Zegt het voort!

blog archief

Roodwild, Wintergasten en Klap op de Vuurpijl

Afgelopen maandag trof ik in Schollebos Arnoud van der Plas. Als gemeenteambtenaar met tablet aan de slag om meer info te verzamelen in kader van project ‘Toekomstvisie Schollebos’. Beetje ontdaan van emotie vertelde hij me dat hij net had gezien dat een hond achter een hert aan rende. Moet 1 van de 4 ontsnapte Damherten uit Nieuwerkerk zijn. Volgens protocol aangegeven om dit bij Handhaving te melden. Afgezien van mogelijk verkeersgevaar heeft dit arme dier ook geen leven in ons Schollebos, waar het stikt van de uitlaathonden! Oorspronkelijk een hertensoort uit Middellandse Zeegebied, maar allang ingeburgerd. In hertenparkjes, maar ook in het wild (Amsterdamse Waterleidingduinen, waar ze overlast veroorzaken). Vooral ’s nachts actief. Reeën en herten zijn zogenaamd ‘Roodwild’.

Jan van Wensveen trof in zijn tuin (grenzend aan Schollebos) een versufte Houtsnip aan. Volgens Jan geen raamslachtoffer, want niks gehoord (geeft echt flinke klap!). Even afwachten en anders naar Vogelopvang Karel Schot. Houtsnip is een broedvogel van Nederland, maar in Capelle alleen maar bijna elk jaar in najaar en winter te zien als doortrekker of overwinteraar. Zoals de naam al zegt: vertoeft vooral in houtopstanden. Zoekt zijn voedsel in zompige bosbodems, zoals in Schollebos ruimschoots aanwezig. Vandaag berichtte Jan dat hij weer opgeknapt was en weggevlogen.

 

Frank Oling spotte vlak bij zijn huis (rand Schollebos) een paar Kramsvogelseen groepje Vuurgoudhaantjes en een Grote Gele Kwikstaart. Allemaal wintergasten. Maar als klap op de vuurpijl spotte hij in Schollebos de eerste Cetti’s Zanger van Capelle.

Kramsvogel is een grote lijstersoort. In Nederland zeldzame broedvogel en echte wintergast uit het hoge noorden. ’s Winters soms in Schollebos te zien, altijd in groepen. Prachtige vogel met een karakteristieke roep: “tsjak-tsjak-tsjak”.

 

 

 

 

Vuurgoudhaan (Regulus ignicapillus). Hier nog een foto van het raamslachtoffertje dat zit bij te komen in voliere (zie eerdere blog). Samen met “gewone” Goudhaan Nederlandse broedvogel van naaldbossen en ’s winters in Capelle als dwaalgast. De witte wenkbrouwstreep ontbreekt bij de “gewone” Goudhaan.

 

 

Grote Gele Kwikstaart (Motacilla cinerea). In Nederland vooral doortrekker en wintergast. In zomerkleed heeft hij een zwarte keelstreek. Broedt langs snel stromende beken. Bijna elk jaar ’s winters in Capelle waargenomen.

 

 

 

 

 

Cetti’s Zanger (Cettia cetti). Frank Oling (deelnemer van whatsapp-waarnemersgroepje Capelle) meldde enthousiast de eerste door hem waargenomen Cetti’s Zanger in Capelle (Schollebos). Diezelfde dag maakte Rob van Dorland er prachtige foto’s van, knap werk want het is een schuwe vogel. Helaas lukte het mij niet om 1 van zijn prachtige foto’s in mijn blog te verwerken, dus deze foto is geplukt van internet. Cetti’s Zanger is een vertegenwoordiger van de grote familie Sylviidae (Zangers). Een mediterrane soort die in enkele jaren is noordwaarts opgerukt tot half Nederland. Al eerder in Hitland gesignaleerd, nu ook in Schollebos. Standvogel (hele jaar aanwezig, geen trekvogel). Karakteristieke zang waardoor hij opvalt, want hem zien is moeilijk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voortgang Schollebosproject en voorzichtig optimisme

Afgelopen dinsdag ruim 4 uur door Schollebos gebanjerd met ons SNC-bestuur, vertegenwoordigster Bomenstichting, gemeenteambtenaar (Groen) en 2 ecologen van ingehuurd bureau Kragten.

