blog archief

Saaie zomer?

Onder vogelaars staat de zomer bekend als een relatief saai seizoen. De meeste vogels zijn klaar met broeden, zijn in de rui en daardoor kwetsbaar. Zij laten zich daarom weinig meer horen of zien. De gierzwaluwen zijn zelfs weer deels vertrokken naar Afrika! Maar toch valt er nog het een en ander aan vogels te beleven: roepende uitgevlogen Sperwerjongen, bedelroep van halfwas Futenjongen, IJsvogels (bezig met 3e broed?), de roep van de Groene Specht, de eerste rondtrekkende families van Staartmees, foeragerende Visdiefjes boven de vijvers, enz.

 

Kees Dekker betrapte deze Vos overdags en ook nog eens 2 vossen ’s nachts met bewegingscamera (omgeving Ringvaartpark /Schollebos). Een welkomsoort of niet? In onze omgeving doet de vos het goed, kennelijk genoeg prooidieren.

 

 

Langs de ’s Gravenweg ter hoogte van 1e ooievaarspaal lag deze Lettersierschildpad (Trachemys scripta) heerlijk te zonnen in de sloot. Een exoot uit Noord en Zuid Amerika die veel wordt verhandeld. Ouders kopen zo’n schattig babyschildpadje en een piepklein aquarium voor hun kinderen,  maar als hij te groot wordt dumpen ze hem in de dichtstbijzijnde sloot. Inmiddels is deze soort in veel sloten en vijvers aanwezig. Voorlopig planten ze zich hier niet voort, maar door klimaatopwarming is dit wel mogelijk (de op het land gelegde eieren moeten de juiste temperatuur hebben om uit te komen). Men onderscheidt 3 ondersoorten: de roodwang-, de geelwang- en de geelbuikschildpad. Op foto waarschijnlijk de laatste. Wat mij betreft de handel erin verbieden, ook omdat ze de besmettelijke Salmonellabacterie kunnen overbrengen (Paratyphus).

Zomer geen paddenstoelen? Welnee: paddenstoelen het hele jaar door, alleen niet alle soorten.

Zwavelzwam (Laetiporus sulphureus). Drie prachtige dakpansgewijze zwavelzwammen op de enorme stronk van een in een storm gesneuvelde kraakwilg. Een buisjeszwam: de onderkant bestaat uit minieme buisjes waar de sporen worden gevormd. Eenjarig (d.w.z. na 1 jaar weg), algemeen, eetbaar (Engels: “Chicken of the Forest”), maar laat maar staan a.u.b.

 

 

 

 

 

Doolhofzwam (Daedalea quercina). Voor mij de 1e keer dat ik deze tegenkwam, maar dat zegt niks natuurlijk, kwestie van kijken en speuren. Algemeen op stronken. De naam verwijst naar de labyrintachtige structuur van de buisjes aan de onderkant en Daedalus, een Griekse mythologische architect die het labyrint op Kreta zou hebben ontworpen.

 

 

 

 

 

Meeldauwlieveheersbeestje (Halyzia sedecumguttata). Een van de ongeveer 60 soorten Lieveheersbeestjes in Nederland voorkomend. Leeft van de Meeldauw ,  schadelijke schimmelsoorten op bladeren van (in Schollebos) o.a. esdoorn en eik en daarmee dan ook een verspreider van die schimmel. Hoe lief is lief? Hij eet de schimmel, maar verspreidt die ook…. De naam: sedecum=16, guttata=druppels/vlekken.

 

 

 

 

 

 

Gamma-uil (Autographa gamma). Een dag-actieve nachtvlinder, familie Uilen (Noctuidae). Heeft 2 of 3 generaties per jaar, de laatst uitgekomen generatie vertrekt in najaar naar Zuid Europa om te overwinteren. De naam verwijst naar de witte tekeningetjes op de voorvleugels die vorm hebben van de Griekse letter gamma. Er zijn veel uiltjessoorten (wereldwijd zo’n 25.000 soorten); een ervan is het jota-uiltje vernoemd naar de Griekse letter jota en erg veel op het gamma-uiltje lijkt. De foto is uit mijn archief, want de recente foto was gewoon slecht.

 

Ook weer 2 nieuwe plantensoorten ontdekt in Schollebos:

 

Doorgroeide Duizendknoop (Persicaria amplexicaulis). Een verwilderde tuinplant. Langs Nieuwerkerkse Tocht, Schollevaarse kant: daar vaak tuinafval gedumpt. Oorspronkelijk uit China/Himalaya. Wel mooi.

 

 

 

 

 

 

 

 

Tuinwolfsmelk (Euphorbia peplus). Algemeen op voedselrijke grond. Net als veel Euphorbiasoorten met giftig melksap dat mogelijke anti-kankereigenschappen heeft en de aandacht heeft van de medische wetenschap.

 

 

 

 

 

 

 

 

Kortom: zomer saai? Kwestie van om je heen kijken, luisteren en accepteren dat je die ene dag of week niet dat al tegenkomt wat er wel zeker is. Natuurbeleving is een speurtocht!

 

 

Pluim voor gemeente; Boktorren en Nachtvlindernacht.

Het moet gezegd worden.

SNC bestaat nu 18 jaar. De eerste 15 jaar bestonden voornamelijk uit botsingen tussen gemeente en SNC over het natuurbeleid in Capelle (Groen, Water, Ecologie, Biodiversiteit). Kennis ontbrak vrijwel geheel bij gemeente en leidde tot een defensieve, onproductieve houding (“SNC gaat ons niet de wet voorschrijven”….). Die botsingen leidden tot eindeloos heen en weer gedoe en veel ambtenarentijd, zoveel dat de toenmalige gemeentesecretaris zelfs SNC verzocht tot overleg hierover. 

Maar sinds een paar jaar heeft gemeente Capelle echt een omslag gemaakt. Nieuwe beleidsambtenaren “Groen” met groene achtergrond, zelfs een ecoloog (wat SNC al jaren geleden voorstelde). Er is nu regelmatig overleg tussen SNC en gemeente, overleg in “Vrienden van het Schollebos” en in Capels Natuurnetwerk (CNN). Deze ommekeer betreft ook het Duurzaamheidsbeleid van de gemeente wat raakvlakken heeft met Natuurbeleid Onze SNC-secretaris John Renirie is voorzitter van het Energiecollectief Capelle (ECC). De vrijwilligers van deze vereniging spelen een belangrijke rol bij de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid.

Wederzijdse kennis versterkt elkaar en leidt tot nieuwe gemeentelijke initiatieven: herstel bosplantsoenen Schollebos, ecologisch maaibeleid in heel Capelle, Groen in de Wijk, ecologisch herstel van kleine “Bosjes”, enz.  Veel staat nog op papier en staat lopende onderhoudscontracten met uitvoerders nog in de weg, maar ik heb goede hoop op een betere toekomst voor de Capelse Natuur ook al gaat het qua uitvoering nog zeker niet overal goed. Uiteraard spreekt SNC de gemeente hierop aan.

