Zegt het voort!

blog archief

nieuws

Eerst een fijn bericht van Vogelklas Karel Schot, het vogelopvangcentrum in Rotterdam dat al heel veel jaren geweldig werk doet.  De IJsvogel (zie vorige blog) heeft het gered en wordt weer vrijgelaten.Toen ik nog als dierenarts praktiseerde heb ik vele keren gewonde of zieke vogels daar naartoe laten brengen nadat ik ze behandeld had. Ik herinner mij natuurlijk niet alle vogels, maar Roerdomp, Fuut en Boomvalk herinner ik me nog wel. Ook dank natuurlijk aan de Dierenambulance die de ijsvogel daarheen gebracht heeft. Mensen en organisaties die er toe doen!

 

Slobeend, man (Anas clypeata). Een Nederlandse broedvogel, vooral uit de weidepolders. In Capelle alleen in herfst/winter te zien. Nu al vroeg een klein groepje in de Nieuwerkerkse Tocht in oostelijk Schollebos. Prachtige kleuren die op foto’s lang niet altijd goed uitkomen: in het echt zijn ze altijd veel mooier. Vooral de prachtige donkergroene kop is op foto vaak erg donker. Kenmerkend is ook de lepelvormige snavel waarmee ze vlak onder het wateroppervlak naar voedsel ’slobberen’. In groepjes al in de verte te herkennen omdat ze al slobberend rondjes om elkaar heen zwemmen.

Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard (een zeer actieve natuurvereniging) meldde de waarneming van een Otter in de IJssel bij Ouderkerk aan de IJssel, zeer bijzonder. Mogelijk een dit jaar geboren jong volwassene op zoek naar een eigen territorium? Carin van Delft maakte foto’s (zij dacht aan een zeehond), maar van grote afstand (ca. 500 meter). Een foto hoop ik nog te kunnen ophalen. Nu naast Bever ook Otter in onze omgeving!

Deze zondag ronde Loetbos (Krimpenerwaard) gedaan. Mooi natuurgebied, maar was erg druk met stampvolle parkeerplaatsen. Desondanks coronaruimte genoeg. Grote groep Koperwieken in grote Meidoorn, smullend van de bessen.

Koperwiek (Turdus iliacus). Wintergast en nu al in groten getale in Nederland om te overwinteren. Een vertegenwoordiger van de Lijstersoorten (geslacht Turdus). De roodkoperen vlek zit aan de flank en niet op de “wiek” = vleugel.

 

 

 

 

Paddenstoelentijd. In Schollebos nu o.a.:

Bruinplaatbundelridderzwam (Lyophyllum fumosum). Leuke naam voor ’Mannetje aan de Galg’ (voor Scrabble past die niet helaas, want zou meer dan 3x woordwaarde zijn). In bundels groeiende plaatjeszwam (aan onderkant hoed zie je plaatjes waar de sporen gevormd worden). Af en toe in Schollebos.

 

 

 

 

Knolparasolzwam (Macrolepiota rachodes; foto SNC-archief). Hier op archieffoto een vrij jong stadium. Er zijn veel soorten Parasolzwammen die soms lastig te onderscheiden zijn. Kenmerken van de Knolparasolzwam zijn o.a. de grote bruine schubben op de hoed, de ringvormige kraag rond de steel en de verdikte steelbasis die soms echter (deels) ondergrond staat. Eetbaar, maar er zijn ook gelijkende giftige soorten. Laten staan dus.

 

 

Reuzenbovist (Langgermannia gigantea). Witte voetballen die veel mensen (jeugd?) steeds kapot trappen. Op zich niet schadelijk voor zijn voortbestaan: het is een vruchtlichaam van ondergrondse schimmeldraden (Mycelium) net als een appel van een appelboom en de sporenvorming wordt niet belemmerd. Maar mijn oog en dat van andere natuurliefhebbers wil deze gigant ook zien! Deze lagen gelukkig niet langs paden. Bovisten behoren tot de Buikzwammen. De sporen worden binnen deze bol gevormd. Bij rijping scheurt de inmiddels bruine bol open waarna de sporen kunnen ontsnappen. Als je er dan op trapt zie je een sporenwolk de lucht in gaan. In jong stadium eetbaar zolang op doorsnee de bovist nog helder wit is. Maar laat mij en anderen er ook van genieten door hem te laten staan. 