Een beetje herhaling, want vorige ecoloog van bureau Kragten, waarmee wij dit eerder hadden gedaan is daar weg. Doel was om inzichten te krijgen in de uitvoering van de door gemeenteraad vastgestelde Toekomstvisie Schollebos. Daartoe zijn 2 grote bospercelen als proefobject aangewezen, die wij dus die dag gezamenlijk hebben geïnspecteerd en bediscussieerd. Uit de bevindingen en conclusies zal een basis worden ontwikkeld voor de aanpak van alle andere bosgedeeltes met aanpassingen afhankelijk van bodemsamenstelling en grondwaterstand. Er zullen veel bomen worden gekapt (ziek, dood, weinig overlevingskansen en wegens omgevingsgevaar). Maar geen grootschalige kaalkap en herplant met andere boomsoorten en struiken die beter bestand zijn tegen de hoge grondwaterstand en klimaatopwarming. Creëren van meer biodiversiteit, behoud van bestaande natuur- en esthetische/recreatieve waardes zijn daarbij leidraad. Bomen kappen doet altijd zeer, maar om het Schollebos ook voor de toekomst als een mooi natuurlijk parkbos te behouden zijn drastische maatregelen wel noodzakelijk. Het bomenbestand in de bosdelen is echt belabberd: zonder ingrepen zal het juist alleen maar minder worden. SNC heeft benadrukt dat de toekomstige werkzaamheden niet ten koste mag gaan van de flora langs bospaden (o.a. Daslook). SNC werkt intensief samen met gemeente om dit tot een succes te maken. 

Binnen 2 weken gaat SNC met vrijwilligers in de Vlindertuin zo’n 100 vaste planten en bloembollen planten. In komend voorjaar komt nog eens zo’n aantal erbij. Samenstelling van soorten door SNC, gemeente heeft besteld en betaald.

In Schollebos zijn de “ruige grasgazons” nu voor de 2e keer gemaaid. Het maaisel werd afgevoerd (dit om uiteindelijk de grond te verschralen, waardoor de biodiversiteit zal toenemen). De afspraken tussen SNC en gemeente zijn globaal gevolgd (waar wel en waar niet maaien, e.d.).

Ook het maairegime van rietkragen lijkt te verbeteren na klachten hierover van SNC. Eerder vastgesteld en met SNC afgesproken was in een cyclus van 3 jaar elk jaar 1/3e deel te maaien. In de praktijk klopte dit niet (eerder een 2 jaarlijkse cyclus van de helft en dan ook nog rücksichtslos in een keer grote rietbestanden). Riet moet regelmatig worden teruggezet om verlanding te voorkomen en de kwaliteit van het riet te behouden. Echter oud riet is belangrijk voor rietbroeders als Kleine Karekiet. Kortom: ecologisch maatwerk noodzakelijk. Probleem is dat het rietbeheer in water behoort tot Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard (HHSK). Landriet (riet op de droge oever) is weer pakkie an voor gemeente. Om dubbel werk te voorkomen worden tussen deze 2 partijen vaak afspraken gemaakt om 1 partij deze werkzaamheden te laten uitvoeren (uiteraard met verdeling van de kosten). HHSK is qua bestuurlijke hiërarchie de meerdere van gemeentes. SNC dringt daarom aan om de samenwerking tussen gemeente en HHSK te stimuleren om ecologisch beheer te versterken. 

Rode Kelkzwam (Sarcoscypha coccinea). Vorige week al te bewonderen voor oplettende ogen. Normaliter pas vanaf half januari op enkele plaatsen in Schollebos te zien. Zeldzaam. Deze waren nog jonge exemplaren (1-1,5 cm) op oude, verteerde takkenril.

 

 

 

 

Echte Honingzwam (Armillaria mellea). Kwam vorige week deze beeldschone compositie tegen langs Nieuwerkerkse Tocht. Een parasitaire paddenstoel: bomen die worden aangetast gaan uiteindelijk dood! Hier op een boomstobbe, dus die boom was al dood en omgezaagd (kip of ei??). Is algemeen.

 

 

 

Duizendknoop en waarnemingen.

De bestrijding van de Japanse Duizendknoop in Capelle (Hotspot Middelwatering ter hoogte van Vuiksterrein) is nog geen onverdeeld succes. SNC en de gemeente stellen vast dat ondanks meerdere behandelingen door middel van elektrocutie toch weer zo’n 50% van deze invasieve exoot terug kwam. Mogelijk is een te natte grond de oorzaak: de electriciteit wordt dan (groten-?)deels naar die natte grond geleid, waardoor wortels onvoldoende worden aangetast door de stroomstoot. Verder onderzoek wordt gedaan. Bestrijding van deze schadelijke soort is een EU-verplichting en terecht!

