blog archief

Rectificatie

Eerlijk is eerlijk:

Ons medebestuurslid John Renirie heeft verder onderzoek gedaan naar het vleermuizenverhaal in mijn laatste blog over renovatiewerkzaamheden in Aida (en naar blijkt ook in Arabella). Het blijkt dat er wel degelijk een onderzoek is gedaan naar het voorkomen van vleermuizen door een ecologisch adviesbureau en dat daarbij 7 verblijfplaatsen van 3 vleermuissoorten  zijn vastgesteld. Havensteder heeft een aannemer de opdracht verleend. Daarop is door de aannemer bij de regio Haaglanden een ontheffing aangevraagd van de Natuurwet  (al in 2022!) om deze verblijfplaatsen opzettelijk te mogen verstoren bij die werkzaamheden.  Havensteder blijft wel als opdrachtgever eindverantwoordelijk voor dit renovatieproject. Haaglanden heeft deze ontheffing verleend op voorwaarde dat “mitigerende” maatregelen (= een soort compensatie) worden getroffen. De werkzaamheden betreffen nieuw voegwerk en nieuwe muurankers. De spouwruimtes (waar de vleermuizen verblijven) worden niet geïsoleerd en blijven open. Die “lullige vleermuiskastjes”  (zie foto) blijken geen vleermuiskastjes te zijn, maar een model “Exclusion Flaps” die sprekend lijken op een echt vleermuiskastje. Deze Exclusion Flaps zorgen ervoor dat de vleermuizen de opening in de gevel waar zij gebruik van maken wel uit kunnen vliegen voor en tijdens de werkzaamheden, maar niet meer erin. Ter compensatie worden in de omgeving wel echte vleermuiskasten opgehangen wat ook is gebeurd. 

De aanwezige broedplekken van de Gierzwaluw (onder dak) worden gelukkig niet aangetast door de werkzaamheden mede door het tijdstip van die werkzaamheden (zij komen laat terug uit Afrika).

Tot zover de correctie. Allemaal volgens de bestaande regels en wetgeving. De vraag is echter nog steeds of met de reparatie van het voegwerk de toegang tot de spouwruimte al dan niet definitief verloren is en er weer 7 verblijfplaatsen van vleermuizen verloren zullen gaan (zeker de Gewone en Ruige Dwergvleermuis  hebben genoeg aan een spleetje ter breedte van een voeg om in de spouw te komen). Ook de vraag of verdreven vleermuizen echt gebruik zullen maken van de tijdelijke vleermuiskasten die als “mitigerende maatregel” in de omgeving zijn opgehangen (die mogen na 1 jaar weer verwijderd worden als er aantoonbaar geen vleermuizen in huizen). De enige echt mitigerende maatregel blijft mijn inziens het inmetselen van vleermuisverblijfplaatsen in de buitenmuur. Men kan dan zelfs de spouwmuren isoleren zonder ze te verstoren! En tot slot: worden zulke vergunningaanvragen binnen de gemeente gepubliceerd?? SNC leest alle gemeentelijke vergunningen, maar deze was ons echt onbekend. Vanaf medio dit jaar wordt in het Bouwbesluit opgenomen dat nestgelegenheid een standaardvoorziening wordt in nieuwbouw. Nu ook nog graag bij renovaties, anders gaat het met de vleermuizen net als met de huismus waarvan de populatie sinds 50 jaar mede door bouwbesluiten al meer dan gehalveerd is!

Van alles en overpeinzingen

 

 

Onze winterexcursie was geslaagd. Enthousiaste deelnemers, goed weer. Bij de start bij Pannenkoekenhuis zagen we al 2 buizerds boven het Spartasportveld vliegen. Ik was net aan het vertellen over het wel en wee van de Capelse ooievaars toen er 1 over kwam vliegen!! Het ooievaarspaartje dat al meerdere nesten heeft voortgebracht blijft ook ’s winters hier. Je kan ze vaak samen zitten op een lantaarnpaal bij kruising Couwenhoekseweg en Rijckevorselweg. Steeds meer vogelsoorten overwinteren hier en trekken niet meer naar Afrika om daar te overwinteren. Waarom zouden ze? Vandaag 16 graden in midwinter! De meeste elfstedentochten waren in februari! 

Tijdens de excursie een (voor mij) nieuwe soort, dankzij Marienke: 

Viltig Judasoor  (Auricularia mesenterica). Net als het Echt Judasoor (Hirneola auricula-judae) een vertegenwoordiger van de Trilzwammen (Tremales). Qua uiterlijk lijkt het niet op een trilzwamsoort, maar het is er echt een: een gelatineus vruchtlichaam als een drilpudding. Matig algemeen.

 

 

 

Paddentrek (foto Jurriaan Koot). De paddentrek is nu al begonnen. Jurriaan (bestuurslid SNC) maakte deze foto in Schollebos afgelopen week. De Gewone Pad (Bufo bufo) houdt een soort winterslaap in verborgen ruimtes onder de grond, in oude mollengangen, kapotte riolen, enz., soms op honderden meters afstand van hun geboortewater. Als de temperatuur in voorjaar boven de 8 graden komt, komen ze tevoorschijn om naar hun geboortesloot of -vijver te trekken. Tijdens die nachtelijke trek moeten ze vaak wegen oversteken wat veel padden het leven kost. 