Gerrit Lammers heeft mooie foto’s gemaakt van enkele Boktorsoorten (familie Cerambycidae). Boktorren zijn kevers met een langwerpig lichaam en vaak mooi gekleurd en lange tasters. Veel soorten zijn schadelijk omdat de larven van hout leven (xylofagie), meestal dood, rottend hout, maar ook meubel- en bouwhout en levende bomen.

 

Kleine Wespenboktor (Ciytus arietus). Vrij algemeen. Lijkt ietwat op een wesp (mimicry) om predatoren te misleiden. 

 

 

 

 

 

 

Gevlekte Smalboktor (Leptura quadrifasciata). De larven leven in vermolmd populieren- en wilgenhout, maar ook wel van andere boomsoorten.

 

 

 

 

 

 

Gewone Distelboktor (Agapanthia villosoviridescens). Volwassen kevers op distels en brandnetel.

 

Vogelnieuws:

IJsvogels: er zijn recent vrijwel zeker 2 nesten met ijsvogels uitgevlogen in het Schollebos. IJsvogels broeden 3 (heel soms 4) keer per broedseizoen met gemiddeld 4-5 jongen per broedsel.

 

Groenling (Chloris chloris; foto Gerrit Lammers). Groenlingen zijn vrij schaars in Capelle. Een vinkensoort die vroeger veel werd gevangen om met kanaries te kruisen vanwege de zang. Als die werd waargenomen, dan vrijwel altijd op volkstuincomplex Tot Nut en Genoegen, zoals ook deze op foto. Broedt daar waarschijnlijk ook (is een Standvogel: hele jaar aanwezig).

 

“Nachtvlinderen”. SNC heeft op 5 juli een Nachtvlindernacht gehouden. Een wit laken beschenen door sterke lampen en zoete smeersel op boomstammen om insecten te lokken. We beschouwen het maar als een “Try Out”, want de opkomst was ondanks voorpublicaties miniem.  Betekende wel dat het een klein intiem gezelschap was dat mij noodde tot een paar stoelen, een bankje en een drankje erbij aan te bieden. De score van nachtvlinders (en andere insecten, vooral muggen) was helaas ook miniem. Hier de meest spectaculaire soorten:

Zwart Weeskind (Mormo maura). Twee exemplaren kwamen af op de met een stroopmix besmeerde boomstam. Een “Macro-nachtvlinder” (30-35 mm). Overdags rusten ze vaak in groepen bij elkaar. Rupsen in najaar meestal op zuringsoorten (Rumex). Overwinteren als rups en in voorjaar diverse struiken als waardplant. 

 

 

 

 

Vogelkersstippelmot (Yponomeuta evonymella). Stippelmotten (familie Yponomeutidae) zijn kleine nachtvlindertjes. Elke soort heeft zijn eigen waardplant waar de eitjes op worden afgezet, in dit geval dus de Vogelkers (Prunus padus). Soms kunnen alle bladeren worden opgevreten resulterend in een kale struik met overblijvende nestspinsels van de rupsen. De struiken herstellen zich bijna altijd met nieuwe bladgroei eind juni: “SintJans-loten” (23 juni = Sint Jansfeest = veronderstelde geboortedag van Johannes de Doper). In Schollebos ook Kardinaalsmutsstippelmot (Yponomeuta cagnagella) en Appelstippelmot (Yponomeuta malinellus).

 

 

Zwart Verfdrupje (Oxycera leonina). Geen vlinder maar een vliegensoort. Ook een leuke waarneming, al is het maar om zijn lieflijke naam. In vochtige bossen en niet algemeen.

 

 

 

Hitland,Ooievaars e.a.

Actuele zaken te over. 

Het Recreatieschap Hitland bestaat dit jaar 50 jaar. Reden voor wat officiële feestelijkheden en aanvullende activiteiten in de laatste meiweek. Het recreatieschap is een bestuurlijke samenwerking tussen de gemeente Capelle en Zuidplas met Ton Aker als directeur.

De burgemeesters van Capelle (Cor Lamers, midden op foto) en Zuidplas (Han Weber, op voorgrond) onthulden op 29 mei in aanwezigheid van genodigden na een wandeling vanaf de golfbaan 2 voorlichtingsborden over de avifauna in Hitland (directeur Ton Aker trots stralend op achtergrond). Deze borden zijn samengesteld door Eric Stockx, bestuurslid SNC en KNNV, weidevogelonderzoeker Hitland in samenwerking met Agrarisch Collectief Krimpenerwaard. In Hitland komen heel veel vogelsoorten voor waar vogelkenners van smullen.

 

Op 2 juni werden door SNC en KNNV in kader van 50 jaar Hitland meerdere activiteiten georganiseerd: Waterbeestjes vangen en determineren, bodemdiertjes onderzoeken, vogels kijken met telescopen en een plantenexcursie. Op foto is Eric Stockx bezig met het waterbeestjesonderzoek. Helaas trokken deze activiteiten heel weinig publiek. 

 

 

 

 

 

Op 6 Juni een vergadering op gemeentehuis van “Vrienden van het Schollebos” waar studenten van de Hogere Agrarische School (HAS) uit ’s Hertogenbosch een uitgebreid tussenverslag gaven over hun afstudeerproject “Schollebos”. Niet alleen het Groen (bos, gazons), maar ook Blauw (flexibel waterpeil), infrastructuur (paden) en gedragsregels kwamen uitgebreid aan bod. 28 Juni vernemen we hun eindrapport. Wat gemeente zal/kan overnemen uit dit rapport is nog afwachten, maar ik heb goede hoop dat we qua natuur- en biodiversiteitsbeleid van de gemeente er in ieder geval op vooruit zullen gaan: per slot is het inschakelen van HAS een initiatief van de gemeente zelf!

 

Zaterdag 8 juni hebben we de Capelse ooievaarsnesten gecontroleerd met een drone. Er was al een sterk vermoeden dat het dit jaar een slecht jaar zou zijn. Luis Carvalho Araujo (rechts op foto), gecharterd door Martijn (links) was direct bereid zijn diensten als dronepiloot voor SNC aan te bieden waarvoor dank! Helaas zijn alle 3 nesten gesneuveld, waarschijnlijk door het extreem natte weer. In 1 nest was nog een vaag beeld van een kuikenpootje, verder alleen maar wat donsveertjes en fragmenten van eierschalen. 