 

Rob van Dorland betrapte op zijn dakgoot in Schollevaar deze Zwarte Roodstaart (Phoenicurus ochruros). Langs IJsseldijk ter hoogte van Capelle-West al eerder als broedvogel vastgesteld. Behoort tot de grote Lijsterfamilie (Turdidae). Ook doortrekker naar het zuiden en af en toe ook overwinterend in Nederland. Kenmerkend is de rode staart. In dit geval een vrouwtje. Vrouw Zwarte Roodstaart is nauwelijks te onderscheiden van vrouw Gekraagde Roodstaart die algemeen is.

 

Vuurgoudhaan (Regulus ignicapillus). Vorige week als raamslachtoffer aan Capelseweg. Heeft het overleefd na nachtje bijkomen bij bewoners. Samen met de gewone Goudhaan de kleinste Europese vogelsoort, net iets kleiner dan het Winterkoninkje. Beide Goudhanen zijn Nederlandse broedvogels, maar zien we in Capelle alleen in najaar en winter. Het zijn naaldbosbewoners. In oude(re) vogelgidsen heten ze “GoudhaanTJES”, maar dat mag dus niet meer, net zoals nu het ook officieel “Winterkoning” is. Tja, let us be great again. De naam ’Goudhaan’ hebben ze te danken aan de gele (Goudhaan) of oranjegele (Vuurgoudhaan) gekleurde lengtestreep boven op de kop, net als een hanenkam van de kip). Het grote verschil tussen de 2 goudhanen is de flinke witte ’wenkbrouwstreep’: die ontbreekt bij de gewone Goudhaan.

 

Baardman (Panuris biarmicus). Vorige week gespot in Hitland. Een meesachtige soort, schaarse broedvogel in Nederland (Zevenhuizerplas!). Blijft ook ’s winters hier. Het mannetje doet alle vogelaars de harten bonzen, zo mooi zijn ze. Een echte rietvogel, in najaar en winter vaak gezien etend van de rietzaden. In Capelle zelf 1x gezien in winter langs IJsseldijk, groot rietveld naast het buitendijks scheepswijkje. De naam is vanzelfsprekend.

 

 

Spannend

Natuur is en blijft spannend, altijd in beweging en ontwikkeling, altijd vraagtekens en nieuwe ontdekkingen. In vorige blog melding van een Otter in de IJssel ter hoogte van Ouderkerk aan de IJssel. Hier de gemaakte foto (helaas maker niet door mij snel te achterhalen). Vraag aan Zoogdierenvereniging leverde eerst Zeehond, maar later toch Otter op. Gezien grootte en slank uiterlijk sluit ik me aan bij Otter.

 

 

 

 

 

Vuurwants (Pyrrhocoris apterus). In mijn achtertuin staan een paar grote Lindebomen, volgens bronnen een geliefde plek voor Vuurwantsen. Bij mij klopt dit wel. Honderden Vuurwantsen laafden zich aan de warmte van een herfstzon op mijn tuinschuurtje onder een Linde. Extra bijzonder is dat deze wants o.a. leeft van boomschors: langs mijn schuurtje loopt een boomschorspad. In Nederland ruim 600 wantsensoorten (op land en op/onder water). Wereldwijd zijn er tienduizenden soorten. Zij behoren tot een onderorde (Heteroptera) van de Insecten. Alle wantsen hebben een “Zuigsnuit” waarmee ze sappen opzuigen van planten of andere insecten. Bij de Vuurwants komt zelfs kannibalisme voor maar hij haalt zijn voedsel vooral van afgevallen lindeblad en -zaden. Wantsen kennen een Onvolledige Gedaanteverwisseling: uit de eitjes komen jonge wantsjes (Nymfen), die na een paar vervellingen volwassen wantsen worden. Dus geen larven en verpoppingen. De nymfen hebben nog geen vleugels, waardoor de zwarte aftekeningen nog geheel of gedeeltelijk ontbreken: op foto diverse ontwikkelingsstadia te zien. De volwassen wantsen hebben een waarschuwingskleur zodat vogels geleerd hebben dat zij niet smakelijk zijn. De vuurwants bevat namelijk giftige of onsmakelijke stoffen. Een van die stoffen zou interessant zijn als mogelijk antibioticum tegen de beruchte ziekenhuisbacterie MRSA (MultiResistente Staphylococcus Aureus). Op Wikipedia nog veel meer info over deze veel bestudeerde wantsensoort. Lezenswaardig!