Vorige week een melding van een Roerdomp in Schollebos:

Roerdomp (Botaurus stellaris; archieffoto SNC). ’s Winters regelmatige waarnemingen van rondzwervende Roerdomp in Schollebos. Zeer schuwe reigersoort met schitterende camouflagekleuren in rietkragen, maar in Schollebos ook in Kleine Lisdodde-kragen (noordkant “Grote Vijver”) zoals deze waarneming en archieffoto. Bij mogelijk onraad verstijft de vogel in de zogenaamde paalhouding: strak omhoog met snavel hemelwaarts waardoor zijn camouflage het meest tot zijn recht komt. Geen broedvogel Capelle, maar wel Rottemerengebied en Hitland.

 

Scholekster (Haematopus ostralegus; foto Vogeldagboek.nl). In Capelle een broedvogel op platte daken. Trekt tegen de winter weg richting strand. Nu al weer terug. Oorspronkelijk een kustvogel, daar verdrongen (toerisme) en uitgeweken naar akkers en weilanden en daar ook weer verdrongen (intensieve landbouw) en min of meer een stadsvogel geworden (in Capelle bijna in alle wijken). Eet hier vooral regenwormen in plantsoenen. De kustvogels aten schelpdieren waarvan ze met hun aangepaste snavel de sluitspieren doorsneden. De snavelvorm in stedelijk gebied is veranderd omdat dat niet meer nodig is. Evolutie in een notendop. Maar waar houdt het op? Telkens als ik hun “TpieTpie” hoor als ze overvliegen krijg ik medelijden: zij horen niet thuis in de stad! Het zijn vluchtelingen, net als vele andere diersoorten die het kale platgeslagen platteland ontvluchten en wanhopig in de stad nog een heenkomen proberen te vinden. Klinkt bekend? De stad wordt daarmee steeds meer een eindstation, maar moet daarom ook een bron voor herstel van dat platteland worden! Elke gemeente dient zich hiervan bewust te zijn en een stads-ecologisch beheer te voeren…..

In dit kader spreek ik daarom ook HAVENSTEDER aan bij renovaties en isolatieprojecten zoals hier bij Aida in Schollevaar, maar ook in Schenkel. Als een particulier zijn spouwmuren wil isoleren, moet hij wettelijk eerst een duur onderzoek laten doen naar het voorkomen van Vleermuizen. Havensteder trekt zich daar niks van aan en gaat gewoon haar gang, totdat o.a. SNC aan de bel trok.

Havensteder reageerde met het ophangen van een paar krakkemikkige vleermuiskastjes wat nergens op sloeg: vleermuizen die spouwmuren als verblijfplaatsen hebben gaan NOOIT in zo’n lullig kastje hun nieuwe tehuis zoeken.

 

Bij aanwezigheid van vleermuizen en plannen voor spouwmuurisolatie is voor zo’n miljoenenbedrijf een eenvoudige oplossing: in muren vleermuizenverblijfplaatsen inmetselen. Kosten voor Havensteder geen drol! Waarom in vredesnaam die ONWIL? Sterker nog: waarom zelfs de WETGEVING negeren?? Kortom: het wordt hoogste tijd dat gemeente en Havensteder de koppen bij elkaar steken om NATUURINCLUSIEF te bouwen en renoveren. De burger wel en overheid niet gehouden aan wetgeving?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Midwinter

Het is midwinter, maar alweer temperaturen ruim boven gemiddeld. De eerste lentebodes verschijnen al.

Gele Kornoelje (Cornus mas). In Schollebos aangeplante struik. Bloeit op de kale takken. Nu al in half januari in bloei (normaliter pas in februari).

 

 

 

 

 

 

Winterakoniet (Eranthis hyemalis). Een Stinseplant, oorspronkelijk uit Midden en Zuid-oost Europa. In oostelijk Schollebos langs Nieuwerkerkse Tocht aangeplant en nu bloeiend. Familie Ranonkelachtigen (net als bijv. boterbloem).

 

 

 

 

Sneeuwklokje (Galanthus woronowii). Volop bloeiend op diverse plaatsen in Schollebos. Ook een Stinseplant oorspronkelijk afkomstig uit Klein Azië.

 

 

 

 

 

 

De gevleugelde wintergasten verdwijnen langzaam uit onze contreien, maar soms worden er af en toe nog wat gezien. De Barmsijsjes waren nog enige tijd aanwezig, maar hebben Capelle weer verlaten. Hier en daar nog enkele Slobeenden.

 

Grote Gele Kwikstaart (Motacilla cinerea). Paul Sinnema betrapte dit fraaie vogeltje op plat dak in de wijk Schollevaar vanuit zijn woning. In Nederland verreweg alleen als wintergast aanwezig.

 

 

 

 

Slobeend (Anas clypeata; foto Gerrit Lammers).

 

 

 

 

 

 

 

Bergeend (Tadorna tadorna; foto Gerrit Lammers). Gerrit ontdekte deze fraaie eend in weiland langs de Schollevaartse Tocht. Broedvogel Nederland (broedt vooral in verlaten konijnenholen langs kuststreken), maar ook trekvogel. 

 

 

 

Werkzaamheden Schollebos

De kapwerken voor dit winterseizoen zijn aan het eind gekomen. Het ziet er nu op veel plekken nogal armzalig en kaal uit. Echter voor de lente aanbreekt worden er zo’n 700 nieuwe bomen en struiken geplant. Voor het merendeel werden zieke en dode Essen gekapt. Deze worden vervangen door andere soorten: meer variatie zorgt voor minder bevattelijkheid voor boomziektes en meer biodiversiteit. Op de grote speelweide zijn enkele grote abelen gekandelaberd (gesnoeid tot alleen de grote zijtakken overblijven) omdat ze of duurzame bomen in belendend bosseizoen het licht ontnemen, of vanwege gevaar van takbreuk.