 

Triest resultaat: alle jongen (die er wel waren) hebben het niet overleefd. Toch een lichtpuntje: op het nest langs ’s Gravenweg net voorbij cafe Rode Leeuw (Nieuwerkerk) zaten nog minstens 2 jongen die het wel zullen redden. Volgend jaar beter hopelijk. 

 

Langs de ’s Gravenweg bloeit op meerdere plaatsen momenteel de Rietorchis (Dactylorhyza praetermissa; foto Marienke Favier). De gemeente heeft na overleg met en op aangeven van SNC besloten de bermen daar pas te maaien in de 2e maaibeurt (oktober). Ook gaf gemeente aan om andere groeiplaatsen van orchideeën te melden.

 

Op 10 juni vergadering Capels Natuur Netwerk (CNN). Dit orgaan is opgericht door gemeente. Naast gemeente nemen alle Capelse verenigingen en stichtingen op gebied van natuur hieraan deel. Het gaat over Natuur, Ecologie en Biodiversiteit in heel Capelle en hoe dit te versterken of te bereiken. Zal daar in een van de volgende blogs verslag over doen.

Tot slot nog een paar mooie Capelse waarnemingen:

Kristalbladroller (Celypha siderana; foto Jurriaan Koot – SNC).

Een micro-nachtvlindertje (een “motje”, 1 cm groot) met een schitterend kleurenpaneel. “Kristal” verwijst naar de blauwzilveren schubben op de vleugels. Vrij algemeen. Waardplanten waar eitjes op afgezet worden zijn Geitenbaard (Aruncus dioicus) en Moerasspiraea (Filipendula ulmaria). Zomaar op zijn voordeur…

 

 

Pauwoogpijlstaart (Smerinthus ocellata; foto Rob van Dorland). Deze schitterende macro-nachtvlinder ook thuis aangetroffen. Voor zover ik weet een eerste waarneming voor Capelle, hoewel die algemeen is in Nederland. Bij onraad spant hij zijn vleugels waardoor de “ogen” zichtbaar worden wat zijn belager hopelijk afschrikt. Waardplanten zijn Wilg, Ratelpopulier en Appelbomen. Overwintert als pop ondergronds.

 

 

 

Penseelkever (Trichius fasciatus; foto Gerrit Lammers). Een in onze regio geen algemene soort. Qua uiterlijk heeft de kever kenmerken van een bij of wesp (kleur, aftekening en beharing), waardoor roofdieren afgeschrikt worden (“Mimicry”). De beharing draagt bij aan bestuiving van planten (pollen die aan de haren vast kleven). De larve leeft 2 jaar lang in rottend hout.

 

 

Vuurlibel (Crocothemis erythraea; foto Gerrit Lammers). Een vrij zeldzame libel (familie Korenbouten, Libellulidae), een zuidelijke soort, maar lijkt noordelijk toe te nemen (klimaat?). Op foto een vrouwelijk exemplaar, het mannetje is helemaal vuurrood van kleur.

 

 

 

 

 

Van alles

Ik had deze lange blog al bijna klaar, maar gisteren iets bijzonders ontdekt waarmee ik toch maar ga beginnen: een nieuwe, echt zeldzame plant in Schollebos.

Roze Look (Allium roseum). Oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Europa, Balkan en Noord-Afrika. Mogelijk verwilderd. Weer een uiensoort erbij naast Daslook, Driekantig Look, Armbloemig Look en Kraailook. 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verder is er weer hard gewerkt.

4 Mei met vrijwilligers reuzenberenklauwen gestoken in Schollebos. Jurriaan (met bosmaaier) kreeg later wel paar – gelukkig maar kleine – blaren op zijn armen (tja niet bedekt).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij de berenklauwwerkzaamheden trof ik op het blad van Ridderzuring deze parende Zuringwantsen aan (Coreus marginatus).

 

 

 

 

 

 

 

 

11 Mei was de vlindertuin weer aan de beurt: bramen verwijderen, riet en gras afmaaien en afhooien. Het was warm. Anton en ik zaten hier even uit te rusten (foto van Jurriaan) hetgeen voor Jurriaan aanleiding was voor het nasturen van de volgende foto met als tekst “ik moest hier aan denken”…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zwartkopvuurkever (Pyrochroa coccinea). In mijn vorige blog had ik de Roodkopvuurkever als waarneming gemeld en ook vermeld dat ook deze in Schollebos voorkwam. Prompt enkele dagen erna betrapte ik er een. De larven leven enkele jaren in rottend hout en eten daar larven van andere insecten. De volwassen kevers eten vooral stuifmeel en ook wel andere plantendelen. Gezien het nieuwe  beleid om alle gekapte bomen te laten liggen zal deze soort waarschijnlijk toenemen.

 

 

Zwartpootsoldaatje (Cantharus fusca; ook wel Donker Soldaatje of Gewone Weekschildkever genoemd). Is een soort uit de familie Soldaatjes (Cantharidae) in Nederland met zo’n 50 soorten. Heel algemeen en vaak te zien op schermbloemigen  (Fluitenkruid e.a.). Eten kleine insecten en plantenscheuten.

 

 

 

Landkaartje (Araschnia levana). Een bijzonder dagvlindertje dat in onze omgeving niet vaak gezien wordt. Deze ontdekte ik in Hitland-Zuid, maar is ook in Schollebos wel waargenomen. Op de foto is de voorjaarsvorm te zien. De nakomelingen van deze voorjaarsgeneratie (de zomergeneratie) zien er heel anders uit.

 

 

 

Landkaartje, zomergeneratie. Nu nog niet te zien.

Dit verschijnsel van verschillen in generaties heet Seizoensdimorfie. De nakomelingen van de zomergeneratie overwinteren als pop. De  waardplant, waarvan de rupsen leven, is de Grote Brandnetel. 

 

 

 

Ooievaars: heb twijfels over de broedresultaten. Langs ’s Gravenweg in Capelle geen tekenen van nageslacht. De 2 nesten zijn soms verlaten of er is alleen 1 ooievaar staande te zien (niet meer broedend in zit). Op het nieuwe nest in Schollebos zit nog wel 1 ooievaar te broeden. De broedtijd is ongeveer 32 dagen, maar pas na 2e ei wordt er gebroed. Als er na 5 weken geen jongen zijn, moet het broed als mislukt beschouwd worden. De enige hoop die er nog is, is dat pasgeboren jongen nog niet direct te zien zijn, dus houden we het op 6 weken. Langs ’s Gravenweg net voorbij de Roode Leeuw is wel succes te zien.

Dit nieuwe (4e !) nest wel resultaat. Net 1 koppie boven de nestrand te zien (foto Yvonne Commijs).

 

 

 

 

 

 

In Hitland waarnemingen van Nachtegaal, Bosrietzanger, Spotvogel, 4 Purperreigers, 2 Bruine Kiekendieven, 2 Grutto’s, Boomvalk.