 

Grote Gele Kwikstaart (Motacilla cinerea). Arianne Burgers spotte deze in Schenkel. Voornamelijk wintergast en doortrekker en schaarse broedvogel in Nederland (niet in Capelle). Wordt wel bijna elk najaar en winter in Capelle waargenomen. 

 

 

 

 

 

nieuws

Eerst een fijn bericht van Vogelklas Karel Schot, het vogelopvangcentrum in Rotterdam dat al heel veel jaren geweldig werk doet. De IJsvogel (zie vorige blog) heeft het gered en wordt weer vrijgelaten.Toen ik nog als dierenarts praktiseerde heb ik vele keren gewonde of zieke vogels daar naartoe laten brengen nadat ik ze behandeld had. Ik herinner mij natuurlijk niet alle vogels, maar Roerdomp, Fuut en Boomvalk herinner ik me nog wel. Ook dank natuurlijk aan de Dierenambulance die de ijsvogel daarheen gebracht heeft. Mensen en organisaties die er toe doen!

 

Slobeend, man (Anas clypeata). Een Nederlandse broedvogel, vooral uit de weidepolders. In Capelle alleen in herfst/winter te zien. Nu al vroeg een klein groepje in de Nieuwerkerkse Tocht in oostelijk Schollebos. Prachtige kleuren die op foto’s lang niet altijd goed uitkomen: in het echt zijn ze altijd veel mooier. Vooral de prachtige donkergroene kop is op foto vaak erg donker. Kenmerkend is ook de lepelvormige snavel waarmee ze vlak onder het wateroppervlak naar voedsel ’slobberen’. In groepjes al in de verte te herkennen omdat ze al slobberend rondjes om elkaar heen zwemmen.

Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard (een zeer actieve natuurvereniging) meldde de waarneming van een Otter in de IJssel bij Ouderkerk aan de IJssel, zeer bijzonder. Mogelijk een dit jaar geboren jong volwassene op zoek naar een eigen territorium? Carin van Delft maakte foto’s (zij dacht aan een zeehond), maar van grote afstand (ca. 500 meter). Een foto hoop ik nog te kunnen ophalen. Nu naast Bever ook Otter in onze omgeving!

Deze zondag ronde Loetbos (Krimpenerwaard) gedaan. Mooi natuurgebied, maar was erg druk met stampvolle parkeerplaatsen. Desondanks coronaruimte genoeg. Grote groep Koperwieken in grote Meidoorn, smullend van de bessen.

Koperwiek (Turdus iliacus). Wintergast en nu al in groten getale in Nederland om te overwinteren. Een vertegenwoordiger van de Lijstersoorten (geslacht Turdus). De roodkoperen vlek zit aan de flank en niet op de “wiek” = vleugel.

 

 

 

 

Paddenstoelentijd. In Schollebos nu o.a.:

Bruinplaatbundelridderzwam (Lyophyllum fumosum). Leuke naam voor ’Mannetje aan de Galg’ (voor Scrabble past die niet helaas op het bord, want zou meer dan 3x woordwaarde zijn). In bundels groeiende plaatjeszwam (aan onderkant hoed zie je plaatjes waar de sporen gevormd worden). Af en toe in Schollebos.

 

 

 

 

Knolparasolzwam (Macrolepiota rachodes; foto SNC-archief). Hier op archieffoto een vrij jong stadium. Er zijn veel soorten Parasolzwammen die soms lastig te onderscheiden zijn. Kenmerken van de Knolparasolzwam zijn o.a. de grote bruine schubben op de hoed, de ringvormige kraag rond de steel en de verdikte steelbasis die soms echter (deels) ondergrond staat. Eetbaar, maar er zijn ook gelijkende giftige soorten. Laten staan dus.