Op plaatsen waar duikers zijn vervangen worden de kale grondstroken op advies van SNC ingezaaid met kruidenrijk graszaadmengsel.

SNC heeft gemeente aangesproken op wateroverlast op het fietspad langs de leidingenstrook (vanaf pannenkoekenhuis richting wijk Schollevaar). Lastig voor scootmobiels (die slaan dan af!), maar ook voor overstekende voetgangers. Langs de bermen worden nu door gemeente ondiepe goten gegraven om overtollig water te bergen. Resultaat afwachten.

Nationale Tuinvogeltelling.

In Nederland hebben 113.976 deelnemers meegedaan. Er werden totaal 1.606.415 vogels geteld! Op 1e plek weer de Huismus (maar sinds 1980 is de populatie meer dan gehalveerd!). Als goede tweede de Koolmees, die het steeds beter doet. In Capelle 357 deelnemers met 4.153 getelde vogels en de Koolmees aan top, de Kauw als tweede en de Huismus slechts als derde. Zelf heb ik een heel groene grote achtertuin met vijver, maar in 45 jaar geen mus gezien! Wel veel andere soorten. Voor meer info: vogelbescherming.nl.

Uit de oude doos:

Ik doe ’s winters aan vogelvoedering. In 2015 een bijzonder tafereel:

Prachtrosella (Platycercus eximius), Halsbandparkiet (Psittacula krameri) en “jaloers” toekijkende vrouw Fazant (Phasianus colchicus). De Rosella bivakkeerde toen ruim 1 jaar in Schollebos waar die als eenzaam individu het gezelschap volgde van Halsbandparkieten; ongetwijfeld een ontsnapt exemplaar en oorspronkelijk uit Australië. Daarna verdwenen…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Drukte in vogelland

De extreme nattigheid heeft eindelijk plaats gemaakt voor heuse vrieskou, alhoewel dat waarschijnlijk niet zo lang zal duren. Opvallend is dat bij die vrieskou altijd veel meer vogelactiviteit is te zien. De afgelopen dagen waren voor vogelaars een feest.

Momenteel steeds vaker groepen met Barmsijzen in Capelle te zien. Er is landelijk sprake van een heuse invasie van deze wintergast uit Noord- en Oost Europa. De grootste groep (meer dan 100!) tot nu toe was even te zien in mijn achtertuin en even later in Schollebos. Frank Oling stapte meteen op de fiets om deze drukke baasjes op foto vast te leggen.

(Grote) Barmsijs (Carduelis flammea; foto’s Frank Oling).

Vooral te zien in elzen, waar ze de zaadjes uit de elzenproppen peuteren, net als de puttertjes (zie onder). Vinkenfamilie. Zaadeter: kegelvormige snavel.

 

 

 

Putter (Carduelis carduelis; foto Vogeldagboek.nl).

Paar keer per week zie ik een groepje puttertjes in mijn achtertuin zaadjes zoekend in de elzenproppen zoals hier op de foto van Adri de Groot. Vanwege hun voedselwaarde in de winter heeft SNC bij gemeente gevraagd om na de kap van zieke essen bij herplant in Schollebos meer elzen aan te planten. Elzen kunnen ook veel beter tegen natte grond. Broedvogel Capelle. Vinkenfamilie. Zaadeter: kegelvormige snavel.

 

 

 

Grote Gele Kwikstaart (Motacilla cinerea; foto Gerrit Lammers). Gerrit betrapte dit fraaie vogeltje in Schollebos. Hoewel een zeldzame broedvogel in Nederland, de winterwaarnemingen betreffen vrijwel uitsluitend wintergasten uit Noord- en Oost Europa. Bijna elke winter wel incidenteel gespot in Capelle. Sterk watergebonden als broedvogel (snelle beken, rivieren, maar ook ’s winters meestal langs water zoals hier op foto. Insecteneter (spits snaveltje).

 

Houtsnip (Scolopax rusticola; foto Vogeldagboek.nl). Meerdere waarnemingen in Schollebos, maar niet zeker dat het dan ook gaat om meerdere exemplaren. Broedvogel van voornamelijk oost-Nederland, maar hier alleen als wintergast uit vooral Noord- en Oost Europa. Erg schuw en meestal gezien als ie opgeschrikt wordt (net als fazant) waarna ie zigzaggend tussen de bomen door wegvliegt. Hoofdvoedsel: regenwormen.

 

Dodaars (Tachybaptus ruficollis). Ook voor Capelle een wintergast, hoewel in Nederland toch een broedvogel. Afgelopen paar weken af en toe gespot in Schollebos. Kleinste fuutsoort. Erg schuw: zwemt meestal kort onder met riet begroeide oevers van vijvers en Nieuwerkerkse Tocht en duikt snel onder als ie zich bespied voelt. Voedsel bestaat voornamelijk uit waterinsecten en daarom is een goede waterkwaliteit een eerste vereiste. Tot slot: het is “Dod-aars” en niet “Do-daars”: “Dod” verwijst naar de witte verenpluim aan hun achterste “Aars”.

Verder waren te zien/horen: Grote Zilverreiger, Koperwiek, IJsvogel, Buizerd, Sperwer, Bosuil, Heggenmus, Grote Bonte Specht, Groene Specht, enz. In de namiddag regelmatig overtrekkende, luid gakkende Grauwe Ganzen in V-formatie op weg naar hun nachtelijke rustplaatsen.

