijd, vele ervan bekend als kamer- of sierplant (Kerstroos!). Het melksap is giftig.
Kroontjesknotszwam (Artomyces pyxidatus). Al enkele jaren aanwezig in Schollebos op 1 plek: een dode stam van een populier. Het vruchtlichaam zoals hier te zien is eenjarig. Zolang de schimmeldraden in het hout voorbestaan zal elk jaar deze wondermooie zwam weer als “vrucht” tevoorschijn komen. Het exemplaar dat nu te zien is, is wat klein en grauw, vandaar deze archieffoto. De naam: de toppen lijken op kroontjes. Van die dode stam is niet veel meer over, dus nu nog maar even van genieten. Nu bestempeld als “Vrij Algemeen”, paar jaar geleden nog als zeldzaam.
Zwavelzwam (Laetiporus sulphureus). Het zoveelste bewijs dat paddenstoelen/zwammen niet alleen maar in de herfst te zien zijn: zij zijn er jaarrond! De Zwavelzwam is een parasiet: hier op een al dode stam van een gevelde boom. De naam: de kleur is zwavelgeel. Hij is eetbaar en smaakt als kip (Engelse naam: Chicken of the woods). Ook deze zwam is eenjarig.
Roodkopvuurkever (Pyrochroa serraticornis). Dit mooie kevertje is weer te zien in Schollebos en waarschijnlijk ook elders. Is algemeen. Er bestaat ook een Zwartkopvuurkever (Pyrochroa coccinea) die zich onderscheidt door een zwarte kop en ook in Schollebos is waargenomen.
Deze week zijn ook de Koekoek en de Gierzwaluwen in Capelle teruggekeerd uit hun overwinteringsgebieden. We wachten nu nog op de Huiszwaluwen. De 3 ooievaarspaartjes zijn nog steeds aan het broeden en tot nu toe nog geen jongen te zien.
Varia
De lente vordert gestaag.
Gewone Vogelmelk (Ornithogalum umbellatum). Een inheemse plant, lid van de Aspergefamilie, vaak aangeplant als Stinseplant, in dit geval al enige jaren geleden door SNC in het Schollebos. Staat nu in de knop en enkele al in bloei. Prachtige bloemen die sluiten bij regen en kou. De bladen zijn grasachtig en liggen meestal plat op de grond. Zien?: vanaf pannenkoekenhuis 1e voetpad rechts aan linkerkant. Goed zoeken!
Op de enkele dagen dat het zonnig en vrij warm was, kwamen de insecten weer tot leven.
Leliehaantje (Lilioceris lilii). Klein (8-10 mm) rood kevertje met zwarte pootjes uit de familie van Bladkevers (Chrysomelidae), ook wel Goudhaantjes genoemd. Voor Lelietelers een schadelijk insect vanwege de vraat aan de bladeren. Hier in mijn tuin op de bloeiende Gewone Salomonszegel (Polygonatum multiflorum).De larfjes lijken op kleine vliegenmaden die zich camoufleren met hun eigen poep. Naast het Leliehaantje komen uit deze familie in Capelle ook het Groen Zuringhaantje (Gastrophysa viridula; vooral op Ridderzuring) en het Elzenhaantje (Agelastica alni; op o.a. Els) voor.
Ruittijger (Nephrotoma flavipalpus). Een vertegenwoordiger van de familie der Langpootmuggen (Tipulidae). De muggen zelf zijn onschadelijk (steken niet – niet dood slaan dus! – en eten geen gewassen), maar hun larven , Emelten, wel. Emelten leven in een holletje net onder het maaivlak van vooral grasvelden en komen ’s nachts bovengronds om zich tegoed te doen aan het groen (eten dus niet van de wortels, zoals vaak gedacht). De emelten zijn dus schadelijk voor grasvelden (sport- en recreatievelden), maar omdat ze zo dicht onder het maaiveld zitten weer een grote voedselbron voor egels, mol, muizen en veel vogels (spreeuw, groene specht, ooievaar, buizerd, kauw, scholekster, e.a.: allemaal foeragerend waargenomen op Sparta-sportvelden in Schollebos). Kortom een belangrijke schakel in het ecosysteem.
Mijn echtgenote ontdekte op haar werkkamer een “hele grote wesp” en vroeg me die alsjeblieft te verwijderen. Het bleek een Europese Hoornaar (Vespa crabro) te zijn en gelukkig geen Aziatische Hoornaar (Vespa velutina) die als invasieve exoot onze honingbijen bedreigt. De Europese Hoornaar heeft zwarte poten en de Aziatische gele poten. De Europese is tot 3,5 cm groot en daarmee de grootste wespensoort. Hij is niet agressief en steekt alleen bij directe bedreiging; de steek zelf is wel pijnlijker dan die van een honingbij. Hij doodt andere insecten om aan hun larven te voeren. Die larven produceren weer een suikerrijke vloeistof aan de werksters die daarmee weer meer energie krijgen om meer insecten te vangen. Afijn, een glas erover en een kaart eronder en weer losgelaten in de tuin. Kijk nog even goed waar de naam “wespentaille” vandaan komt….
Vuurjuffer (Pyrrhosoma nymphula). Een van de vroegst vliegende libellen en een vaste bewoner in mijn tuinvijver. Afgelopen week de eerste exemplaren. Vooral de mannetjes, zoals op deze foto, doen hun naam eer aan met hun scharlakenrode kleur. De larven overwinteren onder water.