 

 

Reuzenbovist (Langgermannia gigantea). Witte voetballen die veel mensen (jeugd?) steeds kapot trappen. Op zich niet schadelijk voor zijn voortbestaan: het is een vruchtlichaam van ondergrondse schimmeldraden (Mycelium) net als een appel van een appelboom en de sporenvorming wordt niet belemmerd. Maar mijn oog en dat van andere natuurliefhebbers wil deze gigant ook zien! Deze lagen gelukkig niet langs paden. Bovisten behoren tot de Buikzwammen. De sporen worden binnen deze bol gevormd. Bij rijping scheurt de inmiddels bruine bol open waarna de sporen kunnen ontsnappen. Als je er dan op trapt zie je een sporenwolk de lucht in gaan. In jong stadium eetbaar zolang op doorsnee de bovist nog helder wit is. Maar laat mij en anderen er ook van genieten door hem te laten staan. 

 

 

 

 

 

 

volop Herfst

Het is volop herfst. Bomen verliezen hun blad, veel regen en geen zomerse temperaturen meer. Veel paddenstoelen, overvliegende ganzenformaties, de eerste wintergasten.

Regelmatig zijn nu mooie regenbogen te zien. Deze was erg laag omdat de zon nog behoorlijk hoog stond. De mooiste (hoogste) regenbogen zijn bij lage zonnestand, omdat de zon als het ware dan omhoog kijkt en het zonlicht dan hoog in de lucht door de regendruppels wordt gebroken. Uiteraard zie je een regenboog dus altijd met de zon in je rug. Deze was te zien boven volkstuinen Nut en Genoegen (Schollebos).

 

 

 

 

 

 

Echt Judasoor (Hirneola auricula-judae; foto SNC-archief). Nu het weer fors geregend heeft, vullen de judasoren zich weer met water. Door de zomerse droogte waren ze verschrompeld tot kleine wrat-achtige frummels. Behoort tot de Trilzwammen, waarvan nog enkele andere soorten in Schollebos voorkomen. In Schollebos vrijwel uitsluitend op (oudere) vlierstruiken. Volgezogen met water hebben trilzwammen een gelatineuze consistentie als van een drilpudding. De vorm is soms als die van een menselijk oor, zoals op deze foto goed te zien is. Judas, die Jezus heeft verraden, zou zich na dit verraad aan een vlier hebben opgehangen. Lijkt me stug, de vlier is slechts een struik, maar misschien had men toen een andere vlier… Is eetbaar, maar laat hem maar lekker staan.

 

Kleine Stinkzwam (Mutinus caninus; foto Frank Oling). Frank ontdekte deze verzameling langs rand Schollebos-Schollevaar. Komt af en toe vaker voor in Schollebos. Behoort tot de familie Phallales (letterlijk ‘Phallus-achtigen’; Phallus is andere naam voor penis in erectie). Verder betekent Caninum “Van de Hond”. Vandaar dat onder paddenstoeldeskundigen (Mycologen) deze soort de bijnaam heeft gekregen van “Hondenlulletje”. In net rijp stadium zitten de sporen op de top als een zwarte laag en verspreiden ze een stinkende lucht als van een rottend kadaver. Vliegen komen er op af en snoepen ervan. De sporen worden zo verspreid. Als de sporenlaag is verdwenen blijft een rood topeinde over zoals op deze foto te zien is.

 

Smient (Anas penelope,man; foto internet). Afgelopen weekeind al heel vroeg een paar Smienten in Schollebos. Echte wintergasten uit Skandinavië en Rusland waar ze in de toendra’s broeden alhoewel ook broedresultaten in Nederland, maar zeldzaam. Elke winter in Capelle te vinden in Schollebos en langs Rijckevorselweg. Mannetje was al weer bijna uitgeruid en opgekleurd naar prachtkleed, waarbij de bruine kop en gele “mohikanenstreep” duidelijk opvalt. Wordt ook wel “Fluiteend” genoemd naar het fluitend geluid dat het mannetje maakt.

 

IJsvogel (Alcedo atthis). Grote schrik, een ijsvogel vloog tegen ons achterraam. Niet de eerste keer helaas. Ons protocol in werking. Eerst afwachten. Na een tijdje kwam ie bij en ging rechtop zitten, maar versuft. Uiterlijk geen gebroken vleugels of snavel, dus verder afwachten. Tegen de avond geen verandering. Kennelijk op zijn minst een zware hersenschudding. Opgepakt, ge-inspecteerd (inderdaad niks gebroken) en ’s nachts in doos gezet. Volgende dag weinig verandering. Contact opgenomen met Vogelklas Karel Schot in Rotterdam of die er wat mee kon: jazeker! Met dierenambulance daarheen gebracht met kleine donatie voor Vogelklas. Nu afwachten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Laatste Nieuwtjes

De herfst is definitief begonnen. Regen, paddenstoelen, vogeltrek, maar nog steeds ook nog vlinders.