 

 

 

 

 

 

volop Herfst

Het is volop herfst. Bomen verliezen hun blad, veel regen en geen zomerse temperaturen meer. Veel paddenstoelen, overvliegende ganzenformaties, de eerste wintergasten.

Regelmatig zijn nu mooie regenbogen te zien. Deze was erg laag omdat de zon nog behoorlijk hoog stond. De mooiste (hoogste) regenbogen zijn bij lage zonnestand, omdat de zon als het ware dan omhoog kijkt en het zonlicht dan hoog in de lucht door de regendruppels wordt gebroken. Uiteraard zie je een regenboog dus altijd met de zon in je rug. Deze was te zien boven volkstuinen Nut en Genoegen (Schollebos).

 

 

 

 

 

 

Echt Judasoor (Hirneola auricula-judae; foto SNC-archief). Nu het weer fors geregend heeft, vullen de judasoren zich weer met water. Door de zomerse droogte waren ze verschrompeld tot kleine wrat-achtige frummels. Behoort tot de Trilzwammen, waarvan nog enkele andere soorten in Schollebos voorkomen. In Schollebos vrijwel uitsluitend op (oudere) vlierstruiken. Volgezogen met water hebben trilzwammen een gelatineuze consistentie als van een drilpudding. De vorm is soms als die van een menselijk oor, zoals op deze foto goed te zien is. Judas, die Jezus heeft verraden, zou zich na dit verraad aan een vlier hebben opgehangen. Lijkt me stug, de vlier is slechts een struik, maar misschien had men toen een andere vlier… Is eetbaar, maar laat hem maar lekker staan.

 

Kleine Stinkzwam (Mutinus caninus; foto Frank Oling). Frank ontdekte deze verzameling langs rand Schollebos-Schollevaar. Komt af en toe vaker voor in Schollebos. Behoort tot de familie Phallales (letterlijk ‘Phallus-achtigen’; Phallus is andere naam voor penis in erectie). Verder betekent Caninum “Van de Hond”. Vandaar dat onder paddenstoeldeskundigen (Mycologen) deze soort de bijnaam heeft gekregen van “Hondenlulletje”. In net rijp stadium zitten de sporen op de top als een zwarte laag en verspreiden ze een stinkende lucht als van een rottend kadaver. Vliegen komen er op af en snoepen ervan. De sporen worden zo verspreid. Als de sporenlaag is verdwenen blijft een rood topeinde over zoals op deze foto te zien is.

 

Smient (Anas penelope,man; foto internet). Afgelopen weekeind al heel vroeg een paar Smienten in Schollebos. Echte wintergasten uit Skandinavië en Rusland waar ze in de toendra’s broeden alhoewel ook broedresultaten in Nederland, maar zeldzaam. Elke winter in Capelle te vinden in Schollebos en langs Rijckevorselweg. Mannetje was al weer bijna uitgeruid en opgekleurd naar prachtkleed, waarbij de bruine kop en gele “mohikanenstreep” duidelijk opvalt. Wordt ook wel “Fluiteend” genoemd naar het fluitend geluid dat het mannetje maakt.

 

IJsvogel (Alcedo atthis). Grote schrik, een ijsvogel vloog tegen ons achterraam. Niet de eerste keer helaas. Ons protocol in werking. Eerst afwachten. Na een tijdje kwam ie bij en ging rechtop zitten, maar versuft. Uiterlijk geen gebroken vleugels of snavel, dus verder afwachten. Tegen de avond geen verandering. Kennelijk op zijn minst een zware hersenschudding. Opgepakt, ge-inspecteerd (inderdaad niks gebroken) en ’s nachts in doos gezet. Volgende dag weinig verandering. Contact opgenomen met Vogelklas Karel Schot in Rotterdam of die er wat mee kon: jazeker! Met dierenambulance daarheen gebracht met kleine donatie voor Vogelklas. Nu afwachten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Laatste Nieuwtjes

De herfst is definitief begonnen. Regen, paddenstoelen, vogeltrek, maar nog steeds ook nog vlinders.