 

Blauwalg. Ook dit jaar gaat SNC bij het Hondenstrandje in Schollebos het water testen op Blauwalg. De gemeente heeft een waarschuwingsbord geplaatst dat met een slotje kan worden geopend indien blauwalg is aangetoond. SNC beheert het sleuteltje. Door de opwarming van het klimaat met steeds nieuwe warmterecords is het risico op blauwalg groot (laatste 3 jaar steeds aanwezig). SNC heeft dit in overleg met gemeente op zich genomen omdat noch de gemeente, noch het waterschap zelf wil testen (Schieland test alleen officiële zwemwateren). Blauwalg is giftig voor honden, maar ook voor kinderen die vaak met hun honden daar spelen (vandaag nog!). Gemeente vergoedt wel de kosten.

 

Commotie “Strontvijver” Schenkel. In de wijk Schenkel is een grote vijver die diende voor opvang van rioolwater als de riolen de afvoer van hemelwater niet meer aan konden. Vandaar de door bewoners gegeven naam “Strontvijver”. Voor zover ik weet gebeurt zulke overstort niet meer. Gemeente is vorige week begonnen om daar Natuurlijke Oevers aan te leggen: beschoeiingen werden verwijderd en er wordt een oevertalud gemaakt waar kokosmatten met oeverplanten worden aangelegd. Op zich een prachtig initiatief waar SNC helemaal achter staat, maar…. niet doen tijdens het broedseizoen!! Paar maanden eerder in winter of later in najaar kon toch ook?? Bestaande oeverbegroeiing (o.a. riet) werd volledig verwijderd. Soorten die daar voorkomen zijn o.a. Kleine Karekiet, Cetti’s Zanger en Winterkoning. Wordt wel een itempje in komend overleg.

 

Vergaderen, activiteiten, natuurspotten

De 5 studenten van de Hoge Agrarische School (HAS) uit Den Bosch hebben een tussenpresentatie gegeven over de voortgang van hun afstudeerproject over het Schollebos. De opdracht daartoe kwam van gemeente. Onderwerpen ter bestudering en uitwerking betroffen 1) Bospercelen, Houtopstanden, Grastypen, 2) Plukgroen, 3) Flexibel Waterpeil, 4) Gedragsregels, 5) Routes en bebording, 6) Educatie. Zij zijn goed bezig en stonden open voor commentaren en aanvullingen van aanwezige stakeholders (Vrienden van het Schollebos). Op 13 mei een volgende brainstormsessie met deze enthousiaste studenten.  Een mooi initiatief van de gemeente, een win-win-actie voor de studenten (die zijn blij met een concreet afstudeerproject) en de gemeente (“gratis” adviezen omtrent beleid en beheer voor Schollebos) en geen grote kosten voor externe adviesbureau’s. Natuurlijk blijft de vraag in hoeverre de gemeente de uiteindelijke aanbevelingen en conclusies als leidraad zal overnemen, maar ben daar redelijk optimistisch over.

 

Laatste weekeind van april samen met Anton en John 75 moerasplanten aangeplant in de moerassige delen van Schollebos (Gele Lis, Dotterbloem en Wederiksoort). Gemeenschappelijk beleid van SNC en Gemeente is “Natuurvolgend Beheer“, dus niet de Natuur tegenwerken met onnatuurlijk of dwangmatig beheer. Er zijn in het Schollebos op een aantal plaatsen moerassige bospercelen, waar vrijwel het hele jaar water staat. De meeste daar 45 jaar geleden aangeplante bomen gaan het daar niet redden. Motto: niet die bomen proberen te redden, maar die gebieden via natuurvolgend beheer om te vormen tot Moerasbos! Bestaande bomen die sneuvelen (meeste bomen staan niet graag met hun wortels in het water!) deels vervangen door bomen die daar wel tegen kunnen (wilgensoorten, Els) en het verder overlaten aan de natuur. SNC draagt daartoe bij door dit proces te versnellen door het aanplanten van elzen, wilgen, maar ook  moerasplanten. De elzen en wilgen zijn door SNC zelf gekweekt; de moerasplanten zijn aangekocht door SNC, mogelijk gemaakt door onze donateurs.

 

Komend weekeind (4 mei) met vrijwilligers Reuzenberenklauw maaien en afsteken. Gevaarlijke invasieve exoot (wel mooi…). Doet u mee? Verzamelen om 13.00 uur bij Pannenkoekenhuis Bermweg. Lange mouwen, lange broek en handschoenen om huid te beschermen. Zelf een spa meenemen wordt op prijs gesteld. Na afloop gezellig een drankje aangeboden door SNC in Pannenkoekenhuis.

Het weekeind daarop (zaterdag 11 mei) met vrijwilligers een opschoonbeurt van de Vlindertuin in Schollebos. Wieden van Braam, Haagwinde en Riet. Ook verzamelen om 13.00 uur bij Pannenkoekenhuis Schollebos. Na afloop ook samen een drankje, aangeboden door SNC in Pannenkoekenhuis. 

 

Moeraswolfsmelk (Euphorbia palustris). Een zeldzame  inheemse plant van rietlanden en oevers. Deze paar jaar geleden door SNC aangeplant langs de nieuwe vijvertjes achter de Capelseweg en bloeit nu weer. Het geslacht Euphorbia telt zo’n 2300 soorten wereldwijd, vele ervan bekend als kamer- of sierplant (Kerstroos!). Het melksap is giftig.

 

 

 

 

 

 

Kroontjesknotszwam (Artomyces pyxidatus). Al enkele jaren aanwezig in Schollebos op 1 plek: een dode stam van een populier. Het vruchtlichaam zoals hier te zien is eenjarig. Zolang de schimmeldraden in het hout voorbestaan zal elk jaar deze wondermooie zwam weer als “vrucht” tevoorschijn komen. Het exemplaar dat nu te zien is, is wat klein en grauw, vandaar deze archieffoto. De naam: de toppen lijken op kroontjes. Van die dode stam is niet veel meer over, dus nu nog maar even van genieten. Nu bestempeld als “Vrij Algemeen”, paar jaar geleden nog als zeldzaam.

 

Zwavelzwam (Laetiporus sulphureus). Het zoveelste bewijs dat paddenstoelen/zwammen niet alleen maar in de herfst te zien zijn: zij zijn er jaarrond! De Zwavelzwam is een parasiet: hier op een al dode stam van een gevelde boom. De naam: de kleur is zwavelgeel. Hij is eetbaar en smaakt als kip (Engelse naam: Chicken of the woods). Ook deze zwam is eenjarig. 