Yvonne Commijs betrapte in Schollebos deze Kolibrievlinder (Macroglossum stellatarum). Een dag-actieve nachtvlinder behorend tot de familie der Pijlstaartvlinders (Sphyngidae) die hun naam te danken hebben aan de kromme pijl op het achtereinde van hun rupsen. De naam “Kolibrie” dankt hij aan zijn manier van vliegen: al vliegend als een kolibrie zuigt hij met zijn lange roltong (“macro glossum” = grote tong) de nectar van bloemen op. In principe een trekvlinder die in najaar naar het zuiden vertrekt, maar in zachte winters steeds vaker in Nederland als volwassen vlinder overwinterend. Waardplanten (waar rupsen van leven) zijn Walstrosoorten (geslacht Galium), waarvan o.a. Kleefkruid (Galium aparine) als woekerplant veel in Schollebos voorkomt.

Roodborstjes (Erithacus rubecula) zijn nu volop aan het zingen. Veel van hen zijn afkomstig uit Skandinavië die hier overwinteren. Onze roodborsten trekken voor een groot deel nu ook zuidwaarts. Zowel mannetjes als vrouwtjes zingen nu, niet om elkaar het hof te maken, maar om hun winters voedselterritorium vast te stellen en te beschermen. Hierbij zijn ze vreselijk onverdraagzaam voor elkaar en komen zelfs gevechten met dodelijke afloop voor.

 

Bladkoning (Phylloscopus inornatus). Deze herfst een invasie van Bladkoninkjes, een broedvogeltje uit Rusland, die elk jaar wel in najaar en winter Nederland bezoekt. Rob van Dorland betrapte er vorige week een in Schollebos (niet deze foto). Behoort tot de Boszangers (geslacht Phylloscopus) waartoe o.a. ook onze inheemse broedvogels Tjiftjaf, Fitis en Goudhaantje behoren. Een heel karakteristieke zang en roep, waaraan men ze kan herkennen, want zien doe je ze meestal niet.

 

Capelle heeft zeer recent een nieuwe Stadsvogelconsulent van de Vogelbescherming, Marcus Breet. Zijn functie als vrijwilliger is o.a. om overleg te voeren met gemeentelijke instanties en woningbouwverenigingen teneinde de biodiversiteit van stadsvogels te verbeteren. Natuurinclusief bouwen en renoveren is naast de groeninrichting daar een belangrijk onderdeel van. SNC heeft uitgebreid kennismakingsgesprek gehad en we vonden elkaar op vrijwel alle punten. Samenwerking staat in de planning en wij wensen Marcus veel succes.

Als klap op de vuurpijl een wel zeer bijzondere waarneming van John Benik: een Damhert net buiten Capelle langs Rijckevorselweg. Vrijwel zeker een ontsnapt exemplaar. In Capelle een klein damhertenkampje naast/in Wegelingparkje met 3 damherten. Misschien daaruit ontsnapt? Kan zich wel handhaven denk ik, maar het lijkt mij diervriendelijker om hem te vangen en te herplaatsen naar waar hij vandaan komt, of naar een gebied waar damherten in het wild leven. Bovendien kan zo’n zwervend exemplaar gevaar opleveren voor het verkeer langs deze regionale verbindingsweg.

 

 

 

 

Alweer een zeldzame vlinder

Deze week een lyrische Jan op de Whatsapp met een prachtige foto erbij: in zijn tuin in Schollevaar, bijna grenzend aan het Schollebos, trof hij een zeer zeldzaam vlindertje aan, het Tijgerblauwtje.