Yvonne Commijs betrapte in Schollebos deze Kolibrievlinder (Macroglossum stellatarum). Een dag-actieve nachtvlinder behorend tot de familie der Pijlstaartvlinders (Sphyngidae) die hun naam te danken hebben aan de kromme pijl op het achtereinde van hun rupsen. De naam “Kolibrie” dankt hij aan zijn manier van vliegen: al vliegend als een kolibrie zuigt hij met zijn lange roltong (“macro glossum” = grote tong) de nectar van bloemen op. In principe een trekvlinder die in najaar naar het zuiden vertrekt, maar in zachte winters steeds vaker in Nederland als volwassen vlinder overwinterend. Waardplanten (waar rupsen van leven) zijn Walstrosoorten (geslacht Galium), waarvan o.a. Kleefkruid (Galium aparine) als woekerplant veel in Schollebos voorkomt.

Roodborstjes (Erithacus rubecula) zijn nu volop aan het zingen. Veel van hen zijn afkomstig uit Skandinavië die hier overwinteren. Onze roodborsten trekken voor een groot deel nu ook zuidwaarts. Zowel mannetjes als vrouwtjes zingen nu, niet om elkaar het hof te maken, maar om hun winters voedselterritorium vast te stellen en te beschermen. Hierbij zijn ze vreselijk onverdraagzaam voor elkaar en komen zelfs gevechten met dodelijke afloop voor.

 

Bladkoning (Phylloscopus inornatus). Deze herfst een invasie van Bladkoninkjes, een broedvogeltje uit Rusland, die elk jaar wel in najaar en winter Nederland bezoekt. Rob van Dorland betrapte er vorige week een in Schollebos (niet deze foto). Behoort tot de Boszangers (geslacht Phylloscopus) waartoe o.a. ook onze inheemse broedvogels Tjiftjaf, Fitis en Goudhaantje behoren. Een heel karakteristieke zang en roep, waaraan men ze kan herkennen, want zien doe je ze meestal niet.

 

Capelle heeft zeer recent een nieuwe Stadsvogelconsulent van de Vogelbescherming, Marcus Breet. Zijn functie als vrijwilliger is o.a. om overleg te voeren met gemeentelijke instanties en woningbouwverenigingen teneinde de biodiversiteit van stadsvogels te verbeteren. Natuurinclusief bouwen en renoveren is naast de groeninrichting daar een belangrijk onderdeel van. SNC heeft uitgebreid kennismakingsgesprek gehad en we vonden elkaar op vrijwel alle punten. Samenwerking staat in de planning en wij wensen Marcus veel succes.

Als klap op de vuurpijl een wel zeer bijzondere waarneming van John Benik: een Damhert net buiten Capelle langs Rijckevorselweg. Vrijwel zeker een ontsnapt exemplaar. In Capelle een klein damhertenkampje naast/in Wegelingparkje met 3 damherten. Misschien daaruit ontsnapt? Kan zich wel handhaven denk ik, maar het lijkt mij diervriendelijker om hem te vangen en te herplaatsen naar waar hij vandaan komt, of naar een gebied waar damherten in het wild leven. Bovendien kan zo’n zwervend exemplaar gevaar opleveren voor het verkeer langs deze regionale verbindingsweg.

 

 

 

 

Alweer een zeldzame vlinder

Deze week een lyrische Jan op de Whatsapp met een prachtige foto erbij: in zijn tuin in Schollevaar, bijna grenzend aan het Schollebos, trof hij een zeer zeldzaam vlindertje aan, het Tijgerblauwtje.