 

 

 

 

 

Roodkopvuurkever (Pyrochroa serraticornis). Dit mooie kevertje is weer te zien in Schollebos en waarschijnlijk ook elders. Is algemeen. Er bestaat ook een Zwartkopvuurkever (Pyrochroa coccinea) die zich onderscheidt door een zwarte kop en ook in Schollebos is waargenomen.

Deze week zijn ook de Koekoek en de Gierzwaluwen in Capelle teruggekeerd uit hun overwinteringsgebieden. We wachten nu nog op de Huiszwaluwen. De 3 ooievaarspaartjes zijn nog steeds aan het broeden en tot nu toe nog geen jongen te zien.

Varia

 

De lente vordert gestaag.   

Gewone Vogelmelk (Ornithogalum umbellatum). Een inheemse plant, lid van de Aspergefamilie, vaak aangeplant als Stinseplant, in dit geval al enige jaren geleden door SNC in het Schollebos. Staat nu in de knop en enkele al in bloei. Prachtige bloemen die sluiten bij regen en kou. De bladen zijn grasachtig en liggen meestal plat op de grond. Zien?: vanaf pannenkoekenhuis 1e voetpad rechts aan linkerkant. Goed zoeken!

 

 

 

 

Op de enkele dagen dat het zonnig en vrij warm was, kwamen de insecten weer tot leven. 

 

Leliehaantje (Lilioceris lilii). Klein (8-10 mm) rood kevertje met zwarte pootjes uit de familie van Bladkevers (Chrysomelidae), ook wel Goudhaantjes genoemd. Voor Lelietelers een schadelijk insect vanwege de vraat aan de bladeren. Hier in mijn tuin op de bloeiende Gewone Salomonszegel (Polygonatum multiflorum).De larfjes lijken op kleine vliegenmaden die zich camoufleren met hun eigen poep. Naast het Leliehaantje komen uit deze familie in Capelle ook het Groen Zuringhaantje (Gastrophysa viridula; vooral op Ridderzuring) en het Elzenhaantje (Agelastica alni; op o.a. Els) voor.

 

Ruittijger (Nephrotoma flavipalpus). Een vertegenwoordiger van de familie der Langpootmuggen (Tipulidae). De muggen zelf zijn onschadelijk (steken niet – niet dood slaan dus! – en eten geen gewassen), maar hun larven , Emelten, wel. Emelten leven in een holletje net onder het maaivlak van vooral grasvelden en komen ’s nachts bovengronds om zich tegoed te doen aan het groen (eten dus niet van de wortels, zoals vaak gedacht). De emelten zijn dus schadelijk voor grasvelden (sport- en recreatievelden), maar omdat ze zo dicht onder het maaiveld zitten  weer een grote voedselbron voor egels, mol, muizen en veel vogels (spreeuw, groene specht, ooievaar, buizerd, kauw, scholekster, e.a.: allemaal foeragerend waargenomen op Sparta-sportvelden in Schollebos). Kortom een belangrijke schakel in het ecosysteem.

 

 

Mijn echtgenote ontdekte op haar werkkamer een “hele grote wesp” en vroeg me die alsjeblieft te verwijderen. Het bleek een Europese Hoornaar (Vespa crabro) te zijn en gelukkig geen Aziatische Hoornaar (Vespa velutina) die als invasieve exoot onze honingbijen bedreigt. De Europese Hoornaar heeft zwarte poten en de Aziatische gele poten. De Europese is tot 3,5 cm groot en daarmee de grootste wespensoort. Hij is niet agressief en steekt alleen bij directe bedreiging; de steek zelf is wel pijnlijker dan die van een honingbij. Hij doodt andere insecten om aan hun larven te voeren. Die larven produceren weer een suikerrijke vloeistof aan de werksters die daarmee weer meer energie krijgen om meer insecten te vangen. Afijn, een glas erover en een kaart eronder en weer losgelaten in de tuin. Kijk nog even goed waar de naam “wespentaille” vandaan komt….

 

Vuurjuffer (Pyrrhosoma nymphula). Een van de vroegst vliegende libellen en een vaste bewoner in mijn tuinvijver. Afgelopen week de eerste exemplaren. Vooral de mannetjes, zoals op deze foto, doen hun naam eer aan met hun scharlakenrode kleur. De larven overwinteren onder water.

 

 

 

Goed kijken en luisteren leveren vaak mooie momentjes op. In Schollebos staan vele honderden jonge Esdoornzaailingen. Op het bovenblad kan je hier soms de “Gallen” van de Esdoornhoornmijt (Aceria macrorhyncha)  vinden zoals hier op foto. Mijten zijn microbeestjes (deze 0,5 mm) die behoren tot de Spinachtigen (Arachnida); volwassen exemplaren hebben 8 pootjes (insecten 6 pootjes). De esdoornhoornmijt legt haar eitjes in het blad van de esdoorn. De esdoorn reageert door die eitjes af te kapselen met weefsel, waardoor een “Gal” ontstaat (vergelijk het met een puist bij de mens als reactie op een indringer in de huid). Maar dat is net waar die mijt op uit was: dat afstotingsweefsel is net de voedselbron voor die larven. Niet echt schadelijk voor de boom. Wel weer een mooi voorbeeld hoe in de natuur soorten van elkaar afhankelijk zijn!

Tot slot toch nog een triest bericht dat ik kreeg doorgestuurd:

Doodgereden Otter bij Rivium (zie de verkeersborden voor locatie). Capelle is de dichtst bevolkte gemeente van Nederland en ook nog een belangrijke verkeersverbinding met omringende gemeentes. De Otter was uitgestorven in Nederland, maar maakt nu weer een come-back na uitzetten van otters van Oost-Europa. Zij doen het goed, maar het aantal verkeersslachtoffers neemt toe. Meestal betreft het jonge volwassen exemplaren die op zoek zijn naar een eigen territorium. Al eerder zijn (niet bevestigde) meldingen gemaakt van otters in de IJssel. Hitland en Schollebos zouden best wel geschikt kunnen zijn?

 

 

En nog een laatste bericht: in de IJssel nabij de Algerabrug zou een Zeehond gezien zijn. Het filmpje verspreid op social media vond ik niet overtuigend, misschien een Bever of Otter??

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ooievaars en ander nieuws

Er was veel verwarring over de frequent waargenomen ooievaars op het recent geplaatste kunstnest in het Schollebos langs de “Grote Speelweide”: was het een nieuw paartje, of waren het de ooievaars die langs de ’s Gravenweg al aan het broeden zijn (2 paartjes) en regelmatig aan het voedsel zoeken waren (op Spartasportvelden en de “Grote Speelweide”).  Ik geloofde niet in een 3e ooievaarspaar binnen 1 week na plaatsing van het kunstnest. Maar afgelopen maandag leek het pleit beslecht: vrij zeker een 3e paar ooievaars. De 2 nesten langs de ’s Gravenweg waren bezet, maar dezelfde middag ook het nest in Schollebos (weliswaar met ruim 1 uur tijdverschil). Ook zijn nestelactiviteiten vastgesteld: aanbrengen van takjes, uitbundig klepperen als partner terugkeert en zelfs paring.