Tijgerblauwtje (Lampides boeticus; foto Jan van Wensveen). Deze soort is zo zeldzaam dat het een aparte blog waard is. Zoals de naam al zegt, behoort het tot de “Blauwtjes“, kleine dagvlindertjes met meestal blauwe of blauwachtige bovenvleugels. Andere blauwtjes in Capelle zijn het algemene Boomblauwtje, het minder algemene Icarusblauwtje en incidenteel het Bruin Blauwtje. De blauwtjes behoren samen met enkele andere soortgroepen tot de grote familie Lycaenidae. Op de foto zien we de onderkant van de vleugels en daar is een tijgerachtige streping te zien. De bovenkant is blauwachtig met bruin. Hij komt voor langs de Middellandse Zee en Noord Afrika. Zelden of zeer zelden in noordelijker gebieden. In Nederland slechts enkele keren als dwaalgast waargenomen. Waardplanten zijn vooral soorten uit de Vlinderbloemenfamilie (Fabaceae) zoals Lathyrus, waar de rupsen leven van de rijpende zaden. De rupsen zelf worden weer bezocht door verschillende soorten mieren, want die rupsen scheiden een zoete vloeistof uit die mieren heerlijk vinden. Die mieren beschermen dan ook de rupsen tegen vijanden van de rupsen. Ook bij diverse andere blauwtjessoorten zien we dit soort gedrag. 

Op zich natuurlijk  een spectaculaire waarneming. Maar ook de waarneming van vlinders als het Scheefbloemwitje en Koninginnepage (zie recente blogs) wijzen op een opwarmend klimaat. Of we er echt blij van moeten worden?

 

Zeldzame vlinder en ander nieuws

Yvonne Commijs stuurde mij een foto van een ‘Witje’ op haar balkon (Capelle). Zij had de foto op haar twitteraccount gezet en kreeg diverse reacties van kennelijk deskundigen dat het een Scheefbloemwitje zou zijn. Ik twijfelde en verzocht Yvonne de foto op te sturen naar de Vlinderstichting. Deze bevestigde dat het inderdaad een Scheefbloemwitje was.

Scheefbloemwitje (Pieris mannii; foto Yvonne Commijs).

De Witjesfamilie (Pieridae) telt veel soorten. In Nederland eigenlijk alleen het Groot en Klein Koolwitje en het Klein Geaderd Witje, Citroenvlinder en Oranjetipje (alle in Capelle). Het Scheefbloemwitje is een zeer zeldzame soort uit Zuid-Europa. De verschillen met het Klein Koolwitje zijn minimaal: het gaat daarbij om de zwarte aftekeningen op de voorvleugels. Al eerder was er een mogelijke waarneming met foto, maar dat bleek achteraf toch een “gewoon Klein Koolwitje” te zijn. Waardplanten (waar de vlinder haar eitjes afzet) in Zuid-Europa zijn Iberissoorten (geslacht Iberis = scheefbloemen). In Nederland slechts 1 soort aanwezig (Iberis umbellata: Schermscheefbloem, een tuinplant die soms verwildert), voor zover nog niet in Capelle vastgesteld. Wederom een aanwijzing van het opwarmende klimaat!!

Vanmiddag met gemeente en firma Reijm ronde Schollebos gemaakt om 2e maaironde van “ruige gazons” en oevers te bespreken. Afgelopen zondag samen met Anton voorbereid met lange Schollebosronde. Volgende week begint deze 2e maaironde. Maaisel wordt na droging afgevoerd. In grote lijnen worden de ruige gazons overal tot aan de waterkant en de bosrand gemaaid. Gezamenlijk doel: door systematisch maaien en afvoeren van maaisel de bodem verschralen. Schrale (voedselarme) bodem geeft op den duur minder woekeraars als Brandnetel, Kleefkruid, Distels, Ridderzuring e.a. (Vegetatie wordt armer), maar een grotere biodiversiteit (Florasoortenrijk). Ook het esthetisch aspect zal daardoor verbeteren. Is wel een proces waarvan het resultaat pas zichtbaar wordt na veel jaren!! Op sommige oevers is een sneller herstel van florarijke oevers mogelijk (door SNC al meer dan 1000 euro besteed aan aanplant oeverplanten). Ten aanzien van rietoevers zijn ook afspraken gemaakt, maar hier moeten soms compromissen worden gesloten met het Hoogheemraadschap (doorstroming watersysteem belangrijk). SNC heeft benadrukt dat het maaien van waterriet moet blijven gebeuren in een cyclus van 3 jaar: elk jaar 1/3e deel maaien met finesses. Landriet kan gemaaid worden, maar in brede rietkragen slechts gedeeltelijk. Dit allemaal om rietbroeders (Kleine Karekiet, Waterral en andere watervogels) te beschermen. Verder moeten de enkele plaatsen waar Japanse Duizendknoop groeit apart gemaaid en maaisel streng afgevoerd worden. Gemeenteambtenaar en uitvoerder van firma Reijm: helemaal eens! Nu de uitvoering afwachten.