Tijgerblauwtje (Lampides boeticus; foto Jan van Wensveen). Deze soort is zo zeldzaam dat het een aparte blog waard is. Zoals de naam al zegt, behoort het tot de “Blauwtjes“, kleine dagvlindertjes met meestal blauwe of blauwachtige bovenvleugels. Andere blauwtjes in Capelle zijn het algemene Boomblauwtje, het minder algemene Icarusblauwtje en incidenteel het Bruin Blauwtje. De blauwtjes behoren samen met enkele andere soortgroepen tot de grote familie Lycaenidae. Op de foto zien we de onderkant van de vleugels en daar is een tijgerachtige streping te zien. De bovenkant is blauwachtig met bruin. Hij komt voor langs de Middellandse Zee en Noord Afrika. Zelden of zeer zelden in noordelijker gebieden. In Nederland slechts enkele keren als dwaalgast waargenomen. Waardplanten zijn vooral soorten uit de Vlinderbloemenfamilie (Fabaceae) zoals Lathyrus, waar de rupsen leven van de rijpende zaden. De rupsen zelf worden weer bezocht door verschillende soorten mieren, want die rupsen scheiden een zoete vloeistof uit die mieren heerlijk vinden. Die mieren beschermen dan ook de rupsen tegen vijanden van de rupsen. Ook bij diverse andere blauwtjessoorten zien we dit soort gedrag. 

Op zich natuurlijk  een spectaculaire waarneming. Maar ook de waarneming van vlinders als het Scheefbloemwitje en Koninginnepage (zie recente blogs) wijzen op een opwarmend klimaat. Of we er echt blij van moeten worden?

 

Zeldzame vlinder en ander nieuws

Yvonne Commijs stuurde mij een foto van een ‘Witje’ op haar balkon (Capelle). Zij had de foto op haar twitteraccount gezet en kreeg diverse reacties van kennelijk deskundigen dat het een Scheefbloemwitje zou zijn. Ik twijfelde en verzocht Yvonne de foto op te sturen naar de Vlinderstichting. Deze bevestigde dat het inderdaad een Scheefbloemwitje was.

Scheefbloemwitje (Pieris mannii; foto Yvonne Commijs).

De Witjesfamilie (Pieridae) telt veel soorten. In Nederland eigenlijk alleen het Groot en Klein Koolwitje en het Klein Geaderd Witje, Citroenvlinder en Oranjetipje (alle in Capelle). Het Scheefbloemwitje is een zeer zeldzame soort uit Zuid-Europa. De verschillen met het Klein Koolwitje zijn minimaal: het gaat daarbij om de zwarte aftekeningen op de voorvleugels. Al eerder was er een mogelijke waarneming met foto, maar dat bleek achteraf toch een “gewoon Klein Koolwitje” te zijn. Waardplanten (waar de vlinder haar eitjes afzet) in Zuid-Europa zijn Iberissoorten (geslacht Iberis = scheefbloemen). In Nederland slechts 1 soort aanwezig (Iberis umbellata: Schermscheefbloem, een tuinplant die soms verwildert), voor zover nog niet in Capelle vastgesteld. Wederom een aanwijzing van het opwarmende klimaat!!

Vanmiddag met gemeente en firma Reijm ronde Schollebos gemaakt om 2e maaironde van “ruige gazons” en oevers te bespreken. Afgelopen zondag samen met Anton voorbereid met lange Schollebosronde. Volgende week begint deze 2e maaironde. Maaisel wordt na droging afgevoerd. In grote lijnen worden de ruige gazons overal tot aan de waterkant en de bosrand gemaaid. Gezamenlijk doel: door systematisch maaien en afvoeren van maaisel de bodem verschralen. Schrale (voedselarme) bodem geeft op den duur minder woekeraars als Brandnetel, Kleefkruid, Distels, Ridderzuring e.a. (Vegetatie wordt armer), maar een grotere biodiversiteit (Florasoortenrijk). Ook het esthetisch aspect zal daardoor verbeteren. Is wel een proces waarvan het resultaat pas zichtbaar wordt na veel jaren!! Op sommige oevers is een sneller herstel van florarijke oevers mogelijk (door SNC al meer dan 1000 euro besteed aan aanplant oeverplanten). Ten aanzien van rietoevers zijn ook afspraken gemaakt, maar hier moeten soms compromissen worden gesloten met het Hoogheemraadschap (doorstroming watersysteem belangrijk). SNC heeft benadrukt dat het maaien van waterriet moet blijven gebeuren in een cyclus van 3 jaar: elk jaar 1/3e deel maaien met finesses. Landriet kan gemaaid worden, maar in brede rietkragen slechts gedeeltelijk. Dit allemaal om rietbroeders (Kleine Karekiet, Waterral en andere watervogels) te beschermen. Verder moeten de enkele plaatsen waar Japanse Duizendknoop groeit apart gemaaid en maaisel streng afgevoerd worden. Gemeenteambtenaar en uitvoerder van firma Reijm: helemaal eens! Nu de uitvoering afwachten.