Goed kijken en luisteren leveren vaak mooie momentjes op. In Schollebos staan vele honderden jonge Esdoornzaailingen. Op het bovenblad kan je hier soms de “Gallen” van de Esdoornhoornmijt (Aceria macrorhyncha) vinden zoals hier op foto. Mijten zijn microbeestjes (deze 0,5 mm) die behoren tot de Spinachtigen (Arachnida); volwassen exemplaren hebben 8 pootjes (insecten 6 pootjes). De esdoornhoornmijt legt haar eitjes in het blad van de esdoorn. De esdoorn reageert door die eitjes af te kapselen met weefsel, waardoor een “Gal” ontstaat (vergelijk het met een puist bij de mens als reactie op een indringer in de huid). Maar dat is net waar die mijt op uit was: dat afstotingsweefsel is net de voedselbron voor die larven. Niet echt schadelijk voor de boom. Wel weer een mooi voorbeeld hoe in de natuur soorten van elkaar afhankelijk zijn!
Tot slot toch nog een triest bericht dat ik kreeg doorgestuurd:
Doodgereden Otter bij Rivium (zie de verkeersborden voor locatie). Capelle is de dichtst bevolkte gemeente van Nederland en ook nog een belangrijke verkeersverbinding met omringende gemeentes. De Otter was uitgestorven in Nederland, maar maakt nu weer een come-back na uitzetten van otters van Oost-Europa. Zij doen het goed, maar het aantal verkeersslachtoffers neemt toe. Meestal betreft het jonge volwassen exemplaren die op zoek zijn naar een eigen territorium. Al eerder zijn (niet bevestigde) meldingen gemaakt van otters in de IJssel. Hitland en Schollebos zouden best wel geschikt kunnen zijn?
En nog een laatste bericht: in de IJssel nabij de Algerabrug zou een Zeehond gezien zijn. Het filmpje verspreid op social media vond ik niet overtuigend, misschien een Bever of Otter??
Ooievaars en ander nieuws
Er was veel verwarring over de frequent waargenomen ooievaars op het recent geplaatste kunstnest in het Schollebos langs de “Grote Speelweide”: was het een nieuw paartje, of waren het de ooievaars die langs de ’s Gravenweg al aan het broeden zijn (2 paartjes) en regelmatig aan het voedsel zoeken waren (op Spartasportvelden en de “Grote Speelweide”). Ik geloofde niet in een 3e ooievaarspaar binnen 1 week na plaatsing van het kunstnest. Maar afgelopen maandag leek het pleit beslecht: vrij zeker een 3e paar ooievaars. De 2 nesten langs de ’s Gravenweg waren bezet, maar dezelfde middag ook het nest in Schollebos (weliswaar met ruim 1 uur tijdverschil). Ook zijn nestelactiviteiten vastgesteld: aanbrengen van takjes, uitbundig klepperen als partner terugkeert en zelfs paring.
De Boerenzwaluwen zijn inmiddels teruggekeerd na hun winterverblijf in Afrika. Broeden op de Capelse Manege in de paardenstallen. Jaagt op insecten laag boven de grond. Altijd de eerste terugkerende zwaluwsoort. De huiszwaluw komt veel later terug net als de Gierzwaluw welke laatste eigenlijk geen echte zwaluw is.
Ook al is de lente al ver gevorderd, Frank Oling spotte nog een vrij zeldzame doortrekker: de Beflijster (hier archieffoto). Een broedvogel van Noord- en Oost Europa, die overwintert in Zuid Europa en Afrika. Is al enkele keren in de laatste jaren op Spartasportvelden (Schollebos) gezien in de trektijd. Is zwart met een duidelijke witte halvemaanvormige tekening (bef) op de borst.
Gemeente Capelle heeft ook dit jaar de “BioBlitz Capelle” georganiseerd. Doel: gedurende 1 jaar (1 april 2024 – 31 maart 2025) zoveel mogelijk aantal soorten Capelse flora, fauna en paddenstoelen vast te leggen middels foto’s. Vorig jaar werden 1600 soorten vastgesteld. Doe mee! Een soort BurgerScience-project. Het resultaat geeft een beeld van de biodiversiteit binnen onze gemeente. Het enige wat u hoeft te doen is de app Obsidentify op uw telefoon te downloaden (gratis) en uw foto’s door deze app te laten beoordelen (identificeren) en te uploaden: de gegevens worden automatisch doorgegeven naar Waarneming.nl. Geen tuin- of kamerplanten! Door dit elke jaar te doen zijn mogelijk tendensen waar te nemen (toe-/afname van soorten). Gaat niet om zeldzame of bijzondere soorten. Madeliefje, Kraai, Mus, alles dus!
Boshyacinth (Hyacinthoides-soort). Aangeplant als Stinseplant in Schollebos. Kleur van de bloemen wit of blauw. Nu nog maar paar bloeiende planten, maar binnenkort veel meer.
Zadelzwam (Polyporus squamosus).
Paddenstoelen zijn er niet alleen in het najaar, maar het hele jaar door. Nu in Schollebos op meerdere plaatsen zadelzwammen. Deze op foto waren wel erg groot, bijna halve meter doorsnee! Is een buisjeszwam (familie Polyporaceae): de sporen worden gevormd in de aan de onderkant gelegen buisjes. Algemeen.
Zwerminktzwam (Coprinus disseminatus). Geslacht van Inktzwammen (Coprinus) telt vele soorten. De meeste zijn algemeen net als deze. Nu ook in Schollebos op meerdere plaatsen op dode boomstronken. Altijd in zwermen. Hoedje is zo’n 1 cm doorsnee.
Gewone Wimperzwam (Scutellinia scutellata). Een zwammetje met een diameter van enkele millimeters. Rood-oranje puntjes op rottende houtstammen. Langs de rand zwarte uitstekende “haren”. Kleine juweeltjes, dus goed opletten! Deze gisteren aangetroffen in Schollebos.