Naast dit vogelgeweld ook nog leuke paddenstoelen in Schollebos (zie ook vorige blog: Rode Kelkzwam):

Gewone Wimperzwam (Scutellinia scutellata; foto Jurriaan Koot). Een klein zwammetje (2-12 mm in doorsnee) vaak over het hoofd gezien, maar algemeen op rottend hout in vochtig bos. Vorm als een klein kussentje (geen steel). Aan de buitenrand getooid met zwarte “haren” = “Wimpers”.

 

 

 

 

 

 

Gewoon Fluweelpootje (Flammulina velutipes). Echt een wintersoort. Op dode stammen en stronken van loofbomen, algemeen. De steel is fluweelachtig, zwart in top uitlopend in geel.

 

 

 

 

De dagen lengen weer

Het is inmiddels kerst als ik dit schrijf. De kortste dag – het begin van de astronomische winter , 21 december – is al weer achter de rug en de dagen beginnen weer te lengen. 2023 wordt waarschijnlijk het natste jaar ooit gemeten. Een echte witte kerst is heel lang geleden.

SNC heeft niet stilgezeten. Er waren diverse vergaderingen met gemeente. Ook met gemeente een rondgang door het deel van Schollebos waar in januari weer bomen gekapt moeten worden (ziek of dood). Met vrijwilligers vogelnestkasten geïnspecteerd en schoongemaakt.

Het was koud en nat. Van de 28 mezenkasten die afgelopen jaar door gemeente in Schollebos zijn geplaatst waren er 25 nesten met duidelijke nestbouw. 3 Nestkasten bevatten geen nestmateriaal, maar in 2 ervan wel tientallen overwinterende Lieveheersbeestjes in een soort winterslaap (“Torpor”). In een paar bebroede nestkasten troffen we ook een dode nachtvlinder aan met meerdere lege poppen (soort niet meer te achterhalen). In 2 nesten troffen we nog een niet uitgekomen eitje aan. De nestkastjes zijn alle mezenkastjes en vooral opgehangen aan eiken i.v.m. biologische bestrijding van de eikenprocessierups. Een succesvolle actie! 

 

 

Veelkleurig Aziatisch Lieveheersbeestje (Harmonia axyridis). Deze verzameling in het nestkastje maakt zijn naam “veelkleurig” duidelijk. Helaas een invasieve exoot en een agressieve rover die o.a. de larven van andere lieveheersbeestjes opvreet. Daarnaast is hij ook drager van een voor andere lieveheersbeestjes dodelijke schimmel waarvoor hij zelf immuun is. Inmiddels helemaal ingeburgerd en bestrijding ervan niet te doen. We hebben dan ook deze gespaard en niet gedood en niet verwijderd.

 

 

Een 2e groepje vrijwilligers heeft diezelfde dag bramen gesnoeid en knotwilgjes geknot in de vlindertuin. Het onderhoud in de vlindertuin willen we komend jaar intensiveren, want nog steeds is de rietgroei nog niet onder de knie. Bovendien een nieuwe woekeraar erbij: haagwinde (“piespotjes”). Aanhouder wint….. Na afloop met beide groepjes lekker opwarmen en opdrogen in Pannenkoekenhuis onder het genot van een drankje.

Dan typische winterwaarnemingen afgelopen weken:

 

Slobeend (Anas clypeata). Weliswaar een Nederlandse broedvogel van polders, maar in Capelle alleen in winter te zien. Dichtstbijzijnde broedplek is Hitland, maar heel spaarzaam. Afgelopen paar weken in kleine of grotere groepen te zien op de grotere vijvers in Schollebos. De mannetjes zijn werkelijk schitterend van kleur zoals op deze foto. Man en vrouw hebben een bijzondere lepelvormige snavel waarmee ze voedsel slobberen net onder het wateroppervlak. Groepjes herken je al van verre: bij het voedsel zoeken draaien ze rondjes om elkaar heen (waardoor voedsel omhoog komt?).

(Grote) Barmsijs (Carduelis flammea). Een familielid van de Vinken (Fringillidae) en uitsluitend ’s winters in Nederland te zien. Deze winter een invasie van deze prachige wintergastjes uit Noord-Skandinavie en verder oostelijk Europa al een paar weken in Capelle gespot. Groepjes en groepen in Schenkel en Schollevaar. Vaak foeragerend op de zaadjes in de elzenproppen van afgelopen jaar. 

 

Rode kelkzwam (Sarcoscypha coccinea;foto  Marienke Favier).Deze vrij zeldzame zwam is de laatste jaren steeds op enkele plaatsen in Schollebos te bewonderen, meestal vanaf half januari, maar nu dus een paar weken eerder. Groeit op dode takken van loofbomen die half begraven in vochtige, voedselrijke grond liggen.

 

 

 

Grote Zilverreiger (Casmerodius albus; archieffoto). Deze statige reiger is nu regelmatig te zien tussen Rijckevorsselweg en ’s Gravenweg en in Schollebos. Broedvogel in Oostvaarderplassen en enkele andere natuurgebieden in Nederland. Na de broedtijd uitzwermend naar vooral polders. Ook veel wintergasten uit Oost-Europa.