Het Bosbomenbeleid in Schollebos moet nog worden vastgesteld. Wij wachten initiatieven van de gemeente af. In ieder geval wil SNC herplant van eventueel andersoortige bomen voor de recente kap van 5 populieren, 4 esdoorns en 2 abelen. Elf enorme solitaire bomen, allemaal gekapt volgens “noodkapverordening”. Noodkap ontslaat gemeente niet van de plicht tot herplant!

 

 

afgelopen 2 weken.

De hittegolf is achter de rug. Het is de vraag of met de recente hevige buien de blauwalg verdwenen is. Mijn eigen hond had van het water gedronken en was een week lang aan de vieze diarree. Ook lagen er veel dode vissen in de vijvers.

Honderden dode kleine visjes in “IJsvogelvijver”

 

Ook diverse grote vissen als Karper en deze 1 meter lange Paling.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op de Peuterspeeltuin in Schollebos was een dikke populierentak afgebroken en terecht gekomen op een speeltoestel. De populieren in Schollebos zijn nu meer dan 40 jaar oud en bereiken hun einddatum. Niet voor niets staan ze ook bekend als “Waaibomenhout”. Gemeente heeft die populier dan ook gekapt en andere grote solitaire bomen geïnspecteerd op omgevingsgevaar. Met de kennis van nu zou deze combinatie (peuterspeelplaats en populieren) niet meer moeten kunnen….

Vier enorme populieren langs IJsvogelvijver, 2 nabij staande Esdoorns (de laatste waren al bijna dood) en nog 2 Abelen elders in Schollebos zijn middels een Noodkapverordening gekapt. Uiteraard verwacht SNC wel een herplant met – eventueel andersoortige – bomen. Wij vragen ons wel af, of snoei van gevaarlijke takken overwogen is. Als ik mijn been breek hoeft die toch ook niet direct geamputeerd te worden, laat staan dat ik direct ge-euthanaseerd moet worden? Het zijn bij elkaar wel 9 enorm grote bomen die verdwenen zijn.

 

 

 

 

Kleine Vuurvlinder (Lycaena phlaeas). Dit fraaie vlindertje werd ontdekt in de Vlindertuin Schollebos door Yvonne Commijs. De foto was niet goed gelukt, dus stuurde ze mij deze elders genomen foto. Behoort tot de enorm grote familie Lycenidae. Op zich een algemene soort, maar wordt in Capelle niet vaak gezien. Waardplanten (waar eitjes op af worden gezet) zijn vooral Zuringsoorten (Rumex). In Schollebos is Ridderzuring (Rumex obtusifolius) een zeer dominerende ruigteplant, maar ook andere Rumexsoorten komen voor. Overwintert als rups.

 

Koninginnenpage (Papilio machaon). Weet niet meer wie een foto van deze schitterende vlinder in IJssel en Lek heeft geplaatst. Aangetroffen in Schollebos, waar al eerder rupsen van deze soort waren ontdekt in Volkstuincomplex Nut en Genoegen (zie een vorig blog). Zeldzaam in Nederland, maar toenemend (klimaatopwarming!?). Veel plantensoorten als waardplant.

 

 

Gewone Coronamot (Anania coronata). Martijn Sterk (ja mijn zoon) maakte deze foto in zijn woonkamer en dat in coronatijd… Is een nachtvlindertje van 2,5cm groot (spanwijdte). Is een zogenaamde Microsoort (Microlepidoptera). Vrij algemeen. Waardplanten Vlier, Haagwinde, Liguster, Sneeuwbal, Sering en Zonnebloem. 