Het Bosbomenbeleid in Schollebos moet nog worden vastgesteld. Wij wachten initiatieven van de gemeente af. In ieder geval wil SNC herplant van eventueel andersoortige bomen voor de recente kap van 5 populieren, 4 esdoorns en 2 abelen. Elf enorme solitaire bomen, allemaal gekapt volgens “noodkapverordening”. Noodkap ontslaat gemeente niet van de plicht tot herplant!

 

 

afgelopen 2 weken.

De hittegolf is achter de rug. Het is de vraag of met de recente hevige buien de blauwalg verdwenen is. Mijn eigen hond had van het water gedronken en was een week lang aan de vieze diarree. Ook lagen er veel dode vissen in de vijvers.

Honderden dode kleine visjes in “IJsvogelvijver”

 

Ook diverse grote vissen als Karper en deze 1 meter lange Paling.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op de Peuterspeeltuin in Schollebos was een dikke populierentak afgebroken en terecht gekomen op een speeltoestel. De populieren in Schollebos zijn nu meer dan 40 jaar oud en bereiken hun einddatum. Niet voor niets staan ze ook bekend als “Waaibomenhout”. Gemeente heeft die populier dan ook gekapt en andere grote solitaire bomen geïnspecteerd op omgevingsgevaar. Met de kennis van nu zou deze combinatie (peuterspeelplaats en populieren) niet meer moeten kunnen….

Vier enorme populieren langs IJsvogelvijver, 2 nabij staande Esdoorns (de laatste waren al bijna dood) en nog 2 Abelen elders in Schollebos zijn middels een Noodkapverordening gekapt. Uiteraard verwacht SNC wel een herplant met – eventueel andersoortige – bomen. Wij vragen ons wel af, of snoei van gevaarlijke takken overwogen is. Als ik mijn been breek hoeft die toch ook niet direct geamputeerd te worden, laat staan dat ik direct ge-euthanaseerd moet worden? Het zijn bij elkaar wel 9 enorm grote bomen die verdwenen zijn.

 

 

 

 

Kleine Vuurvlinder (Lycaena phlaeas). Dit fraaie vlindertje werd ontdekt in de Vlindertuin Schollebos door Yvonne Commijs. De foto was niet goed gelukt, dus stuurde ze mij deze elders genomen foto. Behoort tot de enorm grote familie Lycenidae. Op zich een algemene soort, maar wordt in Capelle niet vaak gezien. Waardplanten (waar eitjes op af worden gezet) zijn vooral Zuringsoorten (Rumex). In Schollebos is Ridderzuring (Rumex obtusifolius) een zeer dominerende ruigteplant, maar ook andere Rumexsoorten komen voor. Overwintert als rups.

 

Koninginnenpage (Papilio machaon). Weet niet meer wie een foto van deze schitterende vlinder in IJssel en Lek heeft geplaatst. Aangetroffen in Schollebos, waar al eerder rupsen van deze soort waren ontdekt in Volkstuincomplex Nut en Genoegen (zie een vorig blog). Zeldzaam in Nederland, maar toenemend (klimaatopwarming!?). Veel plantensoorten als waardplant.

 

 

Gewone Coronamot (Anania coronata). Martijn Sterk (ja mijn zoon) maakte deze foto in zijn woonkamer en dat in coronatijd… Is een nachtvlindertje van 2,5cm groot (spanwijdte). Is een zogenaamde Microsoort (Microlepidoptera). Vrij algemeen. Waardplanten Vlier, Haagwinde, Liguster, Sneeuwbal, Sering en Zonnebloem. 

Wat vlinders in het algemeen betreft: met normaal algemene soorten als Kleine Vos, Gehakkelde Aurelia, Citroenvlinder, Bont Zandoogje, e.a. gaat het beduidend slecht. Alleen de Groot en Klein Koolwitjes doen het fantastisch. De Atalanta neigt naar een constant bestand. Oorzaken?

 

Ook in de IJssel en Lek een opgestuurde foto van nóg een Grondeekhoorn in het Schollebos, nu niet een witte Boeroendoek (zie een vorige blog), maar een bruine soort. Waarschijnlijk heeft een en dezelfde persoon deze gewoon gedumpt. Onverantwoord: het zijn “Verboden exotische soorten”.