 

De Boerenzwaluwen zijn inmiddels teruggekeerd na hun winterverblijf in Afrika. Broeden op de Capelse Manege in de paardenstallen. Jaagt op insecten laag boven de grond. Altijd de eerste terugkerende zwaluwsoort. De huiszwaluw komt veel later terug net als de Gierzwaluw welke laatste eigenlijk geen echte zwaluw is.

 

 

Ook al is de lente al ver gevorderd, Frank Oling spotte nog een vrij zeldzame doortrekker: de Beflijster (hier archieffoto). Een broedvogel van Noord- en Oost Europa, die overwintert in Zuid Europa en Afrika. Is al enkele keren in de laatste jaren op Spartasportvelden (Schollebos) gezien in de trektijd. Is zwart met een duidelijke witte halvemaanvormige tekening (bef) op de borst. 

 

Gemeente Capelle heeft ook dit jaar de “BioBlitz Capelle” georganiseerd. Doel: gedurende 1 jaar (1 april 2024 – 31 maart 2025) zoveel mogelijk aantal soorten Capelse flora, fauna en paddenstoelen vast te leggen middels foto’s. Vorig jaar werden 1600 soorten vastgesteld. Doe mee! Een soort BurgerScience-project. Het resultaat geeft een beeld van de biodiversiteit binnen onze gemeente. Het enige wat u hoeft te doen is de app Obsidentify op uw telefoon te downloaden (gratis) en uw foto’s door deze app te laten beoordelen (identificeren) en te uploaden: de gegevens worden automatisch doorgegeven naar Waarneming.nl. Geen tuin- of kamerplanten! Door dit elke jaar te doen zijn mogelijk tendensen waar te nemen (toe-/afname van soorten). Gaat niet om zeldzame of bijzondere soorten. Madeliefje, Kraai, Mus, alles dus!

 

Boshyacinth (Hyacinthoides-soort). Aangeplant als Stinseplant in Schollebos. Kleur van de bloemen wit of blauw. Nu nog maar paar bloeiende planten, maar binnenkort veel meer.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zadelzwam (Polyporus squamosus). 

Paddenstoelen zijn er niet alleen in het najaar, maar het hele jaar door. Nu in Schollebos op meerdere plaatsen zadelzwammen. Deze op foto waren wel erg groot, bijna halve meter doorsnee! Is een buisjeszwam (familie Polyporaceae): de sporen worden gevormd in de aan de onderkant gelegen buisjes. Algemeen.

 

 

 

 

 

Zwerminktzwam (Coprinus disseminatus). Geslacht van Inktzwammen (Coprinus) telt vele soorten. De meeste zijn algemeen net als deze. Nu ook in Schollebos op meerdere plaatsen op dode boomstronken. Altijd in zwermen. Hoedje is zo’n 1 cm doorsnee.

 

 

 

 

 

 

 

Gewone Wimperzwam (Scutellinia scutellata). Een zwammetje met een diameter van enkele millimeters. Rood-oranje puntjes op rottende houtstammen. Langs de rand zwarte uitstekende “haren”. Kleine juweeltjes, dus goed opletten! Deze gisteren aangetroffen in Schollebos.

 

 

Meer (lente-)nieuws

 

Allereerst mijn excuses: de Lente-excursie in het Schollebos door SNC werd door mijn schuld verkeerd gepubliceerd (23 maart i.p.v. 30 maart). Kwam erop neer dat we – na een rectificatie – nu 2x deze excursie hebben gehouden (konden toch geen mensen in de kou laten staan). Op beide data slechts enkele deelnemers, mede ook door het natte weer. Jammer want er was echt veel te zien, te horen en te ruiken (en nu nog steeds).

 

Daslook (Allium ursinum). Nu massaal bloeiend. “Look” is een ander woord voor Ui. In sommige delen van het Schollebos ruikt het heerlijk naar deze uiensoort. Helaas worden door onze Chinese stadsgenoten vuilniszakken vol voor de bloei deze weggesneden voor (commerciële?) consumptie, hetgeen verboden is. Een inheemse plant, maar hier als Stinsenplant aangeplant en zeer karakteristiek voor Schollebosflora.

 

 

 

 

Armbloemig Look (Allium paradoxum). Een tweede uiensoort die zich snel aan het uitbreiden is in de bermen langs de Nieuwerkerkse Tocht (oostelijk Schollebos). Nu ook volop in bloei.

Naast deze looksoorten komt ook nog Driekantig Look (Allium triquetum) voor, die wat later bloeit. Schollebos is echt een “Uienbos”.

 

 

 

 

 

 

Amerikaans Krentenboompje (Amelanchier lamarckii). Zoals de officiele naam al zegt, oorspronkelijk uit Amerika. In Nederland wordt hij ook wel Drents Krentenboompje genoemd. Rozenfamilie. De vruchtjes (“krentjes”) zijn eetbaar. Aangeplant.

 

 

 

 

 

 

 

Pinksterbloem (Cardamine pratensis).Nu bij Pasen bloeiend. In de Kleine IJstijd (15e-19e eeuw) waren de gemiddelde temperaturen tot 2 graden lager. Toen bloeide de pinksterbloemen dan ook later: bij Pinksteren (6 weken na Pasen)! Een belangrijke waardplant voor het Oranjetipje die haar eitjes op deze bloem afzet (1 eitje per bloem).

 

 

 

Oranjetipje (Anthocharis cardamines). De eerste is vorige week gesignaleerd langs de Capelseweg. Andere belangrijke waardplant is Look-zonder-Look, die nu in Schollebos vrij massaal in knop staat. Ook Raapzaad wordt soms als waardplant gekozen (ook massaal in Schollebos aanwezig en hier en daar al bloeiend). Het oranjetipje is pas zo’n 15 jaar geleden in Capelle voor het eerst waargenomen. Waardplanten genoeg, maar het aantal Oranjetipjes stijgt slechts heel langzaam; mogelijke oorzaken zijn natte voorjaar (klimaat) en te intensief maaien.

 

Hondsdraf (Glechoma hederacea). Prachtig bloemetje maar door vele verguisd als onkruid. Familie Lipbloemigen. Geweldige nectarplant voor insecten (vooral Hommels). Langs Spartasportvelden volop bloeiend, maar ook elders (heel algemeen).