Wat vlinders in het algemeen betreft: met normaal algemene soorten als Kleine Vos, Gehakkelde Aurelia, Citroenvlinder, Bont Zandoogje, e.a. gaat het beduidend slecht. Alleen de Groot en Klein Koolwitjes doen het fantastisch. De Atalanta neigt naar een constant bestand. Oorzaken?

 

Ook in de IJssel en Lek een opgestuurde foto van nóg een Grondeekhoorn in het Schollebos, nu niet een witte Boeroendoek (zie een vorige blog), maar een bruine soort. Waarschijnlijk heeft een en dezelfde persoon deze gewoon gedumpt. Onverantwoord: het zijn “Verboden exotische soorten”.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blauw-alg in Schollebos

Afgelopen weekeind vissterfte in de “IJsvogelvijver” in Schollebos. Het water stonk (rioollucht). In de “Grote Vijver” aan de noord-oever groenig drijvende drab. Alles wees op Blauw-alg. 

 

Blauw-algen zijn geen algen, maar bacterieën (Cyanobacterieën, de oudst levende organismes op aarde!). In warme periodes (nou die hadden we!) vermeerderen deze zich spectaculair in stilstaande of langzaam stromende, voedselrijke (fosfaten!) wateren. Afgestorven bacterieën verspreiden giftige stoffen en een rioollucht. De giftige stoffen veroorzaken bij contact oog- en huidirritaties, maar bij inname van besmet water ook buikkrampen, braken en diarree. Niet alleen bij mensen maar ook bij honden! Ook vissen kunnen door blauwalgen het loodje leggen en dode vissen zijn weer een risico op Botulisme. Botulisme wordt ook door een bacterie veroorzaakt (Clostridium botulinum) en die bloeit op in zuurstofarm water met hoge temperatuur. Vooral dodelijk voor watervogels (verlammingen), maar er is een type – weliswaar zeldzaam – die ook voor mensen gevaarlijk is. En last but not least: in warme stilstaande of langzaam stromende wateren wordt ook het risico op Ziekte van Weil (Leptospirose) groter: ook een bacterie die verspreid wordt door de Bruine Rat via zijn urine en gevaarlijk voor mens en hond.

In de hittegolfperiode zag ik bij het hondenstrandje in Schollebos niet alleen honden in het water, maar ook kinderen. Maandag dus aan de bel getrokken bij gemeente. Diezelfde middag gelijk waarschuwingsbord bij hondenstrandje geplaatst. Maar op meerdere plaatsen laten mensen hun hond het water in en ook vissers kunnen in contact komen met blauwalg. Een algemene waarschuwing lijkt mij op zijn plaats.

Bestrijding van Blauwalgen is een lastige zaak: er zijn meerdere soorten en het watersysteem is ook belangrijk. Dat is aan het Hoogheemraadschap. Ik denk dat een versterkte doorstroming van het watersysteem zal helpen, ook al is al het ingelaten water rijk aan fosfaat. Vooralsnog: laat uw kinderen en huisdieren NIET in het water van vijvers of singels!

 

 

Zomer en Corona

Nog net voor de huidige hittegolf met 10 vrijwilligers alle Reuzebalsemienen verwijderd. Afstand houden was eenvoudig. Vele handen maken licht werk! Kostte een goed uur werk. Daarna koppie koffie in pannenkoekenhuis ook met gepaste afstand. Tevreden gevoel dus bij iedereen. Als het een beetje meezit, is de Reuzebalsemien, een invasieve exoot die inheemse planten verdringt,  verleden tijd: het is een eenjarige plant en nu verwijderd voordat hij zaad heeft gevormd. Met dank aan de vrijwilligers!!

Langs de oevers van vijvers en singels bloeien nu de zomer-oeverbloeiers.