 

Overige waarnemingen:

Hermelijn (Mustéla erminea; foto Gerrit Lammers). Gerrit betrapte hem aan de rand van de Capelse Golfbaan langs de Ringvaart (langs de Ringvaart loopt een leuk wandelpad). Zelf ooit zo’n 43 jaar geleden 1x een hermelijn gezien bij de ingang van toen-nog-niet-aangelegd Schollebos. Ontzettend leuk dat hij toch nog (of weer?) in Capelle voorkomt! Verwarring is mogelijk met Wezel, maar Hermelijn is groter, heeft zwarte staartpunt en is goede zwemmer (wezel zwemt zelden). Normaliter verwisselt de hermelijn zijn bruine bovenvacht ’s winters voor een witte vacht, waardoor hij – op staartpunt na – geheel wit is. Maar naarmate de winters zachter worden (Klimaat!) zien we ook ’s winters steeds vaker een blijvende bruine bovenvacht. Met deze waarneming is het huidige bestand van marterachtigen gestegen tot 3: Wezel, Bunzing, Hermelijn! Allemaal furieuze killers van allerlei knaagdieren (tot hazen en konijnen toe!) en vogels.

 

De Bosuil (Strix aluco) wordt nu ’s avonds regelmatig gehoord (Schenkel, oost-Schollebos).Al jaren een vaste broedvogel in Capelle. Broedt heel vroeg, soms al in januari, en begint dus ook nu al avances te maken.  

 

 

 

Tot slot: de eekhoorns in Oostgaarde. Ik heb de foto opgestuurd naar de Zoogdierenvereniging Nederland. Er was namelijk binnen onze waarnemingsappgroep twijfel ontstaan of het werkelijk om onze inheemse Rode Eekhoorn ging. Deze is qua uiterlijk namelijk vrijwel identiek aan de Japanse Eekhoorn (commercieel verhandeld als huisdier). Antwoord: niet op uiterlijk definitief te onderscheiden, alleen DNA-onderzoek geeft uitsluitsel. Mijn conclusie: vrijwel zeker ontsnapte of gedumpte Japanse Eekhoorns, want een spontane vestiging van 2 (!) exemplaren van onze inheemse eekhoorn is vrijwel uitgesloten (zie vorige blogs).

 

 

 

 

 

 

Op naar 2024

Taaie leesstof, maar oproep aan SNC-volgers en de politiek!

Dit keer geen mooie foto’s en natuurnieuwtjes, maar een serieus onderwerp over de toekomst van Capelle.

Gemeente Capelle maakt steeds meer werk van samenwerkingsverbanden met natuurorganisaties op lokaal niveau (bravo!). SNC is daarbij steeds een hoofdrolspeler. SNC heeft nu regulier overleg met gemeente op 3 niveau’s , alle onder de regie van afdeling StadsBeheer (SB):

1) “1-op-1” overleg SNC-Gemeente

2) Als deelnemer aan “Vrienden van het Schollebos” (meerdere stakeholders, niet altijd natuurgerelateerd).

3) Als deelnemer aan “Capels Natuurnetwerk” (natuurorganisaties in Capelle)

Voor SNC levert dit vaak dubbel of zelfs driedubbel werk op, want in al dit overleg ventileren we natuurlijk steeds onze zelfde visies en wensen. Toch moeten we erbij blijven, want zonder tegengeluid of (!) juist ook instemming zetten we ons zelf buitenspel. SNC probeert altijd om constructief mee te denken met ontwikkelingen die van gemeentezijde worden geïnitieerd die gevolgen kunnen hebben voor de natuur in Capelle. De samenwerking met SB  gaat steeds beter met positieve natuurresultaten.

Maar recent heeft afdeling Stadsontwikkeling (SO) van de gemeente een nieuw project gelanceerd: SoortenManagementPlan (SMP). Aan deelnemers van het Capels Natuurwerk is door SO gevraagd om hierover mee te brainstormen en data te leveren over het voorkomen van beschermde soorten in de Capelse wijken. Beetje vreemd, want het beschermen van beschermde soorten en bevorderen van biodiversiteit ligt eerder bij de afdeling Stadsbeheer (SB).

SO initieert natuurlijk niet voor niets dit plan. Ondanks dat Capelle tot haar gemeentegrenzen is volgebouwd moeten er nog steeds minstens (!) 7000 of meer dan het dubbele daarvan aan woningen bijkomen, deels door nieuwbouw, deels door inbreiding, deels door oude woningen/gebouwen te slopen en te vervangen door nieuwbouw (veel hoogbouw). (Vraag: is dit een wens van SO of het college?). Bij deze bizarre extra woningbouw loopt de gemeente (SO? College?) vaak op tegen natuurwetgeving. Ook bij duurzaamheidsprojecten zoals spouwmuur- en dakisolatie is dat het geval: eerst moet een gedegen onderzoek gedaan worden naar het voorkomen van vleermuizen of andere beschermde diersoorten. Om te voorkomen dat voor iedere keer per woning of straat zo’n onderzoek moet worden aanbesteed (wat een kostbare zaak wordt), wil de gemeente (of SO alleen?) nu een gebiedsgericht onderzoek in heel Capelle doen naar het voorkomen van beschermde soorten die in woningen/gebouwen hun nest-/verblijfplaatsen hebben. De daardoor ontstane database zal  die beschermde status van soorten vastleggen (die status hadden ze sowieso al, dus is GEEN WINST!), maar anderzijds voor de “bouwers”/”betonboeren” handvatten leveren op grond waarvan zij al dan niet ontheffing kunnen verkrijgen om tòch te kunnen bouwen of isoleren. Naast de vraag aan ons om bij te dragen aan die database, heeft gemeente  ook een ecologisch adviesbureau ingeschakeld. SNC heeft zich bereid verklaard om haar gegevens te delen, maar wij roepen ook al onze natuurvolgers op om data aan ons door te geven: immers hoe minder gegevens over beschermde soorten er worden vastgelegd, des te meer kunnen de “betonboeren” rustig hun gang gaan. Argumenten van SO en adviesbureau (wiens brood men eet, diens woord men spreekt?) als zouden zij juist de biodiversiteit hiermee willen bevorderen verwijzen we naar de Fabeltjeskrant.  Dus: weet u in uw straat/buurt/wijk plaatsen waar in/aan/op/in de buurt van woningen/gebouwen/schuren/garages, e.d. de volgende soorten voorkomen of regelmatig gezien worden:

  • Vleermuizen 
  • Huismussen 
  • Huiszwaluwen
  • Gierzwaluwen 
  • Boerenzwaluwen 
  • Scholeksters (broeden op platte daken!) 
  • Kauwtjes (broeden in o.a. (oude schoorstenen, dakgoten)

Stuur dan uw waarnemingen/kennis op naar voorzitter@natuurvriendencapelle.nl met vermelding van straat/buurt/wijk.

Alleen wat isoleringsprogramma’s van woonhuizen betreft kan SNC dit project ondersteunen (Status Quo qua nieuwbouw). Blijft onze vraag wat dit bouwen betreft: Wanneer is genoeg genoeg? Dit is een vraag aan de politiek. Al zo’n 15 jaar geleden constateerde gemeente zelf al dat de grenzen waren bereikt en men moest overgaan van een bouwgemeente naar een beheergemeente. Niets lijkt erop tot nu toe! De bouwintenties voor 7000 tot 17.000 extra woningen is echt te gek voor woorden! Dit Soortenmanagementplan is o.i. puur gebaseerd om zoveel mogelijke hindernissen weg te nemen om maar door te kunnen bouwen! Vraag ook aan uw politieke partij wat zij ervan vinden! Capelle: “Leefbaar?”, “Groen?”, “Duurzaam?”, “Beton?”, “Kan het wat minder?”. 

 

Winter nadert, novemberberichten.

 

Eind november. 1 December begint de meteorologische winter (de astronomische winter pas op 21 december als het de langste nacht is). Het is nog steeds een kletsnatte herfst. Volgens KNMI dreigt 2023 het natste jaar ooit te worden als straks ook december erg nat wordt. Wat de gevolgen voor de natuur zullen zijn is niet goed te voorspellen. 

Eerst nog wat ouder nieuws:

Eric Stockx (SNC en KNNV) inventariseert jaarlijks het aantal broedgevallen van kolonievogels. In 2023:

Huiszwaluw (foto): 21 nesten (in 2022 19), Bermweg-oost. Dus redelijk stabiel.

Boerenzwaluw: broedden 2x en 2x 8 nesten (Capelse Manege). Ook redelijk stabiel.

Blauwe Reiger: 14 nesten (in 2022 21!) in Schenkel/Middelwatering. Behoorlijke achteruitgang. 

Een paar late herfstpaddenstoelen:

(Gewone) Knolparasolzwam (Macrolepiota rhacodes). Een prachtige paddenstoel. In Schollebos niet algemeen, maar wel op enkele plekken jaarlijks te vinden. Nu zo’n 20 stuks bij elkaar. Helaas binnen enkele dagen meeste weer vertrapt. Is in Nederland algemeen op voedselrijke grond.

 

 

 

Witte Kluifzwam (Helvella crispa). Voor Nederland vrij algemeen. In Schollebos jaren op 1 perceel gezien totdat die verdween. Nu weer enkele exemplaren elders in Schollebos. Net als de vorige soort een “grondgebonden” paddenstoel (groeit dus niet op hout, maar leeft van de humus).Een bizarre vorm: de hoed is als het ware binnenste buiten gekeerd, waardoor de bovenkant onder komt te liggen. De steel is ook bijzonder: een samenstel van meerdere kolommen. Vooral in de buurt van eiken te vinden.

 

En voor Capelle een nieuwe Slijmzwamsoort (Myxomyceet; zie vorige recente blogs):

 

Zwart Reuzenkussen (Brefeldia maxima). Jurriaan Koot (SNC), ontdekte deze in het Schollebos. Begint als 1 grote reuzencel die al kruipend (tot max. 2cm per uur) leeft van schimmels en bacteriën. In dit stadium (Plasmodium) is hij nog spierwit. Bij rijping wordt hij zwart.

Groeit op dood hout en is niet algemeen (slechts enkele waar-nemingen per jaar in Nederland

 

 

 

Capelse wintergasten:

Houtsnip (Scolopax rusticola). In Schollebos tussen de bosschages bijna elk jaar wel een Houtsnip te spotten. Vorige week vloog er een vlak voor me verschrikt op. Is een Nederlandse broedvogel van voornamelijk oostelijk Nederland. Zoals de naam aangeeft zijn bossen en bosschages hun leefgebied. In november veel doortrekkers, maar ’s winters ook overwinteraars in onze omgeving. Geweldige schutkleur!

 

 

 

Grote Zilverreiger (Ardea alba). Ook deze statige grote reiger is elk jaar ’s winters in Capelle te zien (Schollebos en langs ’s Gravenweg). Afgelopen week op weiland tussen Rijckevorselweg en ’s Gravenweg.  Broedt voornamelijk in Oostvaardersplassen, maar breidt zich uit. ’ s Winters veel overwinteraars van buiten Nederland overal in Nederland te zien, vooral in polders.