 

 

 

 

Ooievaars

Gemeente heeft op de “Grote Speelweide” in Schollebos een paar populieren gekandelaberd (alle zijtakken gesnoeid, alleen de hoofdtakken blijven), dit om duurzame bomen in de bosrand ernaast meer licht te geven. Kort erna kwamen er steeds vaker 2 ooievaars op te zitten, wat voor de gemeente aanleiding was om een kunstnest te plaatsen. Hier worden nu regelmatig ooievaars op gezien. In Capelle tot heden 2 paartjes ooievaars die broeden op de nestpalen langs de ’s Gravenweg. Deze foerageren regelmatig op de Spartasportvelden en de Grote Speelweide in Schollebos. Het is dus niet zeker of hier een 3e paar ooievaars gebruik zullen maken van dit kunstnest. Afwachten dus.

 

Bijenhotels.

Gemeente heeft langs de “Leidingenstrook” (verbinding tussen Pannenkoekenhuis/Bermweg en wijk Schollevaar) meerdere bijenhotels aan lantaarnpalen aangebracht. Gemeente is echt bezig om in Capelle groen en biodiversiteit een boost te geven! Om deze actie succesvol te laten worden is echter meer nodig: de groenstroken ernaast ecologisch maaien en bevorderen/aanplanten van drachtplanten! Ook is het niet zeker of ze hufterproof zijn (ze kunnen er zo afgeslagen worden). Een mooi initiatief en goed bedoeld!

 

 

Huftergedrag. Ik had het al over het oogsten van Daslook. Gemeente heeft bij de hoofdentree van Schollebos (bij pannenkoekenhuis) op 3 gazons vele honderden bloembollen geplant en insectenvriendelijke plantenzaden gezaaid. Helaas zijn de bloembollen voor meer dan de helft verzopen door het extreem natte weer. Maar voor iemand geen beletsel om toch maar een boeketje bloemen te plukken om die daarna na 100 meter weg te gooien. 

 

 

 

 

 

Dode Sperwer.

Mijn vrouw vond in Schollebos deze dode sperwer (mannetje) in het gras langs de “IJsvogelvijver”. De Sperwer broedt in Capelle bijna steeds met 2 paartjes, meestal in Schollebos, maar soms bijv. ook in Wegelingparkje en de Heemtuin langs de ’s Gravenweg. Sperwer is een standvogel, dus dit is een groot verlies. Oorzaak is onbekend. Het kadaver vertoonde geen uitwendige verwondingen, was mager en al enige tijd dood (stonk, ingevallen ogen). Het kopje hing slap op de romp. Gebroken nek? Vogelgriep? Hoe kwam die daar te liggen? Wachten op een nieuwkomer dus.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lente ! Geef oren en ogen de kost!

Afgelopen donderdag 14 maart de eerste teruggekeerde Tjiftjaffen uit hun overwinteringsgebieden (Zuid-Europa en Afrika). Zij komen in groepen ’s nachts weer terug om zich hier weer voort te planten en zijn daarom opeens weer overal te horen met hun staccatozang “Tjiftjiftjaf” (een onomatopee: hun naam is vernoemd naar het geluid dat zij maken). Kleine trekvogels trekken meestal ’s nachts: overdags kunnen ze dan weer foerageren en uitrusten; bovendien hebben ze ’s nachts geen last van roofvogels.

Tjiftjaf (Phylloscopus collybita). Algemene broedvogel, ook in Capelle. Broedt op de grond tussen struiken. Een insecteneter (spits snaveltje). Steeds vaker overwinteren ook tjiftjaffen in Nederland (klimaatopwarming!).

 

 

 

 

 

 

De eerste vlinders. Vlinders overwinteren hier als rups, pop, of volwassen vlinder (imago), maar sommige zelfs in Zuid-Europa en zelfs Noord-Afrika (trekvlinders). De eerste vliegende vlinders in het voorjaar zijn de vlinders die als imago hier overwinterd hebben. Zij verscholen zich in dichte vegetatie, in schuurtjes, e.d. De allereerste was al 2 weken terug gezien: Citroenvlinder. Nu met dit uitzonderlijk zachte voorjaar zijn ook al Dagpauwoog, Gehakkelde Aurelia en Kleine Vos  gesignaleerd.

 

Citroenvlinder (Gonepteryx rhamni). Grote citroenkleurige vlinder. Waardplanten (waar eitjes op afgezet worden) zijn Sporkehout (Frangula alnus) en Wegedoornsoorten (Rhamnus).

 

 

 

 

 

Ook Hommelkoninginnen hebben hun overwinteringsplekken verlaten om eerst voedselbronnen op te zoeken en daarna een plek te zoeken voor het stichten van een nieuwe kolonie. Alle hommels van hun vorige kolonies zijn in het najaar overleden, alleen de koningin overwintert. Nu vliegende hommels zijn dan ook allemaal koninginnen.

 

Aardhommel (Bombus terrestris).

Hommels zijn in voorjaar eerder actief dan bijen: zij hebben een dikke jas! Hun kolonies bestaan uit (vele) tientallen exemplaren, vaak ondergronds in bijv. verlaten muizenholletjes.

 

 

 

Veel vroegbloeiende planten en struiken.

Klein Hoefblad (Tussilago farfara). Vroege lentebode, maar nu al weer bijna uitgebloeid. Een composiet (samengestelde bloem: elk lintje is een aparte bloem!). Algemeen. Bloeit voordat de bladeren er zijn met “koppie” recht omhoog. Na de bloei gaat “koppie” hangen, maar als het pluiszaad rijp is om door de wind verstoven te worden gaat het “koppie” weer rechtop. Op deze foto alle 3 stadia te zien.

 

 

Sleedoorn (Prunus spinosa). Een inheemse struik, maar in Schollebos veel aangeplant. Een pruimensoort met in najaar blauwe bessen. Bloeit normaliter pas in april, maar nu al sinds begin maart en hier en daar al weer bijna uitgebloeid. Langs de sportvelden van Sparta nu nog volop bloeiend.

 

 

 

 

 

 

Bosanemoon (Anemona nemorosa). Inheemse plant en in Schollebos aangeplant. Bij donker en nat weer sluiten de bloemetjes zich (vorm van energiebesparing). Familie Ranonkelachtigen net als de volgende 2 soorten die nu ook al bloeien.

 

 

 

 

Gewoon Speenkruid (Ficaria verna). Bloeit nu volop in gazons in heel Capelle. Hebben een soort wortelknolletjes die lijken op tepels (“speen” = tepel).