Heelblaadjes (Pulicaria dysenterica). Een vertegenwoordiger van de grote familie Asterachtigen (Asteraceae), voorheen Composieten of Samengesteldbloemigen geheten. Elk knobbeltje in het midden is een vruchtbaar bloemetje (Buisbloempje) en de randbloemetjes eromheen zijn voor de versiering om insecten aan te trekken. Vroeger gebruikt als geneesmiddel tegen dysenterie. Heb altijd moeite met de Nederlandse naam: DE plant heet Heelblaadjes, dus is enkelvoud. Hoe schrijf ik dan het meervoud? “Heelblaadjessen” of “Heelblaadjes’ “?, geen idee. Ach “what’s in a name” schreef Shakespeare al. Gewoon een hele mooie plant, in trek bij vele insecten.

 

 

 

Koninginnekruid (Eupatorium cannabinum; ook wel Leverkruid genoemd). Ook een composiet, maar alleen met buisbloempjes en geen lintbloempjes. Een echte vlinderplant. Naam heeft niets te maken met onze koningin, maar is waarschijnlijk een verbastering van de naam ‘Kunigunde’, een adelijke dame uit het verre Duitse (?) verleden.

 

 

 

Wolfspoot (Lycopus europaeus).

Een voor ons onopvallende oeverplant, met kleine, maar prachtige bloemetjes. Een vertegenwoordiger van de grote familie der Lipbloemigen (Lamiaceae). De kleine bloemetjes staan in kransen om de steel. Lipbloemigen zo genoemd omdat ze een “Bovenlip” en “Onderlip’ hebben. Alle lipbloemigen zijn goede honingplanten voor insecten. Op de onderlip hebben ze een “Honingmerk“: een tekening die insecten moet aanlokken. Voor de mens niet altijd zichtbaar, maar insecten kunnen ook ultraviolet waarnemen. Wolfspoot is heel algemeen. Pluk een keer een een bloemsteeltje en bekijk de bloemetjes met een loep. Bij elke zomerexcursie is het dan altijd een “wow” voor de deelnemers.

 

In de wijk Oostgaarde vlak bij winkelcentrum De Terp werd vorige week een mooie nachtvlinder ontdekt.

Grote Beervlinder (Arctia caja). Voor mij heel lang geleden dat ik er een gezien heb. Hoewel algemeen, toch als “Gevoelige soort” op de Rode Lijst. Overwintert als jonge rups. Diverse waardplanten (planten waar rupsen van leven), o.a.brandnetel en zuringsoorten. Nou die zijn er zat in Capelle.

 

 

 

 

SNC zou al deze Capelse natuurwonderen graag met u in het “echie” willen laten zien in onze seizoensexcursies. Helaas is dat in het Coronatijdperk nog steeds niet haalbaar. In Capelle weer toename van besmettingsgevallen. Gelukkig neemt aantal sterfgevallen landelijk wel drastisch af (vrijwel zeker door toepassing van corticosteroiden bij ic-patienten, een Nederlandse ontdekking). Laatst een groot feest achter mijn huis met meer dan 100 mensen, handhaving gebeld, kwam kijken en er gebeurde helemaal niks. Tja…. Ik ben het niet alleen persoonlijk een beetje zat, maar ook als SNC om gegijzeld te worden door mensen die schijt hebben aan Corona. In Schollebos gaat ook bijna niemand meer even op afstand lopen als men iemand tegenkomt. In de supermarkt hangen mensen over mij heen als ik iets aan het zoeken ben in de schappen. Hoe moeilijk is het toch? Of gaan we maar kiezen voor Darwiniaanse Survival of the Fittest? : “ik ben jong en loop vrijwel geen risico…” Ook dat wordt al achterhaald. Het is gewoon een klotevirus en een echte pandemie. Bescherm niet alleen uzelf, maar vooral ook uw medemens!!!

 

waarnemingen en werk aan de winkel

Aanstaande zaterdag 1 augustus gaan we op pad om in het Schollebos de Reuzenbalsemien te verwijderen. We zoeken daarvoor nog vrijwilligers.