 

 

 

 

Tot slot: afgelopen weekeinde met aantal vrijwilligers in de vlindertuin gewerkt: afruimen van nog maairesten en inzaaien met door SNC bestelde zaadmengsels van bloeiende planten. De kou was snel verdwenen door het harde werken. Wel af en toe een buitje, maar dat gaf weer een schitterende dubbele regenboog. Binnenkort met vrijwilligers nestkastencontrole en schoonmaken; ook nog kleine karweitjes vlindertuin. Doet u mee?

 

 

 

 

heleboel herfst

Het is alweer een tijdje geleden sinds mijn laatste blog, maar had problemen met het programma. Nu 3e poging.

Heel veel regen, maar ondanks de slechte weersvoorspelling voor onze herfstexcursie bleef het beperkt tot slechts een paar druppels. Vele soorten paddenstoelen met allerlei vormen. Deelnemers hebben vele foto’s gemaakt. 

 

 

 

Gewone Zwavelkop (Psilocybe fascicularis). Diverse soorten komen voor in grote bundels op dood hout (zie ook vorige blog). Zonder schimmels (paddenstoelen zijn slechts de vruchtlichamen ervan) wordt hout niet verteerd en zou bijna al het leven op aarde uitsterven. Een essentiële functie dus. In Nederland zijn er zo’n 6000 soorten! Deze zwavelkop is heel algemeen.

 

 

 

 

 

 

Heksenboter (Fuligo septica). Naast de vele zwammen en paddenstoelen troffen we bij deze herfstexcursie ook deze Slijmzwamsoort aan. Slijmzwammen (Myxomyceten) zijn geen dieren, geen planten, maar ook geen schimmels. In jong stadium (“Plasmodium”) bestaan ze uit 1 grote reuzencel (op foto 3 exemplaren) die al voortkruipend bacteriën en schimmels eten met achterlating van een kruipspoor. Bij rijping vormen ze vruchtlichamen die sporen vormen ter verspreiding. Echte “Aliens” dus! Heksenboter is algemeen te vinden op dood hout, maar hier dus ook op een dood blad.

 

 

De storm Ciarán die over Europa trok heeft in Capelle gelukkig weinig schade berokkend. In het Schollebos bleef de schade beperkt tot zo’n 15 omgewaaide bomen, waarvan er enkele al genomineerd waren voor kap wegens ziekte. De omgewaaide bomen die over paden terecht kwamen zijn snel door gemeente verwijderd en worden dus weer een voedselbron voor paddenstoelen, mossen en insectenlarven.

 

 

 

 

 

Waterral (Rallus aquaticus). Ons medebestuurslid Jurriaan woont in een flat langs de Nieuwerkerkse Tocht (Schollebos). Vanaf zijn balkon speurt hij regelmatig naar vogels. Deze zeer schuwe moeras-/rietvogel betrapte hij op geluid en hij maakte daarna deze foto. Is een standvogel (hele jaar aanwezig en broedt hier). Qua uiterlijk lijkt hij op een waterhoen, maar onderscheidt zich vooral door zijn lange rode snavel. De ral kent meerdere geluiden, maar de alarmroep is in de vogelwereld wel bekend als dat van een schreeuwend speenvarken. ’s Winters heb je wat meer kans om hem langs oevers te zien foerageren, want door honger gedreven verliest die een deel van zijn schuwheid.

 

Een groot raadsel: hoe komt deze Eekhoorn terecht in de Dalenbuurt van de wijk Oostgaarde?? Het is echt een exemplaar van onze inheemse wilde Rode Eekhoorn. Is ie op eigen kracht hier gekomen? Is ooit uitgezet in Kralingse Bos, maar daar weer uitgestorven (naar verluid door inteelt). Maar dan zou Schollebos eerder een locatie zijn waar je hem verwacht.  Vanuit Hitland dan? Jonge vrouwtjes eekhoorns  gaan in najaar vaak op trek om een nieuw territorium te vinden. Voorlopig een eenzaam bestaan, want ik zie niet gauw een partner ook hier terecht komen. Bewoners in Dalenbuurt kunnen helpen met voedsel: noten, zaden, meelwormen, e.d. Wel veilig aanbieden om geen ratten aan te trekken.

 

 

Regenboog. De natuur bestaat niet alleen uit planten, dieren en andere organismes. Er zijn ook natuurkundige verschijnselen zoals deze regenboog in de vroege ochtend vanuit Schollebos gezien. Regen en zonneschijn tezamen zorgen voor dit altijd mooie verschijnsel. Het witte zonlicht wordt door de prismavorm van de regendruppels geplitst in de afzonderlijke kleuren waaruit het zonlicht bestaat (elke kleur heeft een eigen brekingsindex). De grootste regenbogen zijn te zien in de vroege ochtend en de late namiddag: de zon staat dan laag aan de horizon en projecteert zijn licht als het ware “de lucht in”. 

Noorderlicht (Aurora borealis). Een ander natuurkundig fenomeen was vorige week zelfs in Capelle te zien: het Noorder Licht. Helaas geen foto. Het was 01.30 uur. In noord-oostelijke richting een enorm grote paarsrode gloed. Niet zo spectaculair als op menige filmpjes, maar toch. Zelf nooit eerder gezien. Om de 11 jaar is er verhoogde zonne-activiteit: biljarden geladen sub-atomaire zonnedeeltjes worden uitgestoten. Een deel daarvan treft de aarde en botsen hoog in de atmosfeer op atomen waarbij lichteffecten optreden. Blijf kijken, want die verhoogde zonne-activiteit duurt nog wel even. 