 

 

 

 

 

 

Gewone Dotterbloem (Caltha palustris palustris). Algemene inheemse plant, maar in Schollebos door SNC vooral aangeplant langs westrand Schollebos. Typisch Nederlandse oeverwaterplant. 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vingerhelmbloem (Corydalis solida). Inheemse plant, maar in Schollebos als “Stinseplant” uitgeplant. Papaverfamilie. Nu volop bloeiend op enkele plaatsen in Schollebos

 

 

 

 

 

Ander nieuws:

Gemeente heeft Kenniscentrum Insecten (“EIS“) vorig jaar opdracht gegeven om een onderzoek te doen naar het voorkomen van  Wilde Bijensoorten en Zweefvliegen in Schollebos en omgeving. Doel: onderzoeken in hoeverre de Honingbij (Apis mellifera) van imkers als bestuivers van planten en gewassen een bedreiging vormt voor deze medebestuivers in kader van behoud van biodiversiteit. Het is een heikel onderwerp waarbij imkers van honingbijen soms lijnrecht tegenover ecologen staan. Ook een serieus EU-item! Dit onderzoek is inmiddels afgerond. De resultaten mogen in vergelijking met enkele andere gemeentes in Nederland verrassend worden genoemd. In totaal zijn 61 soorten wilde bijen en 60 soorten zweefvliegen gevonden, waarvan 6 op de Rode Lijst staan (bedreigd) en 4 zeldzaam. De Honingbijen waren qua aantallen weliswaar duidelijk in de meerderheid, maar vergeleken met andere gemeentes was de verhouding voor wilde bijen en zweefvliegen gunstiger. Naast het advies om niet meer dan 3 bijenkorven per km2 toe te staan, neemt SNC ook de andere adviezen van EIS ter harte, want daar pleitten wij altijd al voor: ecologisch maaibeleid en versterken van ecologische verbindingszones. Afwachten dus voor verder gemeentebeleid.

Ter bevordering van wilde bijen gaat gemeente langs het fietspad Pannenkoekenhuis-Schollevaar (“Leidingenstrook”) op belendende bomen bijenhotelletjes aanbrengen voor wilde bijensoorten.

Gemeente heeft Hogere Agrarische School (HAS) in ’s Hertogenbosch  benaderd om studenten in te schakelen voor hun afstudeerproject met Schollebos als pilot. Vijf enthousiaste studenten gaan dit op zich nemen. De vragen van gemeente waarop zij antwoorden en inzichten verwacht zijn behoorlijk complex en teveel om hier diep op in te gaan, maar in het kort gaat het om de volgende items: Beheer bospercelen/houtopstanden/gras, Flexibel Waterpeil, Plukgroen, Zonering Hondenlosloopgebieden, Parkregels, Routes en Bebording, Educatie en Voorlichting. SNC heeft zich beschikbaar gesteld om de studenten van informatie en adviezen te voorzien (tot heden nog geen contact). Afwachten dus.

SNC gaat ook deze zomer weer testen op Blauwalg bij het Hondenstrandje in Schollebos. Gemeente betaalt de testen en plaatst een nieuw bord. Dit bord kan door SNC met een sleutel dicht gemaakt worden (= geen blauwalg). Blauwalg is niet alleen een gevaar voor honden, maar ook voor kinderen die vaak met hun hond daar in het water spelen.

 

SNC heeft in vergadering met gemeente de wenkbrauwen opgetrokken bij de kaalslag van een paar bospercelen langs de Bermweg. Deze percelen bestonden uit 100% essen waarvan een ons onbekend percentage was aangetast door de Essentaksterfte.  Een enkele es mocht kennelijk blijven staan, maar dat slaat helemaal nergens op. Ook gemeente schrok van dit kale aanzicht en gaf te kennen om hier wat steviger herplant toe te passen. Ook dit maar weer in de gaten houden…

 

 

 

 

Rectificatie

Eerlijk is eerlijk:

Ons medebestuurslid John Renirie heeft verder onderzoek gedaan naar het vleermuizenverhaal in mijn laatste blog over renovatiewerkzaamheden in Aida (en naar blijkt ook in Arabella). Het blijkt dat er wel degelijk een onderzoek is gedaan naar het voorkomen van vleermuizen door een ecologisch adviesbureau en dat daarbij 7 verblijfplaatsen van 3 vleermuissoorten  zijn vastgesteld. Havensteder heeft een aannemer de opdracht verleend. Daarop is door de aannemer bij de regio Haaglanden een ontheffing aangevraagd van de Natuurwet  (al in 2022!) om deze verblijfplaatsen opzettelijk te mogen verstoren bij die werkzaamheden.  Havensteder blijft wel als opdrachtgever eindverantwoordelijk voor dit renovatieproject. Haaglanden heeft deze ontheffing verleend op voorwaarde dat “mitigerende” maatregelen (= een soort compensatie) worden getroffen. De werkzaamheden betreffen nieuw voegwerk en nieuwe muurankers. De spouwruimtes (waar de vleermuizen verblijven) worden niet geïsoleerd en blijven open. Die “lullige vleermuiskastjes”  (zie foto) blijken geen vleermuiskastjes te zijn, maar een model “Exclusion Flaps” die sprekend lijken op een echt vleermuiskastje. Deze Exclusion Flaps zorgen ervoor dat de vleermuizen de opening in de gevel waar zij gebruik van maken wel uit kunnen vliegen voor en tijdens de werkzaamheden, maar niet meer erin. Ter compensatie worden in de omgeving wel echte vleermuiskasten opgehangen wat ook is gebeurd. 

De aanwezige broedplekken van de Gierzwaluw (onder dak) worden gelukkig niet aangetast door de werkzaamheden mede door het tijdstip van die werkzaamheden (zij komen laat terug uit Afrika).

Tot zover de correctie. Allemaal volgens de bestaande regels en wetgeving. De vraag is echter nog steeds of met de reparatie van het voegwerk de toegang tot de spouwruimte al dan niet definitief verloren is en er weer 7 verblijfplaatsen van vleermuizen verloren zullen gaan (zeker de Gewone en Ruige Dwergvleermuis  hebben genoeg aan een spleetje ter breedte van een voeg om in de spouw te komen). Ook de vraag of verdreven vleermuizen echt gebruik zullen maken van de tijdelijke vleermuiskasten die als “mitigerende maatregel” in de omgeving zijn opgehangen (die mogen na 1 jaar weer verwijderd worden als er aantoonbaar geen vleermuizen in huizen). De enige echt mitigerende maatregel blijft mijn inziens het inmetselen van vleermuisverblijfplaatsen in de buitenmuur. Men kan dan zelfs de spouwmuren isoleren zonder ze te verstoren! En tot slot: worden zulke vergunningaanvragen binnen de gemeente gepubliceerd?? SNC leest alle gemeentelijke vergunningen, maar deze was ons echt onbekend. Vanaf medio dit jaar wordt in het Bouwbesluit opgenomen dat nestgelegenheid een standaardvoorziening wordt in nieuwbouw. Nu ook nog graag bij renovaties, anders gaat het met de vleermuizen net als met de huismus waarvan de populatie sinds 50 jaar mede door bouwbesluiten al meer dan gehalveerd is!