Reuzenbalsemien is een zogenaamde Invasieve Exoot: oorspronkelijk ingevoerd als sierplant, maar verwilderd en ten koste van inheemse flora zich sterk uitbreidend. Zonder bestrijding (verwijdering) zal het Schollebos met de jaren volledig overwoekerd worden. De plant is vrij gemakkelijk te verwijderen gewoon door hem uit de grond te trekken (wortels zijn vlak onder oppervlakte). Hij staat nu in  bloei en vooral hommels hebben de nectar kunnen verzamelen, maar voordat de zaden rijp zijn, moeten we de plant verwijderen. Omdat de plant eenjarig is, is het eenmalig en op tijd verwijderen zeer effectief. Als u mee wil doen: a.s. Zaterdag 1 augustus om 10.00 verzamelen bij pannenkoekenhuis. Neem tuinhandschoenen mee en draag lange mouwen ivm brandnetels.

Hoewel we dit jaar de broednesten van de Sperwer niet hebben gevonden, heeft de Sperwer wel degelijk in het Schollebos gebroed, waarschijnlijk zelfs 2 sperwerpaartjes. Vlak bij de ijsvogelbroedoever zijn 3-4 uitgevlogen jongen luid te horen en langs het fietscrossbaantje in ieder geval 1 jong gehoord. 

Sperwers broeden al jaren in Capelle, meestal in Schollebos, maar soms ook in Wegelingparkje of Heemtuin langs ’s Gravenweg. Jagen op kleine vogels, vooral in tuinen. Vrouw-sperwer is een stuk groter dan manlief en kan net een houtduif aan. Op foto een man-sperwer uit SNC-archief.

 

 

 

Meerdere meldingen van het Muntvlindertje (Pyrausta aurata), deze hier in mijn vijver. Een dag-actief nachtvlindertje. “Munt” slaat niet op een geldmunt, maar op Munt als plantengeslacht. Een piepklein vlindertje (zo groot als je pinknagel), maar van ongelofelijke pracht. In mijn vijver nu bloeiende Watermunt, waarop het vlindertje haar eitjes op afzet (Waardplant). Algemeen, maar je moet er wel oog voor hebben.

 

Gewone Smalboktor (Stictoleptura rubra, man). Een keversoort, ook deze week in mijn tuin, grenzend aan Schollebos. Behoort tot familie van Boktorren (Cerambycidae). Deze soort is 1-2 cm groot. De larven leven in dood hout van naaldbomen. In Schollebos slechts heel enkele naaldbomen (stom om die aan te planten, want bodem ongeschikt) en die zijn dan ook bijna dood. 

 

 

 

 

Hoe verzin je het: afgelopen woensdag op de Reigerlaan een Ooievaar op een lantaarnpaal.

Gemeente zou met SNC contact opnemen ivm het voorstel om in het kader van de Toekomstvisie Schollebos een nieuwe stichting “Vrienden van het Schollebos” op te richten. SNC wijst dit ten stelligste af: onder die naam is SNC in den beginne  nota bene begonnen! Moeten we als stichting SNC nu een vertegenwoordiger worden in die nieuwe stichting die gemeente wil oprichten?? Hiermee worden de belangen van SNC ondergraven en ondergeschikt gemaakt. Afwachten dus maar even. U mag gerust uw onvrede hierover uiten naar de gemeente. 

Raadsel “Witte Eekhoorn” opgelost

Na wat googelen is het raadsel van de “Witte Eekhoorn” (zie vorige blog) opgelost. Het is een Boeroendoek (Tamias sibiricus), ook bekend als Siberische Grondeekhoorn. Het betreft hier een gekweekte leukistische kleurvariant: geheel wit, maar geen albino (albino’s hebben rode ogen, hier zwarte ogen).

Afkomstig uit Siberië en Oost-Azië. Tussen 12-17 cm lang (duidelijk kleiner dus dan onze inheemse Eekhoorn en een heel andere soort) en daarboven nog een staart van 8-15 cm. Is verboden om als huisdier te fokken en te verhandelen omdat het een invasieve exoot is. Duidelijk een ontsnapt exemplaar dus en niks zeldzaams als inheemse soort. Ondanks voornoemd verbod op internet nog steeds te koop. Overheid zou deze handel via internet beter moeten volgen.