 

 

 

Eindelijk echt herfst

Tot half oktober nog temperaturen boven de 20 graden. 14 Oktober nog rondvliegende koolwitjes, bonte zandoogjes, een atalanta en libellen. Meerdere planten met nabloei en meeste bomen nog volop in blad. Nu eindelijk weer forse regenbuien en lage temperaturen: paddenstoelentijd! De waarnemingen van laatste paar weken:

 

Valse Wingerd (Parthenocissus vitacea). Gewoon een mooi herfstplaatje. Vrij zeldzame klimplant, oorspronkelijk uit Noord Amerika. Groeit hier langs de Nieuwerkerkse Tocht (oost Schollebos) in een prachtige solitaire Zachte Berk (Betula pubescens).

 

 

 

 

 

 

 

Reuzenbovist (Langermannia gigantea). Grote witte “voetballen” in voedselrijke weides/gazons. Oost Schollebos. Langs paden vrijwel altijd kapot geschopt, maar voor de voortplanting maakt het niet uit: in de kapotte delen gaat de sporenvorming gewoon door. Toch maar laten staan zodat iedereen ervan kan genieten. Deze stonden meters ver van voetpad verwijderd. Zijn eetbaar zolang op doorsnee wit gekleurd. Bij rijping worden ze bruin. Als je op zo’n rijpe reuzenbovist trapt zie je een een wolk van sporen de lucht in vliegen (en dat mag wèl best van mij want daarmee verspreiden de sporen zich). Algemene soort.

 

 

Kroontjesknotszwam (Artomyces pyxidatus)

 

Voorheen vrij zeldzaam in Nederland, maar inmiddels vrij algemeen. Blijft een juweel! Is eenjarig. 4-12 centimeter hoog. Lijkt veel op Rechte Koraalzwam, maar die heeft geen “kroontje” aan de uiteindes. Groeit op liggende ontschorste stammen van populieren. In Schollebos spaarzaam.

 

 

 

 

Grote Bloedsteelmycena (Mycena haematopus). Algemeen op dood hout. Het steeltje scheidt bij beschadiging een rood melksap uit. Nu in heel Schollebos te vinden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewone Glimmerinktzwam (Coprinus micaceus). Heel algemeen op dode stronken. Komen snel op en na paar dagen weer weg. Hier op foto verse exemplaren op voorgrond en oude exemplaren erachter. Een van de kenmerken zijn de fijne “glittertjes” op de top van de hoed: zijn de resten van het Velum (omringend vlies van ontspruitende paddenstoel).

 

 

 

 

 

 

Vliegenzwam (Amanita muscaria). Overbekend (Kabouter Spillebeen!). In Capelle slechts op enkele plaatsen. In Schollebos maar op 1 plaats, waar ze vaak elk jaar zoals nu te zien zijn. Groeiplaats hier onder Berken: de ondergrondse schimmeldraden van de zwam verbinden zich met de haarwortels van de berk: de zwam levert water en mineralen aan de boom en de boom levert suikers aan de schimmel: een prachtig voorbeeld van symbiose: samenleven tot wederzijds nut. Kan de mensheid wat van leren? De witte stippen zijn de resten van het Velum (zie boven). Het rode vlies bevat hallucinogene stoffen. In Scandinavië krijgen elanden een delirium als ze ervan eten.

 

 

Rossig Buiskussen? (Tubifera ferruginosa?). In ieder geval hier een plasmodium van  een Slijmzwamsoort (Myxomyceet). Niet echt een schimmelsoort. Het ’Plasmodium’ van een slijmzwam is 1 grote cel dat al kruipend leeft van bacteriën, algen, e.d. Bij rijpheid vormen ze wel paddenstoelachtige lichamen die sporen vormen. Heel algemeen op dood hout. Determinatie niet helemaal zeker.

 

 

 

 

 

Gewone Hertenzwam (Pluteus cervinus). Algemeen op dood, rottend hout van loofbomen. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gallen van Schietwilgwratmijt (Aculus tetanothrix). Op de bladeren van een knotwilg langs de Schollevaartseweg trof ik deze gallen aan. De mijt (kleiner dan 1 mm) parasiteert op de bladeren van wilgen (vooral Schietwilg) net zoals schurftmijten parasiteren op mens en dier. De boom reageert hierop door afweerweefsel aan te maken, resulterend in een Gal waarin de mijten genieten van een dankbaar buffet.

 

 

 

 

In kort:

Blauwalg in vijvers Schollebos nu vrijwel verdwenen. Binnenkort herfstexcursie gepland. Overleg met gemeente over komende werkzaamheden bosplantsoenen (bomenkap i.v.m. dunnen en zieke essen). Vlindertuin wordt door gemeente gemaaid en SNC gaat weer bloemzaden zaaien. Bloembollen geplant en bloemzaden gezaaid door gemeente bij entree Schollebos bij pannenkoekenhuis. Overleg gemeente-SNC-HHSK (o.a. beheer vijvers, rietkragen). Langs IJssel: de nu overwoekerde en verlaten oeverzwaluwnestwand wordt in 2025 door Rijkswaterstaat hersteld en het afsluiten van de toegang naar de beverburcht wordt bestudeerd.